28

Jack had zich niet bewogen toen Rebecca de volgende ochtend uit bed was gestapt. Ze zette zijn gedrag uit haar hoofd, trok een trainingsbroek aan en ging naar beneden, naar de make-up.

Het was een lange, zware opnamedag en ze voelde zich leeg tegen de tijd dat ze na zessen die avond weer boven kwam.

‘Ga je weg?’ vroeg ze verrast toen ze de kamer binnenkwam en zag dat Jack zijn overhemden in zijn weekendtas aan het pakken was.

‘Ja, maar alleen naar Londen. Mijn nieuwe beste vriend James vertelde me over een film die Sam Jeffrey aan het maken is. Ik heb de telefoon in de studeerkamer gebruikt en heb mijn manager zo ver gekregen dat hij hem vanochtend gebeld heeft om hem te zeggen dat ik hier ben, en hij wil mij morgenochtend spreken. Is het niet geweldig, schat? Die vent is een jonge regisseur en heeft al een aantal bafta’s in zijn zak. Dus heb ik een taxi gebeld die mij naar Londen brengt. Ik ben morgenavond terug.’

‘Oké,’ antwoordde Rebecca, verbijsterd.

‘Naar Engeland komen om jou op te zoeken blijkt een goede zet te zijn geweest.’ Hij kwam naar haar toe, sloeg zijn armen om haar heen en kuste haar. ‘Wens me succes en beloof me dat je niet in de armen van mijn nieuwe beste maatje valt als ik weg ben,’ zei hij toen hij zijn tas oppakte en naar de deur liep. ‘Ik weet waar hij geweest is. Houd van je, baby, bye!’ Jack knipoogde naar haar en sloot de deur achter zich.

‘Ik dacht dat je hiernaartoe was gekomen om mij te zien,’ fluisterde ze tegen zichzelf toen ze als in een waas op bed neerplofte. Na een paar minuten, waarin ze aan het idee wende dat Jack plotseling weer vertrokken was, stond Rebecca op om een bad te nemen. Het was een mooie avond en nadat ze de hele dag binnen had gezeten onder de warme lampen, besloot ze een eindje te gaan lopen en wat frisse lucht in te ademen. Ze kwam Mrs. Trevathan tegen op de trap.

‘Passeer me niet, Rebecca. Het betekent ongeluk als je elkaar kruist op de trap,’ zei ze.

‘Echt? Dat zal dan wel een Engels gebruik zijn.’ Ze haalde haar schouders op.

‘Ja, dat zal wel,’ zei Mrs. Trevathan. Rebecca vond haar er extreem nerveus uitzien. ‘Is je jongeman nu weer vertrokken?’

‘Ja, maar hij komt morgen terug.’

‘Goed, dus je wilt vanavond avondeten?’

‘Nee, dank u, ik heb vanmiddag uitgebreid geluncht op de set.’

‘Dan breng ik je wat sandwiches en de kamillethee die je zo lekker vindt op je kamer, voor later.’

‘Dank u, Mrs. Trevathan.’

De crew was vertrokken naar het dorp voor avondopnames, dus het huis en de tuin waren uitgestorven. Rebecca ging op het bankje zitten in de ommuurde tuin. De rozen kwamen in volle bloei en hun geur was hemels.

‘Hallo.’ Anthony’s stem deed haar opschrikken uit haar gemijmer. ‘Dus je jongeman is naar Londen vertrokken, hoor ik?’

‘Ja, maar hij komt morgen weer terug. Echt, als het een probleem is, zeg het dan alsjeblieft, dan nemen we een hotel.’

‘Nee, het is geen probleem. Alleen…’

‘Wat?’

‘Hij is niet wat ik verwachtte,’ gaf Anthony toe. ‘Vergeef me, ik weet niets over relaties tussen mannen en vrouwen.’

‘Het geeft niet, Anthony, echt niet.’

‘Als hij maar voor je zorgt en jij gelukkig bent, dat is alles wat telt.’

‘Ja.’ Rebecca gaf verder geen commentaar; op dit moment kon ze er niet voor instaan dat ze niet iets negatiefs zou zeggen.

‘En, wat vind je van onze jonge vriend uit India?’

‘Ik mag hem,’ zei Rebecca naar waarheid.

‘Ja, hij lijkt een aardige vent, maar persoonlijk heb ik er moeite mee zijn verhaal te geloven. Als ik dat deed, zou het mijn beeld van Donald en Violet, mijn grootouders, veranderen en ik vind dat heel schokkend,’ bekende hij.

‘Ik ken niet het hele verhaal, maar waarom zouden hij of zijn overgrootmoeder zoiets verzinnen?’ vroeg Rebecca.

‘Dat weet ik niet. Misschien wil hij iets van me,’ mompelde Anthony somber.

‘Wat zou hij kunnen willen?’

‘Geld? Aanspraak op het landgoed?’

‘Anthony, ik heb alleen de eerste honderd bladzijden gelezen, dus ik kan dat niet beoordelen. Maar Ari lijkt me een eerlijke vent. Ik denk niet dat hij hier is gekomen om problemen te maken. Hij wil alleen meer weten over het verleden van zijn eigen familie.’

‘Ook al was hij uit op geld, hij weet nu dat er hier niets te halen valt,’ antwoordde Anthony.

‘Ik heb begrepen dat Ari een zeer succesvol ondernemer is. Ik denk echt niet dat dat de reden is dat hij hier is, Anthony.’

‘Echt niet?’

Rebecca voelde nogmaals Anthony’s bijna kinderlijke behoefte aan bevestiging. ‘Nee, echt niet.’

‘In dat geval,’ zei Anthony, en hij ontspande zich zichtbaar, ‘vrees ik dat ik niet erg gastvrij ben geweest. Hij vertelde me gisteravond dat hij vanaf morgen geen onderdak heeft. Zal ik hem een kamer aanbieden tot hij over een paar dagen naar India vertrekt?’

‘Dat zou een heel vriendelijk aanbod zijn,’ stemde zij in.

‘Hemel, dit huis heeft in jaren niet zoveel gasten binnen zijn muren gehad,’ zei Anthony.

‘Vind je het gezelschap prettig?’ vroeg ze hem.

‘Ja, ik denk het wel. Mrs. Trevathan is er minder blij mee, natuurlijk. Goed, Rebecca, dank je wel voor je advies. Ik ga naar binnen en bel Mr. Malik.’ Hij glimlachte kort naar haar en liep weg, in de richting van het huis.

Rebecca liep in de richting van het park aan de voorkant van het huis. Ze wilde wat tijd voor zichzelf om haar hoofd leeg te maken en na te denken over hoe het verder moest met Jack. Ze had minder dan vierentwintig uur in zijn aanwezigheid nodig gehad om weer te weten waarom ze moeite had gehad om ja te zeggen op zijn aanzoek. Ze wandelde over het met zonnevlekken bedekte gazon tussen de grote kastanjes door in het park en besefte dat de twee weken die ze hier op Astbury had doorgebracht haar hadden veranderd. Ze was in staat om de dingen helderder te zien, alsof de fysieke ruimte om haar heen haar meer ruimte in haar hoofd had gegeven. En de waarheid was dat toen Jack vannacht dronken en stoned in haar kamer was verschenen, ze van hem had gewalgd.

Tegen de achtergrond van Astbury had alles aan hem als een stereotiep Hollywoodcliché geleken. In Tinseltown waren Jacks gedrag, ego en egoïsme misschien normaal, maar in de echte wereld – de wereld waarin gewone mensen hun leven leidden en hun best deden hun hoofd boven water te houden – was het dat zeker niet. Hoe vaak ze ook probeerde er een excuus voor te vinden, ze kon niet leven met Jacks afhankelijkheid van drugs en alcohol. Ze wist uit bittere ervaring dat het een weg was die nergens toe leidde.

Ze kon zijn aanzoek echt niet accepteren. En wat dan nog als de wereld dat niet begreep? De wereld hoefde niet met hem te leven. Rebecca wist dat ze hem moest zeggen dat het niet doorging tenzij hij drastisch veranderde. Als ze het hem nu vertelde, terwijl ze hier op Astbury was, zou ze tenminste beschermd zijn tegen de reacties in de media. Haar agent zou natuurlijk gek worden, maar Rebecca begon ook in te zien dat veel te veel andere mensen – de meesten van hen mannen – de afgelopen jaren haar lot hadden bepaald. Ze moest weer verantwoordelijk voor zichzelf worden, koste wat het kost.

Misschien zou haar afwijzing voor hem het laatste zetje betekenen om zijn demonen onder ogen te komen. Eigenlijk betwijfelde ze dat.

Ze keek op en zag dat ze een deel van het park in was gelopen waar ze nog niet eerder was geweest. Voor haar, te midden van een bosje, stond een gebouw dat herinnerde aan een Griekse tempel. Het viel uit de toon in deze landelijke Engelse omgeving. Ze liep ernaartoe en beklom de treden tussen de witte marmeren zuilen. Ze verwachtte dat de enorme deur op slot zou zitten en was verbaasd toen hij openzwaaide toen ze aan de deurknop draaide.

Rebecca stapte het koele, duistere gebouw binnen en huiverde toen ze zich herinnerde dat Anthony had verteld dat zijn voorouders begraven lagen in een mausoleum op het terrein. Ze wilde direct weer weglopen, maar toen ze om zich heen keek naar de muren met hun grote natuurstenen plaquettes, waarop de namen stonden van degenen wiens botten erachter lagen, was ze geïntrigeerd. Ze las de namen van Astbury-voorouders die teruggingen tot de zestiende eeuw; echtelieden die eeuwig samen begraven lagen. Rebecca liep naar de recentere graven en stond voor de laatste rustplaats van Lord Donald en Lady Violet Astbury.

..

Donald Charles Astbury

geb. 1 december 1897 – overl. 28 augustus 1922

25 jaar oud

..

Violet Rose Astbury

geb. 14 november 1898 – overl. 25 juli 1922

23 jaar oud

Er trok een rilling over Rebecca’s rug, toen ze nog eens goed naar de datum van Donald Astbury’s overlijden keek. Hij was nog zo jong… en maar een maand na Violet. Was het toeval? Rebecca wilde het heel graag weten. Naast de steen van Donald en Violet lag die van Lady Maud Astbury, die haar zoon drieëndertig jaar had overleefd en in 1955 op drieëntachtigjarige leeftijd was overleden. Ze lag begraven bij haar man George, die haar vierenveertig jaar eerder was voorgegaan, in 1911. De recentste steen was die van Anthony’s moeder:

..

Daisy Violet Astbury

geb. 25 juli 1922 – overl. 2 september 1986

64 jaar oud

..

Anthony Donald Astbury

geb. 20 januari 1952 – overl.

De laatste datum onder Anthony’s naam was niet ingevuld.

Onder deze steen stond een grote vaas vol verse rozen. Rebecca bukte zich en rook eraan. Ze dacht erover na waarom Anthony’s vader niet met Daisy, zijn moeder, begraven was. In plaats daarvan zouden Anthony’s botten uiteindelijk bij haar te ruste worden gelegd. Rebecca huiverde opeens van de kilte en verliet het mausoleum, piekerend waarom Anthony vijfentwintig jaar geleden ervoor had gekozen om bij zijn moeder te worden begraven en niet bij een mogelijke echtgenote die hij in de toekomst nog zou krijgen.

Toen ze terugliep door de tuin naar het huis, bedacht Rebecca nogmaals dat Anthony misschien wel homo was. Of misschien was hij gewoon niet geïnteresseerd in een relatie en had hij dat altijd al geweten.

Wat zijn voorkeuren ook waren, het bezoek aan het mausoleum had voor Rebecca één ding bevestigd, en dat was dat het leven te kort was om je zorgen te maken over de gevolgen van je beslissingen. Als Jack terugkwam uit Londen, zou ze hem vertellen wat ze besloten had.