20

De volgende dag had iedereen op de set het over Jacks onverwachte komst in de nacht. De make-upmeisjes gingen bijna van hun stokje toen hij hun ruimte binnenkwam, op zoek naar Rebecca. Ze zag hoe hij met hen flirtte en ze allemaal om zijn vinger wond.

‘Jij geluksvogel,’ zei Chrissie, het hoofd van de visagistes. ‘Hij is in het echt nog knapper dan op het witte doek,’ merkte ze op nadat Jack Rebecca een kus op haar voorhoofd had gegeven en was vertrokken naar de cateringwagen om te ontbijten.

‘Wanneer is híj verschenen?’ vroeg James toen ze een uur later hun plaats innamen op de set. ‘Je hebt gisteravond niet gezegd dat hij zou komen.’

‘Dat wist ik ook niet. Hij stond op me te wachten toen ik uit de auto stapte. Helaas zag hij dat jij me omhelsde en dacht onmiddellijk het ergste.’ Rebecca zuchtte.

‘Oké. Nou, voordat we over je eer moeten duelleren, ik wil hem met liefde vertellen hoe het zit,’ zei James. ‘Ik vertel hem naar waarheid dat ik heel graag van je charmes gebruik had willen maken, maar dat jij er jammer genoeg niets van wilde weten.’ Hij grijnsde naar haar. ‘Hij is echt een knappe kerel. Als ik van het competitieve soort was geweest, had ik me bedreigd gevoeld. Gelukkig is dat niet zo.’

Tegen lunchtijd had Jack zijn gewone uitbundigheid herwonnen en genoot hij van de aandacht die hij kreeg.

‘Ik ben blij dat ik ben gekomen, Becks,’ zei hij en hij sloeg het bier achterover dat Steve voor hem had weten te bemachtigen. ‘Dit is een fijne groep, met wie je werkt.’

‘Ja, iedereen is erg hartelijk.’

‘En ik kan niet wachten tot ik mijn handen onder je rok kan krijgen en die zijden kousen en die jarretels kan voelen,’ fluisterde hij in haar oor. ‘Je haarkleur is ook geweldig. Het is alsof ik een nieuw meisje heb!’

Na de lunch trok Jack Rebecca mee naar binnen. ‘Kom, tijd voor een dutje,’ zei hij toen ze de trap naar haar kamer op liepen.

‘Rebecca, wil je zo vriendelijk zijn om mij voor te stellen aan je gast?’ zei een strenge stem achter hen.

‘Hallo, Anthony,’ zei Rebecca. Ze draaide zich om en probeerde geen schuldig gezicht te trekken. ‘Het spijt me dat ik nog niet de gelegenheid heb gehad om mijn vriend aan je voor te stellen. Hij stond gisteravond laat opeens voor mijn neus en Mrs. Trevathan zei dat je al sliep. Dit is Jack Heyward. Jack, mag ik je voorstellen aan Lord Anthony Astbury.’

‘Hallo, sir… ik bedoel Lord Astbury,’ zei Jack. Zijn gebruikelijke zelfverzekerdheid had hem even verlaten. Hij liep de trap af en stak zijn hand uit naar Anthony. ‘Dank u dat ik hier zonder aankondiging kon blijven slapen.’

Anthony bekeek hem met een uitdrukkingloos gezicht. ‘Het lijkt niet dat ik daar iets over te zeggen heb, maar u bent niettemin welkom.’

‘Dank u. En ik vind het prima om met Becks naar een hotel te vertrekken als dat beter schikt.’

‘Mrs. Trevathan heeft hier al een kamer voor u in orde gemaakt, neem ik aan?’

‘O nee, sir… Your Lordship. Ik heb bij Becks geslapen, ik bedoel, in dezelfde kamer.’

Rebecca wilde giechelen om Jacks gestuntel.

‘Ik begrijp het.’ Anthony trok een wenkbrauw op. ‘Goed, als er nog iets is wat u nodig hebt, vraag het dan aan Mrs. Trevathan. Ik neem aan, Rebecca, dat je niet met ons mee-eet vanavond? Je weet toch dat Mr. Malik komt eten?’

‘Nee, het spijt me, Anthony. Jack en ik moeten een paar dingen bespreken.’

‘Heel goed.’ Hij knikte naar hen en liep weg door de hal.

‘Jezus! Ik dacht dat de huishoudster vreemd was, maar die kerel slaat alles!’ zei Jack toen ze de trap verder beklommen.

‘Echt, hij is heel aardig als je hem leert kennen. Ik denk dat hij niet zo handig is met mensen.’

‘Je bedoelt dat hij een sociopaat is?’ zei Jack lachend toen hij de deur van de kamer opende.

‘Ik bedoel dat hij hier in zijn eentje zijn leven leeft en niet veel met andere mensen omgaat,’ antwoordde ze defensief.

‘Dat bedoel ik, een gek. Hij keurt het duidelijk af dat ik een kamer met je deel. Je kunt me niet wijsmaken dat hij alleen in seks na het huwelijk gelooft,’ zei Jack. Zijn hand ging omhoog langs haar dij naar de bovenkant van haar kousen.

‘Ik denk dat hij helemaal niet in seks gelooft,’ grinnikte Rebecca toen Jack haar op het bed gooide en haar lachen met een kus smoorde.

Later die middag moest Rebecca een ingewikkelde scène opnemen die een paar uur in beslag zou nemen. Jack zei dat hij even naar James’ hotel zou gaan om gebruik te maken van de wifi daar.

‘Je weet het zeker, hè, dat er niets tussen jullie was,’ zei hij toen hij haar op de neus kuste. ‘James stelde voor dat ik wat met hem zou gaan drinken om goed te maken dat hij me gisteravond op het verkeerde been had gezet. Het is goed, Becks, ik geloof je en het spijt me dat ik de verkeerde conclusie trok.’

‘Dat was heel begrijpelijk. Het spijt mij ook.’

‘James zegt dat ik het bier hier moet proberen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een paar glazen wodka.’

‘Veel plezier,’ zei ze toen hij vertrok en ze glimlachte bij zichzelf om de ironie dat Jack het wel met James leek te kunnen vinden. Op een bepaalde manier leken ze erg op elkaar en ze wilde niet denken aan de reactie van de plaatselijke vrouwelijke bevolking als ze samen de hotelbar binnenkwamen.

‘Er zit meer leven in je vanavond.’ Robert knipoogde naar haar toen ze een half uur later op de set verscheen. ‘Ik heb de doorlopen bekeken en je straalt werkelijk. Misschien moeten we voortaan in je contract opnemen dat je verloofde aanwezig moet zijn. Ik plaag alleen maar, hoor. Oké, laten we beginnen.’

Voor de verandering gingen ze deze keer eens heel snel door de scène en om half acht was Rebecca alweer beneden in haar jeans, op zoek naar Anthony. Ze wilde zich verontschuldigen voor Jacks plotselinge komst voordat hij met Ari zou gaan eten. Ze verwachtte hem in de tuin te vinden en liep de treden van het terras af. Op het bankje in de rozentuin trof ze echter Ari. Hij keek naar haar op.

‘Hallo, Rebecca.’

‘Hoi, wat doe je hier nou buiten?’

‘Mrs. Trevathan zei me dat Anthony nog niet beneden was en dat ik in de tuin op hem kon wachten. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ze mij mag.’ Hij zuchtte.

‘Volgens mij mag ze niemand die haar routine verstoort,’ zei Rebecca.

‘Zullen we een eindje lopen?’ Ari stond op.

‘Waarom niet.’

‘Het is hier zo prachtig. Het Engelse platteland is zo…’ Ari zocht naar het juiste woord terwijl ze over het gazon liepen. ‘… sereen. Dat vind je niet in Mumbai.’

‘Of in New York,’ zei Rebecca.

‘Woon je daar?’

‘Ja.’

‘Wat ruimte betreft is het hier zo anders dan in India. De steden in mijn land zijn zo overbevolkt – iedereen vecht voor zijn paar centimeter ruimte. En het lawaai op straat houdt nooit op, dag en nacht. Zelfs in onze tempels zingen en praten de mensen, net als op straat. Het is bijna onmogelijk om ergens rust te vinden.’

‘Ik ben nog nooit in India geweest,’ zei Rebecca. ‘Ik ben zelfs haast nooit buiten de vs geweest. Het is interessant dat je vertelt dat het zo hectisch is. Alle boeken die ik erover gelezen heb vertellen over mensen die ernaartoe gaan om innerlijke rust te vinden.’

‘O ja, dat gebeurt heel veel,’ knikte Ari. ‘Maar als je in één kamer woont met je oudere familieleden, je man en je kinderen en je maar een paar roepies hebt om rijst te kopen, dan moet je wel een sterk geloof hebben. Hier in het westen is geloven in iets wat groter is dan jijzelf misschien niet meer zo nodig. Fysiek comfort – materialisme, zo je wilt – is de vijand van spiritualiteit, denk ik. Als we warm en goed doorvoed zijn, kan onze ziel leeg zijn, maar komen we toch de dag door. En dat is, zoals ik onlangs zelf heb ondervonden, de grootste armoede die er is,’ voegde hij er met een zucht aan toe.

‘Zo heb ik het nog nooit gezien, maar je hebt gelijk.’

‘Misschien ben ik wel naar Engeland gekomen om mijn ziel te vinden,’ zei Ari met een vage glimlach. Hij staarde naar de zich verdiepende amberkleurige gloed van de ondergaande zon.

‘Het is treurig, maar ik ken maar heel weinig mensen die echt gelukkig zijn,’ zei Rebecca. ‘Iedereen is zo hebzuchtig. Ze zijn nooit tevreden met wat ze hebben.’

‘In mijn land leren we dat het nirwana pas kan worden bereikt door je wereldlijke bezittingen los te laten. Als je een arme Indiër bent, heb je toch al nauwelijks iets. Ik denk dat er zoveel afhangt van onze verwachtingen van wat ons leven ons zal brengen. Hoe minder je verwacht, hoe tevredener je bent. Zie je?’ Ari opende zijn armen wijd voor het universum. ‘We creëren onze eigen ashram op het terrein van een landgoed in Engeland.’

Rebecca glimlachte bij de gedachte.

‘Het wordt fris,’ zei hij. ‘Zullen we teruggaan?’

‘Ja.’

‘Eet je vanavond met ons mee?’

‘Nee, ik heb een gast. Mijn vriend kwam gisteravond onverwacht opdagen,’ legde ze uit.

‘Ik begrijp het. En, gegeven ons gesprek op de moors laatst, hoe voelt dat?’ vroeg Ari haar.

‘Het voelt… wel goed. Beter dan ik had verwacht.’

‘Goed. Nou, wens me maar succes voor tijdens het diner. Ik hoop dat Anthony niet te veel van slag is door het verhaal van mijn overgrootmoeder.’

‘Ik weet niet hoe het verder ging, dus dat weet ik niet,’ zei Rebecca toen ze de hal binnenstapten.

‘Ik vertel het je nog weleens, maar als ik niet voortmaak, dan kom ik nog te laat en dat zal mij zeker niet helpen bij mijn zoektocht naar meer informatie.’

‘Succes,’ zei ze en ze liep naar de trap.

‘Dank je!’

Ari draaide zich om en liep de eetkamer binnen.

Anthony keek op toen hij binnenkwam. ‘Hallo, Mr. Malik. Sluit de deur voor je plaatsneemt, ik wil liever niet dat we worden afgeluisterd. Hoe maak je het?’

‘Heel goed, dank je,’ antwoordde Ari en hij deed wat Anthony hem vroeg, waarna hij bij hem aan tafel kwam zitten. ‘En jij?’

‘Eerlijk gezegd, geschokt door wat ik tot nu toe heb gelezen.’

‘Ja,’ zei Ari. Hij voelde Anthony’s spanning.

Anthony schonk wat wijn in Ari’s glas. Hij zuchtte. ‘We moeten het dus over het verleden hebben…’

Engeland

1917