24

Toen Donald in Devon was, wilde ik mij op mijn verpleegstersopleiding storten. Ik wist dat ik mij er niet voldoende mee had beziggehouden. Wat de toekomst ook voor ons brengen mocht, deze prestatie wilde ik voor mijzelf.

Misschien kun je zeggen dat als iemand van je houdt, er een gloed van geluk en vertrouwen om je heen hangt die anderen onweerstaanbaar vinden. Ik was nog nooit naar zoveel bals en uitjes mee gevraagd door artsen in mijn ziekenhuis.

‘Je ligt goed in de markt,’ zei een van de verpleegsters toen ik weer een uitnodiging had afgeslagen van een aantrekkelijke jonge chirurg.

Voor de eerste keer in mijn leven leek ze gelijk te hebben.

Inmiddels weet ik dat je nooit zelfvoldaan moet zijn over een bepaalde periode in je bestaan. Het is allemaal zo voorbij, dat moment waarop je je onoverwinnelijk voelt, en het spijt me te moeten zeggen dat mijn moment al heel snel daarna tot een abrupt einde kwam. Een week nadat Donald naar Devon was vertrokken, kreeg ik een brief in het verpleegstershuis, doorgestuurd door Selina.

..

Cooch Behar Palace

Cooch Behar

Bengalen

..

December 1918

..

Mijn liefste Anni,

..

Ik heb geen idee waar je woont sinds je een paar weken geleden uit Frankrijk bent teruggekeerd, maar ik dacht dat de Astbury’s het misschien zouden weten. Misschien heb je ondertussen geschreven met je nieuwe adres, maar we weten allebei hoe traag de Indiase post kan zijn. Ik kan alleen maar zeggen hoe trots we hier allemaal zijn op je verpleegsterswerk aan het front. En ik hoop dat je het goed maakt en eindelijk in staat bent om je eigen weg te vinden, na de onrust van de afgelopen vier jaar.

Daarom vind ik het moeilijk om je deze brief te schrijven, omdat ik het naar vind je aandacht te vragen voor iets buiten je eigen leven. Ik heb je hulp nodig.

Zoals we allebei weten, is Indira lang geleden verliefd geworden op prins Varun. Omdat de oorlog nu is afgelopen, zijn de voorbereidingen voor haar huwelijk in volle gang. Zij weigert echter categorisch om met de maharadja van Dharampur te trouwen. We hebben allemaal geprobeerd om met haar te praten, haar te vertellen dat ze geen keus heeft – je kunt je het schandaal voorstellen als ze hem op dit moment afwijst – en de maharadja is een goede man, al is hij iets ouder dan zij. Indira moet haar plicht doen voor haar familie, ongeacht wat haar hart haar zegt te doen.

Ze weigert op dit moment te eten en komt zelfs helemaal niet meer uit haar bed. Ze zegt me dat ze liever blijft liggen en sterft dan een man trouwen van wie ze niet houdt. Niemand in het paleis kan haar tot rede brengen, en ik smeek jou, Anni, als iemand van wie ze houdt, die ze vertrouwt en respecteert, om naar huis te komen, al is het maar voor korte tijd, en ons te helpen haar te laten inzien waar haar plichten liggen. We denken allemaal dat jij misschien de enige bent op deze wereld naar wie ze wil luisteren.

Ik sluit een eersteklaspassage terug naar huis bij. Het is een open ticket, omdat ik geen idee heb hoelang deze brief nodig heeft om jou te bereiken, maar het enige wat je hoeft te doen is contact opnemen met het P&O-kantoor en de precieze datum waarop je wilt vertrekken doorgeven.

Ik weet dat dit veel van je is gevraagd, maar afgezien van alles, is het lang geleden dat je je geboortegrond hebt bezocht, en we houden allemaal heel erg van je.

..

..

Mijn lieve Anni, we hebben je nodig.

..

Met liefde, en de allerbeste groeten…

De brief was ondertekend met ‘Ayesha’ en droeg daaronder haar koninklijke zegel.

Ik zat op mijn smalle bed in het verpleegstershuis. Mijn hoofd tolde en mijn gedachten gingen terug naar het verleden. Ik had me zo volledig in mijn nieuwe Engelse leven gestort dat het moeilijk was om mij het paleis voor de geest te halen, net als de gezichten van de mensen die ooit alles voor mij hadden betekend.

Talloze gedachten tuimelden door mijn hoofd, waarvan de belangrijkste was: wat zou Donald zeggen?

Het was toch zeker te veel van mij gevraagd om alles op te geven en terug te gaan, al was het maar voor een korte tijd, naar een leven waarvan ik lang geleden afscheid had genomen? Ik ijsbeerde door mijn slaapzaal en besefte dat ook al zou ik maar twee weken gaan, de reis ernaartoe en terug net iets minder dan twee maanden zou duren. De timing was afschuwelijk, kon niet erger zijn.

Ik wist echter ook dat ik alles wat ik was en alles wat ik bezat in mijn leven te danken had aan de maharani en haar familie, die voor mij gezorgd hadden en mij gesteund hadden toen niemand anders dat deed. De laatste keer dat ik de maharani had gezien, had ze mij een keus gegeven, maar deze keer wist ik dat ik die niet had.

‘Het is bijzonder jammer,’ verzuchtte de hoofdverpleegster de volgende ochtend, toen ik haar vertelde dat ik dringend terug moest naar India wegens familieomstandigheden. ‘Heb je enig idee wanneer je terug bent?’

‘Ik hoop binnen drie maanden,’ verzekerde ik haar.

‘Wat ik dan voorstel is dat we je zorgverlof verlenen. Dat betekent dat we een plaats voor je vrij kunnen houden, zowel in het ziekenhuis als in je opleiding. We zouden je hier niet willen kwijtraken.’

‘Mevrouw, het spijt me echt heel erg dat ik u moet teleurstellen, maar ik moet echt gaan. Het is een familiekwestie.’

‘Zorg er wel voor dat je terugkomt, zuster Chavan.’

‘Natuurlijk kom ik terug.’ Ik lachte zelfverzekerd naar haar toen ik opstond om te vertrekken. ‘Mijn hele leven is nu hier in Engeland.’

Zoals de maharani mij gevraagd had, ging ik naar het P&O-bureau en boekte een ticket voor de eerst mogelijke overtocht. Ik stuurde een telegram om haar te laten weten wanneer ik zou aankomen en maakte me toen op om het aan Donald te vertellen, die binnen een paar dagen uit Devon zou terugkeren. Zoals ik al verwacht had, vond hij het vreselijk toen ik het hem vertelde.

‘O, Anni,’ zei hij toen ik hem het nieuws vertelde op de eerste avond dat hij terug was. ‘Moet je echt gaan?’

‘Ja, ik moet. Ze zijn zo goed als familie. De maharani is zo goed voor mij geweest toen ik een kind was en mijn moeder verloor. Zij was degene die mij naar Engeland heeft gestuurd en heeft betaald voor mijn opleiding.’

‘Maar Anni,’ drong hij aan. ‘Wat kun je doen? Als Indira het in haar hoofd heeft gezet dat ze die maharadja niet wil trouwen, denk ik niet dat iemand, zelfs haar oudste vriendin niet, daar iets aan kan veranderen. Niemand zou mij kunnen overtuigen om te stoppen van jou te houden,’ voegde Donald er met een treurige glimlach aan toe.

‘Je hebt gelijk, ik betwijfel ook of ik iets kan doen, maar de maharani heeft een beroep op mij gedaan en ik kan haar niet in de steek laten.’

‘Hoelang blijf je weg?’

‘Ongeveer drie maanden, denk ik.’

Donald pakte mijn handen en hield ze stevig vast. ‘Beloof me, geen dag langer?’

‘Het enige wat ik je kan beloven is dat ik zo snel mogelijk naar Engeland zal terugkeren,’ zei ik ernstig.

‘Je bent heel lang niet meer in India geweest. Misschien word je er weer door gegrepen en wil je niet meer terug.’

‘Dat gebeurt niet,’ zei ik vastberaden. ‘Vertel me nu over Devon en hoe je moeder reageerde op het nieuws van Selina’s verloving.’

‘Ik heb de afschuwelijkste tien dagen achter de rug,’ gaf Donald toe. ‘Toen ik aankwam, vertelde Selina mij dat moeder bijna was flauwgevallen van schrik toen ze vertelde dat ze met Henri zou gaan trouwen en naar alle waarschijnlijkheid in Frankrijk zou gaan wonen. Natuurlijk verbood ze het. Ze zei dat ze nooit meer op Astbury terug mocht komen en dat ze geen cent van haar te verwachten had als ze het waagde met Henri te trouwen. Niet dat ze een cent heeft om aan Selina te geven,’ voegde Donald er somber aan toe. ‘Tegen de tijd dat ik arriveerde, een paar dagen later, was ze in bed gaan liggen en weigerde ze er nog uit te komen. Ze zei dat ze ziek was en niemand wilde zien. Toegegeven, ze was verkouden, maar toen ik er eindelijk in slaagde binnen te komen, was ze echt niet doodziek,’ verzuchtte hij. ‘Hoe dan ook, gegeven het feit dat ze het nieuws over Selina zo slecht opnam en duidelijk niet in orde was, vond ik het geen geschikt moment om haar te vertellen dat het landgoed verkocht moet worden. Of dat ik verliefd ben op jou, mijn lieverd,’ voegde hij eraan toe.

‘Nee, dat zou zeker een te grote schok voor haar zijn geweest,’ gaf ik toe.

‘En dus verkeren we op dit moment in een impasse. En nu ik jouw nieuws hoor, denk ik dat als jij naar India vertrekt, ik maar beter naar Devon kan gaan en op zoek kan gaan naar een koper voor het landgoed. En kan wachten op het juiste moment om het aan moeder te vertellen.’

‘Ik benijd je niet, Donald. Waar is Selina nu?’ vroeg ik.

‘Ze is naar Frankrijk gevaren met Eleanor en Henri. Hij laat haar zijn chateau in de Provence zien. Geluksvogel,’ mijmerde Donald. ‘Kon ik maar met jou mee naar India.’

‘Dat zou ik ook wel willen,’ antwoordde ik.

We zaten een tijdje zwijgend bij elkaar, allebei broedend over de kaarten die het lot ons had toebedeeld.

‘Je schrijft toch wel?’ vroeg Donald.

‘Natuurlijk. En het is niet voor lang. Ik weet zeker dat de verkoop van Astbury je bezighoudt.’

‘Houd op. De gedachte dat ik de komende maanden alleen moeder als gezelschap heb geeft me de kriebels. En ik ga het haar echt vertellen, hoor, Anni, niet alleen over het landgoed, maar ook over ons en onze toekomstplannen,’ zei hij. ‘Ik was eigenlijk van plan geweest je officieel ten huwelijk te vragen zodra ik het haar verteld had. Het helemaal doen zoals het hoort, voor je knielen, een mooie ring aanbieden. Maar nu wil ik dat je in ieder geval begrijpt, voor je vertrekt, hoe serieus ik ben over jou en onze toekomst. We zullen trouwen, Anni, ik zweer het. Het is toch ook wat jij wilt?’

‘Ja, ik wil het zo erg dat het mij angst aanjaagt,’ zei ik naar waarheid.

‘Dus je houdt van mij?’

‘Natúúrlijk houd ik van je, Donald.’

‘Soms vind ik jou veel Engelser dan ik ben, zoals jij in staat bent om je emoties in de hand te houden,’ plaagde hij me. ‘Zoals je weet ben ik daar niet zo heel goed in. Ik draag mijn hart op de tong. Dat is altijd zo geweest. Kunnen we nu dan zeggen dat wij officieel verloofd zijn?’ Hij kuste de toppen van mijn vingers zachtjes.

Ik keek naar hem met alle liefde die ik in mijn ogen voelde branden. ‘Ja, dat wil ik, dat wil ik werkelijk heel graag.’

De dagen die volgden, nu ik al mijn reserves had laten varen met de naderende scheiding voor ogen en Donalds niet-aflatende vastberadenheid over onze toekomst samen, toonde ik mijn liefde voor hem openlijk en eerlijk. Mijn verlof van het ziekenhuis was al ingegaan en ik had uit het verpleegstershuis moeten vertrekken, dus ik had mijn koffer meegenomen en was met Donald in het huis aan Belgrave Square getrokken. Hij op zijn beurt gaf de meid een week vrij, zodat we volledige privacy hadden.

We gedroegen ons als elk ander jong verliefd stel en brachten onze dagen door in de mooie Londense parken en de nachten verstrengeld in zijn bed. Ik gooide elke voorzichtigheid overboord wat dat betreft en nam niet de maatregelen die ik had moeten nemen om mijzelf te beschermen, maar op dat moment was niets belangrijker dan onze liefde.

Donald reed me naar Southampton op de dag dat ik naar India zou vertrekken. Hij kwam aan boord van het schip en bewonderde de mooie hut die mij was toegewezen.

‘De prinses keert terug naar haar paleis.’ Hij grijnsde toen hij mij op het enorme bed trok en mij in zijn armen nam. ‘Denk je dat iemand het merkt als ik me onder je matras verstopt?’

‘Vast niet.’

‘O, wat zou ik dat graag doen,’ zuchtte hij toen de scheepsbel luidde om aan te geven dat het tijd was dat niet-passagiers het schip verlieten, omdat het zich klaarmaakte om te vertrekken. ‘Ik kan alleen maar beter naar huis gaan en een manier proberen te vinden om jou te onderhouden op de manier die je blijkbaar gewend bent,’ zei hij in een poging ons iets op te vrolijken.

‘Je weet dat ik niet om luxe geef, Donald.’

‘Nou, dat is maar goed ook, want als je mijn vrouw wordt, dan krijg je die ook niet,’ plaagde hij.

Onze stemming sloeg om toen ik met hem door de gang en het dek op liep, waar we afscheid zouden nemen.

Hij sloeg zijn armen om me heen en hield me stevig vast. ‘Ik houd van je, mijn Anahita. Kom bij me terug zo gauw als je kunt.’

‘Dat doe ik, ik beloof het,’ zei ik en ik zag dat er tranen in zijn ogen stonden, net als in de mijne.

‘Goed dan,’ zei hij, na een lange kus. ‘Vaarwel, schat. Pas goed op jezelf tot ik het voor je kan doen.’

‘Jij ook.’ Ik kon nauwelijks spreken van de emotie die mijn keel dichtkneep.

Hij zwaaide nog even toen hij zich van me afwendde en over de loopplank liep, samen met de laatste overgebleven gasten. Vlak voor hij beneden was, riep ik hem.

‘Wacht op me, Donald! Hoelang het ook duurt, wacht alsjeblieft op me!’

Het waaide echter flink die dag en mijn woorden gingen verloren in de wind.