3

‘Goeienavond,’ zei James toen Rebecca de kleine zitkamer van zijn suite binnenkwam, waar een tafel was neergezet voor het diner. Hij kuste haar op beide wangen en leidde haar ernaartoe. ‘Ik dacht dat je het prettiger zou vinden om hier te eten, gezien de omstandigheden.’

‘Ja, dank je wel,’ zei Rebecca, dankbaar dat ze niet onder de ogen van loerende gasten hoefde te eten, maar tegelijkertijd bezorgd over roddels onder het hotelpersoneel. Gezien worden als ze de suite van haar collega-acteur binnenging was op vele manieren erger dan met hem gezien worden in het restaurant van het hotel.

‘Maak je geen zorgen dat het personeel iets naar buiten zal brengen.’ James leek haar gedachten te lezen toen hij haar stoel naar achteren schoof. ‘Robert vertelde me dat het hotel ze een privacyclausule heeft laten tekenen, voor de tijd dat wij hier allemaal zijn. Als er ook maar een woord uitlekt naar de pers over wat iemand van de cast heeft gedaan, dan krijgen ze een proces aan hun broek van de advocaten van de productiemaatschappij.’

‘Oké,’ zei Rebecca.

‘Wat een waanzin, hè?’ verzuchtte James en hij ging tegenover haar zitten. ‘Hoe dan ook, de soep is al hier, dus schep op zolang hij nog warm is. Wijn?’ Hij haalde een fles tevoorschijn.

‘Nee, bedankt,’ zei Rebecca. ‘Ik moet morgen fris zijn.’

‘Vertel eens, hoe ben jij eigenlijk “ontdekt”?’ vroeg James en hij schonk een flinke scheut wijn in zijn eigen glas.

Rebecca roerde in de kom met dunne, onduidelijke soep terwijl ze overwoog wat ze zou zeggen. Ondertussen bedacht ze dat dat wat Mrs. Trevathan op tafel zette veel beter was dan dit. ‘Ik heb niet het gevoel dat ik werkelijk ben ontdekt. Ik kreeg gewoon een rolletje in een tv-serie toen ik twintig was, en vanaf dat moment werden de rollen steeds groter.’ Ze haalde haar schouders op.

‘Ik moet het nog maken in Hollywood,’ zei James. ‘De aandacht van de pers hier in Engeland is heel vervelend, maar naar wat ik heb gehoord, is het in la een nachtmerrie.’

‘O ja, dat is zo,’ stemde Rebecca in. ‘Daarom woon ik er ook niet. Ik heb een appartement in New York.’

‘Dat doe je goed. Ik denk dat jij verstandig bent. Ik heb een vriend die een paar jaar geleden een film gedraaid heeft in la en hij zegt dat de meeste filmsterren letterlijk nooit de deur uitgaan. Ze sluiten zichzelf op in hun huis in de bergen, achter hun zwaarbeveiligde muren en batterijen camera’s. Dat zou me helemaal niet bevallen,’ voegde hij er met een grijns aan toe.

‘Je vriend heeft gelijk, en het bevalt mij ook niet. New York is veel relaxter.’

‘Behalve in periodes als deze, nu ze je zelfs in een uithoek als Devon lastigvallen.’ James trok zijn wenkbrauwen op.

‘Ja, nu is het vreselijk.’ Rebecca stopte met het eten van haar soep en legde haar lepel op het bord ernaast.

‘Ik vind het altijd ironisch dat het doel van elke jonge acteur jouw soort roem en rijkdom is,’ zei James. ‘Terwijl de prijs echt hoog is. Ik ben niet van jouw niveau, natuurlijk, maar zelfs als ík iets uitvreet, staat het in de krant.’

‘Ik denk dat je er maar aan moet wennen,’ verzuchtte Rebecca. ‘Het wordt normaal. Het zijn vooral de leugens die mij raken.’

‘Die verloving is toch zeker geen leugen, Rebecca?’

Rebecca zweeg en dacht erover na wat ze moest zeggen, terwijl James de soepborden afruimde en twee borden uit de warmhouder haalde die het hotelpersoneel had neergezet.

‘Ik zou zeggen dat de aankondiging een beetje… voorbarig was. Maar Jack heeft me inderdaad gevraagd met hem te trouwen.’

‘En je hebt ja gezegd?’

‘Soort van. Maar goed, laten we het over de film hebben,’ zei ze abrupt.

‘Natuurlijk.’ James begreep de hint. ‘Zo… Miss Bradley, morgenochtend mag ik de mooiste vrouw ter wereld kussen. Heb ik even geluk!’ Hij keek naar het plafond en zuchtte dramatisch. ‘Acteren is echt de moeilijkste baan die er is. En ik moet zeggen, Rebecca, jij bent werkelijk adembenemend.’ James boog zich naar voren om haar trekken goed te bestuderen. ‘Ik zie nergens ook maar een vermoeden van make-up op je gezicht. Zelfs geen lippenstift.’

‘Dan zul je me morgen niet herkennen. Ze zullen me dicht­plamuren. Ik lijk op een beschilderde pop, ga daar maar vanuit.’

‘Nou ja, dat past bij die tijd,’ zei James. ‘Zeg eens, ben je, behalve voor Jack, weleens voor een andere collega gevallen?’

‘Nee,’ antwoordde Rebecca naar waarheid. ‘Jij?’

James nam een slok van zijn wijn. ‘Ik zou niet willen zeggen dat mijn reputatie vlekkeloos is,’ gaf hij toe, met een ondeugende glinstering in zijn ogen. ‘Ik heb me gedragen als een kind in een snoepwinkel, omdat ik met zoveel mooie vrouwen mocht werken. Eerlijk is eerlijk, ik was niet beter of slechter dan elke andere warmbloedige jongeman van in de twintig; het verschil is dat ik het in de schijnwerpers van de media heb gedaan. Laten we dus maar snel van onderwerp veranderen,’ zei hij lachend. ‘Hoe vind je Engeland tot nu toe?’

Rebecca begon James in de loop van de avond aardiger te vinden. Voor een bekende acteur had hij veel zelfkennis en bovendien een scherp gevoel voor humor. Ze vond het prettig dat hij zichzelf of zijn carrière niet al te serieus nam; hij zag zijn acteerwerk echt als werk. Vergeleken met Jack, die zijn talent heel hoog had zitten en er altijd over klaagde dat hij in de rollen die hij kreeg niet tot zijn recht kwam, was de houding van James een verademing.

‘Laten we eerlijk zijn,’ zei hij, toen ze toe waren aan een kop muntthee voor haar en koffie met cognac voor hem, ‘als jij en ik eruitzagen als de achterkant van een bus, dan zouden we vast niet Elizabeth en Lawrence mogen spelen. Zo is het nu eenmaal.’

Rebecca glimlachte. ‘Ik moet nu echt gaan,’ zei ze. Het was al over tienen.

‘Natuurlijk, en ik zal me terugtrekken in de bezemkast die moet doorgaan voor een slaapkamer, terwijl jij wordt weggebracht om als een prinses in je toren te slapen. Ik zal hier welterusten zeggen, goed?’ Hij glimlachte. ‘Ik wil niet dat eventuele fotografen die buiten opduiken een verkeerde indruk krijgen.’

‘Ja, dank je wel,’ zei Rebecca en ze stond op. ‘Ik zie je morgen op de set.’

James kuste haar zacht op beide wangen. ‘En, ik meen het, Rebecca, als je ooit behoefte hebt om te praten, ik ben er voor je.’

‘Dank je. Welterusten,’ fluisterde ze en ze verliet de suite. Ze nam de trap naar beneden, om niet het risico te lopen dat iemand haar de lift uit zag komen en haastte zich naar de voordeur van het hotel. Ze zag Graham buiten in de Mercedes wachten en stapte snel in de auto.

Vijftien minuten later opende Rebecca de deur van haar kamer en sloot hem achter zich. Mrs. Trevathan had de lamp op haar nachtkastje voor haar aangedaan en de dekens alvast opengeslagen. Toen ze zich uitkleedde en tussen de lakens gleed, bedacht Rebecca dat ze zich inderdaad voelde als de prinses die James had beschreven.

Midden in de nacht schrok Rebecca wakker. Ze was er zeker van dat ze iets had gehoord in haar kamer. Toen ze het licht aan had gedaan, zag ze dat er niemand was. Ze rook alleen een sterke bloemengeur. Het was niet onplezierig, maar wel heel sterk. Rebecca haalde haar schouders op, deed het licht uit en viel uiteindelijk weer in slaap.

‘Je wordt over vijf minuten op de set verwacht, Miss Bradley,’ zei de runner toen hij de make-upruimte binnenkwam.

‘En ze is helemaal klaar!’ zei visagiste Chrissie. Ze bracht nog wat poeder aan op Rebecca’s voorhoofd. ‘Tadaaa,’ zei ze en ze haalde de beschermende cape van Rebecca’s schouders af.

‘Wow,’ zei de runner, toen Rebecca opstond en zich omdraaide. ‘U ziet er prachtig uit, Miss Bradley,’ voegde hij er vol bewondering aan toe.

‘Ja, hè?’ zei Chrissie instemmend.

‘Dank je,’ zei Rebecca. Ze moest nog wennen aan haar blonde, korte haar, zwaar opgemaakte ogen, albastwitte huid en donkerrood gestifte lippen. Ze leek helemaal niet op zichzelf. Toen ze achter de runner door de gang liep en in de grote hal aankwam, zag ze Anthony die de brede marmeren trap afdaalde.

Ze keek naar hem op en glimlachte. ‘Goedemorgen.’

Toen Anthony haar zag, stond hij stil op de trap. Hij leek geschokt.

‘Mijn god!’ bracht hij uit.

‘Wat is er?’

Anthony antwoordde niet, hij bleef alleen naar haar staren.

‘Kom, Miss Bradley, we moeten gaan,’ drong de runner aan.

‘Dag!’ zei Rebecca ongemakkelijk tegen de stilstaande figuur op de trap en ze volgde de runner toen de hal uit.

James wachtte in de zitkamer, terwijl de crew cameraposities koos op het terras.

‘Mooi, dat haar, schat,’ zei hij met een brede lach, ‘en ben jij dat, onder al die make-up?’

‘Ergens verstopt, ja,’ reageerde ze, toen ze op de set werden geroepen.

‘Nou, ik ben vast niet de eerste die het zegt, maar je ziet er geweldig uit. Persoonlijk heb ik je liever naakt… je gezicht dan, vanzelfsprekend,’ fluisterde James ondeugend. Hij bood haar zijn arm en ze stapten naar buiten.

Robert Hope, de regisseur, liep naar hen toe en legde goedkeurend een arm om haar schouders. ‘Je ziet er perfect uit, Rebecca. Ben je er klaar voor?’

‘Beter gaat het niet worden,’ zei ze nerveus.

‘Je zult het fantastisch doen, ik weet het zeker,’ stelde hij haar gerust. ‘Goed, laten we de scène van het begin af aan doornemen.’

Twee uur later liep Rebecca de woonkamer weer in met James. Ze liet zich achterovervallen in een stoel, uitgeput van de spanning. ‘Jeetje, wat ben ik blij dat dat voorbij is!’

‘Je was geweldig, echt waar,’ merkte James op. Hij stak een sigaret op bij de open deur en glimlachte naar haar. ‘Je accent was perfect.’

‘Dank je,’ zei Rebecca. ‘Je hielp me echt om me op mijn gemak te voelen.’

‘Volgens mij zijn we een goed team. En ik heb echt van die kus genoten,’ voegde hij er met een knipoog aan toe.

Rebecca bloosde en stond op. ‘Ik ga op zoek naar iets kouds om te drinken. Tot later.’ Ze verliet de kamer voor hij achter haar aan kon komen. Ze wilde hem niet aanmoedigen in de gedachte dat hun relatie op het witte doek een kans had om daarbuiten op te bloeien. Ze had de blikken van een aantal collega-acteurs wel gezien. James was een aardige jongen, maar ze had hem als vriend nodig, niets meer dan dat.

‘Rebecca.’ Steve hield haar tegen, terwijl ze onderweg was naar de cateringwagen. ‘Het productiekantoor heeft een woedend telefoontje ontvangen van je impresario. Hij zei dat je verloofde contact met hem had gezocht en dat ze allebei willen weten waar je bent. Kun je ze even bellen?’

‘Ik heb bij allebei een boodschap ingesproken dat ik oké ben,’ sputterde Rebecca tegen. ‘Ik heb hier geen bereik op mijn mobiel.’

‘Weet ik. Het is een groot probleem voor iedereen hier, dus ik heb Lord Astbury gevraagd of we de vaste lijn mogen gebruiken. Natuurlijk zullen we ervoor betalen, dus maak er alsjeblieft gebruik van. We willen geen vervelende verhalen in de pers dat jij gekidnapt bent, nietwaar?’ voegde hij eraan toe en hij liep snel weg.

Met een zucht begon Rebecca de trap te beklimmen naar haar kamer om haar mobiel te halen, waarin de nummers stonden.

‘Rebecca?’

Ze draaide zich om en keek omlaag. Anthony stond in de hal.

‘Hallo,’ zei ze onzeker. Hij staarde weer naar haar en ze voelde zich uitgesproken ongemakkelijk onder zijn doordringende blik.

‘Heb je een paar minuten?’ vroeg hij. ‘Ik wil je iets laten zien.’

‘Natuurlijk,’ antwoordde ze. Ze kon onmogelijk weigeren.

Anthony gebaarde dat ze naar beneden moest komen. Hij glimlachte naar haar toen ze naast hem stond. Zijn ogen verlieten haar gezicht geen moment. ‘Volg me.’ Hij ging haar voor door de gang die toegang gaf tot de staatsievertrekken die uitkeken over de tuin aan de achterkant van het huis. Voor een ervan bleef hij staan en hij draaide zich naar haar om. ‘Schrik niet.’

‘Oké,’ antwoordde Rebecca toen hij de deur opende en ze een ruime bibliotheek binnenliepen. Anthony trok haar mee naar het midden van de kamer, legde zijn handen op haar schouders en draaide haar met haar gezicht naar de schoorsteenmantel.

‘Kijk eens naar dat schilderij.’

Rebecca zag een portret van een jonge, blonde vrouw, precies als zij gekleed, met een hoofdband vol edelstenen op haar voorhoofd. Het was niet alleen wat de vrouw aan had wat haar trof. Het was haar gezicht.

‘Zij…’ Rebecca hervond haar stem. ‘Zij lijkt precies op mij.’

‘Ik weet het. De gelijkenis is…’ Anthony zweeg even. ‘… buitengewoon. Toen ik je vanochtend zag, je haar blond en in deze kleding, dacht ik dat ik een spook zag.’

Rebecca ging nog helemaal op in de grote bruine ogen, het hartvormige gezicht, dat net zo bleek was als het hare, de kleine wipneus en de volle lippen. ‘Wie is zij?’

‘Mijn grootmoeder Violet. En, wat het nog vreemder maakt, ze was Amerikaans. Ze trouwde in 1920 met mijn grootvader Donald en ging hier op Astbury met hem wonen. Ze stond zowel in Engeland en in Amerika bekend als een van de grote schoonheden van haar tijd. Helaas is ze erg jong gestorven, dus ik heb haar nooit ontmoet. Mijn grootvader overleed slechts een maand na haar.’ Anthony zweeg even en zuchtte toen diep. ‘Je zou kunnen zeggen dat het het begin van het einde was voor de familie Astbury.’

‘Hoe is Violet overleden?’ vroeg Rebecca hem vriendelijk.

‘Haar lot was hetzelfde als dat van veel jonge vrouwen in die tijd. Ze stierf in het kraambed…’ Anthony’s stem klonk verdrietig.

‘Dat spijt me,’ zei Rebecca. Ze wist niet wat ze ermee aan moest.

Anthony herstelde zichzelf en ging verder: ‘Vervolgens groeide mijn arme moeder op als wees, onder de hoede van haar grootmoeder. Daar zie je mijn moeder.’ Hij wees naar een ander portret, waarop een vrouw van middelbare leeftijd met een strakke mond was afgebeeld. ‘Neem me niet kwalijk als ik wat overdreven overkom, maar is het niet vreemd dat het met de Astbury’s eigenlijk nooit meer goed is gekomen sinds Violets dood?’ Hij keek opeens van het portret naar Rebecca. ‘Je bent toch geen familie van de familie Drumner in New York? Dat was een steenrijke, machtige familie in het begin van de twintigste eeuw. Eerlijk gezegd heeft Violets erfenis dit landgoed van de ondergang gered.’

Anthony keek naar haar. Hij wachtte op een antwoord. Haar verleden was niet iets wat Rebecca aan iedereen wilde blootgeven, en zeker niet aan een vreemde.

‘Nee. Mijn familie komt uit Chicago en ik heb de naam Drumner nog nooit horen vallen. De gelijkenis moet toeval zijn.’

‘Toch…’ Anthony lachte minnetjes, ‘raar om jou hier op Astbury te hebben, en dat je een personage speelt uit de tijd waarin Violet leefde. En dat je zoveel op haar lijkt.’

‘Ja, dat is zo, maar ik kan je verzekeren dat er geen familieconnectie is,’ zei Rebecca nog maar eens.

‘Goed, dat is dan duidelijk. Je kunt je wel voorstellen dat het een schok was toen ik je vanochtend in de hal zag. Neem me alsjeblieft niet kwalijk.’

‘Natuurlijk niet.’

‘Nou, ik zal je niet langer ophouden, maar ik vond dat je Violets portret moest zien. En misschien zou je mij vanavond aan het diner willen vergezellen?’

‘Heel graag! Maar nu moet ik echt gaan. Ik moet over een uur weer op de set zijn.’

‘Natuurlijk.’ Anthony liep naar de deur en hield hem voor haar open. Ze liepen zwijgend terug naar de hal. Rebecca nam glimlachend afscheid van hem en klom toen in haar eentje weer de trap op om haar telefoon te halen. Toen ze eindelijk alleen in haar kamer was, sloot ze de deur. Haar benen voelden opeens te zwak om haar te dragen. Ze ging snel zitten in de leunstoel bij de haard, ondersteunde haar hoofd met haar handen en haalde diep adem.

Ze had gelogen. Het enige wat ze van haar ouders wist, was de naam van haar moeder, Jenny Bradley. Plus dat Jenny afstand had gedaan van haar dochter toen Rebecca vijf jaar oud was.

De mensen die zij als haar ouders beschouwde waren Bob en Margaret – een vriendelijk echtpaar dat Rebecca in huis had genomen toen ze zes was. Door de jaren heen hadden ze steeds geprobeerd om Rebecca te adopteren, maar haar moeder had altijd geweigerd de papieren te tekenen, omdat ze ervan uitging dat ze op een dag weer in staat zou zijn om zelf voor haar dochter te zorgen.

Emotioneel was de situatie moeilijk voor haar geweest. De stabiliteit en veiligheid die ze zo nodig had, waren haar niet gegeven. Als jong meisje werd ze nacht na nacht verteerd door angst dat haar moeder haar zou komen halen en haar weer zou meenemen naar het leven dat ze zich vaag herinnerde van voor ze de jeugdzorg in ging.

Uiteindelijk, toen Rebecca negentien was, vertelden Bob en Margaret haar voorzichtig dat haar moeder was overleden aan een overdosis.

Ze had nooit geweten wie haar vader was. Ze had geen idee of Jenny dat eigenlijk wel had geweten. Ze vermoedde dat ze waarschijnlijk verwekt was toen haar moeder zich prostitueerde om alcohol en drugs te kopen.

Rebecca staarde voor zich uit. Wie weet, misschien was haar vader wel familie van Violet Drumner? Het was een mogelijkheid. Aangezien zijn naam niet op haar geboortebewijs stond, was er geen enkele manier om daarachter te komen.

Rebecca voelde voor de eerste keer sinds ze hier was aangekomen een steekje van verlangen naar de troostende armen van Jack. Ze pakte haar mobiel en ging naar Anthony’s studeerkamer om hem te bellen op de vaste telefoon.

Ze kreeg alweer zijn voicemail, maar ze wist dat Jack nooit oproepen beantwoordde van nummers die hij niet kende, uit veiligheidsoverwegingen.

‘Ha lieverd, ik ben het. Ik heb hier geen bereik, dus ik gebruik weer de vaste lijn. Ik probeer het straks nog eens. Ik heb een uur voor ik weer op de set moet zijn. Ik hoop dat het goed met je gaat. Dag!’

Vervolgens draaide ze Victors nummer; deze keer nam hij wel op.

‘Hoe gaat het, schat? Ik stond op het punt om de cia te sturen om je op te sporen.’

‘Het gaat goed. We filmen in een fantastisch oud huis en vanwege alle aandacht van de media mag ik van de eigenaar, Lord Astbury, hier logeren. Maak je geen zorgen, Victor, ik ben zo veilig als wat,’ verzekerde ze hem.

‘Goed zo. En wat is dat allemaal over dat Jack en jij verloofd zijn? Je had wel even met mij mogen praten voor je ja zei.’

‘Meen je dat? Ik denk toch dat het mijn eigen beslissing is met wie ik wil trouwen, Victor, vind je ook niet?‘ Rebecca trommelde geïrriteerd met haar vingers op de tafel.

‘Je weet toch dat ik het niet zo bedoel, schat,’ zei Victor kalmerend. ‘Het enige wat ik zeg is dat het gemakkelijker was geweest als je het mij had verteld dat je het ging aankondigen. We hadden het voor je in banen kunnen leiden.’

‘Nou… en dit blijft tussen ons,’ reageerde ze, ‘ik heb nog niet eens ja tegen hem gezegd.’

Het viel even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Wat? Meen je dat, Rebecca?’

‘Ja, dat meen ik.’ Rebecca hoorde de paniek in Victors stem en schoot bijna in de lach. ‘Ik heb tegen Jack gezegd dat ik tijd nodig had om erover na te denken. En dat is zo,’ benadrukte ze. ‘Ik kan er niets aan doen dat hij de volgende stap heeft gezet en het heeft bevestigd voor hij mijn antwoord had.’

‘Jezus, Rebecca. De hele wereld valt over me heen om iets van jou te horen. Je kunt nu niet meer terug; je zult een heel leger van Jacks fans achter je aan krijgen die je haatmail stuurt en je films gaat boycotten.’

Rebecca voelde haar bloeddruk stijgen. ‘Victor, ik heb tijd nodig om erover na te denken, oké?’ zei ze vastberaden.

‘Als ik deze keer dan maar de tweede mag zijn aan wie je je beslissing bekendmaakt. En ik hoop van harte dat het antwoord ja is. Want meid,’ voegde hij eraan toe en hij begon te fluisteren, ‘je kunt altijd van hem scheiden als het verkeerd uitpakt. Dit is een cruciaal moment in je carrière en ik wil niet dat je die op het spel zet met negatieve publiciteit.’ Het werd weer even stil aan de andere kant van de lijn, waarna Victor zei: ‘Er is toch niet iemand anders?’

‘Jezus, Victor! Natuurlijk niet.’ Rebecca verloor haar geduld met hem.

‘Nou, dat is dan tenminste iets. Maak het niet te gezellig met die jonge Britse acteur die je minnaar speelt. Zijn reputatie met vrouwen is niet zo best.’

‘Ben je klaar met preken?’ vroeg Rebecca bot. ‘Wil je nog iets weten over hoe het filmen ging vandaag of niet?’

‘Luister, schat. Kunnen we het daar een andere keer over hebben? Ik moet rennen voor een ontbijtvergadering.’

‘Natuurlijk.’

‘Goed zo. Bel me later vandaag, oké?’

‘Dat zal ik doen. Dag, Victor!’

Rebecca beëindigde het gesprek en staarde verdrietig naar de mooie satijnen schoentjes aan haar voeten. Ze wist dat Victor het goed bedoelde – hij was een prima impresario en had haar carrière perfect opgebouwd. Soms wilde hij echter te beschermend zijn. Ze was niet zijn eigendom. Hij was evenmin haar vader.

Rebecca keek naar de verzameling oude foto’s in zilveren lijsten op Anthony’s bureau. Ze benijdde hem om de stabiliteit van een echte familie die hij generaties terug kon volgen. Het waren allemaal zwart-witfoto’s en Rebecca herkende Anthony’s moeder direct van het portret. Op de foto hield ze de hand vast van een schattig jong meisje met blonde pijpenkrullen. De gelijkenis met Anthony was opvallend en Rebecca vermoedde dat het kind zijn zusje moest zijn. Toen ze opstond en naar de oude reiswekker op het bureau keek, zag ze dat ze nog maar twintig minuten had om iets te eten voor de middagopnames zouden beginnen.