21

Anahita

Toen ik terugkwam op school, concentreerde ik mij op mijn examens. Ik wist dat als ik mij in de Britse medische wereld wilde begeven, mijn resultaten bovengemiddeld moesten zijn. Mijn eindexamen vond plaats in een waas van laat doorwerken, hoofdpijn en piekeren. Ik dacht dat ik het wel goed had gedaan, maar zou mijn resultaten pas aan het eind van de zomer horen.

Direct na het eind van het laatste trimester, voor ik mijn betrekking als kindermeisje van Selina’s kindje aanvaardde, vertrok ik uit Eastbourne met mijn vriendin Charlotte, de domineesdochter, en ging ik met haar mee naar haar huis in Yorkshire. Ik had vele malen tegen haar gezegd dat ik de pastorie waar mijn geliefde Brontë-zusters hadden gewoond zo graag eens wilde zien.

Charlottes vader was in Afrika aan het prediken en je herinnert je misschien dat ik je al vertelde dat haar moeder het voorgaande jaar was overleden. Charlottes tweelingbroer Ned was alleraardigst en zij vergezelden mij allebei vanaf de pastorie in de bus naar de Haworth Moors.

Die avond zaten we met zijn drieën buiten in de mooie pastorietuin en aten we samen.

‘Wat ga jij doen als je klaar bent met je opleiding?’ vroeg ik aan Ned toen we aan de koffie zaten.

‘Helaas zal ik, tenzij deze oorlog snel afloopt, en we betwijfelen nu allemaal dat dat het geval is, binnen zes weken onder de wapenen zijn. Niet zo mijn ding, vechten,’ voegde Ned er berustend aan toe. ‘Ik volg liever het voorbeeld van de Brontës en ga schrijven.’

‘Heb je geen zin om net als je vader dominee te worden?’

‘O nee! Als ik nog een restje geloof bezat voordat deze oorlog begon, dan ben ik dat nu wel kwijt.’

‘O, Ned,’ wierp Charlotte tegen, ‘dat moet je niet zeggen. Ik weet zeker dat de oorlog snel voorbij is.’

‘En we moeten nooit ophouden te geloven, Ned,’ voegde ik eraan toe. ‘Wat hebben we anders nog?’

De volgende dag, toen Charlotte bij een familielid langsging, maakten Ned en ik samen een wandeling op de Keighley Moors. We praatten veel over literatuur en een beetje over filosofie, en hij vroeg naar mijn vroegere leven in India. Ik hield van zijn bedachtzame, zachte karakter en ik moet toegeven dat ik in de maanden daarna veel aan hem heb gedacht. De volgende ochtend nam ik in tranen afscheid van Charlotte op het station van Keighley en begon aan de lange reis naar Devon.

‘Anni! Lieve Anni, welkom!’ Selina sloeg haar armen om mij heen en lachte met oprecht plezier naar me toen ik uit de koets stapte. ‘Kom binnen en het spijt me vreselijk dat ik geen auto voor je naar het station kon sturen. De brandstofrantsoenering heeft er hier echt ingehakt en omdat we zo ver van alles af wonen, moeten we er heel zuinig op zijn. Ik heb jou de kamer naast de kinderkamer op de hoofdverdieping gegeven,’ zei ze toen ze me voorging op de trap. ‘Kleine Eleanor slaapt meestal de hele nacht door, maar het is wel fijn als je vlakbij bent als ze toch wakker wordt.’

‘Bedankt,’ zei ik, overdonderd door haar warme ontvangst. ‘U weet toch wel dat ik weinig ervaring heb met kleine kinderen?’

‘Anni, je hebt geholpen Eleanor op de wereld te zetten! Ik vertrouw je volledig. Kijk eens,’ zei ze toen ze de deur van mijn kamer opende, ‘wat denk je hiervan?’

Ik keek rond in de kamer met zijn prachtige uitzicht op de tuin en de heide daarachter. ‘Hij is prachtig, dank u wel!’

‘Zal ik bellen en vragen of ze thee voor je naar boven brengen?’

‘Eigenlijk ga ik liever naar beneden om mijn vriendinnen in de keuken weer te zien. Ik drink mijn thee daar.’

‘Ik ben zo blij dat je er bent, Anni. Je hebt geen idee wat een nachtmerrie het was om iemand te vinden om me te helpen met Eleanor. De oude kindermeid die moeder voor me had gevonden was afschuwelijk, dus ik heb haar weggestuurd, en daar was moeder helemaal niet blij mee!’ Selina rolde met haar ogen. ‘De afgelopen maanden heb ik zelf voor Eleanor gezorgd. Kom, als je je hebt geïnstalleerd en je iedereen in de keuken hebt begroet, maar naar de kinderkamer.’

Toen ik mijn koffer uitpakte, kon ik het niet nalaten te glimlachen om het idee dat een moeder het zo raar vond om zelf voor haar kind te zorgen. Ik knapte mijzelf op en ging naar beneden, naar de keuken. Het personeel drong zich om mij heen. Mrs. Thomas kwam met thee en koekjes, Tilly omhelsde mij hartelijk en ik voelde mij echt geborgen.

Daarna ging ik weer naar boven om Eleanor te zien in haar kinderkamer. Ze was nu bijna drie jaar oud en een heerlijk, schattig klein meisje met wie ik het onmiddellijk kon vinden. Haar moeder keek toe hoe ik haar in bad deed, haar haar nachtpon aantrok en haar in slaap zong in haar bedje.

‘Je bent een wonder,’ zei Selina toen we op ons tenen de kamer verlieten. ‘Eleanor lijkt direct al dol op je te zijn. Ik dacht, Anni, dat ik, als ze aan je gewend is, misschien naar Londen ga. Ik ben al een jaar lang niet uit dit huis geweest en er zijn zoveel vrienden die ik zou willen zien.’

‘Natuurlijk, Lady Selina. Daarvoor ben ik toch hier? Zolang u mij vertrouwt, kunt u gaan en staan waar u wilt.’

‘Dan doe ik dat misschien wel! Het is hier zo treurig. Ik zou graag willen dat je straks met moeder en mij samen eet. Ik hoor graag hoe het gaat met Minty, Indira en de hele familie in Cooch Behar.’

Ik deed mijn mooiste jurk van Harrods aan en ging naar beneden om in de officiële eetzaal te dineren. Lady Astbury behandelde mij met haar gebruikelijke minachting en sprak nauwelijks een woord tegen mij. Ik wist dat zij het niet prettig vond dat ik, een gewoon kindermeisje, aan haar tafel zat. Selina genoot van mijn verhalen over de tijd die Indira en ik in Londen hadden doorgebracht, toen de maharani erin geslaagd was om op een troepenschip naar Engeland te komen.

‘Moeder, nu Anni hier is om voor Eleanor te zorgen, dacht ik dat ik volgende week wel naar Londen kan gaan, als dat mag?’ stelde Selina voor bij de pudding.

Ik vond het heel erg sneu voor haar dat ze toestemming aan haar moeder moest vragen, terwijl ze zelf een getrouwde vrouw was geweest en haar eigen huishouding had geleid. Het lot had bepaald dat Selina’s onafhankelijke leven was geëindigd voor het goed en wel begonnen was.

‘Als het echt moet, Selina.’ Lady Astbury keek afkeurend. ‘Weet je zeker dat het lukt met het kind, Miss Chavan?’ vroeg ze mij. ‘Ik heb in ieder geval geen tijd om mij ermee bezig te houden.’

‘Natuurlijk, Lady Astbury. Eleanor en ik redden ons wel,’ antwoordde ik.

Een paar dagen later was Selina klaar om naar Londen te vertrekken. Haar gezicht vertoonde een mengeling van opwinding en bezorgdheid toen ze haar reishandschoenen aantrok en in de koets stapte die haar naar het station zou brengen.

‘Vermaak uzelf, Lady Selina. U bent jong en mooi en verdient het om wat plezier te maken na zo’n moeilijke tijd,’ zei ik tegen haar.

‘Dank je, Anni, jij weet altijd de juiste woorden te vinden. Stuur alsjeblieft een telegram naar ons adres in Londen als er problemen zijn met Eleanor.’

‘Dat doe ik,’ zei ik toen ik haar uitzwaaide.

Het pakte zo uit dat Selina, tevreden dat alles naar wens ging met haar dochter, haar verblijf in Londen rekte tot bijna een maand. En wie kon haar dat kwalijk nemen, dacht ik op een avond. Er hing een deken van wanhoop over Astbury. Zelfs ik, die ongemakken zoals het ontbreken van warm water en het afbrokkelende metselwerk aan de buitenkant van het huis, niet snel opmerkte, was me ervan bewust dat het huis in verval was geraakt.

Bovendien was de zoon en erfgenaam van het huis, mijn geliefde Donald, nog altijd in het buitenland aan het vechten. Niemand had in weken iets van hem gehoord, en toen ik naar de stallen liep met Eleanor om de paarden te aaien, leunde ik met mijn hoofd tegen de gladde manen van Glory.

‘Je baasje komt gauw thuis, dat beloof ik,’ fluisterde ik tegen haar.

Toen het augustus werd, zag ik hoe de goudgele tarwevelden bruin werden, omdat ze niet werden gemaaid wegens onvoldoende mankracht om het gewas te oogsten en te dorsen. De schapen op de heidevelden werden niet geschoren en zweetten de zomer door, terwijl hun wol menig soldaat in een ijskoud buitenland warm had kunnen houden.

Aan het hoofd van deze chaos stond de stoïcijnse figuur van Maud Astbury. Ik keek soms naar haar, als ze theedronk op het gazon, elke middag om half vier precies, vervolgens om zes uur naar haar privékapel wandelde en zich niet in haar routine liet storen terwijl het landgoed om haar heen tot stilstand kwam.

Ik probeerde begripvol te zijn en herinnerde mijzelf eraan dat toen zij vijfentwintig jaar geleden met Donalds vader trouwde, het een andere tijd was geweest. Ze was niet opgevoed om in haar eentje zo’n enorme verantwoordelijkheid als Astbury op zich te nemen. Ik legde dit uit aan het personeel, dat mopperde op het feit dat hun bazin niet in staat bleek te zijn de toestand te verbeteren.

‘Dan moet Her Ladyship maar léren hoe ze de boel weer op poten zet,’ merkte Mrs. Thomas op. ‘Als ze niet snel iets doet, is er niets meer over voor de jongeheer als hij thuiskomt!’

‘Laten we hopen dat het niet allemaal op jou neerkomt, Eleanor,’ fluisterde ik op een middag tegen haar toen ik met haar wandelde in de tuin. ‘Ik hoop alleen maar dat mijn geesten het goed hebben voorvoeld en dat je oom veilig en wel terugkomt.’

Halverwege augustus ontving ik de uitslag van mijn eindexamen. Ik was met vlag en wimpel geslaagd en de trage, saaie zomer had mij ervan overtuigd dat ik niet, zoals de andere bewoners van Astbury Hall, van plan was om het einde van de oorlog af te wachten om met mijn leven te beginnen.

Een paar dagen nadat Selina uit Londen was teruggekeerd, ging ik naar haar toe.

‘Lady Selina,’ begon ik. ‘Ik heb besloten dat ik inderdaad wil helpen in de oorlog. Ik heb mij opgegeven voor de Voluntary Aid Detachment.’

‘O jee.’ Selina zag er verslagen uit. ‘De maharani had al gezegd dat je dat misschien ging doen aan het eind van de zomer, maar ik hoopte eigenlijk dat je het was vergeten.’

‘Dat ben ik niet. Ik begin in september met mijn verpleegstersopleiding in Londen. Ik begrijp dat u iemand anders moet vinden om voor kleine Eleanor te zorgen, maar ik heb gemerkt dat Jane, de nieuwe meid uit het dorp, het goed met haar kan vinden en Eleanor lijkt ook op haar gesteld. Ik denk dat zij heel goed de zorg voor haar op zich kan nemen.’

Selina zuchtte diep. ‘Nou, Anni, ik hoop dat je weet waar je aan begint. Een van mijn vriendinnen heeft zich bij de vad aangesloten en zij heeft het niet langer dan een week uitgehouden. Ze moest beddenpannen legen!’ Ze trok haar neus op. ‘Het zal wel tegen koning en vaderland zijn om je te vragen om het te heroverwegen, dus natuurlijk moet je gaan. Ik blijf hier wel achter in dit godvergeten gat en speel mijn wekelijkse spelletje bridge met moeder, de priester en zijn zeventigjarige zuster!’

In een impuls greep ik een van haar kleine bleke handen. ‘Lady Selina, ik beloof u dat er in de toekomst nog veel geluk op u wacht. Om precies te zijn, ik denk dat u daar al wat van geproefd hebt toen u in Londen was.’

Ze staarde mij verbijsterd aan. ‘O, Anni, hoe weet je die dingen toch? Ja, er was inderdaad een man, maar ik ben nog maar zo kort weduwe en moeder zou hem zeker afkeuren. Hij is een buitenlander, een Franse graaf die in Londen werkt als verbindingsofficier voor de Franse regering.’

Ze bloosde lief en keek mij verlegen aan. ‘Om heel eerlijk te zijn, Anni, ik vind hem veel leuker dan eigenlijk zou mogen.’

‘Ik beloof u, Lady Selina, als u uw hart volgt en anderen u niet op andere gedachten laat brengen, dan komt het allemaal goed.’

‘Dank je, Anni, dank je! Jij lijkt iedereen om je heen hoop te kunnen geven.’

‘Ik zeg alleen wat mijn instinct mij vertelt.’

‘Mag ik dan zeggen dat jij ook een speciaal iemand verdient?’

‘Dank u, Lady Selina.’ Toen ik wegliep, betwijfelde ik of zelfs zij het zou goedkeuren als zij zou weten wie ik hoopte dat die speciale iemand zou zijn.