27

‘Wil je een cognacje? Ik in ieder geval wel!’ zei Anthony tegen Ari, toen Mrs. Trevathan de dessertborden kwam afruimen in de eetzaal en daarmee de stilte tussen beide mannen verbrak.

‘Graag,’ antwoordde Ari en hij keek toe hoe Anthony een karaf van een blad op een buffetkast pakte, de cognac in twee glazen schonk en hem er een gaf.

‘Proost,’ toostte Anthony.

‘Gezondheid. Het spijt me oprecht als het verhaal je van streek heeft gemaakt.’

‘Ik geef toe dat ik moest stoppen met lezen na de onthulling van Anahita’s zwangerschap. Ik kan gewoon niet geloven dat alles wat je overgrootmoeder heeft opgeschreven de absolute waarheid is,’ antwoordde Anthony.

‘Ik weet zeker dat het haar waarheid is. Liefde is iets wonderlijks, denk ik,’ mijmerde Ari.

‘Wat wel echt lijkt, is Anahita’s beschrijving van Maud, mijn overgrootmoeder. Zij was verschrikkelijk. Moeder en ik leefden allebei in angst voor haar tot de dag van haar overlijden.’

‘Ik kan je vertellen dat Maud zeker een belangrijke rol had in de tragedie die volgde,’ verzuchtte Ari.

‘Nou, het feit blijft dat er geen spoor van bewijs te vinden is om de relatie van jouw overgrootmoeder met mijn grootvader te bevestigen, of dat ze hier in Astbury aanwezig is geweest.’

‘Als Donald inderdaad een kind bij Anahita heeft verwekt, dan zullen alle sporen van haar en haar zoon toch zijn uitgewist, gegeven het schandaal dat het zou hebben veroorzaakt?’

Ari zag Anthony huiveren. ‘Het kind is overleden – je hebt me toch verteld dat je overgrootmoeder zijn overlijdensakte van Indira, haar vriendin, heeft ontvangen?’

‘Ja, en tot dusver heb ik geen bewijs dat suggereert dat hij wel in leven is gebleven,’ gaf Ari toe. ‘In die zin ben ik hier naar alle waarschijnlijk bezig met een hopeloze onderneming. Toch ben ik blij dat ik ben gekomen. Het is geweldig om de plaats te leren kennen die zo belangrijk voor haar is geweest.’

‘Ik wilde dat ik je verder kon helpen met je onderzoek, maar dat kan ik niet,’ zei Anthony vlak. ‘Je moet toch zeker ook hebben bedacht dat een groot deel van het verhaal van je overgrootmoeder fantasie kan zijn? Het is dertig jaar na dato geschreven en we weten allemaal hoe herinneringen verdraaid raken naarmate de tijd verdergaat.’

‘Ik ben het met je eens dat er zeker wel wat overdrijving in het verhaal kan zitten. Er was alleen nog een ding wat ik nader zou willen onderzoeken. Later in het verhaal noemt ze een huisje waar ze een paar jaar heel gelukkig is geweest.’

‘Welk huisje precies? Er zijn er een heel aantal op het landgoed,’ zei Anthony.

‘Het huisje op de heide, in het dal bij de beek. Rebecca en ik zijn erlangs gekomen toen we gingen rijden. Ik weet zeker dat dat het huisje is waarover Anahita het had.’

‘Hemel! Dat oude huis is volledig vervallen, er is binnen niets meer over. Ik sta op het punt het te laten slopen.’

‘Je bent binnen geweest?’ vroeg Ari.

‘Ja,’ antwoordde Anthony op zekere toon.

‘Nou, ik zou, als het mag, heel graag je aanbod om nog eens een paard van je te lenen aannemen om over de moors te rijden, als dat nog geldt.’

‘Natuurlijk,’ zei Anthony en hij dronk zijn glas leeg. ‘Wanneer ben je van plan om terug te gaan naar India?’

‘Het hangt ervan af. Ik moet overmorgen mijn bed and breakfast uit. Het is hoogseizoen en de eigenaresse heeft een gezin geboekt staan voor twee weken, dus ik moet naar iets anders op zoek.’

‘Goed dan.’ Anthony stond plotseling op. ‘Kom wel even gedag zeggen voor je weggaat.’

‘Dat zal ik zeker doen.’ Ari begreep dat de avond voorbij was en hij werd weggestuurd en stond ook op.

Anthony liep naar de deur en draaide zich toen om, alsof hij zich bedacht. ‘Als je morgen een paard meeneemt, moet je me beloven dat je het huisje bij de beek niet binnengaat. Het is onbewoonbaar verklaard en ik wil niet verantwoordelijk worden gehouden als je iets overkomt als je dat wel doet. Begrijp je?’

‘Zeker.’ Ari volgde Anthony de zitkamer uit, de hal in. ‘Bedankt voor het eten.’

‘De voordeur zit niet op slot. Je kunt jezelf uitlaten.’ Anthony knikte toen hij in de richting van de trap liep. ‘Het spijt me dat je reis naar Astbury Hall niets heeft opgeleverd. Goedenavond.’

‘Goedenavond.’ Ari liep de hal door en de voordeur uit, de stille, door sterren verlichte avond in. Toen hij naar zijn auto liep, dacht hij na over zijn gesprek met Anthony. Hij kende de man niet goed genoeg om uit te maken of hij gewoon weinig wist van het verleden en daarom zo beschermend was over zijn voorouders dat hij het niet kon verdragen om de waarheid in te zien. Of dat hij in feite veel meer wist dan hij liet merken.

Toen ze na haar bad terugkwam in haar kamer, zag Rebecca dat het al na tien uur was en Jack nog niet terug was van zijn avondje uit met James. Ze begreep dat ze gemakkelijk met Anthony en Ari had kunnen dineren, als Jack haar had gezegd dat hij zo lang zou wegblijven, maar ze slikte haar irritatie weg en probeerde zich op haar script te concentreren.

Om half twaalf klonk er een aarzelend klopje op haar deur.

‘Kom binnen,’ riep ze.

Het hoofd van Mrs. Trevathan verscheen. ‘Sorry dat ik je stoor, Miss Rebecca, maar komt je jongeman vanavond nog terug of niet?’

‘Het spijt me, Mrs. Trevathan. Jack is uit met James Waugh in Ashburton. Waarom gaat u niet naar bed en laat mij op hem wachten?’

‘Dat is niet nodig, maar als hij hier langer blijft, kan hij me voortaan misschien beter op de hoogte stellen hoe laat hij terug is.’

‘Natuurlijk. Ik verwachtte hem veel eerder.’

‘Het geeft niet. Slaap lekker, lieverd. Ik zie je morgenochtend.’

Mrs. Trevathan sloot de deur en Rebecca besloot dat als Jack langer zou blijven, ze maar beter naar een hotel konden gaan. Ja, ze zouden te maken krijgen met de mediagekte over hun huidige samenzijn in Engeland, en de paparazzi zouden heel waarschijnlijk buiten het hotel hun tenten opslaan, maar ze wilde geen misbruik maken van de gastvrijheid van Anthony en Mrs. Trevathan.

Vandaag had ze zich positiever gevoeld over hun relatie. Het was fijn om hem te zien en hun vrijen had haar herinnerd aan de intensiteit van de band die ze hadden. Misschien had ze zijn ware gevoelens voor haar inderdaad onderschat. Het feit alleen al dat hij naar Engeland was gekomen om haar te zien was zeker een bewijs hoeveel hij om haar gaf.

Om middernacht gaf Rebecca het op en deed het licht uit. Ze moest de volgende ochtend weer vroeg op de set zijn.

In de vroege uurtjes schrok ze wakker door een groot kabaal in de kamer. Ze deed het licht aan en zag Jack op de grond liggen. Hij was gevallen over een tafeltje.

‘Sorry,’ giechelde hij. ‘Ik probeerde stil te doen en je niet wakker te maken.’

Rebecca staarde naar hem vanuit haar bed en haar hart zonk. Het was overduidelijk dat hij stomdronken was.

‘Je had blijkbaar een leuke avond?’

‘James is een kerel die weet hoe je feestviert. Ik liet hem achter met een vrouw die hem in zijn kamer gezelschap zou houden. Goed…’ Hij probeerde op te staan. De eerste keer mislukte, maar de tweede keer slaagde hij erin. Hij haalde het tot het bed en liet zich er volledig gekleed op vallen. Hij opende zijn ogen en keek omhoog naar haar. ‘Weet je wel hoe mooi je bent?’ zei hij met dubbele tong.

Rebecca zag zijn vergrote pupillen. ‘Jack, je hebt vanavond gesnoven, hè?’

‘Een paar lijntjes maar. Kom nou eens hier.’ Hij stak zijn arm uit, maar zij trok zich onmiddellijk los.

‘Ik moet slapen, Jack, ik moet over…’ Rebecca keek naar de klok. ‘… vier uur op.’

‘Kom, schat, ik zal snel zijn, echt,’ zei hij en hij graaide in haar T-shirt naar haar borsten.

‘Nee, alsjeblieft!’ Rebecca worstelde zich los uit zijn greep en reikte naar het licht om het uit te doen.

‘Spelbederver, ik wilde alleen maar met mijn meisje vrijen. Alleen maar met mijn meisje vrijen. Alleen…’

Rebecca wachtte. Ze wist uit ervaring dat hij binnen twee minuten zou slapen. En inderdaad, algauw hoorde ze zijn bekende gesnurk.

Tranen brandden in haar ogen, maar Rebecca deed haar best om nog wat te slapen.

De volgende ochtend reed Ari al vroeg naar de Astbury-stallen. Debbie zadelde de bruine ruin voor hem en hij vertrok de heide op. Het was een prachtige ochtend en hij reed hard. Toen hij twintig minuten later bij het huisje aan de beek aankwam, sprong hij van zijn paard en liep naar de hoge houten schutting met het hek erin, aan de zijkant van het gebouw. Deze leek in een relatief betere staat dan de rest van het buitenwerk en hij dacht dat erachter misschien een deur zou zijn naar de achterkant van het huis. Hij trok aan de zwarte ring in het midden, maar de deur bewoog niet en hij zag dat er een slot op zat. Hij deed een paar vruchteloze pogingen om erover te klimmen, maar de schutting was te hoog.

Hij zette zijn paard naast de schutting, klom erop en greep de bovenkant van de schutting vast. Hij trok zichzelf omhoog, zwaaide zijn benen erover en sprong omlaag. Na een zachte landing zag hij dat hij op een erf stond met een aantal kleine bijgebouwen. Hij wierp er een snelle blik in en zag dat ze leeg waren, afgezien van een oud koetsje dat in een hoek van een ervan stond.

Toen richtte hij zijn aandacht op de achterkant van het huisje zelf, liep naar de enige deur en voelde aan de deurknop. Hij was verrast toen die gemakkelijk bewoog en de deur open sprong. Voorzichtig stapte hij naar binnen. Hij stond in een keuken.

Door de ondoordringbare, met klimop begroeide buitenkant van het huisje en door wat Anthony gisteravond had gezegd, had Ari aangenomen dat hij een vervuild, met spinnenwebben bedekt interieur zou aantreffen. Maar nee. Hij ging met zijn vinger over het oppervlak van de houten tafel die midden in de keuken stond en er lag zeker een laagje stof op, maar niet het vuil van negentig jaar verwaarlozing. Toen hij door de ruimte liep, zag hij dat de kopjes netjes aan haakjes waren gehangen, het oude zwarte aanrecht geen roest vertoonde en dat de borden in de kast wel barsten bezaten, maar schoon waren. Toen hij omlaag keek, zag hij dat zijn voeten geen voetstappen in het vuil achterlieten dat zich zeker zou hebben verzameld op de tegelvloer.

Toen zag hij een moderne elektrische waterkoker op een plank boven het aanrecht. Ari trok een stoel van onder de tafel en ging er pardoes op zitten. Dit was duidelijk geen verlaten huisje dat zo onveilig was dat het op het punt stond gesloopt te worden, zoals Anthony had gezegd.

Ari stond weer op, zich opeens bewust dat er misschien wel een bewoner elders in het huis aanwezig kon zijn, en liep zachtjes naar de keukendeur. Hij opende hem. In de gang luisterde hij of hij iets hoorde, maar het was stil. Toen hij een deur links opende, zag hij een kleine zitkamer. Deze was donker, door de klimop die de vensters bedekte, en Ari had moeite om zijn ogen aan het duister te laten wennen. De haard vertoonde slechts een beetje zwarte stof die onlangs van de schoorsteen naar beneden was gekomen. De stoel die ervoor stond, was kaal, maar schoon.

Toen hij naar de boekenplanken liep, zag hij dat ze vol stonden met oude exemplaren van de klassieke Engelse literatuur. De boeken waarvan Anahita had gezegd dat ze er zo van hield.

Ari beklom de smalle trap en stond op een kleine overloop waarna hij voorzichtig een van de twee deuren openduwde. Hij betrad een kleine slaapkamer, met verbleekte bloemetjesgordijnen voor de ramen en een versleten patchwork quilt op het koperen ledikant. De kussens waren keurig in een sloop gestopt en de lakens en dekens leken klaar voor de bewoner om ertussen te kruipen. Op de kaptafel stonden verschillende vrouwelijke verzorgingsmiddelen en een grote fles parfum.

Ari krabde op zijn hoofd. Hij voelde zich verward. Alles wat hij zag wees erop dat het huisje bewoond was.

Maar door wie?

Het was een perfecte schuilplaats, dacht Ari bij zichzelf toen hij de slaapkamer verliet om de kamer aan de andere kant van de overloop te onderzoeken. Niemand kon aan de buitenkant zien dat er iemand in woonde.

Een nieuwe golf van emotie trok door hem heen toen hij zag wat deze kamer bevatte. Een verroest ijzeren kinderbed nam de meeste ruimte in, een door de motten aangevreten babydeken lag nog altijd op het matras. Een paar treurige ogen keken omhoog naar hem vanuit het bedje en Ari pakte de oeroude teddybeer en drukte hem als een kind tegen zich aan.

‘Mijn god,’ fluisterde hij. Hij geloofde nu echt dat het verhaal van zijn overgrootmoeder waar was.