30
1 februari
..
A is vandaag vertrokken op het schip dat haar naar India zal brengen. Ik voel me zo ellendig dat ik er geen woorden voor heb. Ze is zo geweldig, op alle denkbare manieren – zo warm, zo wijs, zo anders dan alle meisjes die ik ooit heb ontmoet. Hoe ik het de komende weken zonder haar moet uithouden weet ik gewoon niet. En morgen moet ik terug naar Astbury om te proberen aan moeder te vertellen dat we het landgoed moeten verkopen. Ik zie op tegen haar reactie, om eerlijk te zijn.
..
19 februari
..
Op Astbury. Moeder weigert nog altijd haar kamer te verlaten. Ze zegt dat ze doodgaat aan een of andere vreselijke ziekte, maar de dokter kan niets bij haar vaststellen. De hele huishouding weet dat ze nog steeds aan het mokken is over Selina’s huwelijk met Henri. Ik kreeg een prachtig telegram van A, die drie dagen geleden aan boord van het schip negentien is geworden. Haar liefdevolle woorden houden me overeind. Ze komt over twee weken in Calcutta aan. Ik kan alleen maar hopen dat ze snel weer thuis is. Ik heb een telegram teruggestuurd, waarin ik haar vertel hoeveel ik van haar houd. Hoe dan ook, of ze het nu wil of niet, ik ga vandaag met moeder praten. We kunnen zo niet blijven doorgaan.
Donald zette zich schrap en klopte op de deur van de slaapkamer van zijn moeder. Hij hoorde het gerinkel van porselein en ten slotte een zwak ‘binnen’.
‘Hallo, moeder, zal ik een van de gordijnen openen? Het is hier zo donker dat ik u niet eens kan zien.’
‘Als het niet anders kan… maar het licht doet pijn aan mijn ogen,’ antwoordde Maud met trillende stem.
Donald schoof een van de gordijnen opzij en liep naar zijn moeder. ‘Mag ik even bij u komen zitten?’
‘Schuif maar een stoel bij mijn bed.’ Ze wees met een zwakke beweging van haar vingers, die op de lakens lagen.
Donald deed wat hem gevraagd werd. ‘Hoe gaat het?’
‘Geen haar beter.’
‘U hebt in ieder geval iets meer kleur.’
‘Dat komt dan waarschijnlijk door de rouge die Bessie op mijn wangen heeft gedaan vanochtend,’ antwoordde Maud prompt. ‘Ik voel me elke dag slechter.’
Donald haalde diep adem. ‘Moeder, ik begrijp dat u niet in orde bent, maar er zijn echt dingen die we moeten bespreken.’
‘Zoals je zuster die met die afschuwelijke kleine Fransman gaat trouwen? Je vader zou zich in zijn graf omdraaien.’
Donald dacht terug aan zijn warme, lieve vader en wist dat hij heel gelukkig zou zijn geweest dat Selina iemand had gevonden om haar leven mee te delen nadat ze zoveel verdriet had moeten doorstaan.
‘Gedane zaken nemen geen keer, moeder, en wij kunnen daar geen van beiden iets aan veranderen. Selina is volwassen en moet haar eigen beslissingen nemen.’
‘Als jij het er niet mee eens bent, waarom ga je dan naar die zielige vertoning van een bruiloft?’ reageerde Maud. ‘Niemand van de Londense society gaat ernaartoe, dat kan ik je wel vertellen.’
‘Ze is mijn zuster, moeder. En bovendien mag ik Henri wel. Volgens mij houdt hij van Selina en zal hij goed voor haar en Eleanor zorgen.’
‘Als dat zo is, wat wil je dan met mij bespreken?’ Maud veranderde van onderwerp.
Hij rechtte zijn rug om haar te vertellen wat hij moest zeggen. ‘Moeder, de financiën van het landgoed staan er vreselijk slecht voor, en als ik daar niet snel iets aan doe, stort het huis letterlijk in. De bank zou zelfs beslag kunnen leggen, zoveel schulden hebben we.’
Zijn moeder reageerde niet, dus Donald zwoegde verder.
‘Het is heel verdrietig, maar het enige wat ik kan doen, is verkopen. Ik hoop dat ik een koper kan vinden met genoeg geld om de potentie van het landgoed te zien en het op zich te nemen.’
Op dat moment schoten Mauds ogen naar haar zoon. Zelfs in het schemerlicht kon Donald zien dat ze vol afschuw stonden.
‘Het Astbury Estate verkópen?’
Hij zag hoe zijn moeder haar hoofd in haar nek gooide en hard begon te lachen.
‘Donald, ik weet dat het huis toe is aan een opknapbeurt, maar je overdrijft. Natuurlijk kunnen we het niet verkopen! Het is al sinds de zeventiende eeuw in de familie!’
‘Moeder, ik heb de afgelopen maand met bankiers, de accountant en de beheerder van het landgoed gesproken, en zij zeggen allemaal hetzelfde. Het landgoed is bankroet en er komt een eind aan. Het spijt me, maar zo staan de zaken.’
‘Donald.’ Mauds stem klonk opeens luid en duidelijk, ondanks haar ernstige toestand. ‘Ik kan veel verdragen, maar ik zal nóóit toestemmen in de verkoop van Astbury Estate.’
‘Moeder,’ antwoordde Donald, zo rustig als hij kon, ‘misschien herinnert u zich nog dat het landgoed drie maanden geleden, toen ik meerderjarig werd, wettelijk aan mij is overgedragen. Daarom is het aan mij om te beslissen wat het beste is. Hoe verdrietig en onaangenaam de situatie voor ons allemaal ook is, we moeten verkopen. Of afwachten tot onze schuldeisers ons met geweld eruit zetten.’
Toen ze dat hoorde, viel Maud terug in haar kussens en greep naar haar hart.
‘Hoe kun je zo wreed zijn? Ik ben ziek en je brengt me zulk nieuws! Ik heb een verschrikkelijke pijn in mijn borst; alsjeblieft, roep Bessie, haal de dokter…’
Donald keek naar haar en zag dat ze inderdaad afschuwelijk bleek zag.
‘Moeder, alstublieft, het is niet mijn bedoeling u van streek te maken, maar echt, we hebben gewoon geen keus.’
Ze hijgde nu, probeerde op adem te komen. Donald stond op. ‘Ik laat dr. Trefusis komen. Het spijt me dat ik u zo van streek heb gemaakt.’ Hij zuchtte en verliet de kamer.
Dr. Trefusis kwam onmiddellijk. Hij onderzocht Maud en voegde zich toen bij Donald die nerveus op de gang stond te wachten.
‘Ze heeft een soort zenuwinzinking. Ik heb haar een slaapmiddel gegeven en kom morgen terug om te kijken hoe het met haar is. Ik zou echter, voor ons aller welzijn, voorlopig niet meer terugkomen op hetgeen u eerder met haar besproken hebt, wat het ook was.’
..
10 maart
..
Ik kreeg een telegram van A waarin ze me vertelt dat de boot veilig in India is aangekomen en dat ze nu onderweg is naar Cooch Behar Palace. Moeder weigert nog altijd uit haar kamer te komen of iemand toe te laten en ik ren door het huis in een toenemende staat van wanhoop. Ik heb vanmiddag een lange brief aan A geschreven om mezelf tot rust te brengen. De sluier van somberte die op dit moment over Astbury hangt is tastbaar. Bedienden zijn altijd de eersten die problemen aanvoelen en ik denk dat ze allemaal weten dat er iets aan de hand is. Vanochtend heb ik een makelaar laten komen. Het landgoed is getaxeerd en het is vrijwel niets waard, in aanmerking genomen waar het uit bestaat. Het zal in ieder geval genoeg zijn om de schulden te betalen en om een klein huisje op het land te kopen voor A en mij. En genoeg voor een huisje voor mijn moeder.
Het werd april en Donald was blij dat de tuin weer tot leven kwam en dat de brem op de heide weer felgeel kleurde. Toen hij op een ochtend met Glory de stal uit draafde, werd hij echter bevangen door een knagende angst. Hij had al bijna een maand niets van Anni gehoord, niet sinds zij in het paleis in Cooch Behar was aangekomen. Toen hij Glory tot een hoger tempo aanspoorde en over de hei galoppeerde, begonnen kleine duiveltjes gaatjes te boren in zijn vertrouwen.
Had ze na haar terugkeer in India iemand anders ontmoet? Ze was tenslotte een mooie vrouw – geen prinses, nee, maar aristocratisch, met het soort opvoeding, elegantie en intelligentie waar elke man voor viel. Hij was een Engelse lord, zeker, maar bezat geen cent en als Astbury was verkocht, had hij geen bezit meer om over te heersen.
In de afgelopen maand was tot Donald doorgedrongen dat zijn opvoeding hem alleen geschikt had gemaakt om een lid van de aristocratie te zijn en zijn landgoed en personeel te bestieren. Als hij niet naar het leger zou terugkeren – een gedachte die hem afschuw inboezemde – wist hij niet wat hij met zijn toekomst aan moest na de verkoop van het landgoed. Hij stapte af bij de beek waar Anni en hij die eerste zomer hadden zitten praten, en ging in het gras liggen om na te denken.
Na zijn ervaringen in de oorlog leek een leven zonder inhoud hem zinloos. En hij voelde zich schuldig – schuldig omdat hij degene was die zo vele honderden jaren geschiedenis van de Astbury’s op Astbury Hall zou uitwissen. Hij begon weer na te denken of er misschien toch een manier was waarop het landgoed gered zou kunnen worden, maar er kwamen geen uitvoerbare ideeën bij hem op. Hij wist dat als er een kans wás, hij die zou grijpen, niet alleen vanwege de familiegeschiedenis, maar ook omdat hij dan tenminste iets goeds zou doen, door de tweehonderd personeelsleden en pachters een bron van inkomen te geven – om maar niet te spreken van zijn moeder, die ondanks haar hysterische gedrag, er oprecht kapot van zou zijn als ze zou moeten vertrekken.
Donald stond op en stapte weer op Glory. Hij zei tegen zichzelf dat hij het gewoon moest accepteren en zijn energie moest richten op zijn nieuwe toekomst met Anni. Daardoor zou hij een nieuwe zin aan zijn leven geven.
..
15 mei
..
Gisteren kwam moeder (eindelijk) uit haar kamer tevoorschijn. Niets van A gehoord in bijna tien weken. Ik heb talloze brieven gestuurd naar het adres dat ze mij gegeven had, in het paleis, maar ik heb geen antwoord gekregen. Waar kan ze zijn? Ik heb me nog nooit zo rot gevoeld. Misschien is ze mij vergeten. Misschien heeft zij ook, net als haar vriendin Indira, een Indiase prins ontmoet en is ze met hem weggelopen…
Donald gooide zijn pen neer, stond op en staarde somber door zijn slaapkamerraam. De zon stond hoog aan de hemel en het was een prachtige dag, maar hij kon er niet blij om zijn. Vreselijke gedachten over Anni en de redenen waarom ze hem niet antwoordde gingen voortdurend door zijn hoofd. Misschien, redeneerde hij, was het wel gewoon zo simpel dat haar brieven niet aankwamen. De post tussen Engeland en India was erom berucht. Hij wist echter dat hij niet tot rust kon komen tot hij iets van haar hoorde.
Beneden, aan het ontbijt, zag hij dat zijn moeder een bord vol bacon en eieren wegwerkte.
‘Ik ben blij dat u er zoveel beter uitziet, moeder.’ Hij slaagde erin een zuinig lachje te laten zien.
‘Je weet hoe de winter mij altijd parten speelt. Maar het is nu bijna zomer en er is veel te doen.’
‘Echt?’ vroeg Donald. Hij vroeg zich af wat zij in vredesnaam kon bedoelen.
‘Ja.’ Maud schoof hem een brief toe over de ontbijttafel. ‘Oude vrienden van je vader hebben voorgesteld om ons te komen bezoeken. En natuurlijk heb ik ja gezegd.’
Donald bekeek de brief, waarop een adres in New York stond. ‘Er staat dat ze over ongeveer zeven weken hier zijn. Wie zijn de Drumners eigenlijk?’
‘Ralph Drumner is het hoofd van een van de oudste en rijkste families in New York. Volgens mij bezit hij een bank. Zijn vrouw, Sissy, is, naar ik me herinner, een heel lieve vrouw. Ze hebben ook een dochter, Violet, die ongeveer even oud is als jij. Zij maakt op dit moment een reis door Europa, maar zal zich in de zomer bij haar ouders voegen.’
Donald was verbaasd over haar enthousiasme. Maud beschouwde de meeste Amerikanen als ‘gewoontjes’.
‘Nou, zolang u zich goed genoeg voelt om ze te ontvangen, moeder, ben ik blij dat het idee dat er oude vrienden op bezoek komen u heeft opgevrolijkt.’
‘Ja, ik geloof echt dat dat zo is.’ Maud lachte blij naar haar zoon.
Omdat ze zo’n goed humeur had, besloot Donald het Selina-probleem maar meteen aan te pakken. ‘Misschien moet u, als uw bezoekers er zijn, vragen of Selina langskomt. Ik weet dat kleine Eleanor haar grootmoeder, en Astbury, mist.’
‘Je weet heel goed, Donald, dat zolang ze met die man is getrouwd, Selina nooit meer welkom zal zijn in dit huis. Ben ik duidelijk?’
Donald zuchtte. Hij wist dat hij als Lord Astbury en wettige eigenaar van het landgoed, het recht had om haar wil te negeren en zijn zuster uit te nodigen wanneer hij maar wilde. De onvermijdelijke gevolgen van het opnieuw van streek maken van zijn moeder, terwijl ze nu zo opgeknapt leek, waren echter meer dan hij op dat moment aankon.
..
9 juni
..
Ik ben naar Londen geweest om de bankmanager nog een keer te spreken. Meer slecht nieuws – de tijd raakt op en ik moet nu plannen maken om het landgoed snel te koop te zetten. Ik ben ook langs geweest bij de hoofdverpleegster van Anni in het London Hospital in Whitechapel. Zij heeft ook niets meer van haar gehoord. Ik heb Selina kort gesproken en zij vertelde mij dat ze Indira en haar nieuwe echtgenoot in het zuiden van Frankrijk heeft ontmoet. Anni had Indira gezegd dat ze direct naar Engeland zou terugkeren, toen ze in mei uit Parijs vertrok. Ik ben echt buiten mezelf van ongerustheid. Zonder haar, wat is er dan nog?
..
14 juli
..
Ralph Drumner en zijn vrouw Sissy zijn vorige week op Astbury aangekomen. Ze lijken heel geschikt en vinden het, ondanks de erbarmelijke staat van het huis, leuk om in een echt statig huis te logeren, met een echte Engelse lord. Sissy boog zelfs voor me toen ze aankwamen! Ik denk dat Ralph Drumner veel slimmer is dan hij zich voordoet. Hij is duidelijk schatrijk; Sissy draagt alleen maar de laatste mode uit Parijs en is behangen met diamanten. Ze zijn hier twee maanden, om ‘Engeland te doen’, zoals ze het noemen, en morgen komt hun dochter Violet ook. Nog altijd geen woord van A. Mijn hart verandert langzaam in ijs, want ik kan echt geen enkele reden bedenken waarom ze me niet geschreven heeft, behalve één.
‘De Drumners zijn hier om half vier terug, op tijd voor de middagthee,’ kondigde Maud aan. ‘Ik stel voor dat we die op het terras gebruiken. Je weet toch dat ze naar Londen waren om hun dochter op te halen. Ze is gisteravond uit Parijs gekomen.’
‘Ja, moeder,’ antwoordde Donald afwezig tijdens het ontbijt.
‘Jij bent van haar leeftijd, dus het zou prettig zijn als jij erbij kwam zitten en haar wat bezighoudt.’
Donald sloeg The Times dicht en stond op van tafel. ‘Geen zorgen, ik zal er zijn.’
Die middag maakte Donald een rit over het landgoed. De pachters die hij een bezoek bracht waren in ieder geval goedgemutst, nu ze de beste weersomstandigheden hadden gehad voor een geweldige graanoogst, die in de komende paar weken zou worden binnengehaald. Dit was nieuws waarvan ze hoopten dat het hem zou bevallen; ze hadden geen idee wat hen boven het hoofd hing.
Er was een koper gevonden voor het landgoed. Mr. Kinghorn uit Cornwall was een zakenman die tijdens de oorlog goed had geboerd in tin. Hij leek een redelijke kerel en wilde zichzelf een tree hoger plaatsen op de sociale ladder door het Astbury Estate te verwerven. Hij kocht het voor een appel en een ei, alleen omdat er geen concurrentie was in de financieel zware naoorlogse periode. Donald moest zijn fiat er nog aan geven. Hij wist tenminste, dacht hij toen hij zijn merrie overdroeg aan de staljongen en terugliep naar het huis, dat het landgoed efficiënter en zakelijker beheerd zou worden onder de oplettende blik van de nieuwe eigenaar.
Toen hij de tuin in liep, zag Donald de Drumners en zijn moeder op het terras zitten, aan de thee, en hij besefte dat hij laat was. Ze moesten hem maar accepteren in zijn rijbroek. Dat liever dan dat hij nog meer ongenoegen van zijn moeder te verduren zou krijgen. Hij rende de treden op en terwijl hij dat deed, trok de jonge vrouw aan tafel zijn aandacht. De man in hem zag direct dat Violet Drumner een schoonheid was. Haar slanke lichaam was gehuld in een halflange jurk, haar blonde haar droeg ze kort, in een moderne bob. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat ze levendige bruine ogen had en perfect gevormde lippen. Haar huid was licht en smetteloos.
‘Een goedemiddag allemaal,’ zei hij toen hij bij de tafel op het terras aankwam. ‘Moeder, Ralph, Sissy, mijn excuses dat ik laat ben en, Miss Drumner,’ zei Donald en hij wendde zich tot de jonge vrouw, ‘welkom op Astbury. Mag ik u Violet noemen?’
‘Ja, graag.’ Ze lachte en toonde daarbij een glimp van haar perfecte tanden.
‘Het is mij een genoegen om kennis te maken,’ zei hij toen hij ging zitten en de meid toesnelde om hem een kop thee in te schenken. ‘Hoe was je reis hiernaartoe?’
‘Heel plezierig,’ antwoordde Violet. ‘Ik ben niet eerder buiten Londen geweest. Alle bals die ik hier in Engeland heb bezocht aan het begin van de zomer waren in de stad.’
‘En Violet heeft afgelopen jaar natuurlijk haar debuut gemaakt in New York,’ zei Sissy.
‘Zeker,’ zei Maud, met een nauwelijks waarneembaar optrekken van haar wenkbrauwen.
‘Heb je hier ook van het Seizoen genoten?’
‘Nou en of! Ik heb zoveel interessante mensen ontmoet. Ik ben gewoon dol op Engeland,’ voegde Violet eraan toe, met haar vrolijke New Yorkse accent.
‘Violet was volgens iedereen de belle van het Londense Seizoen,’ zei Ralph. ‘Er zat een hele rits adellijke jongemannen achter haar aan. Ontken het maar niet, Violet.’
‘O, Pa.’ Violet bloosde charmant. ‘Alle meisjes waren populair.’
‘Was er een jongeman die in het bijzonder je aandacht trok?’ vroeg Maud.
‘Ik denk dat ik nog te jong ben om me te binden,’ was haar diplomatieke antwoord.
‘Rijd je paard, Violet?’ vroeg Donald om haar te redden.
‘O ja, in Central Park, best vaak, en als we naar ons zomerhuis in Newport gaan. Daar heb ik mijn eigen paard.’
‘Dan moet je me toestaan om, terwijl je hier bent, je mee te nemen voor een rit over de moors.’
‘Dat zou ik geweldig vinden, Donald.’
..
24 juli
..
Ik ben met V gaan rijden vanochtend. Ze is technisch bekwaam, maar ze rijdt als een meisje. A reed als een man. En toch… ze is lief, slim en goed opgeleid en haar plezier omdat ze hier in Engeland is vrolijkt mij op. Ze is ook bijzonder knap en soms kijk ik naar haar en bedenk ik dat haar lichte huid en blonde haren niet meer konden verschillen van A’s exotische, zwoele uiterlijk. Dat ze hier is leidt me in ieder geval af van A. Haar natuurlijke energie is aanstekelijk.
Donald merkte dat hij de afgelopen twee weken in ieder geval met veerkrachtiger tred was gaan lopen. Met hun typisch Amerikaanse enthousiasme hadden de Drumners de somberte die de laatste tijd over Astbury had gehangen weggenomen. Zijn moeder had een paar dagen geleden zelfs wat plaatselijke aristocraten uitgenodigd voor een zeldzaam dinertje. Zelfs het personeel leek het extra werk dat hen vanwege de gasten toeviel te waarderen. Meiden renden de trappen op en af om een bad klaar te maken voor de twee Amerikaanse vrouwen en zorgden voor hun enorme garderobes. De gang waaraan de gastenkamers lagen rook permanent naar Violets parfum, licht en zomers, net als Violet zelf.
Hun vrolijke gezichten begroetten hem die ochtend aan de ontbijttafel. Ralph maakte hun plan bekend om de komende dagen ‘Cornwall te doen’.
‘Moeder,’ zei Violet, ‘zou u het erg vinden als ik niet meega? Amy Venables geeft een bal in Londen en heeft me geschreven met de vraag of ik kom. Het zou zo fijn zijn om een paar van mijn Engelse vrienden van het Seizoen nog een keer te zien voor we teruggaan naar New York.’
‘Dat geloof ik graag, lieverd, maar je kunt onmogelijk in je eentje naar Londen gaan. Daar is geen sprake van,’ antwoordde Sissy.
‘We hebben ruimte genoeg in ons huis in Londen,’ zei Maud. ‘Je kunt daar overnachten, Violet.’
‘Dat zou heel vriendelijk van u zijn, Lady Astbury.’
‘En zei jij niet dat je de komende dagen naar de stad moest, Donald?’ voegde Maud eraan toe.
‘Ik… ja, ik ben dan ook in Londen,’ antwoordde hij ongemakkelijk. Hij wilde niet onbeleefd zijn.
‘Nou, dat is dan helemaal perfect – dan kun je met mij mee naar het bal! Ik weet zeker dat Amy Venables dat niet erg vindt,’ zei Violet. Ze klapte in haar handen.
‘Wat een geweldig idee!’ zei Maud. ‘Nou, dat is dan geregeld.’ Ze lachte naar het verzamelde gezelschap.
Na het ontbijt trok Donald zich terug in de bibliotheek met The Times, maar het lukte hem niet zich te concentreren. Ondanks het feit dat het nu vijf maanden geleden was dat hij voor het laatst iets van Anni had gehoord, voelde hij zich ongemakkelijk bij het idee dat hij met Violet naar een bal zou gaan. Het leek erop dat zijn moeder hem in deze situatie had gemanoeuvreerd en het zou heel onbeleefd zijn om nu spelbreker te zijn.
Hij dacht na over de plotselinge opleving van zijn moeder en haar ongewone gastvrijheid en voor het eerst vroeg Donald zich af of de komst van de Drumners op Astbury wel zo toevallig was geweest als het leek. Er bestond tenslotte geen twijfel over de rijkdom van de Drumners en Ralph had pas nog verteld over het ruime trustfonds dat hij voor Violet onderhield tot ze over drie maanden meerderjarig zou zijn. En dat geld zou ze natuurlijk meenemen als ze zou trouwen.
‘Verdomme, moeder!’ Donald gaf een klap op de tafel met The Times, stond op en liep naar het raam. Hij vervloekte zichzelf dat hij zo naïef was geweest; hoe kon hij het web dat zijn moeder om hem heen aan het spinnen was nou niet hebben gezien?
‘Ik word niet gekocht of gemanipuleerd,’ zei hij met opeengeklemde kaken toen hij naar buiten keek, naar de in de warme augustuszon badende tuin. Bovendien had Maud geen controle over Violets gevoelens voor hem. Met haar rijkdom, aantrekkelijke persoonlijkheid en ontegenzeggelijke schoonheid, kon ze elke man krijgen die ze maar wilde. Het was onwaarschijnlijk dat ze in hem geïnteresseerd was. En toch, als hij dacht aan de manier waarop ze naar hem keek van onder haar lange wimpers, hoe ze maar al te graag mee ging op elk uitstapje dat hij voorstelde…
Tijdens de lange treinreis naar Londen luisterde Donald naar Violet die vertelde over haar leven in New York, het mooie huis aan Park Avenue waar ze woonde met haar ouders en prachtige dingen die ze op haar Europese rondreis had gezien.
‘Ik ben bang dat het heel moeilijk wordt om terug te gaan. Amerikanen kunnen zo bekrompen zijn,’ voegde ze eraan toe, alsof de ervaringen van haar drie maanden in Europa haar een wereldburger hadden gemaakt.
‘Dus Engeland bevalt je beter?’ informeerde Donald beleefd.
‘O ja, ik heb altijd een grote passie gehad voor jullie literatuur. En ik ben gewoon dol op het landschap hier. Alles is zo bijzonder!’
Toen ze arriveerden in Belgrave Square werd Violet door een meid naar haar kamer boven gebracht en Donald liep de woonkamer in, waar hij Selina trof die aan het bureau een brief zat te schrijven.
‘Donald!’ Haar gezicht klaarde op toen ze hem zag en ze stond op om hem te omhelzen.
‘Hoe gaat het met je, Selina?’
‘Ik ben net terug van Henri’s chateau in Frankrijk. Hij is daar nog om wat zaken te regelen. Eleanor en ik wonen nu even hier tot ons nieuwe huis in Kensington klaar is. Thee?’
‘Lekker,’ zei Donald en hij ging zitten terwijl Selina de meid belde.
‘Hoe gaat het op Astbury?’ vroeg ze hem.
‘Met moeder gaat het in ieder geval veel beter; ze zit vol leven, vergeleken met hoe ze was toen jij haar voor het laatst zag.’ Donald wierp een veelbetekenende blik op zijn zuster.
‘Denk je dat ze mij heeft vergeven?’
‘Eerlijk gezegd ben ik er de laatste tijd niet meer over begonnen. Ze is zo opgewekt dat ik niet over iets wilde beginnen wat haar stemming zou kunnen bederven.’
‘En je hebt het waarschijnlijk ook druk gehad met het rondleiden van je jonge Amerikaanse erfgename door het mooie Devon.’
‘Ik heb mijn plicht gedaan,’ knikte hij. ‘Vanavond moet ik met haar naar een of ander vreselijk bal met al haar debuterende vriendinnen.’
‘Vind je Violet leuk, Donald? Ik kijk ernaar uit haar te ontmoeten.’
‘Ja, ze is heel aardig.’ Donalds gezicht betrok. ‘Maar je begrijpt dat er niets van kan komen.’
‘Ja, natuurlijk. Heb je nog iets van Anni gehoord?’
‘Geen woord.’ Hij zuchtte. ‘Ik heb zelfs Scotland Yard geschreven om te kijken of zij onderzoek konden doen naar haar verblijfplaats, maar zij hebben niets gevonden. Ze is letterlijk van de aardbodem verdwenen.’
‘Nou ja, dat is tenminste iets,’ troostte Selina. ‘We kunnen er tenminste van uitgaan dat ze niet dood is.’
‘Selina, ze kan overal zijn. Misschien is ze zelfs niet teruggegaan naar Engeland, zoals ze zei. Ik begin te denken dat ze in India is gebleven en het gewoon niet over haar hart kon krijgen om mij dat te vertellen.’
Ze zaten stil bij elkaar toen de meid binnenkwam met het theeblad. Selina schonk hen allebei een kop in en keek nadenkend naar Donald.
‘Donald, lieverd, ik vind het vreselijk om te zeggen, maar…’
‘Ik weet het, en zeg het alsjeblieft niet,’ snoerde hij haar de mond. ‘Ik begin ook te beseffen dat ik misschien geen andere keus heb dan door te gaan met mijn leven.’
‘Ja, daar ben ik ook bang voor,’ zei Selina instemmend. ‘Ik weet hoeveel je van haar gehouden hebt, maar…’
‘Van haar houdt,’ corrigeerde Donald haar.
‘Ja, van haar houdt,’ verbeterde Selina zichzelf. ‘Maar een huwelijk tussen jullie zou nooit gemakkelijk zijn geweest. Je weet hoe de Engelse society is, en jullie zouden grote moeite hebben gehad om geaccepteerd te worden.’
‘Dat kan mij allemaal niets schelen,’ zei Donald boos. ‘Ik heb zij aan zij gestaan in de loopgraven met mannen van allerlei geloof en kleur en ik heb hun moed gezien. En ik heb gezien hoe ze sneuvelden, net als de mannen met een blanke huid.’
‘Nou,’ zei Selina rustig, ‘het is heel mooi van je dat jij geen vooroordelen hebt, maar je weet heel goed dat dat voor anderen niet geldt en dat dat niet zal veranderen.’
‘Zeg je nu dat Anni mij heeft verlaten om mij voor al die dingen te beschermen?’
‘Nee, ik opperde alleen de mogelijkheid dat dat zo zou kunnen zijn. Ik ben net zo verbijsterd als jij dat ze geen contact met je heeft gezocht.’
‘Ik hoop dat Anni zich nooit ongemakkelijk heeft gevoeld over haar huidskleur als ze bij mij was.’
‘Donald, lieverd.’ Selina probeerde hem te kalmeren. ‘Ik zeg niet dat dat zo was, maar misschien wel bij anderen. Kijk bijvoorbeeld eens naar je eigen moeder. En wat als jullie kinderen hadden gekregen? Het zouden halfbloedjes zijn geweest, en…’
‘Genoeg!’ Donald zette met een klap zijn kopje terug op het schoteltje.
‘Neem me niet kwalijk.’ Selina had tranen in haar ogen. ‘Ik probeerde alleen de valkuilen aan te geven voor als het was gelopen zoals jullie hadden gepland.’
‘Het had allemaal niet uitgemaakt, als we maar samen waren.’
Donald stond op. ‘Ik moet me verkleden voor dat verdomde bal.’
Hij liep naar boven, naar zijn kamer, en plofte neer op zijn bed, met zijn hoofd in zijn handen. Kon de theorie van Selina kloppen? Had Anni, om hem tegen zichzelf te beschermen, besloten dat het beter was dat zij wegbleef?
Hij weigerde gewoon te geloven dat dat het geval was. Anni wist dat hij vooroordelen verafschuwde.
Donald kwam steeds weer uit op dezelfde conclusie. Hij was er nu van overtuigd dat zij had ingezien dat ze niet zoveel van hem had gehouden als ze dacht. Of misschien hield ze gewoon meer van iemand anders, dacht hij en hij huiverde.
Er sprongen tranen in zijn ogen, toen hij voor het eerst een toekomst zonder haar voor zich zag, en besefte dat hij de hoop begon op te geven.