36

Toen Donald me vertelde waar hij ons wilde onderbrengen, was ik geschokt en van streek. Het eerste wat ik hem vroeg, was wat zijn moeder daarop te zeggen zou hebben.

‘Ze heeft daar helemaal niets over te zeggen, Anni,’ zei Donald vastberaden. ‘Zij heeft ons in deze situatie gebracht met haar egoïstische gedrag. Zonder haar zouden jij en ik nu getrouwd zijn en ons kind samen grootbrengen, en Astbury zou verkocht zijn.’

Donald probeerde me gerust te stellen, maar er bleef een ongemakkelijk gevoel hangen. Maud Astbury had altijd een hekel aan mij gehad en ik voelde instinctief dat dat gevoel voortkwam uit meer dan alleen een vooroordeel op raciale gronden. Zij wist dat ik door haar heen kon kijken, diep in haar egoïstische ziel.

‘Maar als het personeel praat?’ vroeg ik aan Donald. ‘Zij weten wie ik ben.’

‘Ja, dat weten ze,’ had Donald gezegd, ‘maar daar heb ik aan gedacht. We zeggen gewoon dat je in India met iemand bent getrouwd, en dat je man overleden is en je nu weduwe bent. Misschien is het verstandig om een nieuwe achternaam voor jullie beiden te verzinnen?’ Hij legde zijn hand om de mijne. ‘Ga je met mij mee naar Astbury, Anni? Ik wil heel graag dat jij en ons kind bij mij in de buurt zijn. Het is misschien niet perfect, maar het is het beste wat ik je kan bieden.’

Ik vroeg hem om wat tijd om na te denken over zijn voorstel. Er zaten veel aspecten aan die mij niet bevielen. Vlak bij Donald wonen en hem te zien met zijn nieuwe vrouw was geenszins aantrekkelijk voor mij.

Als ik er nu op terugkijk, weet ik dat ik extreem kwetsbaar was. Ja, ik had het overleefd, maar het had niet veel gescheeld. In Keighley had ik alleen mijzelf en jou, mijn liefste Moh, in leven willen houden, en had ik alle plannen voor de toekomst opgegeven. Ik had al het geld van de robijnen opgebruikt om mijn ziekenhuisrekeningen te betalen en aan huur en eten voor ons. Ik wilde de steun van Donald heel graag afwijzen, maar op het moment dat hij mij terugvond, stond ik aan de rand van de afgrond. Ik kon het me niet veroorloven om hulp te weigeren.

Ik was misschien eerder bereid een vroegtijdig graf te vinden dan mijn kostbare trots te verraden, maar ik kon jou datzelfde lot niet aandoen. De voorzienigheid had bepaald dat Donald ons op tijd vond, en ondanks de gal die naar mijn keel opsteeg als ik eraan dacht dat ik door hem zou worden verborgen, wist ik dat ik geen keus had en Donalds oplossing moest accepteren, wat die ook was.

In de voorgaande week voelde ik mijn kracht terugkeren in de mooie slaapkamer die Selina zo ruimhartig aan mij beschikbaar had gesteld. Goed eten en rust deden hun werk en mijn geest klaarde op. Misschien was de situatie onverdraaglijk, maar Donalds aanbod bood in ieder geval ruimte om adem te halen. En misschien zou ik straks, als ik sterker was, mijn verpleegsterswerk weer kunnen oppakken en mijn onafhankelijkheid kunnen hervinden.

Kon ik de gedachte verdragen dat Donald naar zijn vrouw terugging als hij bij ons was geweest? Daar dacht ik het meest over na. Onze liefde was altijd zo compleet geweest; ik kon me niet voorstellen hoe die kon blijven bestaan met een derde partij erbij.

En toen, via Selina, die haar vriendin Minty had verteld dat ik was teruggevonden, kreeg ik een brief van Indira, die mij vertelde dat ze zwanger was. Ze klaagde op haar omstandige wijze over de ochtendmisselijkheid en ook over de onvriendelijke houding van Varuns eerste vrouw, die in het paleis boven haar geplaatst was, al was dat niet zo in zijn hart.

Die brief zette me aan het denken over mijn eigen situatie en ik vroeg me af of die wel zo verschilde van die van Indira. De mannen van wie we hielden hadden allebei een vrouw die technisch gesproken boven ons stond, ook al bezaten wij, zoals Indira het uitdrukte, hun hart. Als ik met een prins was getrouwd in India, zou ik hem met minstens één vrouw moeten delen. En hoewel er geen ring van Donald aan mijn vinger zat, waren we getrouwd op alle manieren die ertoe deden.

Toen ik het eenmaal op die manier begon te bekijken, had ik er minder moeite mee. Het feit dat Donald met Violet was getrouwd omdat zij in sociaal opzicht geschikt was, plus een bruidsschat meebracht die Astbury zou redden, was een regeling die identiek was aan het huwelijk van elke prins van koninklijken bloede in mijn eigen land. Als ik mijzelf zag als Donalds tweede vrouw, in plaats van als zijn maîtresse, kon ik beter met de situatie leven.

Bovendien werden twijfels die mochten overblijven ondermijnd door het simpele feit dat ik van je vader hield.

Uiteindelijk zei ik hem: ‘We gaan met je mee naar Devon.’

‘O, schat! Ik ben zo blij dat je ermee instemt. Ik weet dat het niet perfect is, Anni, en ik zou niets liever willen dan dat ik je mee terug kon nemen naar Astbury Hall. Ik heb een huisje op het oog dat niet op het terrein zelf staat, of in het dorp, maar op de heide. Het ligt geïsoleerd, wat wel belangrijk is als ik jullie regelmatig wil bezoeken.’

‘Ik vind het juist prettig om ongestoord en in stilte te leven, en bovendien heb ik Moh die mij gezelschap houdt,’ zei ik.

‘Het heeft jaren leeg gestaan, dus het duurt nog een paar weken voor het geschikt is voor bewoning. Vind je het goed om hier in Kensington te blijven tot ik het voor elkaar heb?’

‘Als Selina mij zolang wil hebben.’

‘Je weet dat ze dol op je is, en met haar baby op komst en Henri nog in Frankrijk, denk ik dat ze blij is met je gezelschap. Is dat dan zo afgesproken?’

‘Ja, ik denk het wel,’ zei ik.

Donald bleef nog twee dagen bij ons en zei toen dat hij voor het weekend terug moest naar Astbury Hall. Zijn vrouw gaf een huisfeest om met haar nieuwe interieur te pronken en hij zei dat hij erbij moest zijn. Ik deed mijn best om het niet erg te vinden – dit was de eerste van vele gelegenheden die ik zou moeten verdragen als ik in de toekomst deel wilde uitmaken van zijn leven. Ik zwaaide hem vriendelijk lachend uit en dacht ondertussen aan Indira en hoe zij met haar tanden moest knarsen en moest wijken voor de eerste vrouw van haar man.

Ik herinner me de weken waarin we moesten wachten tot ons nieuwe huis was opgeknapt als rustig. Jij groeide goed, dankzij voldoende gezonde voeding, een schone en warme kinderkamer en een paar minder uitgeputte moederarmen om je heen. Je kwam in een maand ponden aan en begon te kruipen. Met je inmiddels stevige lijfje verplaatste je je razendsnel over de vloer van de kinderkamer.

Selina’s baby werd in oktober zonder complicaties geboren en ik was blij dat ik wat voor haar vriendelijkheid kon terugdoen door voor haar en het kind te zorgen. Zij en Henri noemden haar Fleur. En toen, in december, reed Donald ons naar Devon. Ik zag dat hij opgewonden was over het idee dat ik ons nieuwe huis voor het eerst zou zien.

Een onverhard pad over de heide bracht ons bij een dalletje waarin een huisje lag. Het was van het plaatselijke natuursteen gebouwd, had een dubbele gevel en was heel lief. Het deed me denken aan Charlottes pastorie in Oxenhope. De beek waar Donald en ik die zomer, lang geleden, samen hadden zitten praten, liep erlangs.

Donald zette zijn Crosley aan de achterkant van huis, sloot toen de poort in de hoge houten schutting achter ons, voor het geval er pottenkijkers waren. Hij pakte mij bij de hand, en leidde ons naar de achterdeur, die hij opende. We stapten een keuken in, met een laag plafond, en kwamen toen, via een smalle gang in een gezellige, vers geschilderde zitkamer met een open haard.

Boven, in de kleine tweede slaapkamer die Donald voor jou als kinderkamer had ingericht, legde ik je te slapen in het bedje. Toen stapte ik de grotere slaapkamer binnen en zag de lichte, gebloemde gordijnen en het grote koperen tweepersoonsbed, waarover een vrolijke patchwork quilt lag.

‘Wat vind je ervan, Anni?’ vroeg hij nieuwsgierig.

‘Ik vind het prachtig, Donald,’ antwoordde ik, werkelijk onder de indruk. Na de benauwde vuiligheid in Keighley, stond dit gelijk aan de hemel.

‘Ik heb de vensters laten vervangen en elektrisch licht laten aanleggen en een badkamer toegevoegd naast de bijkeuken beneden. En… dit is voor jou.’ Hij haalde een stapel papieren uit zijn zak en gaf ze aan me.

Ik keek ze vluchtig door, gissend naar wat ze te betekenen hadden.

‘Er staat, lieverd, dat ik, Lord Donald Astbury, jou levenslang het gebruik van dit huisje schenk. Dat betekent dat niemand je er ooit uit kan zetten, wat er ook gebeurt. Zolang je het nodig zult hebben, is dit jouw huis.’

Er sprongen spontaan tranen in mijn ogen. Sinds mijn vader was overleden en moeder en ik naar de zenana waren verhuisd, had ik geen eigen huis meer gehad.

‘Dank je wel, Donald.’

‘Ach, lieve Anni, het is niets. Je verdient zoveel meer.’

Hij nam me in zijn armen en drukte me tegen zich aan. Toen begon hij me te kussen. Misschien kwam het door de opluchting dat ik eindelijk op een plaats was die veilig was, dat er zo goed voor mij werd gezorgd, dat ik voelde dat mijn lichaam zich voor hem openstelde. We vielen samen op het grote, comfortabele bed. Misschien was het de lange tijd die ertussen had gezeten, de vele weken dat we vlak bij elkaar waren geweest zonder fysiek contact, maar ons vrijen was nog hartstochtelijker dan daarvoor. Na afloop lagen we naast elkaar, met onze armen om elkaar heen, en onze zoon sliep vredig in de kamer ernaast. Ik deed mijn best om de gedachte dat hij hetzelfde met zijn vrouw deed van me af te zetten.

Uiteindelijk was hij degene die erover begon. ‘Ik weet nu weer hoe het moet zijn,’ zei hij weemoedig. ‘Ik houd van je, Anni, zoveel dat je nooit zult weten hoeveel.’

‘En ik houd van jou, Donald.’

Toen vielen we in slaap en ik weet dat we allebei rust hadden gevonden, voor het eerst sinds ik naar India was vertrokken. Welk pact met de duivel we ook hadden gesloten om hier samen te zijn en hoe slecht dat misschien ook was, op dat moment was alles precies goed.

Veel later, toen ik je beneden in de keuken de borst gaf, liet Donald me zien hoe hij de kasten had gevuld met proviand. ‘En ik heb nog een grote verrassing voor je. Kom, laten we naar buiten gaan.’

Met een sjaal om jou heen gewikkeld om de bittere kou buiten te houden, volgden we Donald naar buiten. Er was een stal naast de schuur op de vierkante binnenplaats en Donald opende de deur en stak de lantaarn aan die aan een spijker hing.

‘Kijk eens, meisje, maak kennis met je nieuwe baasje.’

Donald aaide de neus van de merrie. Haar vel glansde als gewreven mahoniehout en ze had een wit sterretje op haar voorhoofd.

‘Ik heb haar nog geen naam gegeven, ik vond dat jij dat moest doen, want voortaan is ze van jou.’

Ik streelde haar zachte neus en jij merkte het nieuwe speelgoed al snel op en stak je kleine handjes uit naar het paard.

‘Ze is prachtig, Donald, dank je wel. Ik noem haar Sheba, want ze ziet eruit als een koningin.’

‘Perfect. Ze is niet zoals de hengst die je zo graag reed, maar zachtaardig genoeg voor Moh om later op te leren rijden. Er staat ook een wagentje in de schuur, waarmee je naar het dorp kunt rijden, als dat nodig is.’

‘Het lijkt of je overal aan hebt gedacht,’ zei ik toen we ons naar binnen haastten en ik water opzette voor een pot thee. ‘Maar je weet dat de mensen onmiddellijk weten dat ik hier ben, zeker als ik naar het dorp rijd met een pony voor een wagentje,’ merkte ik op.

‘Ja, Anni, natuurlijk zullen ze je herkennen. Ongetwijfeld zullen velen van hen blij zijn je te zien. En denk eraan dat het alleen maar vanzelfsprekend zal lijken, vanwege je lange verbintenis met onze familie, dat we je onderdak aanbieden na de dood van je man,’ stelde hij haar gerust.

‘En Violet?’ vroeg ik. ‘Wat als zij iets hoort van het personeel en iets vermoedt?’

‘Ik beloof je, over Violet hoef je je geen zorgen te maken. Ze is op dit moment het middelpunt van het societyleven en wordt beschouwd als de mooiste vrouw van Londen, zo niet Engeland. Je hebt nog nooit een vrouw ontmoet die zo zeker is van zichzelf. Ik betwijfel of ze het ook maar een seconde zal overwegen dat haar man het aanlegt met een Indiase weduwe die op de heide woont.’

Donald merkte mijn plotselinge spanning op. ‘Sorry, lieverd.’ Hij klopte me op mijn hand. ‘En wat haar relatie met het personeel aangaat, zij zouden net zo goed onzichtbaar kunnen zijn, zoveel belangstelling heeft ze voor hen en hun persoonlijke leven. Ze doen gewoon hun werk en afgezien daarvan is ze niet in hen geïnteresseerd. Er is altijd voldoende voor ze te doen. Ze neemt twee keer per dag een bad. En de lakens op haar bed worden elke dag verschoond.’

‘Als een koningin,’ fluisterde ik. Ik dacht terug aan de manier waarop de maharani zich had gedragen. Aan de andere kant, alles en iedereen in India had last van de hitte en het stof.

‘Ja, en in Amerika is Violet een écht royalty en opgevoed met alleen het beste van het beste. Ik denk dat ze de Engelsen, mij ook, nogal boers vindt.’ Donald glimlachte. ‘Wat ik wil zeggen is dat Violet het middelpunt is van Violets wereld. Ik betwijfel of ze zou hebben geluisterd als ik haar had verteld van je komst.’

‘Ga je het haar wel vertellen?’

‘Natuurlijk. Op dit moment wordt ze echter in beslag genomen door de organisatie van een kerstgala. Ze nodigt al haar vrienden uit Londen uit. Ik weet zeker dat ze je direct weer vergeten zou zijn, als ik het haar vertelde.’

‘Ik hoop dat je gelijk hebt, Donald.’ Ik huiverde onwillekeurig. ‘Zij kan hier allemaal niets aan doen. We mogen haar niet kwetsen.’

‘Dat weet ik,’ knikte hij en hij keek op zijn horloge. ‘Helaas eten we over een uur en verwacht ze mij terug uit Londen. Ik kom morgenochtend terug om te zien hoe jullie het maken. Lukt het hier in je eentje? Het is hier wel heel gezellig. Ik zou het liefst willen blijven, maar het kan niet.’

‘Natuurlijk lukt het,’ zei ik. Ik zag hoe hij zich vastpakte aan de tafelpoot in een vruchteloze poging om overeind te komen.

‘Moh zal wel snel gaan praten, nietwaar, kleine vent?’ Donald boog zich over de jongen heen en drukte een kusje op zijn voorhoofd. ‘Goed, nu moet ik echt gaan,’ zei hij. Hij knoopte zijn jas dicht en liep naar de deur. ‘Het goede nieuws is dat ik van hieruit over de heide kan rijden naar de doorgaande weg en dan via de hoofdingang het landgoed op kan rijden. Ik kan ook gewoon Glory opzadelen en direct vanaf het huis over de heide hiernaartoe rijden, in een kwartiertje. Je zult nog genoeg van me krijgen!’

‘Vast niet,’ zei ik en ik drukte een kus op zijn lippen. ‘Dank je wel, Donald. Ik voel me veilig, voor het eerst in vele, vele maanden.’

Hij wierp me een kushand toe en was verdwenen.

Nadat ik jou in je bedje te slapen had gelegd, liep ik door mijn nieuwe huisje en keek verrukt naar alle hoeken en gaten die Donald zo liefdevol voor mij had ingericht. Ik maakte het vuur aan in de gezellige zitkamer en bekeek de boeken die op de planken stonden aan weerszijden van de haard. Donald had mijn favoriete titels uitgekozen. Ik zou ze de avonden die zouden volgen steeds weer lezen.

In die lange wintermaanden, toen de heide een sneeuwwoestijn werd waarin ik gevangenzat en Donald zich met moeite een weg kon banen op Glory om voedsel, melk en liefde te brengen, las ik met overgave. Ik leefde alleen, maar ik ervoer een steeds toenemende innerlijke vrede. Misschien gaf de sneeuw mij een vals gevoel van veiligheid; ik werd erdoor afgesneden van Astbury Hall en zijn onzichtbare bewoners en ik leefde in een vacuüm, met alleen jou en Donald als gezelschap.

Terugkijkend denk ik dat die paar maanden precies waren wat ik nodig had om mijn beschadigde ziel te helen; er waren momenten geweest in dat vreselijke eerste jaar van jouw leven waarin ik de moed bijna had opgegeven. Waarin ik de dingen die mij altijd de weg hadden gewezen niet meer kon zien, voelen, horen of zelfs geloven. Waarin ik meer naar de dood dan naar het leven verlangde en ik voor het eerst werkelijk begreep wat het betekende om alleen te zijn. Er gingen nu soms ook dagen voorbij waarin ik Donald niet zag, maar ik wist zeker dat er van mij werd gehouden.

Ik weet nog wel dat Kerstmis een moeilijke periode was. Donald was druk met de feestelijkheden in het huis, waar veel van Violets Amerikaanse familieleden het met haar kwamen vieren, dus ik zag hem erg weinig. Op kerstavond kwam hij even langs met een mand waarin een kalkoen zat die groot genoeg was voor een gezin van twaalf mensen, en cadeautjes voor ons allebei. Op kerstochtend opende ik het cadeau dat op mij lag te wachten onder de kerstboom. Het was een roomwitte parelketting, met een lieve boodschap erbij, verborgen in het doosje. Ik heb ze die kerstochtend van 1920 om mijn hals gedaan en daar zijn ze nog altijd, tot op de dag van vandaag.

Toen de sneeuw begin maart begon te dooien, begon mijn leven in het huisje te veranderen. Donald vertelde me dat Violets moeder ziek was en dat zij terugging naar New York om bij haar te zijn.

‘Heeft ze je niet gevraagd om met haar mee te gaan?’ vroeg ik. We zaten voor het haardvuur in de woonkamer en keken toe hoe jij je eerste stapjes zette.

‘Natuurlijk,’ zei Donald, ‘maar ik heb haar erop gewezen dat als ik Astbury moet leiden als een bedrijf, zoals papa Drumner dat van mij verlangt, het voorjaar een erg slechte tijd is om het land te verlaten, vanwege de lammertijd. En Violet leek het niet erg te vinden toen ik haar zei dat ik hier moest blijven.’

Dat voorjaar, toen Violet naar Amerika was vertrokken, was een heerlijke periode. Donald regelde met Selina dat hij deed alsof hij bij haar was in Londen. Hij reed dan naar ons toe, op de heide, en verborg zijn auto achter het huis. We leefden met elkaar als een normaal gezin.

De heide kwam weer tot leven om ons heen en wij genoten ervan in onze rustige, geïsoleerde wereld. Het enige jammere was dat jij je vader nooit ‘papa’ mocht noemen, en dat Donald en ik goed moesten oppassen dat we ons niet verspraken waar jij bij was. Uiteindelijk bedacht je je eigen term voor de man die zo’n grote rol in je leven was gaan spelen.

‘Mr. Don, kom!’ riep je als je je kleine armpjes naar hem uitstak om door je vader te worden opgetild. Donald zette je op de rug van de pony en jullie draafden over het erf terwijl jij kraaide van plezier. Hij bracht vaak kleine cadeautjes voor je mee of stekjes van kleurige bloemen die hij meenam van het terrein van Astbury, zodat ik ze in mijn tuin kon planten.

‘Hier,’ zei hij op een dag toen hij van Glory’s glanzende rug stapte en mij een klein, met doornen overdekt plantje gaf. ‘Ik heb een rozenstruik voor je meegenomen. De tuinman op Astbury was de bedden aan het herplanten en zei me dat dit een heel bijzondere en exotische soort is. Hij heet nachtroos. Ik moest meteen aan jou denken.’ Hij glimlachte naar me en kuste mij. ‘Zullen we hem gaan planten? Misschien in de voortuin?’ stelde hij voor.

Na die verschrikkelijke maanden waarin ik had getwijfeld aan Donalds liefde voor mij, wist ik nu met heel mijn hart dat hij van mij hield. Ik luisterde naar hem, hoe hij tekeerging – tegen de armoede waarin zo velen in Engeland nog leefden, de ongelijkheid en dat zoveel in het bezit was van zo weinigen, en dat hij de wereld niet kon veranderen, maar wel een begin kon maken door de huisjes van de arbeiders op het landgoed op te knappen – en er ontstond een nieuw respect voor hem in mij.

‘David Lloyd George doet zijn uiterste best, maar de angst voor verandering bij politici, die grotendeels uit de hogere klassen komen, maakt het zo moeilijk om hervormingen door te drukken,’ verzuchtte Donald toen we op een avond bij elkaar zaten in de tuin.

‘Mijn vader zei altijd dat als je in je leven een steen een centimeter verplaatst, dat hetzelfde is als honderd kiezelstenen per dag in de oceaan gooien. Grote veranderingen gaan langzaam, maar ze komen, Donald,’ verzekerde ik hem. ‘Jij bent nu een uitzondering, maar veel mensen zullen de wereld gaan zien als jij nu doet.’

‘Mijn moeder heeft mij altijd raar gevonden, omdat ik bevriend was met de zoon van een van de staljongens, toen ik klein was. Ik weet nog dat ik wilde dat hij bij ons in huis kwam eten, omdat hij altijd honger leek te hebben. Ik stal eten uit de keuken om het aan hem te geven. Ik kon niet leven met het klassenstelsel en dat kan ik nog steeds niet.’

‘Ik vroeg me af,’ zei ik en ik veranderde van onderwerp, ‘of ik een keer naar het huis mag komen, voor je vrouw terugkeert uit Amerika. Ik wil graag zien of de medicinale kruiden die ik in de moestuin heb geplant nog leven. Ik zou er stekjes van willen nemen en hier mijn eigen kruidentuin beginnen.’

‘Natuurlijk! Denk eraan, Anni, het enige geheim is wat wij samen hebben, niet jouw aanwezigheid op Astbury. Het is absoluut niet nodig dat jij je verborgen houdt nu het weer lente is. Het zou natuurlijker zijn als je dat niet deed.’ Hij streelde mij zachtjes over mijn wang. ‘Als ik er maar aan denk om je niet aan te raken waar anderen bij zijn.’ Hij glimlachte en keek naar de keukenklok. ‘Goed, het wordt tijd dat ik zelf weer eens terugga!’ Hij zuchtte. ‘Het lammeren kan elk moment beginnen.’