2
‘Lords, lady’s, dames en heren, mag ik jullie welkom heten in Astbury Hall, zoals jullie allemaal kunnen zien de perfecte locatie om The Still of the Night op te nemen. Ik voel me in ieder geval vereerd om in een van de mooiste landhuizen van Engeland te mogen filmen en ik hoop dat onze tijd hier met elkaar gelukkig en productief mag zijn.’
Robert Hope, de regisseur, glimlachte welwillend naar de verzamelde cast. ‘Ik zou denken dat deze oude muren moeten kraken van de grote hoeveelheid talent en ervaring die op dit moment hier bij elkaar zit. Veel van jullie kennen elkaar al, maar ik wil een speciaal woord van welkom uitspreken voor Rebecca Bradley, die ons komt versterken vanuit Amerika om ons, stoffige, oude Britten, wat Hollywoodglamour bij te brengen.’
Alle ogen richtten zich op Rebecca, die zich in een hoekje schuilhield, overweldigd door de aanblik van zoveel iconische Engelse acteurs bij elkaar. ‘Hallo,’ zei ze blozend en ze lachte verlegen.
‘Ik draag jullie nu over aan Hugo Manners, wiens fantastische scenario het beste van jullie allemaal naar buiten zal brengen,’ vervolgde Robert. ‘We zullen jullie later het definitieve script uitreiken, vers van de pers. Steve, de productiemanager, zal jullie tijdschema’s overhandigen. Het enige wat mij rest jullie te zeggen is: op een succesvolle opname van The Still of the Night! Hier is Hugo.’
Er klonk applaus toen Hugo Manners, een met een Oscar bekroonde scenarioschrijver, opstond. Rebecca luisterde maar half naar wat hij te vertellen had. Ze voelde zich opeens overweldigd door wat ze op zich genomen had. Ze maakte zich nog het meest zorgen om haar accent. Ze had in New York lessen genomen in dictie en uitspraak en had de afgelopen twee maanden haar best gedaan om in haar dagelijks leven als een Engelse te praten. Ze wist echter maar al te goed dat ze door deze rol te accepteren haar hoofd boven het maaiveld had gestoken en dat ze heel goed zou kunnen worden neergemaaid. Er was niets wat de Britse media leuker vonden dan de prestaties van een Amerikaanse actrice die de rol van een Engelse speelde belachelijk maken. En zeker als het ging om een actrice die commercieel zoveel succes gehad had als zij.
Het leek niet uit te maken of ze een beurs had gekregen voor de Juilliard School in New York en de beste actrice van haar jaar was geweest in haar rol van Beatrice in een productie van Shakespeares Much Ado About Nothing. Elke actrice in Hollywood vond zichzelf ‘serieus’, ook al had ze de modelroute gevolgd, iets wat voor Rebecca zeker niet gold. Ze wist dat dit haar kans was om zichzelf te bewijzen als klassiek opgeleide actrice, om de sprong te maken naar een kritischer publiek.
Er klonk weer applaus toen Hugo klaar was met zijn praatje en Steve, de productiemanager, begon het nieuwe script uit te delen, met een persoonlijk programma voor ieder van hen.
‘Je zult wel blij zijn te horen dat we je morgen niet nodig hebben op de set, Rebecca. Je hebt een ochtend bij de Garderobe met de kostuumontwerper en haar team om je garderobe te passen, en daarna willen Haar en Make-up je zien. Robert heeft voorgesteld dat je een uur met de stemcoach neemt om je tekst door te nemen voor de eerste opnamedag.’
‘Dat is goed. Heb je enig idee wanneer ik naar mijn hotel kan worden gebracht? Ik zou graag mijn spullen uitpakken en mezelf installeren.’
‘Die fotografen hangen er blijkbaar nog altijd rond. Voor vanavond heeft Lord Astbury ermee ingestemd dat je hier blijft. Ondertussen zoeken wij iets onopvallends voor je, waar je kunt verblijven. Je boft maar!’ voegde Steve er lachend aan toe. ‘Dit is wel iets luxueuzer dan het kamertje boven de plaatselijke pub dat aan mij is toegewezen. En het betekent ook dat je alle gelegenheid hebt om de sfeer hier op te snuiven.’
Een bijzonder knappe man met gebeeldhouwde trekken liep naar hen toe en stak zijn hand uit. ‘Miss Bradley? Ik ben James Waugh. Ik speel Lawrence en volgens mij hebben wij een paar, hoe zal ik het zeggen, intieme scènes met elkaar.’ Hij knipoogde naar haar en Rebecca merkte zijn natuurlijke charme en expressieve blauwe ogen op, die hem ongetwijfeld vooruit hadden geholpen binnen de wereld van de jonge Britse acteurs.
‘Aangenaam je te ontmoeten, James,’ zei ze. Ze stond op om zijn hand aan te nemen.
‘Arme schat,’ zei hij meelevend. ‘Je verkeert vast in shock, net uit Amerika aangekomen en meteen geconfronteerd met al die heisa over je verloving met Jack Heyward.’
‘Ik…’ Rebecca wist niet zo goed wat ze moest zeggen. ‘Inderdaad,’ voegde ze er ten slotte halfslachtig aan toe.
‘Gefeliciteerd, trouwens!’ James hield nog steeds haar hand vast. ‘Hij is een gelukkig man.’
‘Dank je,’ antwoordde ze stijfjes.
‘Als je op welk moment dan ook onze scènes samen wilt doornemen voor de opnames, aarzel dan niet me dat te laten weten. Ik ben zelf doodsbang,’ vertrouwde hij haar toe. ‘Het is bijzonder imponerend om met al die grootheden uit de film en het theater samen te werken.’
‘Nou, hè,’ stemde Rebecca met hem in. Ze begon hem al wat aardiger te vinden.
‘Ik weet zeker dat jij het geweldig zult doen, en, als je behoefte hebt aan wat gezelschap nu we hier in dit gat in de rimboe zitten, laat het maar weten.’
‘Dat zal ik doen. Dank je wel.’
James zond haar nog een betekenisvolle blik, liet toen haar hand los en liep weg.
Rebecca was te verlegen om zich onder de andere acteurs te mengen, ze ging weer zitten en bestudeerde haar schema. Het was haar opgevallen dat James haar met haar verloving had gefeliciteerd en in één adem duidelijk had gemaakt dat hij haar graag beter wilde leren kennen.
‘Rebecca, de cast en de crew gaan dadelijk terug naar het hotel voor het diner,’ zei Steve, die plotseling naast haar opdook. ‘De locatiecateraars komen hier morgenochtend vroeg, maar ik zal je nieuwe beste vriendin, Mrs. Trevathan, vragen of ze voor vanavond iets voor je wil maken in de keuken. Ze was erg met je begaan, zei dat je meer moest eten.’
‘Dat is lief van haar. Ik wilde toch al het nieuwe script doorlezen,’ antwoordde ze.
‘Gaat het, Rebecca?’ Steve keek haar bezorgd aan.
‘Ja hoor. Misschien een beetje last van mijn jetlag en, om eerlijk te zijn, ook wat onder de indruk van al die ongelooflijke acteurs. Ik maak me zorgen dat ik niet aan de standaard voldoe,’ bekende ze.
‘Ik snap het. Misschien helpt het als ik je zeg dat ik al heel lang met Robert werk en dat hij nog nooit een fout heeft gemaakt als hij acteurs kiest voor zijn films. Ik weet dat hij je hoog heeft zitten als actrice. Als dat niet zo was, dan was je hier gewoon niet, hoe beroemd je ook bent. Oké?’
‘Ja, bedankt, Steve,’ antwoordde ze dankbaar.
‘Goed, dan zie ik je morgen. Geniet van je nacht in je paleis. Hier kan niemand je lastigvallen, dat is zeker.’
Steve liep weg en begon zijn kudde acteurs uit de zitkamer te drijven. Toen iedereen weg was, stond Rebecca op. Voor het eerst had ze de kans haar omgeving eens goed in zich op te nemen. De julizon wierp een warme gloed door de enorme ramen en verzachtte het strenge mahoniehouten meubilair waarmee de kamer vol stond. Sofa’s en gemakkelijke stoelen stonden rond een reusachtige marmeren open haard. Rebecca huiverde. Ze voelde de plotselinge kilte van de avond en wilde dat er een vuur in de haard brandde.
‘Daar ben je!’ Mrs. Trevathan verscheen in de deuropening en liep naar haar toe. ‘Steve vroeg me je van avondeten te voorzien. Ik heb nog een stuk zelfgemaakte steak-and-kidneypie en wat piepers over van de lunch van His Lordship.’
‘Piepers?’ reageerde Rebecca verbaasd.
‘Aardappels, liefje,’ zei Mrs. Trevathan glimlachend.
‘Ik heb niet veel honger. Misschien gewoon een salade?’
‘Ja ja.’ Mrs. Trevathan observeerde haar met toegeknepen ogen. ‘Zoals je eruitziet, zou ik zeggen dat je permanent op dieet bent. Vergeef me, Miss Rebecca, maar een zuchtje wind zou je nog omverblazen.’
‘Ik moet inderdaad oppassen,’ antwoordde Rebecca, in verlegenheid gebracht door de welgemeende bemoeizucht van de vrouw.
‘Zoals je wilt, maar je hebt er meer aan als je eens goed eet. Zal ik je maaltijd naar je kamer brengen?’
‘Dat zou heel vriendelijk van u zijn, dank u wel.’
Toen de huishoudster weg was, fronste Rebecca haar wenkbrauwen bij de gedachte aan Mrs. Trevathans instinctieve herkenning van haar eetgewoonten. Ze kon niet ontkennen dat ze voortdurend lette op wat ze at, maar hoe kon het ook anders? Haar carrière hing af van haar slanke figuur.
Ze liep de kamer uit, de grote hal in, om de brede trap te beklimmen die naar haar kamer leidde. Ze stond stil om naar de schitterende koepel boven haar te kijken. Door de kleine glaspanelen in de hoeken ervan vielen lichtvlekken op de marmeren vloer onder haar voeten.
‘Goedenavond.’
Rebecca schrok toen ze het geluid van een mannenstem hoorde en ze draaide zich om. Ze staarde naar de man die bij de voordeur stond in een oeroud tweedjasje en een versleten corduroybroek die hij in zijn rubberlaarzen had gestopt. Zijn grove, ongekamde haar begon grijs te worden en kon wel een knipbeurt gebruiken. Ze schatte dat hij halverwege de vijftig was.
‘Hallo,’ antwoordde ze aarzelend.
‘Ik ben Anthony, en u bent…?’
‘Rebecca, Rebecca Bradley.’
‘O!’ In zijn ogen was een glimp van herkenning te zien. ‘De Amerikaanse filmster. Ze zeggen dat u heel beroemd bent, maar ik ben bang dat ik nog nooit van u heb gehoord. Films zijn echt niet mijn ding. Sorry.’ Hij haalde zijn schouders op.
‘Verontschuldigt u zich alstublieft niet. Er is geen enkele reden waarom u mij zou moeten kennen.’
‘Nee. Nou ja, ik moet ervandoor.’ De man wiebelde heen en weer op zijn voeten, hij voelde zich duidelijk ongemakkelijk. ‘Ik moet buiten nog het een en ander doen voor het donker wordt.’ Hij knikte kort naar haar en verdween toen door de voordeur.
Rebecca liep door de hal en beklom de trap. Onderweg bewonderde ze de olieverfschilderijen van generaties Astbury’s die aan de muur hingen. Mrs. Trevathan verscheen op de bovenverdieping met een blad en volgde Rebecca naar haar kamer.
‘Alsjeblieft, liefje. Ik heb wat soep voor je en wat vers brood en boter. O, en ik heb er een stuk van mijn Bakewell-taart bij gedaan, met custard.’ Ze haalde de deksel die de pudding had afgedekt met een vrolijke zwaai van het bord.
‘Dank u!’
‘Heb je verder nog iets nodig?’
‘Nee. Dank u wel. Dit is werkelijk een prachtig huis, vindt u niet?’
‘Jazeker, dat is zo. En je hebt geen idee hoeveel opofferingen er moeten worden gedaan om het in stand te houden.’ Mrs. Trevathan zuchtte even.
‘Ik kan me er iets bij voorstellen. Trouwens, ik kwam beneden de tuinman tegen,’ voegde Rebecca eraan toe.
‘Tuinman?’ Mrs. Trevathan trok een wenkbrauw op. ‘Beneden? Binnen?’
‘Ja.’
‘We hebben iemand die eenmaal per week de gazons komt maaien. Misschien zocht hij His Lordship. Nou, ik laat je met rust, dan kun je eten. Hoe laat wil je morgenochtend je ontbijt?’
‘Ik ontbijt eigenlijk nooit, maar misschien kunt u wat vruchtensap en yoghurt brengen.’
‘Ik zal kijken wat ik kan doen.’ Mrs. Trevathan snoof duidelijk afkeurend toen ze naar de deur liep, maar draaide zich toen om om de jonge vrouw nog even vriendelijk toe te lachen. ‘Welterusten voor straks. Slaap lekker.’
‘Welterusten.’
Rebecca at de prei- en aardappelsoep en al het dik met boter besmeerde brood smakelijk op. Daarna had ze nog steeds trek, dus probeerde ze een klein hapje van de vreemde pudding die Mrs. Trevathan voor haar had achtergelaten. Hij was zo lekker dat ze die ook opat. Daarna ging ze met een schuldgevoel op het bed liggen. Ze moest er geen gewoonte van maken om dat zware Engelse eten te verslinden, hoe goed het haar ook smaakte.
Toen haar maag weer tot rust was gekomen, rolde ze van het bed en pakte haar tas. Ze haalde voorzichtig haar telefoon eruit en zette hem aan. Ze drukte op de knop om haar berichten op te halen en hield de telefoon aan haar oor. Hij maakte geen contact en toen ze op het scherm keek, zag ze dat er geen signaal was. Ze haalde haar iPad tevoorschijn en zag dat daarvoor ook geen netwerk beschikbaar was.
Er verscheen een aarzelende glimlach om haar lippen. Die ochtend had ze gewenst dat ze ergens was waar niemand haar kon vinden of contact met haar kon maken, en het leek erop dat ze daar in ieder geval voor vanavond in geslaagd was. Ze ging op het bed liggen en keek uit het raam naar de schemering die viel, de zon die langzaam achter de horizon op de heide achter de tuin verdween. Toen drong pas tot haar door dat het enige wat ze kon horen een diepe stilte was.
Rebecca pakte het script van het zijtafeltje en begon het door te lezen. Zij zou Lady Elizabeth Sayers spelen, de mooie jonge dochter van het huis. Het verhaal speelde in 1922, midden in de Jazz Age. Haar vader was vastbesloten om haar uit te huwelijken aan een naburige landeigenaar, maar Elizabeth had andere ideeën. De film richtte zich op de Britse aristocratie in een veranderende wereld, toen vrouwen voorzichtige stappen namen in de richting van emancipatie en de arbeidersklassen hun onderwerping aan de aristocratie niet langer accepteerden. Elizabeth werd verliefd op een dichter, Lawrence, een ongeschikte partij, die ze had ontmoet in de uitgebreide kunstenaarsscene in Londen. De keus die ze moest maken tussen het te schande maken van haar ouders en het volgen van haar hart was een oud verhaal. En toch maakte het geestige en tegelijk ontroerende script van Hugo Manners er een juweel van een rol van.
Zoals meestal het geval was begonnen de opnames niet aan het begin van het verhaal en Rebecca moest overmorgen haar eerste scène opnemen met James Waugh, die haar ongeschikte dichter speelde. Er zou in de tuin worden gefilmd en de scène bevatte een hartstochtelijke kus. Rebecca zuchtte. Hoe professioneel ze ook was als actrice, of hoe vaak ze ook voor de camera was verleid, ze had er altijd een hekel aan liefdesscènes op te nemen met collega’s die ze nauwelijks kende.
Uit haar ooghoek zag ze een beweging in de tuin beneden. Ze ging naar het raam en zag de tuinman op een bankje zitten. Zelfs van boven gezien voelde ze dat er iets eenzaams aan hem was, iets treurigs. Rebecca keek naar hem, hoe hij daar zat, voor zich uit starend in de toenemende duisternis.
Nadat ze een bad had genomen, kroop Rebecca tussen de gesteven witte lakens. Toen ze daar lag en haar tekst oefende in het afgemeten Britse accent van de jaren twintig, besefte ze dat het deze avond voelde alsof ze echt leefde in de wereld van het filmscript. Er leek zo weinig te zijn veranderd sinds die tijd dat het bijna eng was.
Ze zag dat het inmiddels over tienen was, maar ze was ervan overtuigd dat ze niet zou kunnen slapen vanwege haar jetlag. Toch deed ze het licht uit. Tot haar verbazing sliep ze de hele nacht door en werd ze pas wakker toen Mrs. Trevathan de volgende ochtend om acht uur voor haar neus stond met een ontbijt.
Om tien uur ging ze naar beneden en vond de weg naar de Garderobe om haar kostuums te passen. Jean, de Schotse kostuumontwerpster, zag haar en zei meteen: ‘Jij bent gemaakt voor deze periode. Je hebt echt een ouderwets gezicht. En… ik heb een verrassing voor je.’
‘Echt?’
‘Ja. Ik praatte gisteren met de huishoudster en zij vertelde me dat er boven een grote collectie japonnen uit de jaren twintig hangt, in een van de slaapkamers. Blijkbaar zijn ze gedragen door een al lang overleden familielid van de huidige Lord Astbury en zijn ze al die jaren niet van hun plaats geweest. Ik vroeg of ik even mocht kijken, gewoon uit persoonlijke interesse, en natuurlijk ook,’ ze knipoogde naar Rebecca, ‘om te zien of er iets bruikbaars was dat jou zou passen. Het zou geweldig zijn om ze in de film te gebruiken.’
‘Zeker,’ knikte Rebecca.
‘En…’ Jean trok met een groots gebaar een zijden drapering weg van een kledingrek, ‘moet je dit eens zien!’
Rebecca hapte naar adem toen een rij schitterende japonnen tevoorschijn kwam. ‘Wow!’ fluisterde ze. ‘Wat mooi!’
‘En perfect onderhouden. Je zou nooit zeggen dat ze negentig jaar oud zijn. Er zijn er veel bij van Franse ontwerpers uit die tijd, zoals Lanvin, Vionnet en Patou. Wat een goudmijn!’ merkte Jean op toen ze samen de japonnen op het rek bekeken en ze een voor een tevoorschijn haalden en bewonderden. ‘Op een veiling zouden ze een fortuin opbrengen. Ik kan gewoon niet wachten om te zien of ze jou passen. Vast wel, als ik jouw maten zie. Het lijkt erop dat de oorspronkelijke eigenaresse van deze jurken precies dezelfde maten en lengte had als jij.’
‘Maar mag ik ze dragen, ook al passen ze?’ vroeg Rebecca.
‘Wie weet? De huishoudster klonk erg twijfelachtig en zei dat ze het Lord Astbury moest vragen. Maar we moeten eerst weten of ze passen. Dan kijken we wel verder.’ Jean haalde een jurk van het rek. ‘Wat denk je bijvoorbeeld van deze voor je eerste scène met James Waugh morgen?’
Tien minuten later bekeek Rebecca zichzelf in de spiegel. Sinds haar Juilliard-tijd had ze niet meer zulke periodekostuums gedragen; haar rollen in Hollywood waren altijd van jonge, moderne vrouwen geweest; meestal in jeans en T-shirt. De Lanvinjurk die ze nu aan had was van zijde gemaakt, met een laagje chiffon en geborduurd met kralen. De asymmetrische zoom golfde rond haar enkels als ze liep.
‘Oké, al moet ik op mijn knieën smeken, ik ga die Lord Astbury ervan overtuigen dat hij me een paar van deze jurken laat gebruiken,’ zei Jean vastbesloten. ‘Laten we de volgende eens proberen.’
Nadat Rebecca in een schitterende reeks japonnen had geparadeerd, die haar stuk voor stuk als gegoten zaten, grijnsde Jean naar haar. ‘Volgens mij ben je klaar. Ik spreek zo snel mogelijk met de huishoudster. Lieverd, je zult eruitzien als een droom,’ merkte ze op toen ze Rebecca uit de laatste jurk hielp. ‘Als je langs Haar en Make-up bent geweest, ben je een echte jarentwintigschoonheid!’ Ze knipoogde samenzweerderig naar Rebecca. ‘Je vindt ze verderop in de gang, rechts.’
‘Ik denk dat ik een gps nodig heb in dit huis,’ zei Rebecca lachend toen ze naar de deur liep, ‘ik verdwaal voortdurend.’
Ze verliet de Garderobe en liep door de gang tot ze bij Haar en Make-up was. Toen ze in een stoel voor de spiegel was gaan zitten, nam een van de haarstylisten een glanzende lok van Rebecca’s dikke, donkere haar in haar handen.
‘Wat vind je ervan als we het morgen knippen en verven?’ vroeg ze.
Dit was een van de hangijzers geweest bij haar impresario, Victor, toen het contract werd gesloten; een van de voorwaarden was dat Rebecca’s lange haar in een jarentwintigbob zou worden geknipt en blond geverfd om bij de haarkleur van de actrice die haar moeder speelde te passen.
‘Dat is goed.’ Rebecca haalde haar schouders op. ‘Het groeit toch weer aan?’
‘Natuurlijk. En als de opnames voorbij zijn, kunnen we het zo weer in je oorspronkelijke kleur verven. Fijn om te zien dat je er niet zo moeilijk over doet,’ zei de haarstyliste goedkeurend. ‘Veel actrices doen dat wel. Bovendien vind je de stijl misschien wel wat. Je hebt het perfecte hoofd voor een bob.’
‘En misschien herkent niemand me meer als blondine,’ overwoog Rebecca.
‘Helaas, ik ben bang dat dat je niet gaat helpen,’ wierp de visagiste tegen die op een stoel tegenover Rebecca was gaan zitten. ‘Dat gezicht van jou verraadt je altijd. Vertel eens, hoe is Jack Heyward in het echt? Hij is zo goddelijk op het scherm. Ziet hij er ’s ochtends vroeg ook zo uit?’ zei ze plagend.
Rebecca dacht erover na. ‘Hij ziet er ’s ochtends eigenlijk best goed uit.’
‘Vast wel!’ Het make-upmeisje lachte. ‘Je kunt het vast niet geloven dat je echt met hem gaat trouwen!’
‘Weet je? Je hebt gelijk, ik geloof het echt niet! Ik zie jullie morgenvroeg voor de knipbeurt.’ Ze lachte om de ironie van haar woorden te verhullen en stond op. Voor ze de kamer verliet, zwaaide ze naar de twee. Ze keek op haar horloge en zag dat het nog maar drie uur was. Dat betekende dat ze nog twee uur had voor haar afspraak met de stemcoach.
Een van de kleedsters had haar gezegd dat het blijkbaar mogelijk was om een signaal op haar mobiele telefoon te ontvangen als je in de richting van de heide liep. Ze rende naar boven om haar telefoon te halen. De opnames waren al begonnen in de zitkamer en toen ze door de openslaande deuren in de eetkamer het terras op liep, kreeg ze een raar gevoel in haar maag bij de gedachte dat zij morgen degene zou zijn die voor de camera stond.
Rebecca daalde de afbrokkelende bakstenen traptreden af de tuin in en liep er in een flink tempo doorheen. Ze ging op het bankje zitten waar ze gisteren de tuinman had zien zitten en probeerde opnieuw haar telefoon die nog steeds nauwelijks een signaal ontving.
‘Verdorie!’ zei ze, toen haar voicemail nogmaals weigerde verbinding te maken.
‘Alles in orde?’
Rebecca schrok van de stem en keek in de richting van de rozenperken waar ze de tuinman die ze gisteravond was tegengekomen bezig zag met een snoeischaar.
‘Ja, niets aan de hand. Mijn telefoon heeft alleen geen bereik.’
‘Sorry. We hebben hier een vreselijk slechte verbinding.’
‘Misschien is het niet eens zo slecht om afgesneden te zijn van de wereld. Eigenlijk vind ik het wel prettig,’ vertrouwde ze hem toe. ‘Vindt u het prettig om hier te werken?’ vroeg ze beleefd.
Hij keek een beetje gek, maar knikte toen. ‘Zo heb ik er nog nooit over nagedacht, maar ik denk het wel. Ik kan me niet voorstellen ergens anders te zijn, in ieder geval.’
‘Het moet de droom zijn van elke tuinman. Die rozen zijn schitterend. Zulke prachtige kleuren – vooral die u daar aan het snoeien bent. Zo’n prachtig diep, fluwelig paars, het lijkt wel zwart.’
‘Ja,’ knikte hij. ‘Dat is de nachtroos en het is een nogal mysterieuze plant. Hij is hier al zo lang als ik hier ben en zou al vele jaren geleden moeten zijn doodgegaan. Toch bloeit hij elk jaar weer trouw alsof hij net is neergezet.’
‘Ik heb in mijn flat alleen wat potplanten,’ merkte Rebecca op.
‘Houdt u ook van tuinieren?’
‘Als kind had ik mijn eigen stukje in de tuin van mijn ouders. Ik vond dat altijd een heel troostrijk plekje.’
‘Het is zeker een goed gevoel om controle uit te oefenen over het land. Het helpt tegen de stress,’ zei de tuinman, instemmend knikkend. ‘Hoe vindt u het hier, vergeleken met Amerika?’
‘Het is compleet anders dan waar ik ook maar geweest ben, maar ik heb net lekkerder geslapen dan ik in jaren heb gedaan. Het is hier zo vredig. Later vandaag word ik naar een hotel verhuisd. Ik denk niet dat Lord Astbury zin heeft in gasten in zijn huis. Eerlijk gezegd,’ bekende Rebecca, ‘zou ik liever willen blijven. Ik voel me hier veilig.’
‘Nou, je weet maar nooit. Misschien verandert Lord Astbury van gedachten. Trouwens,’ hij wees naar haar mobiele telefoon, ‘als u het aan Mrs. Trevathan vraagt, kunt u misschien wel de vaste lijn in zijn studeerkamer gebruiken.’
‘Oké, bedankt, ik zal het vragen,’ zei Rebecca en ze stond op. ‘Ik zie u vast nog wel.’
‘Hier,’ de tuinman knipte een enkele tak met een perfecte nachtroos voor haar af, ‘iets moois om naar te kijken in uw kamer. De geur is heerlijk.’
‘Dank u,’ zei Rebecca. Ze was geraakt door het gebaar. ‘Ik zet hem meteen in water.’
Ze vond Mrs. Trevathan in de keuken en legde uit dat ze een vaas nodig had voor haar roos en dat de tuinman had gezegd dat er een telefoon in de studeerkamer was. Mrs. Trevathan ging haar voor naar een kleine, donkere kamer met boekenplanken. Op het bureau lagen stapels slordig opgehoopte papieren.
‘Alsjeblieft. Maar maak het niet te lang als je met Amerika belt. His Lordship krijgt een beroerte als hij de telefoonrekeningen ziet.’
Toen Mrs. Trevathan de kamer uit was, dacht Rebecca dat ‘His Lordship’ klonk als een boeman.
Ze ging zitten en zocht het nummer op in haar mobiel. Toen nam ze de hoorn van de stokoude telefoon, die nog een draaischijf had met cijfers erop. Ze moest even kijken hoe hij werkte, stak toen haar vinger in de gaten en draaide de cijfers op de schijf om Jack te bellen. Ze voelde zich opgelucht toen ze hoorde dat ze direct zijn voicemail kreeg.
‘Hai, ik ben het. Ik ben ergens waar geen internet is en ook geen mobiel bereik. Ik verhuis later vandaag naar een hotel. Dan zal ik contact met je opnemen. Het gaat goed met me. Ik…’ Rebecca zweeg even. Ze dacht erover na wat ze tegen hem moest zeggen, maar het onderwerp was zo groot en complex dat ze niet direct woorden vond om het te beschrijven. ‘Ik bel je snel. Dag!’
Ze bracht de hoorn nogmaals naar haar oor, koos het nummer van Victor, haar impresario, en liet een vergelijkbaar bericht achter op zijn voicemail.
Vervolgens verliet ze de studeerkamer en ging op zoek naar Steve. Ze wilde van hem weten waar ze nou uiteindelijk zou verblijven tijdens de opnames. Ze vond hem bij de vrachtwagen van de setcatering die op het erf naast het huis stond opgesteld.
‘Ik weet het, ik weet het, Rebecca. Je wilt weten waar je naartoe gaat,’ zei Steve. Hij voelde zich duidelijk overvallen. ‘Ik wilde net naar je toe gaan met hopelijk goed nieuws. Lord Astbury kwam vijf minuten geleden naar me toe en zei dat het goed was als je hier tijdens de opnames wilt blijven. Ik ben wel verbaasd, omdat hij eerder niet zo voor het idee te vinden was,’ merkte hij op. ‘We hadden een keurige bed and breakfast voor je gevonden in een van de nabijgelegen dorpen, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat die accommodatie aan jouw normen voldoet. En er is natuurlijk geen garantie dat de pers je daar uiteindelijk niet toch vindt. Zeg jij maar wat je wilt.’
‘Oké, mag ik erover nadenken?’ Ze hield van de veiligheid en de rust van haar huidige accommodatie, maar ze wist niet zeker of ze die wel wilde delen met de tot nu toe onzichtbare Lord Astbury.
‘Ja,’ zei Steve toen zijn walkietalkie kraakte. ‘Neem me niet kwalijk, Rebecca, maar ze hebben me nodig op de set.
In haar kamer nam Rebecca haar tekst nog eens door, in voorbereiding op haar afspraak met de stemcoach over een half uur. Ze stond op en staarde naar buiten. Ze voelde zich werkelijk veilig hier. Meer dan wat ook had ze rust en stilte om zich heen nodig om zich op haar rol te concentreren. Hij zou haar toekomstige carrière kunnen maken of breken.
Na de sessie met de stemcoach zocht Rebecca Steve en vond hem op het terras. Ze zei hem dat ze het heerlijk zou vinden om in Astbury Hall te blijven.
‘Gezien hoe het er nu voorstaat, is dat waarschijnlijk het enige verstandige wat je kunt doen,’ antwoordde Steve. Hij was blij dat het probleem was opgelost. ‘En Mrs. Trevathan zei ook nog dat ze je ’s avonds best van avondeten wil voorzien. Ze lijkt je onder haar vleugels te hebben genomen.’ Hij glimlachte.
‘O, ik eet ’s avonds toch nauwelijks iets, dus…’
‘Hallo daar,’ zei een stem achter hen.
Rebecca zag dat de tuinman de treden van het terras beklom en naar hen toe liep.
‘Goedemiddag, Lord Astbury. Rebecca heeft gezegd dat ze graag wil blijven,’ zei Steve. ‘Het is heel vriendelijk van u dat u voor haar een uitzondering wilt maken.’
‘Noem me alsjeblieft Anthony,’ zei de man.
Rebecca was geschokt en keek eerst naar Steve en toen naar Anthony.
‘Misschien kunt u mij ’s avonds, als iedereen weg is, wat helpen met het werk in de tuin,’ zei hij met een ironische ondertoon in zijn stem.
‘Ik… dus ú bent Lord Astbury?’ stotterde ze onhandig.
‘Ja, maar, zoals ik net al tegen Steve zei, iedereen noemt me Anthony.’
Rebecca voelde hoe haar wangen begonnen te gloeien. ‘Ik voel me zo opgelaten, ik wist niet wie u was.’
‘Nee, nou ja, misschien zag ik er niet zo uit als je verwachtte,’ antwoordde Anthony rustig. ‘Het is tegenwoordig helaas zo dat de arme adel zonder geld zelf het vuile werk moet doen. Geen smoking voor ons. Als jullie mij nu willen verontschuldigen, ik moet nog enkele goudenregenstruiken verzorgen.’
Hij liep weg en verdween om de hoek van het huis.
‘O, Rebecca!’ Steve gooide zijn hoofd in zijn nek en lachte. ‘Klassiek! Ik weet niet hoe het bij jullie in de States gaat, maar de moderne aristocratie hier in Engeland ziet er vaak het onverzorgdst uit. Het is zo’n beetje hun statussymbool geworden om hun oudste kleren aan te trekken en in stokoude auto’s rond te rijden. Geen zichzelf respecterende edelman piekert erover om zich thuis op te doffen. Dat is not done.’
‘Oké,’ antwoordde Rebecca. Ze voelde zich dom en heel erg buitenlands.
‘Hoe dan ook, je onwetendheid heeft je blijkbaar geen windeieren gelegd,’ vervolgde Steve. ‘Je hebt er een onbeperkte uitnodiging om hier te blijven logeren aan te danken.’
James Waugh verscheen en slenterde naar hen toe. ‘Rebecca, ik wilde je net vragen of je vanavond iets te doen had. Ik dacht, misschien kunnen we ergens een hapje gaan eten en elkaar iets beter leren kennen. We hebben morgenochtend onze eerste opname samen en die is nogal – hoe zal ik het zeggen – persoonlijk.’ Hij grijnsde ondeugend naar haar.
‘Eigenlijk wilde ik vroeg gaan slapen,’ antwoordde ze.
‘Graham kan je vast ophalen, dus dat hoeft geen belemmering te zijn.’
‘Ik… liever niet. De pers…’
‘Allemaal foetsie. Sinds vanochtend,’ zei James. ‘En je kunt toch niet toestaan dat al dat beroemdheidsgedoe je in je werk dwarszit?’
‘Nee. Nou, goed dan,’ zei Rebecca ten slotte. Ze wilde niet hooghartig overkomen.
‘Goed.’ James glimlachte. ‘Dan zie ik je om acht uur in het hotel. En maak je geen zorgen. Ik vraag om een discreet tafeltje.’
Toen James weg was, keek Steve Rebecca veelbetekenend aan. ‘Volgens mij heb je daar ook succes. Kijk uit met hem. Hij heeft de reputatie van een stoute jongen.’
‘Doe ik. Dank je, Steve.’ Ze liep weg, haar hoofd omhoog.
Toen ze weer in haar kamer was, werd er op de deur geklopt.
‘Kom binnen.’
Het was Mrs. Trevathan. ‘Sorry dat ik je stoor, Rebecca, maar ik hoor dat je His Lordship hebt ontmoet.’
‘Ja, dat is zo,’ zei Rebecca zacht, terwijl ze verderging met het ophangen van de weinige kledingstukken die ze had meegenomen in de oude mahoniehouten kledingkast.
‘Laat mij dat maar doen,’ zei Mrs. Trevathan.
‘Nee, het geeft niet, ik…’
‘Ga lekker zitten. We praten wel terwijl ik je spullen opberg.’
Rebecca gaf toe en ging op de rand van het bed zitten, terwijl Mrs. Trevathan de rest van de inhoud van haar koffer opruimde.
‘Je hebt niet veel meegenomen, hè, lieverd?’ merkte ze op. ‘Maar goed, ik kwam om te zeggen dat His Lordship je heeft uitgenodigd om vanavond samen met hem te dineren. Hij eet altijd precies om acht uur.’
‘O nee, ik ben bang dat dat niet gaat. Ik heb al een afspraak.’
‘Ach, dat zal His Lordship teleurstellen. En dat nadat hij zo vriendelijk is geweest je hier onderdak te bieden.’
Rebecca hoorde de afkeuring in de stem van de huishoudster. ‘Wilt u mij bij hem verontschuldigen? Zeg hem dat ik de uitnodiging heel graag een andere avond aanneem,’ zei ze zacht.
‘Dat zal ik doen. Hij vindt het echt niet prettig om mensen in zijn huis te hebben. His Lordship heeft rust nodig. Veel rust. Maar een kat in nood maakt rare sprongen.’
‘Wat bedoelt u?’
‘Ik bedoel, lieverd, dat hij het geld van de film hard nodig heeft om zijn huis draaiende te houden,’ legde Mrs. Trevathan uit.
‘Ik begrijp het. Heeft Lord Anthony eigenlijk familie?’ informeerde ze voorzichtig.
‘Nee, dat heeft hij niet.’
‘Dus hij woont hier alleen?’
‘Ja. Goed, dan zie ik je morgenochtend. Vroeg, heb ik begrepen. Kom niet te laat thuis, lieverd. Je moet morgen fris zijn.’
‘Dat zal ik niet doen, dat beloof ik. Dank u, Mrs. Trevathan.’ Rebecca vond het helemaal niet erg dat de oudere vrouw een beetje over haar moederde.
Haar vroege jeugd was geen tijd waar Rebecca graag aan terugdacht. Heel weinig mensen, zelfs haar impresario niet, kenden de waarheid over haar verleden. Ze had er Jack op een avond, toen ze op vakantie waren in het herfstige, winderige Nantucket, een keer over verteld.
Hij had haar vastgehouden toen ze huilde en teder de tranen van haar wangen geveegd.
Rebecca schudde haar hoofd en zuchtte. Ze had toen echt het gevoel gehad dat Jack van haar hield. Ze stond op en liep heen en weer over de krakende vloer. De herinnering was zo in tegenspraak met het meer recente verleden, waarin hij high, onsamenhangend en agressief was geweest. Niet voor de eerste keer wenste ze met haar hele hart dat ze gewoon twee doorsnee mensen waren, zoals dat weekend, goed ingepakt tegen de kou en door niemand herkend. Gewoon een jongen en een meisje die verliefd op elkaar waren.
Rebecca schoof die gedachten opzij en zag dat ze minder dan een uur had voor ze met haar collega-acteur uit eten zou gaan.