26
Mijn ervaring als verpleegster vertelde me dat het nog lang zou duren voor Indira weer op krachten zou zijn – ze was ernstig ondervoed en haar constitutie was zwak. In de weken die volgden kwam Indira, op aandringen van mij, uit haar bed en nam ze een ontbijt. We maakten dan een kleine wandeling in de tuin, waarna ze ging rusten voor de lunch. Ik had de keuken gevraagd om eenvoudige voedzame gerechten te bereiden. Alles wat te voedingsrijk was zou niet in haar maag blijven, die zo lang was uitgehongerd. ’s Avonds aten we samen op de veranda buiten haar slaapkamer. Als aanmoediging zei ik dat ik mijn plannen voor haar toekomst niet zou verklappen voor ze sterker was en in staat om het uit te voeren.
Ik had zelf ook geen idee wat die plannen waren, al begonnen zich wel gedachten te vormen in mijn hoofd. De maharani kwam elke dag bij me informeren, als Indira ’s middags sliep. Ze zette grote ogen op over de verandering in haar dochter.
‘Jij verricht echt wonderen, Anni, en ik ben zo dankbaar dat je bent gekomen. Misschien wordt ze gauw verstandig.’
‘Ze heeft de wil om te leven teruggevonden, laat dat voorlopig genoeg zijn,’ zei ik voorzichtig.
’s Avonds, op mijn kamer, schreef ik aan Donald. Ik vertelde hem over Indira en het leven in het paleis. Ik waarschuwde hem dat het langer zou duren dan ik in eerste instantie had verwacht voor ik kon overwegen om terug te gaan naar Engeland. Ik miste hem verschrikkelijk en het vergde alle geduld die ik maar kon opbrengen om Indira’s langzame herstel te volgen.
Na een maand begon Indira weer een beetje op haar oude zelf te lijken. Ze toonde weer wat van haar oude geestdrift voor het dagelijks leven en was sterk genoeg om ’s ochtends korte ritten te paard door het park met mij te maken. Tijdens deze ritten vertelde ik haar eindelijk over mijn eigen liefde voor Donald en het leven dat we samen wilden gaan leiden als ik terug was in Engeland.
Ik vertrouwde haar mijn zorgen over Donalds moeder en haar vooroordelen toe.
‘Zoals je over hem vertelt, maakt het Donald niet uit wat zijn moeder denkt,’ zei Indira. ‘Het landgoed is van hem en hij mag trouwen met wie hij wil.’
‘Nou ja, hij heeft haar nog niet over mij durven te vertellen.’
‘Dat doet hij vast wel, en dan leven jullie samen nog lang en gelukkig. Bovendien heb jij alleen maar te maken met een nare schoonmoeder, terwijl ik waarschijnlijk een oorlog tussen twee vorstenlanden op mijn geweten heb. Jij bent zo gelukkig, Anni, je bent vrij om te doen wat je wilt.’ Ze zuchtte.
Het lukte me om een beetje troost te vinden in Indira’s woorden, al wist ik ook wel dat ze de complexiteit van mijn situatie niet volledig kon begrijpen. En op dat moment was er iets wat mij vooral zorgen baarde. Ik had besloten het te negeren, omdat ik, zoals elk meisje in mijn toestand, hoopte dat ik mij vergiste.
Toen ik Indira voor de nacht had geïnstalleerd, liep ik heen en weer en probeerde ik te bedenken hoe ik haar zou kunnen helpen. Ik wist dat als ze werd gedwongen om met een man te trouwen van wie ze niet hield en voor de rest van haar dagen in zijn zenana zou worden opgesloten, ze zou wegkwijnen. En ik zou er niet zijn om haar te helpen.
Ik vroeg de sterren die nacht om raad – mijn moeder had gewaarschuwd dat ik altijd voorzichtig moest zijn als ik mij met het lot van andere mensen bemoeide.
‘Pas op, kleintje,’ had ze me ooit gewaarschuwd, ‘want als je hulp biedt, word jíj een deel van hun lot.’
En ook al wist ik dat elk plan dat ik bedacht vrijwel zeker door de maharani zou worden opgevat als verraad – door de vrouw die ik bijna als een moeder beschouwde – zat er niets anders op.
De volgende dag reed ik, voor ik naar Indira ging om met haar te ontbijten, door het park naar het paviljoen waar ik zes jaar geleden mijn erfenis had begraven. Ik vond de juten zak terug in het gat dat ik gegraven had en was blij om te zien dat de drie stenen er nog in zaten. Ik stopte de twee kleinere robijnen in een zak van mijn sari en stopte de laatste en grootste terug in zijn schuilplaats.
Later, tijdens onze middagwandeling, nam ik Indira mee naar een plaats in de tuin waarvan ik wist dat niemand ons zou horen. Ze keek naar me, met gretigheid in haar ogen, toen ik haar installeerde op het gras onder een jasmijnboom.
‘Nou? Heb je een plan bedacht?’
‘Ik weet niet of het een plan is,’ antwoordde ik, ‘maar ik geloof dat als je mensen confronteert met een voldongen feit, ze het uiteindelijk accepteren. Indira, weet jij waar Varun op dit moment is?’
‘Ik denk dat hij ergens in Europa is.’ Indira wreef nadenkend over haar neus. ‘Maar zijn bedienden zorgen dat hij mijn brieven krijgt, waar hij ook is.’
‘Dan moet je hem schrijven en hem zeggen dat je je over een paar weken bij hem voegt in Europa. Misschien in Parijs,’ stelde ik voor. ‘Je moet een plaats en een tijd noemen en hem vragen je daar te ontmoeten.’
Ze keek me verbijsterd aan. ‘Vertel je me dat ik moet weglopen?’
‘Je hebt geen andere keus. Ik zeg tegen je moeder dat ik denk dat je in Zwitserland van je ziekte moet herstellen. Dat de frisse berglucht en de verandering van omgeving je niet alleen sterker zullen maken, maar je ook van Varun zullen afleiden. En dat jij ermee hebt ingestemd om, als je bent aangesterkt, naar India terug te keren en met de maharadja van Dharampur te trouwen.’
‘O, Anni!’ Indira greep mijn handen vast. ‘Maar zal Ma je geloven?’
‘Het spijt me te moeten zeggen dat je moeder mij volledig vertrouwt, Indy. Ik zal mijn rol perfect spelen en haar vertellen dat ik je ervan heb overtuigd dat je je plicht moet doen. Maar jij moet haar ook ervan overtuigen dat je bereid bent je huwelijk te accepteren.’
‘Ze zullen nooit toestaan dat ik met Varun trouw.’ Indira beet nerveus op haar lip.
‘Nee, dat doen ze nooit. En als je hiermee doorgaat, dan is dat iets wat je zult moeten accepteren,’ zei ik vastberaden.
Ik zag hoe ze nadacht over wat ik voorstelde. En ik vroeg me af of het verlies van de liefde van haar ouders en het doormaken van hun onvermijdelijke woede en teleurstelling misschien een stap te ver zou zijn voor haar. Het was een verschrikkelijke keus die ze moest maken. Ze moest echter de gevolgen van haar daden volledig kennen voor ze met het plan zou instemmen.
‘Dus dan zou ik in het geheim met Varun trouwen?’
‘Ja. En als Varun net zoveel om jou geeft als jij om hem, dan moet hij ook accepteren dat het de enige manier is. Het wordt misschien niet de grote ceremonie die hoort bij het verenigen van twee vorstenlanden, maar jullie zullen het ermee moeten doen. Indy,’ verzuchtte ik. ‘Als je samen wilt zijn met je prins, dan heb je volgens mij geen andere keus.’
‘Maar ik heb helemaal geen eigen geld. Niet eens genoeg om een trouwjurk te kopen!’ Indira lachte nerveus toen de verdere consequenties van haar situatie tot haar doordrongen. ‘Zodra zij het horen, verstoten Ma en Pa mij, zonder een roepie.’
‘Ik heb wat geld opzij gelegd,’ zei ik en ik bedacht hoe ironisch het was dat ik in het paleis van twee van de rijkste mensen ter wereld hun dochter aanbood haar financieel bij te staan.
‘Zullen ze het mij ooit vergeven?’
‘Daar kan ik geen antwoord op geven. Het is een risico dat je moet nemen als je zeker weet dat je met Varun wilt zijn. Een van de dingen die ik heb geleerd toen ik in Frankrijk als verpleegster werkte, Indy, is dat het leven te kort is. We moeten allemaal offers brengen als we willen doen wat wij geloven dat goed voor ons is.’
‘Nou, ik weet dat het goed voor mij en Varun is om samen te zijn. Ik zal naar hem schrijven en hem vertellen dat we elkaar moeten ontmoeten in Parijs.’
‘Ja, en als hij positief reageert, dan praat ik met je moeder.’
Indira stond op en ijsbeerde een poosje op en neer, piekerend over wat ze moest doen. Uiteindelijk stond ze stil en wendde zich tot mij. ‘Ik doe het. Ik schrijf hem nu. Misschien kun jij vanmiddag de brief voor mij posten?’
‘Natuurlijk.’
Later die dag, nadat ik Indira’s brief aan prins Varun had gepost, en ook een aan Donald, liep ik buiten door de drukke straat met een waas voor mijn ogen. Ik probeerde in het reine te komen met het feit dat mijn aandeel in Indira’s bedrog vrijwel zeker zou betekenen dat ik nooit meer welkom zou zijn op het paleis.
Ik had nu echter een nieuw leven, een leven dat elders zou worden geleefd. En toen ik een juwelier binnenliep, gaf de liefde voor Donald mij de kracht om de twee robijnen aan de man achter de toonbank te geven.
Ik keerde een half uur later naar de riksja terug, nadat ik aan de blik in de ogen van de man had gezien hoe speciaal en kostbaar mijn stenen waren. Hij had me vrijwel zeker slechts een kwart van hun werkelijke waarde betaald, maar in mijn zak zat nu genoeg geld voor Indira om een trouwjurk te kopen en voor mij om het een jaar uit te zingen, mocht dat nodig zijn. Ik begon langzamerhand te beseffen dat dat mogelijk het geval zou zijn.
Meer dan twee weken leefden Indira en ik in angst en beven, in afwachting van Varuns antwoord. Toen dat eindelijk kwam, bracht ik de brief onmiddellijk naar Indira en haar ogen gloeiden van angst en opwinding toen ze hem opende. Ze las hem snel door en keek toen naar mij. Nu straalden haar ogen. ‘Hij is het ermee eens dat het de enige manier is. Hij zegt dat hij zonder mij niet kan leven! Dus… wat nu?’
‘Nu ga ik zo gauw mogelijk met je moeder praten.’
‘O, Anni!’ Indira sloeg haar armen om mij heen. ‘Hoe kan ik je ooit terugbetalen voor je hulp?’
‘Ooit, ik ben ervan overtuigd dat die dag zal komen.’
Die avond verzamelde ik al mijn moed en vroeg ik of ik de maharani mocht spreken. Ik vertelde haar het plan wat ik had bedacht en terwijl haar mooie donkere ogen op mij rustten, was ik ontzet over het gemak waarmee ik tegen haar kon liegen. Toen ik klaar was, nam ze mijn handen in de hare en lachte naar mij. ‘Dank je voor je hulp, Anni. Ik vermoedde al dat jij de enige zou zijn naar wie ze zou luisteren. We zijn je allemaal heel erg dankbaar.’
Ik verliet de vertrekken van de maharani en voelde me de leugenaar en de oplichter die ik ook werkelijk was. Ik stuurde Indira naar haar moeder en ook zij speelde haar rol perfect. De volgende dag werd onze reis naar Europa geboekt. We zouden over tien dagen vertrekken.
Ondertussen moest ik mijzelf moed inspreken om een andere dringende zaak aan te pakken. De volgende dag ging ik naar de zenana naar mijn oude vriendin en lerares Zeena. We liepen samen de tuin in en zij pakte mijn hand en voelde mijn pols. Toen keek ze mij aan en knikte.
‘Ik weet waarom je naar mij toe bent gekomen.’
‘Ja. Kunt u mij helpen?’ vroeg ik. Ik hoorde de wanhoop in mijn eigen stem.
‘Wil je het kind niet?’
‘Jawel, maar niet nu. Er komen er nog meer…’
Ze boog haar hoofd. ‘Kom vanmiddag bij me en we kijken wat we kunnen doen.’
Ik keerde later terug, zoals ze had gevraagd. Mijn zenuwen gierden door mijn lijf toen ze mij onderzocht.
Toen zette ze mij rechtop, keek me streng aan en schudde haar hoofd.
‘Je bent al verder dan twaalf weken. Als ik het probeer, zet ik je leven op het spel en dat risico wil ik niet nemen. Je weet net zo goed als ik dat het te laat is om het nog veilig te doen.’
Ik hád het natuurlijk geweten. Ik was tenslotte verpleegster. Ik had mijn kop in het zand gestoken, net zo laf en bang als elke jonge vrouw in mijn toestand.
Zeena keek mij aan. ‘Houdt de vader van je?’
‘Ja.’
‘Waarom ben je dan hier?’ Ze lachte naar me.
‘Het is… ingewikkeld.’
‘Liefde is altijd ingewikkeld.’ Ze grinnikte en schudde toen haar hoofd. ‘Vertel hem dat je een kostbaar geschenk voor hem hebt. Als hij echt van je houdt, dan is hij blij.’
Toen de consequenties van mijn situatie tot mij doordrongen, raakte ik opeens in paniek. ‘Zeena, u begrijpt het niet. Ik weet niet wat ik moet doen!’
‘Je vindt een manier, Anahita, ik weet het zeker.’
Ik liep bij haar weg, mijn ogen vol tranen. Ik ging rechtstreeks naar de stallen en liet de staljongen een paard voor mij opzadelen, waarna ik weg galoppeerde en tegen de hete, stoffige wind in schreeuwde om mijn eigen domheid. Ik had het al weken geweten. Waarom, waarom had ik geweigerd om de feiten eerder te interpreteren? Ik was verpleegster, een ‘wijze vrouw’, heel goed in staat om anderen te helpen met hun leven, en toch slaagde ik erin het mijne te verwoesten.
Ik spoorde mijn paard aan om sneller te gaan en vroeg me af of ik mij van zijn rug moest gooien om niet de verschrikkelijke gevolgen van mijn kapotgemaakte toekomst onder ogen te hoeven zien. Donald kon nog zoveel van mij houden, als ik zwanger terugkwam uit India en de band die wij allebei zo graag wilden al met zoveel problemen was beladen, dan zou hij het zeker ook een stap te ver vinden. Ik dacht aan zijn moeder, een vroom katholiek, die een buitenechtelijk kind liever bij de geboorte verdronken zag worden – laat staan een kind dat was voortgekomen uit de verbintenis van haar zoon en een ‘heidens’ Indiaas meisje.
Ik bracht het paard abrupt tot stilstand, gleed van zijn rug, zakte op mijn knieën en huilde. Want ik wist dat ik niemand de schuld kon geven, behalve mijzelf.
Eindelijk stond ik op en troostte mijzelf met de gedachte dat ik tenminste een paar weken aan boord van het schip zou hebben om te bedenken wat ik moest doen, en het geld van de robijnen zou me in staat stellen om de beslissing die ik nam uit te voeren. Het enige wat zeker was, was dat de baby die ik in mij droeg over zes maanden in mijn armen zou liggen.
Ik had vaak tegen mijn patiënten gezegd dat ze de wil van de goden moesten aanvaarden en moesten bidden voor kracht en acceptatie. Dit was de mantra die ik nu zelf moest volgen, als ik dit wilde overleven.
De daaropvolgende week vertrokken we naar Europa. Indira’s hand zocht de mijne toen we op het dek stonden en India zagen verdwijnen toen het schip uit de haven voer. We waren allebei verdrietig en verloren in onze eigen gedachten.
Indira kwam al snel tot leven en danste tot in de kleine uurtjes met de vele jonge beaus die haar graag vergezelden. Eindelijk had ik de eenzaamheid die ik nodig had om na te denken over mijn toekomst. Ik begon een plan op te stellen.
Het schip legde aan in Marseille en we namen de trein naar Parijs en boekten een kamer in het Ritz. Ik stuurde onmiddellijk een telegram naar de maharani, waarin ik haar vertelde dat we goed waren aangekomen en dat we in de komende dagen per trein naar de kliniek zouden reizen in de Zwitserse Alpen. Prins Varun zou de volgende ochtend arriveren en Indira verkeerde in een staat van grote opwinding. Ze paste de ene na de andere jurk en gooide ze dan lukraak op het bed.
‘Ik heb niets om aan te trekken! Het is zo lang geleden dat ik in Europa heb gewinkeld. Alles wat ik heb is ouderwets!’
‘Je prins houdt van je, wat je ook aan hebt.’
Die nacht lagen we allebei klaarwakker in ons bed.
‘Heb je enig idee hoe het vanaf dit punt verdergaat met jou en Varun?’ vroeg ik.
‘Hij zei in zijn brief dat we zo snel mogelijk moesten trouwen en dan in Europa moeten blijven tot het stof thuis is opgetrokken. O, Anni, denk je dat het verkeerd is wat ik doe? Pa en Ma zullen er kapot van zijn.’
‘Ze komen er wel weer overheen. Zoals ik al zo vaak heb gezegd, Indy, we moeten proberen te doen wat we kunnen om gelukkig te zijn.’
‘Ook als het betekent dat we de mensen van wie we houden pijn doen?’
‘Soms wel. Hopelijk is het niet voor lang. Je ouders houden te veel van je om je los te laten, al betwijfel ik of je moeder het mij ooit zal vergeven,’ zei ik in het donker.
‘Natuurlijk wel, want ze zal zeggen dat ik je ertoe heb gedwongen. Ze zullen mij de schuld geven, Anni. Daar zal ik wel voor zorgen.’
‘En jij hebt een knappe prins die van je houdt als echtgenoot, net zoals we de eerste avond dat we elkaar tegenkwamen droomden.’
‘En jij gaat terug naar de jouwe en we leven allebei nog lang en gelukkig.’
Ik lag in mijn bed te woelen tot het dag werd en wist dat mijn eigen sprookje spoedig in een nachtmerrie zou veranderen.
De volgende dag wachtte ik samen met Indira tot haar prins zou komen. Eindelijk ging de deur van de zitkamer open en daar was hij. Indira gaf een kreet van vreugde en vloog in zijn armen. Ik trok me zo subtiel als ik kon terug.
Ik kwam een paar uur later terug en trof Indira aan het schrijfbureau, met een pen in haar hand, diep in gedachten verzonken.
‘Gelukkig dat je er bent, Anni. Ik heb je hulp nodig. Varun zegt dat ik mijn ouders zo gauw mogelijk moet schrijven om ze te vertellen dat we getrouwd zijn. Tegen de tijd dat de brief hen in India bereikt, is het al te laat om ons tegen te houden.’ Indira fronste haar voorhoofd. ‘Maar ik weet niet wat ik moet zeggen.’
‘Natuurlijk help ik je met die brief. Maar vertel me eerst eens, voldeed je prins aan je verwachtingen?’
‘O ja, ja!’ zei Indira met een dromerige blik. ‘Hij heeft al een trouwvergunning voor ons geregeld. Hij zegt dat we geen tijd moeten verspillen, omdat mijn familie veel spionnen in Parijs heeft, die misschien horen wat we aan het doen zijn. De ceremonie is daarom al overmorgen. We gaan naar het stadhuis en ik heb een getuige nodig. Wil jij mijn getuige zijn, Anni?’
‘Wie a zegt, moet ook b zeggen,’ antwoordde ik. ‘Natuurlijk wil ik dat. Kom, laten we gauw met die brief beginnen.’
Varun bezocht Indira de volgende dag en we dronken met zijn drieën thee in Indira’s suite om hun plannen te bespreken. Ik was in ieder geval blij om te zien dat Indira’s liefde zo duidelijk werd beantwoord door haar prins. Ze straalden allebei van geluk om hun hereniging.
‘Waar neem je Indira mee naartoe als jullie getrouwd zijn?’ vroeg ik hem.
‘Ik heb een goede vriend die zei dat we zo lang als we willen zijn huis in Saint-Raphaël kunnen gebruiken,’ antwoordde Varun. ‘Onze families zullen allebei tijd nodig hebben om te wennen aan wat wij gedaan hebben. Ik wil ze niet nog meer van streek maken door met ons huwelijk te koop te lopen in de Europese society, dus we houden ons voorlopig gedeisd.’
‘In Europa vindt iedereen het vast vreselijk romantisch,’ zei ik lachend. ‘Een prins en een prinses die samen weglopen heeft alle elementen van een sprookje, vind je niet?’
‘Varun zegt dat ik een vriendelijke brief moet schrijven aan mijn afgewezen maharadja,’ zei Indira van achter haar schrijfbureau. ‘Wat moet ik in vredesnaam zeggen? “Beste prins Oude Man, je bent dik en lelijk en ik heb nooit van je gehouden. Ik ben bang dat ik je moet vertellen dat ik met iemand anders ben getrouwd. Hoogachtend, prinses Indira”?’
We moesten er allemaal om lachen. Varun legde een beschermende arm om Indira’s schouders. ‘Ik weet dat je hem niet wilt schrijven, lieverd, maar we kwetsen een heleboel mensen. We moeten proberen om ons niettemin zo integer mogelijk te gedragen.’
‘Ja,’ zuchtte Indira. ‘Ik weet het.’
Varun stond op en richtte zich tot mij. ‘Dank je wel, Anahita, voor alles wat je voor mijn prinses hebt gedaan. We zijn je allebei heel veel verschuldigd. Ik zal jullie nu alleen laten om mijn eigen brief naar huis te schrijven. En ik zie je morgenochtend in het stadhuis, Indira.’
‘Bon nuit, mon amour,’ zei ze en ze wierp hem een handkus toe. Toen zei ze tegen mij: ‘Ik kan nauwelijks geloven dat morgen mijn trouwdag is. Ik had me altijd de grootste staatsieplechtigheid voorgesteld in Cooch Behar, waarbij mijn prins in de Durbarhal aankomt op een olifant, gekleed in ceremoniële gewaden. En nu nemen we gewoon de taxi naar het stadhuis!’
‘Maakt het je wat uit?’ vroeg ik.
‘Helemaal niets, en hem ook niet.’
‘Ik denk dat Varun een goede man is, Indy. Je hebt geluk dat je hem hebt gevonden. En het allerbelangrijkste is dat ik zie dat hij ook van jou houdt.’
‘Ik weet het,’ zei ze ernstig. ‘Ik moet mijn best doen om me niet langer als een verwend kind te gedragen – en we weten allebei dat ik dat soms doe – als ik zijn echtgenote ben.’
‘Mee eens,’ zei ik en ik glimlachte om haar zelfinzicht. ‘Nou, waar heeft de aanstaande bruid zin in voor haar laatste diner als vrijgezel?’
De volgende dag, ondanks het feit dat Indira niet urenlang gebaad, geolied en gekleed was in de traditionele bruiloftssari en alleen mij had om haar bij te staan, vond ik dat ze er beeldschoon uitzag in haar witte kanten jurk, met kleine roze rozenknopjes in haar inktzwarte haar. Toen ik samen met Varuns huisknecht in het sombere zaaltje van het stadhuis toekeek hoe mijn liefste vriendin met haar prins trouwde, voelde ik dat de cirkel van onze jonge levens rond was. Onze toekomst zou niet het sprookje zijn waar we als kleine meisjes van hadden gedroomd toen we samen op het gras hadden gelegen en omhoog hadden gekeken naar de sterren; we waren allebei aangeraakt door liefde en dat had ons veranderd op een manier die we ons nooit hadden kunnen voorstellen.
Na de plechtigheid liet het pasgetrouwde stel champagne brengen naar de bruidssuite die Varun voor hen had gereserveerd.
‘Liefste Anni, je moet me je adres geven voor onze wegen scheiden,’ zei Indira.
‘Ja, natuurlijk. Ik zal het je sturen naar jullie adres in Saint-Raphaël als ik terug ben in Londen.’
Twintig minuten later nam ik afscheid, want ik zag dat de twee ernaar verlangden om alleen te zijn. Ik lachte bemoedigend naar Indira, want ik wist dat ze zowel bang als opgewonden was voor de intieme handelingen die ze die nacht voor het eerst met haar prins zou ervaren. Toen ik wegging, voelde ik zowel angst als opluchting dat ik mij nu eindelijk op mijn eigen toekomst kon richten.
De volgende ochtend, toen het stel rond het middaguur tevoorschijn kwam uit hun suite, had ik mijn koffer al gepakt en was ik klaar om te vertrekken. Indira’s gezicht betrok bij het zien van mijn koffer. ‘Weet je zeker dat je niet een tijdje met ons mee wilt naar Saint-Raphaël?’
‘Nee, ik denk dat jullie genoeg te doen hebben samen. Daar heb je mij niet bij nodig,’ zei ik met meer opgewektheid dan ik voelde. ‘Bovendien moet ik terug om mijn eigen geliefde weer te zien.’
‘Natuurlijk. Ik kan je niet zeggen hoe dankbaar ik ben dat je mij hebt geholpen de mijne terug te vinden.’
‘Dan is het nu tijd om afscheid te nemen.’
We huilden allebei toen we elkaar omhelsden.
‘Wees gelukkig, mijn liefste vriendin,’ zei ik toen de portier kwam om mijn koffer naar beneden te brengen.
‘Dat zal ik doen. En jij ook, Anni. Ik zal nooit vergeten wat je voor mij hebt gedaan. Ik weet niet of ik het je ooit kan terugbetalen, maar als er ooit een moment komt waarop je mij nodig hebt, hoef je het alleen maar te vragen.’
‘Dank je.’ Ik knikte. Ik kon niet meer zeggen. ‘Vaarwel.’
Ik haalde diep adem, wendde mij van haar af en liep door de deur. Ik keek niet achterom, omdat ik wist dat ik, als ik dat deed, volledig zou instorten.
Buiten, op de Place Vendôme, stond ik even stil en probeerde mezelf te herpakken. Ik liep naar de dichtstbijzijnde brievenbus en postte de brief die ik aan Donald had geschreven – waarin ik hem uitlegde dat ik nog wat langer weg zou blijven. Toen pakte ik mijn koffer op en nam mijn eerste stap in de richting van het onbekende.
Astbury Hall
Juli 2011