23
De eerste maand na onze terugkomst in Engeland zag ik Donald niet. Het was Kerstmis – de eerste Kerstmis die hij met zijn familie op Astbury Hall vierde in drie jaar tijd. Hij schreef me echter elke dag; lange, diep doorvoelde brieven waarin hij mij vertelde hoe hij me miste, hoeveel hij van mij hield en dat hij niet kon wachten tot hij weer bij me was.
Ik schreef terug, brieven die vol stonden met mijn dagelijkse belevenissen in het ziekenhuis. Ook al barstte mijn hart bijna uit elkaar van liefde voor hem, hield ik mij in en liet ik dat niet zo tot uitdrukking komen op papier als hij. Nu ik terug was in Engeland, wist mijn pragmatische kant dat ik mijzelf niet kon toestaan om mij volledig door hem te laten meeslepen, want ik zag gewoon niet hoe wij in de toekomst samen zouden kunnen zijn. Ik werd godzijdank goed beziggehouden in het London Hospital in Whitechapel, en op een middag, vlak na Nieuwjaar, werd ik bij de hoofdverpleegkundige geroepen, die mij vroeg te gaan zitten.
‘Zuster Chavan, ik heb vandaag over u gesproken in mijn wekelijkse overleg met de artsen. We zijn het er allemaal over eens dat u bijzonder geschikt bent voor het verpleegstersvak. Uw werk in Frankrijk spreekt al voor u en uw werk hier is van het hoogst mogelijke niveau geweest.’
‘Dank u,’ zei ik. Ik was dankbaar voor haar complimenten. Dat gebeurde niet zo vaak.
‘Voor u naar Frankrijk vertrok, hebt u alleen basistraining als hulpverpleegster gehad, is het niet?’
‘Ja, mevrouw, maar toen ik in Frankrijk was, was het alle hens aan dek en ik heb veel geleerd van de artsen. Ik kan professioneel hechten, wonden verbinden, injecties geven en ik heb dokters geassisteerd bij de vele noodoperaties die ze moesten uitvoeren.’
‘Ja, ik weet het. U hebt ook een soort rustige autoriteit over u die de patiënten vertrouwen geeft. Ik zag al dat hoogopgeleide verpleegsters tegen u opkijken en u respecteren. Wat wij van het ziekenhuis willen voorstellen is dat u verder doorleert en de kwalificaties verkrijgt om verpleegster te worden en later misschien hoofdverpleegster.’
Ik was overdonderd. Ik had geen idee dat mijn bekwaamheid zo was opgevallen. ‘Dank u, mevrouw, ik voel me vereerd.’
‘U blijft hier gestationeerd in het ziekenhuis, maar u gaat drie dagen per week naar onze school om de technische kant van het verplegen te leren. Over een jaar bent u dan officieel verpleegster. Wat vindt u daarvan?’
‘Ik zou dat heel graag doen,’ antwoordde ik.
‘Goed. Ik schrijf u onmiddellijk in en u kunt volgende week beginnen.’
‘Dank u, mevrouw,’ zei ik toen ik opstond en de kamer verliet.
Buiten slaakte ik onwillekeurig een gilletje van blijdschap en opwinding. Ik bedacht hoe trots mijn vader en moeder op mij zouden zijn geweest. Twee dagen later werd mijn geluk compleet toen Donald in Londen aankwam. Hij verbleef in het huis van de Astbury’s aan Belgrave Square, waar Selina op dat moment woonde met Eleanor en haar kindermeisje Jane, het meisje dat ik aan haar had voorgesteld.
Ik wist dat hij zou komen en ik had een dag vrij genomen van het ziekenhuis, was met de bus naar Selfridges gegaan en had voor de gelegenheid een deel van mijn zuurverdiende geld besteed aan een nieuwe, zeer modieuze mantel. Toen ik Piccadilly Circus naderde – we hadden afgesproken onder het beeld van Eros – begon mijn hart te bonken in mijn borstkas. Misschien was Donald van gedachten veranderd en niet gekomen, dacht ik, toen ik de menigte afzocht naar zijn bekende gezicht. Uiteindelijk zag ik hem. Hij zocht net zo fanatiek naar mij als ik naar hem. Hij liep naar me toe en nam me in zijn armen.
‘Lieverd, o god, wat heb ik je gemist!’ Hij bestudeerde mijn gezicht. ‘Heb je mij ook gemist?’
‘Natuurlijk heb ik je gemist, en ik heb je zoveel te vertellen. Zullen we ergens thee gaan drinken?’ stelde ik voor.
‘Ja.’ Hij begroef zijn gezicht in mijn hals. ‘Al is op dit moment thee wel het laatste waar ik zin in heb. Maar goed, we zullen het ermee moeten doen.’
We gingen samen zitten in het Lyons’ Corner House aan Shaftesbury Avenue en praatten elkaar de oren van het hoofd tot het buiten donker werd. Donald leek net zo enthousiast als ik over mijn carrièrekansen.
‘Je bent een geweldige verpleegster,’ zei hij bewonderend. ‘Alle kerels van wie ik weet dat ze door jou verzorgd zijn in Frankrijk herinneren zich jou. En mijn zuster is natuurlijk ook dol op je. En nu we het toch over haar hebben, ik vertelde haar dat ik met jou had afgesproken vandaag en ze zei dat Eleanor en zij jou ook graag willen zien. Kun je morgenavond misschien naar het huis komen? Dan kun je Eleanor zien en blijven eten met Selina, mij en haar nieuwe amour, Henri Fontaine.’
‘Lady Selina heeft een nieuwe liefde? Ik wist het!’ Ik klapte in mijn handen van vreugde over dit nieuws.
‘Ja, ze zijn heel erg verliefd,’ bevestigde Donald. ‘Maar, om redenen die je waarschijnlijk wel kent, weet moeder daar nog niets van. Ze zou het niet goedkeuren.’
‘Ik moet even op mijn rooster kijken, maar ja, ik denk wel dat het lukt. Het wordt veel gemakkelijker als ik volgende week met mijn school begin. Ik ben dan om vier uur klaar met mijn lessen. Weet Lady Selina van… ons?’ informeerde ik voorzichtig.
‘Nou, ik ben niet in details getreden, zeker niet met Kerstmis met moeder erbij, maar Selina weet wel dat ik jou in Frankrijk veel heb gezien.’ Hij glimlachte. ‘En natuurlijk weet ze het als ze ons samen ziet.’
‘En je vindt het niet erg dat ze het weet?’
‘Anni, waarom zou ik dat erg vinden? Selina is dol op je en bovendien moet ze zelf nog aan moeder vertellen waarom zíj zo vaak naar Londen gaat!’ voegde Donald eraan toe.
‘Je moeder heeft een hekel aan buitenlanders,’ zei ik zacht.
‘Mijn moeder leeft in het verleden, in een moeilijke tijd. Dat weet je, Anni.’
‘Ja, dat weet ik. Maar…’
‘Stil!’ Donald legde een vinger op mijn lippen. ‘Ze is hier niet en ik wil niet dat haar spookbeeld de weinige tijd die we samen hebben verpest.’
Ik keek op mijn horloge en zag dat de avondklok in het verpleegstershuis over minder dan een uur zou ingaan. ‘Ik moet gaan,’ zei ik.
‘Echt?’
‘Ja.’
Donald vroeg de rekening en we liepen naar buiten, de koude avondlucht in. Toen we terugliepen naar Piccadilly Circus, waar ik weer op de bus zou stappen, trok hij me een portiek in en kuste me hartstochtelijk.
‘Goed,’ zei hij toen hij me eindelijk losliet, ‘dan zie ik je morgenavond bij ons thuis? Belgrave Square, nummer 29. Ik heb morgen om zes uur een afspraak in mijn club met de bankmanager van de familie, dus ik ben misschien een beetje laat, afhankelijk van hoe vreselijk de financiën ervoor staan.’
‘Ziet het er erg slecht uit?’
‘Laten we het zo zeggen, Anni, als de bank weigert om de lening te verlengen, rest mij geen andere keuze dan het hele landgoed te verkopen – het huis én het land,’ zei Donald met een zucht. ‘Dus ja, ik denk niet dat het nog erger kan.’
‘Geef de hoop nog niet op. Ik zie je morgen.’ Ik kuste hem en holde om mijn bus te halen.
De volgende avond reisde ik naar Belgrave Square. Selina en Eleanor waren net zo blij om mij te zien als Donald had voorspeld.
‘Anni, wat fijn om je hier te zien,’ zei Selina toen ze me naar Eleanor bracht, die op het kleed voor het haardvuur in een prentenboek zat te kijken. ‘Eleanor, kijk eens, het is Anni!’
Eleanor zat al snel op mijn schoot en Selina belde de meid om thee te brengen. ‘Nu Donald er nog niet is, wil ik dat je me alles vertelt over je avonturen in Frankrijk.’ Ze lachte samenzweerderig naar me. ‘En natuurlijk ook hoe jullie elkaar daar hebben teruggevonden.’
Ik gaf haar een zorgvuldig bewerkte versie van de tijd dat ik daar achter de frontlinie werkte, en een al net zo korte schets van mijn hernieuwde kennismaking met Donald. Selina vroeg Jane om Eleanor naar bed te brengen en toen we alleen waren, vervolgde ze haar ondervraging.
‘O, Anni, dus jij en Donald ontmoetten elkaar weer op de dag van de wapenstilstand en dansten toen de hele nacht in Frankrijk. Wat heerlijk romantisch.’ Ze boog zich naar mij toe en fluisterde: ‘Volgens mij vertel je mij niet alles. Ik ken mijn broertje heel goed, en zodra ik hem zag, wist ik dat hij verliefd was. Alsjeblieft, Anni, je kunt me vertrouwen. Als hij verliefd is op jou, vind ik dat zo schattig!’ Ze liet haar belletjesachtige lach horen.
‘Vraag dat maar aan Donald.’
‘Maak je geen zorgen, dat zal ik zeker doen. Weet je nog, jij zei me dat er iemand op mij wachtte. En je had gelijk, Anni, dat was zo. Ik ben zo gelukkig!’
‘Ik ben heel blij voor u, Lady Selina.
‘Noem me alsjeblieft gewoon Selina, het voelt alsof we bijna familie zijn.’ Ze glimlachte. ‘Hoe dan ook,’ vervolgde ze, ‘ik vertrouw je genoeg om je te vertellen dat ik dolverliefd ben op Henri en dat we van plan zijn zo gauw mogelijk te trouwen, wat moeder er ook van vindt. Ik hoop dat je hem aardig vindt, hij zal hier zo wel zijn. Weet je, Anni, soms voel ik mij verschrikkelijk schuldig. Ik geloof niet dat ik ooit zo verliefd ben geweest op de arme, dode vader van Eleanor als nu op Henri.’
‘Ach, we kunnen toch nooit kiezen van wie we echt houden?’ antwoordde ik.
‘Nee, dat is zo. Hugo was een goede man en perfect voor mij als het ging om status en aanzien, zoals moeder altijd zei, maar hij raakte mijn hart niet.’
‘Blijf je hier in Londen wonen of verhuizen jullie naar Frankrijk?’
‘Een beetje van allebei denk ik. Henri heeft een chateau in het zuiden van het land, wat heel mooi moet zijn, maar hij houdt ook van Londen.’
Op dat moment kwam Donald de kamer binnen. Hij zag er moe uit, maar zijn ogen lichtten op toen hij mij zag. Hij wilde naar me toe komen, maar zag toen dat zijn zuster tegenover mij zat en herstelde zichzelf.
‘Selina, je ziet er weer prachtig uit vanavond,’ zei hij. ‘En Anni, hoe maak je het?’ Hij pakte mijn hand en kuste hem; zijn ogen vertelden wat hij voelde en met zijn lichaam niet kon uitdrukken.
‘Heel goed, dank je, Donald,’ antwoordde ik formeel, met een twinkeling in mijn ogen.
Ik zag dat Selina gefascineerd naar ons keek, maar er was geen tijd voor haar om ons nader te ondervragen. De deur van de zitkamer ging nogmaals open en de meid liet een kleine man binnen met een snor en haar van een lengte die in Engeland als ronduit bohemien werd beschouwd.
‘Henri, welkom!’ Selina ging naar hem toe en ook zij deden formeel tegen elkaar. ‘Mag ik mijn broer, Lord Donald Astbury, aan je voorstellen, en onze vriendin Miss Anahita Chavan.’
‘Enchanté, mademoiselle,’ zei de graaf toen hij mijn hand kuste.
‘Goed, wie wil er wat drinken?’ zei Selina.
Toen we allemaal op ons gemak waren en de wijn tijdens het diner rijkelijk had gevloeid, lieten we onze reserves varen. We bespraken met zijn vieren de toekomstplannen van Selina en Henri.
Op een bepaald moment boog Henri zich naar mij toe en fluisterde: ‘Is hun moeder echt zo angstaanjagend als Selina haar beschrijft?’
‘Helaas, ja. En ze houdt niet van buitenlanders.’
Nu we elkaar in de situatie hadden gevonden, lachten we hardop om de ironie van dit dinertje. Donalds hand zocht mijn knie onder tafel en Henri ging door mij bekentenissen te doen.
‘Ik ga in de komende twee weken met Selina naar Devon om “Madame le Dragon” te vertellen dat ik met haar dochter wil trouwen. Zal ik levend worden opgegeten?’
‘De kans is groot dat je een paar vingers verliest, maar ik betwijfel of ze de rest van je zal aanraken. Je bent tenslotte Frans en dat is niet haar smaak.’
Na het eten bleven Donald en Henri, zoals toen de gewoonte was, aan tafel zitten met een cognac en een sigaar en vertrokken Selina en ik naar de zitkamer.
‘Is Henri niet geweldig?’ zei ze, toen ze zich tevreden in de stoel bij het vuur nestelde.
‘Ik mag hem heel graag. Ik denk dat hij inderdaad een goede echtgenoot voor je is,’ verzekerde ik haar.
‘En wat jou betreft, ik zie dat Donald je aanbidt, net zoals Henri dol is op mij. Misschien moeten we een gezamenlijke bruiloft houden,’ zei ze en ze kon niet meer stoppen met lachen.
‘Selina,’ zei ik, plotseling ernstig, ‘ik denk dat jouw omstandigheden heel anders zijn dan die van Donald. Hij is de erfgenaam van Astbury. Hij heeft me ooit verteld dat hij iemand moet trouwen die hem kan helpen het landgoed te redden. Jij weet heel goed hoe vervallen het huis is.’
‘Je hebt vast en zeker gelijk, maar ik bemoei me niet met de zakelijke kant.’
‘Nou, Donald heeft me verteld dat de financiën er heel slecht voor staan.’
‘Dan heeft hij toch zeker iemand nodig die sterk is, zoals jij, die hem kan steunen als hij alles weer op orde brengt?’ wierp Selina tegen.
‘Helaas weten we allebei dat je moeder het daar niet mee eens is.’
‘Houd je van hem, Anni?’
‘Meer dan van de aarde en de hemel bij elkaar,’ antwoordde ik naar waarheid. ‘Maar ik wil zijn toekomst niet ruïneren, Selina. Ik heb geen bruidsschat en gemengde huwelijken zijn nog niet echt geaccepteerd in Engeland. Niet dat Donald mij gevraagd heeft, natuurlijk,’ voegde ik er haastig aan toe.
‘Onzin! Een week geleden nog ontving ik een brief van mijn vriendin Minty, Indira’s grote zus, waarin ze mij vertelde dat een van haar vriendinnen onlangs met een Engelsman is getrouwd.’
‘Ja, en misschien was haar vriendin een prinses, en niet een gewoon kindermeisje.’ Ik zuchtte. ‘We weten allebei dat je moeder het verschrikkelijk zou vinden.’
‘Vergeet mijn moeder! Donald is volwassen, hij is Lord Astbury en heeft de leiding over het landgoed én over zijn eigen lot. Jij maakt hem gelukkig, Anni! Wat doet de rest ertoe?’
We hadden het er verder niet meer over, want de mannen kwamen de zitkamer in om bij ons te zitten. Ik keek op mijn horloge en zag dat het na elf uur was. Ik had toestemming later terug te komen, maar ik moest wel om middernacht in het verpleegstershuis zijn.
‘Ik moet gaan,’ zei ik zachtjes tegen Donald. Ik wilde het samenzijn niet verstoren.
‘Natuurlijk. Ik bel een taxi om je thuis te brengen.’
Ik nam afscheid van Selina en Henri, en Donald liep met me mee de trap af van het huis. Toen we op Belgrave Square op de taxi stonden te wachten, wendde ik me tot hem.
‘Hoe was je gesprek met de bankmanager?’
‘Precies zo vreselijk als ik verwachtte,’ zei hij. ‘Het landgoed staat op het punt failliet te gaan en ik kreeg vanavond te horen dat de bank de lening niet kan verlengen. Moeder heeft de zaken in de soep laten lopen, zonder ergens over na te denken.’
‘Het spijt me zo, Donald,’ zei ik zacht.
‘De bankmanager vertelde me dat ik niet de enige ben die na vier jaar oorlog thuiskomt en een dergelijke situatie aantreft. De problemen zijn al veel eerder begonnen. Mijn vader is tien jaar geleden overleden. Het landgoed moet worden verkocht. Zo eenvoudig is het.’
‘Voor jou is het misschien eenvoudig, maar denk je dat je moeder het zal accepteren?’ vroeg ik hem.
‘Ze zal wel moeten, net als wij allemaal. Er is geen keus. Helaas.’ Donald zuchtte toen hij een taxi voor mij aanhield. ‘Niets is meer zoals het ooit was.’
Ik gaf het adres aan de chauffeur en Donald drukte een bankbiljet in mijn hand toen hij mij tegen zich aan drukte.
‘Zie ik je morgen?’ vroeg hij.
‘Ik ben pas om acht uur klaar.’
‘Dan kom ik je afhalen en eten we ergens in Whitechapel.’
‘Ik denk niet dat het je daar bevalt,’ zei ik toen de taxi op het punt stond om weg te rijden.
‘Frankrijk beviel mij ook niet, tot ik jou er tegenkwam.’ Hij lachte. ‘Ik zie je voor het ziekenhuis om acht uur, Anni. Welterusten.’
Ik zakte achterover op de zachte leren zitting. Mijn gedachten gingen de gebeurtenissen van die avond na en wat Selina had gezegd. Als het Astbury Estate moest worden verkocht, dan was er misschien, heel misschien, een mogelijkheid dat er een toekomst bestond voor Donald en mij.
Het was gevaarlijk, maar voor het eerst zag ik het voor me.
Op de een of andere manier slaagden Donald en ik erin elkaar de twee weken die volgden elke dag te zien. Selina was teruggegaan naar Astbury Hall om haar moeder voor te bereiden op Henri’s komst en de aankondiging van hun verloving, dus Donald en ik hadden het huis in Londen voor onszelf.
‘Weet je, het hoofd geeft me vast een slechte aantekening omdat ik niet toegewijd overkom,’ zei ik toen Donald en ik ’s nachts tevreden samen in het grote bed lagen. ‘Ik heb de afgelopen twee weken al zeven nachtverloven opgenomen.’
‘Maar ze weet ook dat je “tante”, een nicht van de maharani van Cooch Behar, in Engeland is en haar nichtje wil zien,’ zei Donald plagend en hij streelde mijn haren zachtjes. ‘Luister, Anni.’ Hij keek naar me, serieus opeens. ‘Ik moet gauw terug naar Devon om met mijn moeder te praten over de verkoop van het landgoed. Ik wilde ermee wachten tot nadat Selina heeft verteld dat ze met Henri gaat trouwen. Zoveel schokken tegelijk, het zou te veel voor haar kunnen worden.’
‘Natuurlijk.’
‘En dan zijn jij en ik er ook nog.’
‘Wat bedoel je?’
‘Anni, alsjeblieft, je wéét wat ik bedoel. Jij en ik,’ herhaalde hij. ‘Ik houd van je, Anni. Je bent mijn beste vriendin, mijn geliefde en de wijste en mooiste vrouw die ik ooit ben tegengekomen. En ik wil dat je mijn vrouw wordt.’
Ik staarde hem verbijsterd aan. ‘Je vrouw?’
‘Ja, Anni, mijn vrouw. Hoe kun je daar zo verbaasd over zijn? Ik kan de gedachte gewoon niet verdragen dat ik zonder jou zou moeten leven. Is er een betere reden om te willen trouwen?’
‘Nee. Maar…’
‘Geen gemaar.’ Donald legde zijn vinger op mijn lippen. Hij sloeg zijn armen om mij heen en ging lekkerder liggen. ‘Ik weet dat je de problemen waar ik nu mee te maken heb kent en ik moet ze allemaal tegelijk aanpakken. Ik wil dat je weet dat ik vastbesloten ben om met jou te trouwen. Ik hoop dat je begrijpt, met hoe de dingen er nu voor staan, dat je niet de kasteelvrouwe van een groot huis zult zijn. Er zal niet veel over zijn nadat het huis is verkocht, zeker omdat ik van de opbrengst moeder op een geschikte plaats moet onderbrengen. Ik dacht dat we misschien hier in Londen konden gaan wonen en dan kijken of we een kleiner huis op het land kunnen kopen als de kleintjes komen.’
‘O, Donald.’ Op dat moment begon ik te huilen.
‘Lieverd, wat is er?’
‘Het is alleen…’ Ik snoot mijn neus en probeerde het nog eens. ‘Het is alleen dat ik geschokt ben dat je serieus een toekomst met mij hebt overwogen.’
‘Waarom? Jij dan niet?’ Donald zag er verbaasd en een beetje geschrokken uit.
‘Donald, begrijp je dan niet dat ik er niet eens over durfde te denken. We komen uit zulke verschillende werelden: ik ben een straatarme Indiase verpleegster en jij bent een lord, met een landgoed.’
‘In je eigen land ben je hooggeboren, Anni,’ herinnerde hij mij.
‘Ja, maar mijn familie is, net als de jouwe, in zwaar weer terechtgekomen. Mijn moeder is uit liefde getrouwd, weet je.’
‘Kijk eens aan.’ Hij lachte.
‘Maar Donald.’ Ik moest het zeggen. ‘Je moet beseffen dat niet alleen je moeder bezwaar zal hebben tegen ons huwelijk. Ik heb in Engeland al vele malen vooroordelen ondervonden vanwege mijn ras en mijn huidskleur. Weet je zeker dat je met het stigma wilt leven dat je een Indiase vrouw hebt?’
‘Ik ben dol op de prachtige kleur van je huid, lieverd,’ zei hij toen hij mij in mijn hals kuste. ‘Om eerlijk te zijn wil ik degene die hem niet mooi vindt niet eens kennen.’
Ik keek naar hem op en hield nooit meer van hem dan op dat moment. ‘Je bent een heel bijzondere man, Donald Astbury.’
‘En jij bent een buitengewone vrouw. Ik aanbid je.’
Toen hij de volgende dag naar Devon vertrok, begon ik te fantaseren over onze toekomst samen. En beetje bij beetje begon de doos waarin ik mijn ware gevoelens voor hem had opgeborgen te barsten.