35

Toen Rebecca wakker schrok, zat ze rechtop, met Donalds dagboek in haar hand. Ze had geen idee wanneer ze in slaap was gevallen, maar haar dromen waren weer onrustig geweest en vervuld van het vreemde, hoge gezang.

Ze bladerde door het dagboek en zag dat er na september abrupt niets meer in was geschreven, wat haar teleurstelde, want ze wilde meer weten, met name over Violet. Rebecca keek op haar horloge en zag dat het negen uur in de ochtend was geweest.

Ze stapte uit bed om naar de wc te gaan, waste haar handen en keek naar haar gezicht in de spiegel. Er bestond geen twijfel over dat Donalds beschrijving van Violet net zo goed op haar van toepassing kon zijn.

Rebecca huiverde. Het verdrietige was, begreep ze uit wat ze had gelezen, dat Donald niet van Violet had gehouden, maar van een mooi, exotisch Indiaas meisje uit een andere wereld. Rebecca liep door de kamers, raakte Violets bezittingen aan en rook de inmiddels bekende geur van haar parfum. Ze kon het toenemende gevoel van surrealisme niet van zich afschudden. Dit was Violets bed geweest, dat ze ooit met Donald had gedeeld. Ze droeg elke dag Violets kleren en speelde de wereld na waarin zij had geleefd…

‘Jezus.’ Rebecca liet zich in een stoel in de zitkamer vallen en vroeg zich af welke speling van het lot haar naar Astbury had gebracht. Het was onmogelijk om de overeenkomsten tussen hen beiden te negeren.

‘Becks, ben je hier?’

Een bekende stem doorbrak haar mijmeringen. ‘Ja,’ riep ze en een paar seconden later stampte Jack de kamer binnen, gevolgd door Mrs. Trevathan die rood zag in haar gezicht.

‘Ha, schat,’ zei hij en hij liep naar haar toe.

‘Het spijt me, Rebecca, ik weet dat je rust nodig hebt en ik heb geprobeerd tegen Mr. Heyward te zeggen dat je niet gestoord wilde worden.’

‘Dank u, Mrs. Trevathan,’ zei Rebecca rustig. ‘Het geeft niet. Ik voel me vandaag veel beter.’

‘Goed dan, ik deed alleen maar wat mij gevraagd was,’ zei ze. Ze draaide zich om en sloot de deur achter zich.

‘Bedankt.’ Jack plofte in een stoel en slaakte een gespeelde zucht van opluchting. ‘Wie denkt ze wel niet dat ze is? Je moeder? Hoe durft ze mij ervan te weerhouden om mijn verloofde te zien? Kom hier en geef me een knuffel.’

Rebecca verroerde zich niet. Ze staarde met een kille blik naar zijn bloeddoorlopen ogen en vette, ongekamde haren. Hij was duidelijk weer met James op stap geweest. ‘Fijne avond gehad?’

‘Ja, het was leuk.’

‘Ik ben blij voor je.’

Jack keek onzeker in haar richting en probeerde te bedenken wat ze bedoelde. Uiteindelijk begreep hij dat ze ironisch was en ging tot de aanval over. ‘Behandel me niet als een kind, Becks! Dat is het probleem met jou,’ zei hij en hij zwaaide met zijn vinger naar haar. ‘Mevrouw Brandschoon en Perfect, die niet drinkt, nooit rookt, nooit iets leuks doet. En die denkt dat ze boven ons stervelingen staat die dat wel doen.’

‘Zo bedoelde ik het niet, Jack,’ antwoordde ze vermoeid. ‘Luister. We moeten praten.’

‘O god, daar gaan we weer, de volgende preek omdat ik een stoute jongen ben geweest. Nou, toe maar, ga je gang, mammie, en geef me billenkoek,’ zei hij gemeen.

‘Je hebt een probleem en dat moet je aanpakken, Jack,’ zei Rebecca rustig. ‘Ik zeg het alleen omdat ik om je geef en ik bang ben dat als je niet stopt, het alleen maar erger wordt.’

‘En over welk probleem hebben we het precies?’

‘Het is niet grappig, Jack. We weten allebei dat je te veel drinkt, zo ongeveer vanaf het moment dat we elkaar ontmoetten. Je bent verslaafd, Jack. En als je daar niets aan doet…’ Rebecca vatte moed om het hardop te zeggen. ‘Dan kan ik niet langer een relatie met je hebben.’

Jack gooide zijn hoofd achterover en lachte schaterend. ‘O, Becks, je bent me er een! Vanaf het moment dat je naar Engeland bent vertrokken wist ik dat er iets aan de hand was. Dat je misschien niet langer van me hield, of dat er misschien een ander was. En nu zit je hier en gebruik je de oudst denkbare truc: je geeft míj de schuld en gebruikt een probleem dat er niet eens is om het met mij uit te maken. O ja.’ Jack knikte en speelde alsof hij het allemaal heel goed begreep. ‘Ik snap het helemaal.’

‘Jack, ik zweer het je, de enige problemen die ik met je heb zijn je drank- en drugsgebruik. Als je nuchter bent en niets gebruikt hebt, dan ben je de beste en houd ik van je. Maar als dat niet zo is, en dat gebeurt steeds vaker, dan kan ik je gewoon niet verdragen. Ik stel voor dat je teruggaat naar la en er iets aan doet. Als je dat doet, dan ben ik er voor je. Zo niet…’ Rebecca maakte haar zin niet af.

‘Dus dit is een ultimatum?’ Jack ging voor haar staan, zijn armen over elkaar heen geslagen. ‘Of ik pak een probleem aan dat ik niet heb, of we zijn verleden tijd? Is dat het?’

‘Nee, dat is het niet, en dat weet jij ook. Wie gaat je anders de waarheid vertellen?’ smeekte ze hem. ‘Begrijp je dan niet dat dit voor mij net zo moeilijk is als voor jou? Ik wil niet dat we uit elkaar gaan, Jack. Ik hield van je vanaf het eerste moment dat ik je zag. De enige reden waarom ik nog geen ja heb gezegd op je aanzoek is omdat je je probleem niet aanpakt.’

‘Dus…’ Jack begon op en neer te lopen in de kamer. ‘Je vraagt me om af te kicken om te bewijzen dat ik van je houd?’

‘O, Jack, hoe je het ook wilt formuleren, ik kan zo gewoon niet verder. Ik ben ziek, ik ben met een film bezig en wat er in de toekomst ook gebeurt, ik wil dat je hulp zoekt. Misschien kunnen we erover praten als ik weer thuis ben, en bekijken hoe het dan met je gaat.’

‘Jezus, Becks! Wil je ophouden mij de les te lezen?’ Jack plofte weer in een stoel. ‘De kans is trouwens groot dat ik een film ga maken met die vent die ik laatst sprak. En mijn manager heeft gebeld om te zeggen dat hij een paar geweldige scripts heeft gekregen. Dus afkicken past even niet in mijn programma, zelfs niet om jou een plezier te doen.’

‘Ik ben blij dat er wat mogelijkheden voor je zijn gekomen, Jack,’ antwoordde ze. Ze was uitgeput.

‘Ja, je kerel is nog niet helemaal afgeschreven. En als ik een beetje veel gedronken heb, dan was dat uit verveling, nergens anders om.’ Jack keek haar aan. ‘Dus meen je het? Wil je er een punt achter zetten?’

‘Nee, dat wil ik niet, maar ik heb het gevoel dat ik geen keus heb.’

‘Oké!’ Jack sloeg zijn handen op zijn dijen en stond op. ‘Ik ga mezelf niet langer verdedigen. Als jij het zo wilt, dan gebeurt het zo.’

‘Het spijt me zo, Jack. Echt waar.’ Rebecca’s ogen stonden vol tranen.

‘Vast,’ sneerde hij. ‘Ik denk dat jij je misschien moet afvragen waarom je het mij zo moeilijk maakt, terwijl ik niets gedaan heb, alleen een beetje feestgevierd. Ik ben niet die dronken tor van een moeder van je, Becks, en ik verdien het niet om net als zij te worden behandeld. En als je denkt dat je mij hiermee kapotmaakt, wacht dan maar af. Misschien ben je beter af met een priester dan met een echte man. Maar ach, dat is mijn probleem niet meer. Dus ik denk dat ik maar vaarwel zeg.’

Het was alsof ze een klap in haar gezicht kreeg. Ze bleef zwijgend zitten en kon geen woord uitbrengen.

‘Nog één ding,’ voegde Jack eraan toe, ‘omdat ik gedumpt ben en naar huis word gestuurd omdat ik een stoute jongen was, is het wel zo eerlijk als ik het nieuws in de openbaarheid breng. Ik vraag mijn manager een korte verklaring uit te brengen. Goed?’

‘Ja, zeg maar wat je wilt.’

‘Dat zal ik doen. En ik hoop dat je geen spijt krijgt van wat je zojuist hebt gedaan. Vaarwel, Becks.’

Rebecca keek hoe hij de deur achter zich dichtsloeg. Ze sloot haar ogen en legde haar hoofd op de koele, zijden stof van de stoel, nog niet bekomen van Jacks gemene opmerking over haar moeder. En ja, ze moest toegeven dat hij vrijwel zeker gelijk had. Wat zij als kind had meegemaakt, had haar overgevoelig gemaakt voor elk drank- of drugsgebruik.

Dat maakte Jacks gedrag echter nog niet acceptabel.

Tranen prikten in haar ogen toen ze besefte wat de gevolgen waren van wat ze zojuist had gedaan en ze wist dat ze niet meer terug kon. Jack was eraan gewend dat hij de vrouwen niet van zich af kon slaan. Ze betwijfelde of hij ooit gedumpt was en het zou niet lang duren voor hij haar had vervangen. Als zij later de bewijzen in de media zou zien, zou dat vreselijk pijn doen. Ze moest echter accepteren dat de Jack van wie zij ooit had gehouden was verdwenen.

‘Gaat het, lieverd?’

Rebecca keek op en zag Mrs. Trevathan bij de deur staan. Ze haalde zwijgend haar schouders op.

‘Het gaat mij natuurlijk niet aan, maar ik denk dat je de juiste beslissing hebt genomen,’ zei Mrs. Trevathan vriendelijk. ‘Zoals mijn moeder altijd zei, er zijn nog veel meer vissen in de zee, zeker voor iemand die zo knap is als jij.’

‘Dank u wel,’ fluisterde Rebecca hees. ‘Wilt u mij het alstublieft laten weten als hij is vertrokken?’

‘Natuurlijk, liefje.’ Ze glimlachte meelevend naar Rebecca en vertrok weer.

Een half uur later kwam Mrs. Trevathan terug met thee en toast en vertelde haar dat Jack het huis had verlaten.

‘Hoe voel je je nu?’

‘Bibberig, geloof ik. Ik hoop alleen maar dat ik het juiste heb gedaan.’

‘Als het je tot troost kan strekken, ik was ooit getrouwd met een man als Jack. Het huwelijk duurde maar een jaar. Toen moest ik bij hem weg. Ik zeg niet dat jouw Jack het gewelddadige type was, zoals mijn vent, maar als ze elke dag weer te diep in het glaasje kijken, weet je nooit wat ze gaan doen.’

‘Nee. Hield u van uw man?’

‘Natuurlijk.’ Ze zuchtte verdrietig. ‘In ieder geval aan het begin. Maar aan het eind kon ik hem niet meer zien. Geloof me, Rebecca, het doet nu misschien pijn, maar het is het beste, echt waar.’

‘Dank u, Mrs. Trevathan,’ zei Rebecca dankbaar.

‘Luister eens, er zijn een paar mensen die je zouden willen spreken, maar ik heb gezegd dat je op dit moment aan het rusten bent. Is dat goed, liefje?’

‘Ja, misschien kan ik ze later zien.’

‘Hoe gaat het met de hoofdpijn?’

‘Beter vandaag, dank u.’

‘Je ziet nog wel erg bleek, al verbaast me dat niet echt,’ grinnikte ze. ‘Ik kom later terug en dan kun je mij vertellen of je het al aankunt om bezoek te ontvangen.’

Rebecca was uitgeput en sliep enkele uren, waarna ze zich iets beter voelde. Ze waste zich en kleedde zich aan. Toen vroeg ze aan Mrs. Trevathan om Steve naar boven te sturen, die vanzelfsprekend had gevraagd of hij haar kon spreken.

‘Sorry dat ik je stoor, schat, ik wilde alleen weten hoe het nu met je gaat,’ zei hij toen hij de zitkamer binnenkwam.

‘De hoofdpijn wordt minder, dus ik kan morgen vast weer aan het werk,’ verzekerde ze hem.

‘Dat is goed nieuws, Rebecca. En de stress van de afgelopen dagen heeft er natuurlijk ook geen goed aan gedaan, zeker.’

‘Wat bedoel je?’ Rebecca deed of ze hem niet begreep.

‘Lieverd, dit is een filmset. Niemand van ons is Jacks probleempje ontgaan. Hij vroeg me direct al toen we elkaar ontmoetten of ik niet wat voor hem had.’

‘O god, het spijt me, Steve.’

‘Hoeft niet, jij kunt er niets aan doen. Ik zag hem een paar uur geleden en hij vroeg me om een chauffeur voor hem te bellen om hem naar Londen te brengen. Ik hoef niet alles te weten, maar aan zijn gezicht te zien, was het geen pais en vree tussen jullie.’

‘Nee,’ bevestigde Rebecca. Ze besloot dat het maar het beste was om er direct open over te zijn. ‘Ik heb hem gezegd dat het over was tussen ons als hij niet stopte met zijn drank- en drugsgebruik, maar ik heb liever dat dat tussen ons blijft.’

‘Helaas, ze hebben het al geraden,’ zei Steve. ‘Je weet hoe snel een nieuwtje over de set gaat. Hoe dan ook, Rebecca, het belangrijkste is dat je weer gezond wordt. Hopelijk kun je je daar nu op richten, nu Jack is vertrokken.’

‘Ja, en ik beloof je dat ik morgen weer helemaal terug ben.’

‘We zullen het zien. We hebben maar één scène voor je gepland, laat in de middag. Kop op, meisje,’ riep hij toen hij de kamer verliet.

Een half uur later klonk er weer een klop op de deur van de zitkamer. Het was Anthony. Hij staarde even naar haar, slaakte toen een gefrustreerde zucht en lachte geforceerd.

‘Ik kom even kijken hoe het gaat,’ zei hij. ‘Hoe voel je je nu?’

‘Beter, denk ik,’ zei Rebecca. ‘Dank je wel dat ik deze prachtige suite mocht gebruiken.’

‘Nou, ik kan niemand bedenken die hem meer verdient,’ zei hij stijfjes. ‘Ik hoor dat je jongeman is vertrokken?’

‘Ja, en hij komt niet terug.’

‘Ik begrijp het.’ Hij stond naar haar te kijken. ‘Ik dineer vanavond weer met onze Indiase jonge vriend,’ merkte hij uiteindelijk op.

‘O?’ zei Rebecca. Ze wist niet wat ze moest zeggen.

‘Ik hoop dat je je morgen beter voelt.’

‘Dat hoop ik ook. Dank je wel dat je even kwam kijken.’

‘Dag!’ zei Anthony. Hij draaide zich om en verliet de kamer.

Toen Anthony weg was, nam Rebecca een bad in de grote badkuip. Ze had nu zo lang geslapen dat ze zich klaarwakker voelde. Toen Mrs. Trevathan met thee en scones kwam, at ze die met smaak op.

‘Ik denk echt dat het beter met me gaat,’ zei ze.

‘Dat hoor ik graag, lieverd.’

‘Is Mr. Malik aanwezig?’ vroeg ze.

‘Hij ging een tijdje geleden weg, maar ik denk dat hij nog wel ergens in de buurt is, ja. Hij eet straks bij His Lordship.’

‘Als u hem ziet, wilt u hem dan vragen of hij misschien bij mij langs wil komen?’

‘Als ik hem zie, laat ik hem weten dat je dat hebt gevraagd,’ zei Mrs. Trevathan toen ze de kamer verliet.

Twintig minuten later werd er op de deur geklopt.

‘Kom binnen!’ riep Rebecca.

‘Hallo, Rebecca, je wilde mij zien?’

‘Ja, Ari, kom binnen. Hoe is het gegaan bij de plaatselijke kerk?’ vroeg ze hem.

‘Nou, ik heb over de begraafplaats gelopen, maar ik zag nergens een zerk waarop de naam Moh voorkwam. Toen ben ik naar Exeter gereden om hem op te zoeken in het geboorte- en overlijdensregister, maar alweer, niets. Dus ik ben bang dat het weer een doodlopende weg is.’

‘Is dat niet vreemd?’ vroeg Rebecca zich af. ‘Een overlijdensakte zou toch geregistreerd moeten zijn?’

‘Dat zou ik ook denken, ja.’

‘Ari, ik heb gisteren iets in deze suite gevonden en dat bewijst onomwonden dat Anahita hier op Astbury is geweest.’

‘Echt? Wat dan?’

‘Het dagboek van Donald Astbury. Je weet waarschijnlijk het meeste wel van wat erin staat, maar het bevestigt dat hij heel veel van je overgrootmoeder hield en dat ze samen een kind hadden.’

‘Rebecca, dat is ongelooflijk! Ik zou het heel graag lezen!’ zei Ari enthousiast.

‘Ik denk dat het een schok voor je zal zijn als je het dagboek ziet. Ik ga het halen.’ Rebecca ging naar Donalds kleedkamer en pakte het van de plank. ‘Alsjeblieft,’ zei ze en ze gaf het aan hem.

Ari bekeek de naam op de rug en de letters op het omslag. Hij opende het, zag de inscriptie en toen het gedicht. ‘O mijn god,’ fluisterde hij. ‘Het is hetzelfde gedicht als waar ik het een paar dagen geleden over had.’

‘Ik weet het, dat is de reden waarom ik het van de plank pakte. Het is net alsof iets ons de weg wijst.’

‘Ja. Weet je, Rebecca, ik heb nooit veel in de hocus pocus van mijn overgrootmoeder geloofd, maar nu…’ Hij bekeek het boekje in zijn handen nauwkeurig. ‘Op de een of andere manier begin ik van gedachten te veranderen. Denk je dat Anthony dit heeft gelezen?’

‘Ik denk van niet,’ zei Rebecca. ‘Het heeft al die jaren als een van de andere boeken op de plank gestaan.’

‘Mag ik het vanavond lenen?’

‘Nou ja, het is niet aan mij om daarover te beslissen, nietwaar?’

‘Nee, maar ik wil het niet eerst aan Anthony vragen.’ Ari trok een wenkbrauw op. ‘Dank je wel, Rebecca.’

‘Ik wil er wel iets voor terug, Ari.’

‘Natuurlijk, wat kan ik voor je doen?’

‘Ik weet dat het belachelijk klinkt, maar ik begin het gevoel te krijgen dat er werkelijk een band bestaat tussen mij en Violet. Ik raak ervan in de war.’

‘Dat kan ik heel goed begrijpen,’ zei Ari meelevend.

‘Dus… wil ik weten hoe Violet is overleden.’

‘Oké. Eens kijken.’ Ari keek op zijn horloge. ‘Ik moet over twintig minuten beneden met Anthony dineren. Ik kan je het beste Anahita’s verhaal geven. Zij legt het allemaal veel beter uit dan ik het zou kunnen.’

‘Zou je dat dan nu willen halen?’ vroeg Rebecca. ‘Dan kan ik er meteen aan beginnen.’

‘Ja.’ Ari stond op en verliet de kamer, met het dagboek onder zijn arm. Een paar minuten later was hij terug met een plastic mapje in zijn hand.

‘Ik waarschuw je, Rebecca, het is niet prettig om te lezen, maar ik denk dat je gelijk hebt. Jij moet weten wat er met Violet is gebeurd.’

‘Oké,’ knikte Rebecca.

Zodra Ari was vertrokken, rolde Rebecca zich op op de bank, haalde de papieren uit de map en zocht naar de plaats waar ze gestopt was met lezen…

Anahita

1920