17
De volgende drie nachten was het weer warm en droog, met een volle, witte maan die helder scheen in de met sterren gevulde hemel. Robert had daarom besloten om de nachtscènes op te nemen, en het was steeds later dan twee uur in de nacht als Rebecca moe haar bed had opgezocht. Deze nacht zag het ernaar uit dat het nog later zou worden. Ze zuchtte toen ze naast James zat te wachten op het moment dat ze samen in de oude Rolls-Royce zouden vertrekken om stiekem te trouwen.
‘En dan zeggen ze dat acteren een prachtig vak is,’ zei James, geeuwend in de duisternis. ‘Ik zou graag met je weglopen, Becks, wanneer je maar wilt, maar het zeven keer overdoen om één uur ’s nachts en dan bij elke take niet verder komen dan dertig meter is een beetje te veel van het goede. Wat een belachelijke manier om je geld te verdienen.’
‘We zijn tenminste buiten, op een schitterende locatie, niet ergens in een benauwde studio in een oud gebouw in Hollywood,’ herinnerde Rebecca hem.
‘Zeker, zeker. Is het dus mogelijk dat ons Amerikaanse schatje verliefd wordt op Engeland? Ik zag je laatst in de tuin met onze gastheer praten. Wat is hij voor iemand? Hij lijkt nogal gereserveerd.’
‘Anthony is heel aardig. Hij is alleen een beetje verlegen, denk ik.’
‘Aha, het is al Anthony? Niet Lord Astbury? Gezellig hoor,’ zei James plagend. ‘Wat dacht je van een titel, Becks? Je zou in de voetstappen treden van je rijke Amerikaanse voorouders. Veel erfgenamen ruilden hun familiefortuin in voor een plaats in de Britse aristocratie. Lady Rebecca Astbury, klinkt eigenlijk best goed,’ plaagde hij haar verder.
‘Haha,’ mopperde Rebecca zachtjes, toen de geluidstechnicus aangaf dat ze eindelijk klaar waren.
‘Twintig seconden!’
‘Het lijkt mij dat dit oude krot wel wat Amerikaans fortuin kan gebruiken. Pas maar op, schat. Misschien is Lord Anthony wel uit op je geld!’
‘Tien seconden!’
‘Hij is lief, maar echt niet mijn type,’ fluisterde Rebecca.
‘Vijf seconden!’
‘Wat is je type dan?’
Rebecca had geen tijd om te antwoorden, want het klapbord sloeg dicht voor het windscherm en James reed de auto nogmaals over de oprit.
Na een paar minuten kondigde de assistent-regisseur aan dat het er eindelijk op stond en dat ze klaar waren voor die avond. Steve hield de deur voor Rebecca open en ze stapte uit de auto.
‘Alles in orde?’ vroeg hij.
‘Ja, dank je.’
‘Ik ben bang dat je morgenochtend weer vroeg aan de bak moet, maar daarna hebben we een paar dagen vrij voor het weekend,’ zei hij toen ze met zijn drieën de enorme stoep beklommen naar de voordeur van het huis. ‘Vind je het goed om hier in het huis te blijven, of zal ik Graham vragen je naar Londen te brengen?’
‘Ja! Ga met mij mee naar Londen,’ stelde James voor. ‘Ik laat je de stad zien.’
‘Dat is lief van je, maar ik heb volgende week een zwaar programma,’ legde Rebecca uit. ‘Ik denk dat ik lekker hier blijf en rustig mijn tekst leer. Misschien kan ik wat rondkijken in de omgeving.’
‘Geen probleem. Graham is beschikbaar om je weg te brengen waar je maar naartoe wilt,’ verzekerde Steve haar. ‘Goed dan. Ik zie je morgenochtend om zes uur.’
‘Weet je zeker dat je niet met mij mee wilt, Becks?’ vroeg James. ‘Ik vind het geen prettig idee dat je hier alleen bent met de mysterieuze Lord Astbury en de plaatselijke versie van Mrs. Danvers,’ plaagde hij. ‘Nou, als je van gedachten verandert, ik vertrek morgenmiddag zodra de opnames klaar zijn.’
‘Dank je. Welterusten, James,’ antwoordde ze en ze ging naar binnen om bij de Garderobe haar kostuum uit te trekken. Misschien was het omdat ze zo moe was, maar ze had helemaal geen zin om Astbury Hall te verlaten. Bovendien wilde ze niet riskeren dat James en zij samen gezien werden. Er zou onmiddellijk een foto van hen samen de wereld over gaan.
De acteurs en de crew verlieten de volgende middag rond theetijd het huis en Rebecca maakte van de gelegenheid gebruik om eens lekker lang in het bad te gaan liggen. Ze besloot dat ze Graham zou vragen haar morgen naar de dichtstbijzijnde plaats te rijden, zodat ze wat extra kleren kon kopen en sterkere medicijnen voor haar hooikoorts.
Ze kwam uit bad en liep door de gang naar haar kamer, waar Mrs. Trevathan op haar stond te wachten.
‘Ik heb je wat van mijn zelfgemaakte kamillethee gebracht.’
‘Dank u,’ zei Rebecca.
‘Het zal je helpen om te ontspannen na je lange week. His Lordship heeft je ook uitgenodigd voor een drankje op het terras vanavond. Hij zei dat jullie het daar eerder deze week over hebben gehad.’
‘Ja, dat is zo. Hoe laat?’
‘Half acht? En hij zei dat je ook welkom bent om daarna samen met hem te dineren, als je dat wilt,’ voegde Mrs. Trevathan eraan toe.
‘Niet vanavond, dank u. Mijn hooikoorts speelt op dit moment heel erg op.’
‘Arm ding. Nou, een nacht goed slapen doet wonderen. Ik zal His Lordship zeggen dat je om half acht beneden bent.’
Rebecca dronk de heerlijke kamillethee en verdiepte zich een uur lang in de scènes die ze de komende week zou spelen. Toen kleedde ze zich aan, pakte een trui en ging naar beneden naar het betegelde terras dat zich over de volle breedte van het huis uitstrekte.
Anthony zat aan een smeedijzeren tafel aan de kant van het terras die het mooiste uitzicht bood op de bloementuin en het uitgestrekte gazon en park erachter. ‘Goedenavond,’ zei hij en hij glimlachte toen hij opstond en een stoel voor haar naar achteren schoof.
‘Dank je,’ zei Rebecca en ze ging zitten. ‘Wat een schitterende zonsondergang. De natuur doet heel erg haar best voor ons. Ik heb eigenlijk nooit goed naar de hemel gekeken voor ik naar Astbury kwam. De sterren lijken hier zo helder.’
‘Misschien zie je dat niet zo goed in een stad,’ zei Anthony. Hij schonk uit een karaf een amberkleurige drank met fruit en ijs in haar glas.
‘Wat drinken we?’ Rebecca keek er achterdochtig naar.
‘Pimm’s, dat is wat wij Engelsen drinken op een zeldzame zwoele zomeravond als deze. Er zit een heleboel limonade in, dus het stijgt niet naar je hoofd.’
Rebecca zette het glas voorzichtig aan haar lippen en nam een slokje. ‘Het is heel lekker. Dank je,’ zei ze.
‘Daar ben ik blij om. Mrs. Trevathan zei dat je last hebt van hooikoorts.’
‘Ja, dat heb ik al van kinds af aan en soms is het echt zwaar. Ik heb trouwens gisteravond de eerste pagina’s gelezen van het verhaal dat Mr. Malik hier heeft achtergelaten en die zijn geschreven door een familielid van hem dat hier gewerkt heeft. Tot zover geen lijken.’ Rebecca glimlachte. ‘Maar Donald, je grootvader volgens mij, komt er wel in voor.’
‘Echt?’ Anthony nam nadenkend een slokje van zijn Pimm’s. ‘Ik heb in de personeelsleggers gekeken in de bibliotheek, maar ik kan geen spoor vinden van iemand die Anahita Chavan heette in de periode die je noemde.’
‘Volgens haar verhaal heeft ze wel degelijk hier gewerkt, al is het maar kort,’ ging Rebecca verder. ‘Ze was kindermeisje voor Eleanor, de dochter van de zuster van je grootvader.’
‘Selina Fontaine. Volgens wat ik begrepen heb van mijn moeder was zij het zwarte schaap van de familie. Ze trouwde met een of andere Franse graaf en is naar Frankrijk verhuisd. Daarna is ze vrijwel nooit meer terug geweest.’
‘Dat verbaast me,’ zei Rebecca. ‘Ze klinkt in het verhaal als een aardig iemand. Neem me niet kwalijk dat ik het zeg, Anthony, maar ik begrijp niet dat je niet meer wilt weten over het verleden van je familie. Ik zou het geweldig vinden als ik ook maar iets meer over die van mij zou kunnen vinden.’
‘Vergeef me als ik het niet met je eens ben,’ antwoordde hij. Hij klonk geprikkeld. ‘In het geval van mijn familiegeschiedenis is het beter om geen slapende honden wakker te maken, zoals Mrs. Trevathan altijd tegen mij zegt.’
‘Dat mag zo zijn, maar wat ik gelezen heb heeft zich bijna honderd jaar geleden afgespeeld. Het kan toch zeker geen kwaad om iets meer te weten te komen over de mensen die hier vóór jou woonden?’
Anthony staarde in de verte en wendde zich toen tot haar.
‘Dus jij denkt dat het mij zou helpen, Rebecca?’
‘Ik…’ Ze keek naar hem. De uitdrukking in zijn ogen deed haar denken aan een kind dat zijn moeder om advies vraagt. Ze haalde haar schouders op. ‘Misschien is het Amerikaans, maar ik wil altijd graag de feiten kennen,’ antwoordde ze.
‘Goed, misschien heb je gelijk en zou ik dit verhaal waar je zo enthousiast over bent toch eens moeten lezen,’ stemde hij uiteindelijk in.
‘Mijn verontschuldigingen, Anthony, het gaat mij helemaal niet aan. Ik wil me er echt niet mee bemoeien.’
‘Leek die Mr. Malik een aardige vent?’
‘Nou, hij zag er niet uit of hij meer van je wilde dan een gesprek over zijn overgrootmoeder,’ bevestigde Rebecca.
‘Ik zal erover nadenken. Heb je dit weekend plannen?’ zei Anthony. Hij veranderde abrupt van onderwerp. ‘Ik moet zeggen dat ik het wel weer even prettig vind om het huis voor mezelf te hebben.’
‘Dat begrijp ik heel goed. Ik beloof dat ik je morgen ook niet meer tot last zal zijn,’ zei ze snel. ‘Ik vraag Graham, mijn chauffeur, om mij naar de dichtstbijzijnde plaats te brengen. Ik heb nog wat extra kleren nodig. Ik heb zo weinig meegenomen en het is hier warmer dan ik verwacht had. Ik wilde ook een beetje rondkijken in de buurt. Is er iets speciaals waarvan je denkt dat ik het moet zien?’
‘Natuurlijk, maar toen ik zei dat ik het huis weer voor mezelf wilde hebben, bedoelde ik daarmee niet jou. Ik zou het zelfs leuk vinden om je zelf de omgeving te laten zien. Ik denk niet dat iemand dit deel van de wereld beter kent dan ik.’
‘Echt, Anthony, dat hoeft niet,’ verzekerde Rebecca hem. ‘Ik weet zeker dat je helemaal geen zin hebt om dit weekend de gids uit te hangen.’
‘Nee, ik sta erop. Werkelijk. Ik vind jouw aanwezigheid hier helemaal niet bezwaarlijk en het zou mij een genoegen zijn. Mrs. Trevathan zegt dat je te moe bent om vanavond met mij te dineren. Zullen we dan afspreken dat we elkaar morgenochtend om, zeg, tien uur op het terras treffen?’
‘Oké, als je het zeker weet,’ stemde Rebecca in, ‘maar ik wil je echt niet tot last zijn.’
‘Het is helemaal geen last. Vertel me nu eens hoe het met de film gaat.’
Rebecca vertelde hem over de film, blij om te zien dat de eerdere spanning van Anthony’s gezicht verdween toen hij zat te luisteren.
‘Natuurlijk is de echte ster van de show Astbury Hall zelf. Iedereen voelt zich bevoorrecht om hier te mogen zijn en het huis gaat er prachtig uitzien op het witte doek.’
‘Het huis verdient in ieder geval zijn onderhoud eens, voor de verandering,’ verzuchtte Anthony. ‘Het is wel ironisch dat het feit dat er geen fondsen waren om het te moderniseren het nu zo geschikt maakt als setting voor jullie film.’
‘Ik vind het hier heerlijk, Anthony, hoe ouderwets de badkamer ook is,’ voegde ze er lachend aan toe.
‘Echt? Meen je dat?’
‘Ja, echt,’ bevestigde ze.
‘Dat vind ik fijn.’ Er trok een uitdrukking van bijna kinderlijk genoegen over Anthony’s gezicht.
Toen Mrs. Trevathan op het terras verscheen om te zeggen dat Anthony’s diner klaar stond, voelde Rebecca zich schuldig dat ze blij was dat ze de trap op kon lopen voor een rustige, lichte maaltijd in haar eentje.
Toen Rebecca de volgende ochtend wakker werd, voelde ze zich brak en had ze zo’n hoofdpijn dat ze zich afvroeg of ze gisteravond toch te veel alcohol had gedronken. Hoe sterk was die Pimm’s eigenlijk? Mrs. Trevathan verscheen klokslag negen uur in haar kamer en zette een blad met thee, toast en een gekookt ei op haar schoot. Rebecca zat rechtop in bed en voelde zich misselijk. Ze probeerde iets van het ontbijt te eten, maar slaagde daar nauwelijks in. Ze nam wat ibuprofen voor haar hoofd, trok een T-shirt en jeans aan en ging naar beneden.
‘Goedemorgen!’ Anthony zat al op het terras op haar te wachten. ‘Zullen we?’
Ze liepen met zijn tweeën naar de voorkant van het huis, waar een stokoude Range Rover stond geparkeerd. ‘Stap maar in. Het spijt me dat het niet is wat je gewend bent,’ zei hij verontschuldigend.
Rebecca stapte in de auto terwijl Anthony de motor startte. Ze was verbaasd over het nooit-veranderende uniform van haar gastheer, een geruit overhemd en een stokoud tweedjasje. Misschien waren het de enige kleren die hij bezat. Ze hoopte dat Mrs. Trevathan ze af en toe waste.
‘Ik wilde je meenemen naar Ashburton. Er zijn daar een paar winkels, al heb ik geen idee of wat ze daar verkopen jouw smaak is,’ merkte Anthony op toen ze wegreden. ‘Dan rijden we naar Widecombe-in-the-Moor en lunchen daar in de pub. En daarna wil je misschien Dartmoor zien? De beste manier is te paard, maar misschien rijd je niet?’
‘Ik ben dol op paardrijden,’ zei Rebecca, die helemaal opleefde bij de gedachte. ‘Ik moest het leren voor een rol die ik een paar jaar geleden in een film speelde. Die speelde zich af in Montana en ik heb het geleerd van een paar echte cowboys. Ik ben dus bang dat mijn rijstijl niet zo gelikt is als wat jullie hier gewend zijn.’
‘Wel, wel, kijk eens aan,’ zei Anthony, duidelijk verbaasd. ‘Jammer genoeg zijn onze stallen niet meer wat ze geweest zijn. Ik verhuur ze aan het meisje dat de plaatselijke rijschool leidt. In ruil daarvoor houdt zij een paar van mijn paarden daar. Ik was nooit zo’n goede ruiter toen ik jong was, en mijn rug speelt de laatste tijd wat op, dus ze krijgen niet veel beweging. Voel je dus alsjeblieft vrij om een van de paarden mee naar buiten te nemen terwijl je hier bent. Het zou mij echt helpen als je dat deed.’
‘Weet je wat? Misschien doe ik dat wel!’ stemde Rebecca in.
‘Ik heb overigens nog nagedacht over wat je gisteravond zei. Ik heb vanochtend contact opgenomen met Mr. Malik en hem gevraagd om morgenmiddag in het huis te komen lunchen. Op één voorwaarde,’ voegde Anthony eraan toe.
‘En die is?’
‘Dat jij erbij bent. Jij bent tenslotte degene die mij overhaalde hem te ontmoeten.’
‘Natuurlijk, dat doe ik graag,’ knikte Rebecca. ‘En, Anthony, als Mr. Malik morgen komt lunchen, denk ik dat je misschien het begin van het verhaal van zijn overgrootmoeder moet lezen voor hij komt. Het is fascinerend.’
Anthony wierp een nerveuze blik op haar. ‘Beloof je mij dat er echt geen lijken in de kast van mijn familie zitten die mij zouden kunnen choqueren?’
‘Echt niet, in ieder geval niet in wat ik tot nu toe heb gelezen. Het grootste deel gaat over Anahita’s kindertijd in India. Ik had echt het gevoel een andere wereld te betreden die ik graag zou willen bezoeken. Ze woonde in een schitterend paleis als metgezel van een prinses voor ze samen naar Engeland kwamen, voor kostschool.’
‘Dat is dan waarschijnlijk de band met de familie,’ dacht Anthony hardop tijdens het autorijden. ‘Ik weet dat mijn overgrootvader resident was in Cooch Behar State voor hij overleed.’
‘Ja. En ik krijg het gevoel dat hij van India hield en dat je overgrootmoeder, Maud, het er vreselijk vond.’
‘Dat weet ik. Jammer genoeg was er niet veel waar zij het mee eens was. Zeker niet met ons mannen,’ voegde hij er met emotie aan toe.
‘Ik denk dat je het gewoon zelf moet lezen.’
‘Dat zal ik doen. En ik laat Mrs. Trevathan weten van die lunch morgen. Goed,’ zei Anthony toen hij de auto parkeerde in een mooie drukke straat, ‘laten we gaan winkelen.’
De ochtend bleek veel plezieriger uit te pakken dan Rebecca had verwacht. Ze liep in de zon, met haar mannelijke beschermer naast zich en met haar pas geverfde haar en genoot van de vrijheid zich in het openbaar te kunnen bewegen zonder te worden herkend. Nadat ze een paar winkels was binnengegaan en ze een paar nieuwe shirts had uitgezocht, en nadat ze meer antihistaminetabletten had gehaald bij de drogist, reden ze naar Widecombe-in-the-Moor.
Ze zaten buiten in de zon op het terras van The Rugglestone Inn en aten een verse krabsalade.
‘Het is bijna een ansichtkaart van hoe ik mij Engeland voorstelde,’ zei Rebecca. Ze keek naar de kleine huisjes die verspreid stonden langs de smalle straat. ‘En nu we het er toch over hebben, misschien verstuur ik er wel een paar.’
‘Het is zeker een mooi deel van de wereld. En het is goed voor mij om het met nieuwe ogen te bekijken. Ik heb nooit veel gereisd en ik denk dat je dan het bekende niet meer echt ziet.’
‘Werd jij ook naar kostschool gestuurd toen je klein was, net als je grootvader Donald?’ informeerde Rebecca.
‘Nee. Ik ben thuis opgevoed. Mijn moeder hield niet van kostschool,’ zei hij.
‘Echt? Dat verbaast me. Van het filmscript en mijn onderzoek naar de periode had ik begrepen dat het een soort overgangsritueel was voor alle jongens uit Britse families als de jouwe.’
‘Moeder zou me veel te veel hebben gemist. Je kunt je misschien voorstellen hoe eenzaam ze was geweest als ze alleen door het huis had gelopen.’
‘Natuurlijk.’ Het was Rebecca opgevallen dat er een soort meisjesachtigheid over hem kwam als hij over zijn moeder sprak. Ze vroeg zich opeens af of de reden waarom Anthony nooit getrouwd was, was dat hij homoseksueel was. ‘Nou, na wat ik over kostschool heb gehoord, begrijp ik dat je goed bent weggekomen. Ik kan niet begrijpen waarom iemand een kind wil en het dan wegstuurt.’
‘Moeder vond het altijd een grap dat wij jonge Britten werden weggestuurd naar school om ons geschikt te maken om het rijk te besturen. Tegen het eind van de jaren vijftig, toen ik een jongen was, was er geen rijk meer over.’ Hij zuchtte. ‘En toch hoor ik van alle kanten dat kostschool tegenwoordig veel vriendelijker is. Ze hebben nu zelfs warm water.’
‘Ik zou het nooit ook maar overwegen voor een van mijn kinderen.’ Rebecca huiverde.
‘Zoals je al terecht opmerkte, het is traditie. Goed, misschien vind je het leuk om vanmiddag een rit over Dartmoor te maken?’
Na de lunch voelde Rebecca zich weer misselijk en merkte ze ook dat haar hoofdpijn terugkwam. ‘Misschien morgen. Ik voel me nog steeds nogal moe.’
‘Zullen we dan teruggaan? Dan laat ik je de familiekapel zien,’ stelde hij voor. ‘Hij is ontworpen door Vanbrugh, een beroemde Engelse architect. Hij zit verborgen in het huis, achter de lange galerij.’
‘Ja, als je dat niet erg vindt, Anthony,’ antwoordde Rebecca.
Twintig minuten later, terug in het huis, volgde Rebecca Anthony over de elegante lange galerij. Hij bleef staan voor een eiken deur en gebruikte een enorme sleutel om die te openen.
Rebecca stapte naar binnen en keek vol verwondering omhoog naar een hoog oprijzend woud van vergulde zuilen die eindigden onder een kleine koepel waarvan de zijkanten waren versierd met wolken en cherubijnen.
‘Wat mooi,’ fluisterde ze en ze wendde zich tot Anthony.
‘Ja, maar helaas wat verwaarloosd. Ik kom hier zelden. Alsjeblieft,’ zei hij en hij ging zitten in een kerkbank, ‘loop gerust een beetje rond.’
Dat deed Rebecca. Ze genoot van de rustige sfeer en voelde het gewicht van de geschiedenis die de kapel bevatte. Ze keek omlaag naar de uitgesleten marmeren vloer, een tastbaar bewijs van de vele zielen die hier door de jaren heen troost waren komen zoeken.
Ze draaide zich om en keek naar Anthony. Hij staarde voor zich uit, duidelijk diep in gedachten verzonken. Toen ze hem daar zo alleen zag zitten, voelde ze zijn kwetsbaarheid. Ze liep naar hem toe en ging naast hem zitten in de kerkbank. ‘Geloof je in God, Anthony?’
‘Mijn overgrootmoeder Maud was heel religieus. Zij heeft mijn moeder opgevoed als strenge katholiek. Omdat Maud nog leefde toen ik werd geboren, gebeurde dat ook met mij. Persoonlijk geloof ik er niet in. Nooit gedaan ook, om eerlijk te zijn, al deed ik alsof als zij erbij was. Ben jij gelovig?’
‘Ik ben nooit zo met religie bezig geweest. Het was geen onderdeel van mijn jeugd, in ieder geval.’
‘Het was nogal een groot onderdeel van de mijne, al heb ik er nooit dieper over nagedacht dan jij. Het was gewoon een routine en betekende niets voor mij. Doodsaai, als een natuurkunde- of wiskundeles. Eerlijk gezegd zie ik alleen de ellende die godsdienst door de eeuwen heen heeft veroorzaakt. En Mauds obsessieve gedrag heeft mijn familie ook weinig goed gedaan. Ze was geen… warm iemand. Maar ja.’ Hij wendde zich tot Rebecca met een droevige glimlach. ‘Ben je uitgekeken?’
‘Ja. Dank je wel dat je me hier mee naartoe hebt genomen. Ik voel me bevoorrecht dat ik het heb mogen zien.’
‘Het genoegen is geheel aan mij,’ verzekerde hij haar ernstig.
‘Waar liggen je voorouders begraven?’ vroeg Rebecca. Ze hoopte dat het niet in een gewelf onder hun voeten was.
‘In wat ik beschouw als een afschuwelijk gebouwtje in een bosje in het park. Ik kan je nu meenemen naar het mausoleum, als je dat wilt,’ bood Anthony aan toen ze terugliepen over de lange galerij.
‘Eerlijk gezegd heb ik een zware hoofdpijn. Misschien een andere keer.’
‘Goed. Ik hoop dat je je goed genoeg voelt om mij en onze jonge Indiase vriend morgen te vergezellen. Mrs. Trevathan verzorgt altijd een behoorlijke lunch.’
‘Ja, natuurlijk. Ik voel me vast beter als ik gerust heb.’
‘Rebecca, ik…’ Anthony keek haar even aan en schudde toen zijn hoofd. ‘Niets. Ik hoop dat je je morgen beter voelt. Is er iets wat je nodig hebt?’
‘Alleen wat slaap.’
‘Ik ga weer naar mijn tuin. Bedankt voor de plezierige dag.’
Anthony liep in de richting van het terras en Rebecca ging naar boven. Ze sloot de deur achter zich, nam wat ibuprofen en ging op haar bed liggen. Ze verlangde er even naar dat ze in een hotel was en een niet-storen-bordje aan haar deur kon hangen. Ze sloot haar ogen en deed haar best zich te ontspannen.