37

Een paar dagen later reed ik met jou in de wagen en de pony ervoor naar Astbury Hall en zag dat bijna alle kruiden die ik in een beschut hoekje van de moestuin had geplant het goed hadden gedaan. Ik zat op mijn knieën en probeerde te voorkomen dat jij ze met je gretige handjes uit de grond trok, toen ik een bekende stem hoorde.

‘Kijk nou eens wie er is!’

‘Mrs. Thomas!’ Ik lachte naar haar toen ze naar me toe liep met haar mandje, waarin ze de groenten die ze die avond voor het avondeten nodig had, verzamelde.

‘Ik had al gehoord dat je terug was, Miss Anni. Tilly zei dat ze je afgelopen week in het dorp had gezien, maar ik zei dat ze zich dat moest hebben verbeeld.’

‘Ik ben hier al sinds de winter, maar er lag zoveel sneeuw op de heide en ik ben ook nog eens ziek geweest,’ legde ik uit.

‘Dat heb ik ook gehoord, ja, en dat je man is overleden. Dat spijt me heel erg, lieverd. Het moet zwaar voor je zijn geweest, met een kleintje. Hij is een lief kereltje,’ zei Mrs. Thomas en ze keek naar jou. Jij draaide je om, keek naar haar en zwaaide met je handje.

‘O! Hij heeft blauwe ogen!’ merkte de kok op. ‘Goeie hemel, ik wist helemaal niet dat Indiërs ook blauwe ogen konden hebben!’

‘Zijn vader had blauwe ogen; sommige Indiërs hebben dat,’ antwoordde ik en ik probeerde mijn opkomende paniekgevoel te verbergen.

‘Ach, hoe moet ik dat ook weten? Hij ziet er in ieder geval schattig uit en je moet hier nu echt vaker komen. Kom, als je buiten klaar bent, naar de keuken en laat je jongen zien aan de rest van het personeel. Ze zullen heel blij zijn je te zien, lieverd.’

‘Dat is heel vriendelijk van u, Mrs. Thomas. Ik kom er zo aan.’

Toen ze zich afwendde, keek ik angstig naar jou en besefte dat je blauwe ogen het geheim van je vader en mij direct weggaven.

In de keuken stonden de personeelsleden dicht om ons heen. Na zoveel maanden eenzaamheid voelde ik me dankbaar voor hun oprechte warmte en vriendelijkheid. Jij kreeg taart en chocolade toegestopt tot ik nee moest zeggen, uit angst dat je er ziek van zou worden. Ik ging aan de keukentafel zitten met een kop thee en het personeel bleef maar vragen stellen. Ik antwoordde ze naar beste kunnen en bedacht zelfs de naam ‘Jaival Prasad’ voor mijn denkbeeldige overleden echtgenoot.

‘Ik denk dat je vast wel hebt gehoord hoe het hier in huis is veranderd,’ zei Mrs. Thomas en ze trok haar wenkbrauwen op. ‘Lord Donald is afgelopen jaar met een Amerikaans meisje getrouwd en we hebben ons allemaal moeten aanpassen aan de nukken van Lady Violet.’

‘Nou, en hoe,’ zei Tilly zachtjes.

‘We moeten natuurlijk allemaal wel toegeven dat er ook voordelen zitten aan de komst van een nieuwe lady in het huis,’ zei Mrs. Thomas. ‘Ik heb een nieuw aanrecht gekregen en een heleboel nieuwe pannen.’ Ze wees er trots naar. ‘Ze zei dat de oude niet hygiënisch waren, en ik zei dat er nog nooit iemand aan mijn tafel was doodgegaan. Maar ik moet toegeven dat ik blij ben met die mooie, glanzende nieuwe.’

‘Mogen jullie Lady Violet?’ vroeg ik. Ik kon me niet bedwingen.

‘Ze is best aardig, denk ik,’ zei Mrs. Thomas, ‘al ziet ze ons hierbeneden niet staan. Ze wist helemaal niets van Engels eten en wat in een huis als dit geserveerd moet worden, dus ik heb haar moeten corrigeren. Nu laat ze het aan mij over. Het kan haar niet veel schelen wat ze binnenkrijgt. Ze is meer geïnteresseerd in de buitenkant!’ Alle bedienden giechelden hierom.

‘Ik heb nog nooit een vrouw gezien die zo ijdel is,’ zei Tilly. ‘Hoewel ik laatst met een kamenierster sprak en die zei dat alle Amerikanen hetzelfde zijn. Lady Astbury heeft een hele wand met kledingkasten laten bouwen en die zitten allemaal al vol kleren.’

‘Maar ze is erg mooi. Ik heb echt nog nooit zo’n mooie vrouw gezien,’ voegde de keukenmeid er verlegen aan toe.

‘Dat is zo,’ zei Mrs. Thomas, ‘maar zouden we dat niet allemaal zijn, als we allemaal zoveel tijd als zij aan ons uiterlijk besteden en genoeg geld hadden om ons mooi te maken met al die jurken van haar?’

‘Is ze aardig?’ drong ik aan. Ik had het gevoel dat ik nog niets had gehoord over wat voor persoon Violet was, alleen hoe rijk en hoe mooi ze was.

‘Best aardig,’ antwoordde Tilly. ‘Als ik haar help met haar haren of ’s avonds met haar nachtjapon, dan praat ze alleen maar over haar kleren en haar juwelen. Ik geloof niet dat ze ooit iets over mijn leven heeft gevraagd.’

‘Ach, we hadden het slechter kunnen treffen,’ zei Mrs. Thomas. ‘Ze is tenminste niet weer zo’n houwdegen als de vrouw die nu naar het Dower House is verhuisd. En het huis is vol jonge mensen in plaats van rouwende weduwen. Astbury is weer tot leven gekomen sinds Lady Violet er is en daar moeten we dankbaar voor zijn.’

Vanaf dat moment zat ik nooit om gezelschap verlegen. Jij en ik werden voortdurend uitgenodigd op de thee bij de personeelsleden thuis in het dorp of voor het plaatselijke feest, de kermis die om de paar maanden op Astbury Green werd gehouden. Ik paste goed op dat ik het was die hén bezocht en wees erop dat het echt véél gemakkelijker was, omdat ik een pony en een wagentje had en het een heel eind lopen was van het dorp over de heide naar mijn huisje. Ook dan nog was ik doodsbang dat er onverwacht iemand langs zou komen als Donald er was.

Het nieuws dat ik terug was in Astbury begon zich te verspreiden in het dorp, net als de berichten over de kruidenremedies die ik weer begon te gebruiken om de artritis van Mrs. Thomas, de bronchitis van Tilly en zelfs de jicht van de butler te behandelen. De stekjes die ik genomen had uit de moestuin en in mijn eigen tuin had geplant waren goed aangeslagen en groeiden welig. Donald bouwde een kleine kas voor me om ze te beschermen tegen de vorst in de winter en als ik op de heide was, ontdekte ik veel inheemse medicinale planten, die ik toevoegde aan mijn steeds groter wordende collectie.

Die zomer trok ik vele middagen met jou naast me in de ponywagen over de heide naar het huis van een dorpeling wiens kind ziek was en koorts had. Deze mensen waren verstoken van elke vorm van gezondheidszorg. De dokter rekende een fortuin voor een bezoek en de meesten van hen konden dat gewoon niet betalen. Ik vroeg geen betaling. De blik op het gezicht van een opgeluchte moeder was genoeg.

Ik ontdekte ook dat mijn traditionele verpleegsterservaring goed samenging met mijn kennis van ayurvedische kruiden. Ik was in staat te zien wanneer mijn behandelingen geen zin hadden. En als de patiënt te ver heen was om door mij te worden geholpen, adviseerde ik dat de gang naar het plaatselijke ziekenhuis dan de enige weg was die voor de mensen openstond.

In juli, bij een doopplechtigheid in het dorp, ontmoette ik de plaatselijke arts weer. Ik had hem niet meer gezien sinds hij te laat was gekomen om Selina’s baby te halen, jaren geleden.

‘Mag ik u bedanken, Mrs. Prasad,’ zei dr. Trefusis en hij boog licht. ‘U maakt mijn werk lichter en de dorpelingen profiteren van uw kennis. Hebt u er ooit aan gedacht om uw carrière weer op te pakken? Een districtsverpleegster zou een zegen zijn voor iedereen.’

‘Ik heb eraan gedacht, maar ik heb een zoon voor wie ik moet zorgen en elke werkbetrekking zou te veel van mijn tijd vergen nu hij nog zo jong is,’ zei ik hem. ‘Ik betwijfel ook of de medische professie het zou goedkeuren als ik kruiden van het land gebruik om mijn patiënten te helpen.’

‘Nee, u hebt waarschijnlijk gelijk,’ knikte dr. Trefusis. ‘Ik zou er echter heel graag meer over weten. Alles wat de armen een gratis kans op genezing geeft moet iets positiefs zijn. Gaat u alstublieft zo verder.’

‘Ik zie je nauwelijks meer, tussen je goede werken door,’ merkte Donald eind augustus op. Violet werd elk moment thuis verwacht, dus Donald was ‘naar Londen gegaan’ en verbleef bij ons in het huisje.

‘Het houdt me bezig en ik help graag andere mensen,’ antwoordde ik.

‘Dat weet ik,’ zei hij en hij schepte de stoofpot op die ik voor ons had bereid. ‘Het zal in de winter alleen wel moeilijk voor je worden, denk je niet?’

‘Sheba is een sterke pony en ze kent de heide inmiddels op haar duimpje. Ik weet zeker dat ze het redt als er dit jaar weer sneeuw komt.’

‘Misschien moet ik een telefoon laten aanleggen,’ dacht Donald hardop. ‘Dan kan ik je tenminste bereiken als er een probleem is en de dorpelingen kunnen die in het postkantoor gebruiken als er een patiënt is die je hulp dringend nodig heeft.’

‘Dat is lief van je, Donald, maar telefoons zijn zo duur en ik wil je niet nog verder op kosten jagen.’

‘Anni, lieverd, jouw onderhoud kost me echt de kop niet,’ zei Donald en hij probeerde mij gerust te stellen. ‘Als we getrouwd waren, zou je er niet eens over nadenken. En dat zijn we ook eigenlijk, alleen niet voor de wet. Bovendien is het geweldig dat je de plaatselijke gemeenschap hier helpt, en ik ben erg trots op je. Dus een telefoon laten installeren is wel het minste wat ik voor je kan doen om je te helpen.’

‘Goed,’ zei ik met een zucht. ‘Dank je wel.’

‘Wat jij doet, staat in zo’n groot contrast met mijn lieve echtgenote.’ Donald zuchtte ook. ‘Violet doet helemaal niets om iemand te helpen, behalve zichzelf. Eerlijk gezegd zie ik op tegen haar thuiskomst uit New York. We hebben nog maar één nacht samen. Het is echt niet genoeg, vind je niet?’

‘Ik ben dankbaar voor wat we hebben, Donald,’ antwoordde ik, hoewel mijn eetlust acuut verdween toen ik die woorden uitsprak.

‘Het kan wel een paar dagen duren voor ik daar weer weg kan komen,’ waarschuwde Donald mij de volgende ochtend toen hij naar Astbury Hall vertrok. ‘Dag, lieverd, zorg goed voor jezelf en onze jongen.’

‘Ja,’ zei ik met tranen in mijn ogen. Ik zou hem snel weer zien, maar ik wist dat hij terugging naar zijn andere wereld en dat hij niet meer alleen van mij was.

De volgende winter begon, en met de komst van koud weer begonnen mijn patiënten meer tijd van mij op te eisen. Ik was blij met de afleiding. Donald zag ik veel minder sinds de terugkomst van Violet. Het zou een vreemde indruk hebben gemaakt als hij te vaak van Astbury weg was nadat ze elkaar zes maanden niet hadden gezien. Hij kwam zo vaak mogelijk langs, vaak onderweg naar Londen voor een feest of een bal.

‘De meesten van haar vrienden zijn zulke arrogante, saaie types, dat ik ze nauwelijks kan verdragen, maar ik moet doen wat er van mij verwacht wordt,’ zei hij met een zucht.

Op een avond, halverwege december, kwam Donald onverwacht het huisje binnen. Hij zag er verward en bezorgd uit en keek me met angst in zijn ogen aan.

‘Wat is er?’ vroeg ik. Ik zag onmiddellijk dat er iets aan de hand was.

‘Ik moet je wat vertellen,’ zei hij en hij plofte neer op een stoel aan de keukentafel.

‘Slecht nieuws?’ vroeg ik, terwijl ik water opzette voor thee.

‘Ik denk niet dat iemand anders het zo zou noemen, maar ik ben bang jij wel, Anni. En ik wilde het jou vertellen voordat je het van iemand anders hoort. Je weet hoe het hier gaat, praatjes gaan snel, zeker van deze aard. En ik weet zeker dat het meeste personeel al op de hoogte is.’

‘Wat is het dan?’ drong ik aan. Ik durfde nauwelijks te gissen wat het kon zijn.

Donald haalde diep adem en zei toen, terwijl hij naar de grond keek: ‘Violet… verwacht een baby.’

‘Oké.’ Ik begreep toen waarom hij dacht dat ik de enige was die dit nieuws niet als positief zou kunnen zien.

‘Anni, wees eerlijk, vind je het erg?’

Natuurlijk vond ik het erg! Niet vanwege het kind, maar wel vanwege het eraan voorafgaande proces waardoor het was verwekt. Ik huiverde onwillekeurig bij de gedachte. Toch wilde ik waardig reageren. Ik had geweten wat de situatie was toen ik ermee instemde.

‘Het is alleen maar natuurlijk dat jij en je vrouw een gezin willen stichten. En een erfgenaam voor het landgoed willen voortbrengen,’ voegde ik eraan toe en ik probeerde mijn stem niet bitter te laten klinken. ‘Het is niet mijn plaats om het erg te vinden, toch?’

‘Natuurlijk wel!’ zei Donald, boos opeens. ‘Ik bedoel, als het andersom was geweest, en jij mij dit vertelde, betwijfel ik of ik het had aangekund.’

‘Ik heb geen keus, ik kan het aan,’ zei ik vastbesloten.

‘En je moet ook weten, Anni, dat het proces waarmee het kind is verwekt plichtmatig was.’

Ik wilde zijn woorden graag geloven en twijfelde er ook niet aan dat hij de waarheid sprak, maar eraan denken deed me al pijn.

‘Het ergste is dat Violet de zwangerschap nu al vreselijk vindt. Ze heeft alle afspraken voor de komende weken afgezegd, omdat ze zegt dat ze te ziek is, en is in bed gaan liggen. Dit betekent helaas dat in de nabije toekomst haar aandacht niet door andere dingen in beslag zal worden genomen. Ik zal meer thuis moeten zijn, bij haar. Het spijt me zo, Anni.’

‘We komen er wel doorheen, ik weet het zeker. Dat is ons eerder ook gelukt.’

‘Ja, maar het is ook dat ik steeds meer voel dat het leven dat ik met Violet leid op Astbury Hall een leugen is,’ zei hij verdrietig.

‘Er is nu eenmaal niets aan te doen, en we moeten er allebei het beste van zien te maken.’ Ik wist dat ik een beetje bits klonk, maar ik probeerde de consequenties van wat hij mij zojuist had verteld nog te bevatten. Op dat moment lukte het me gewoon niet om meelevend te zijn.

‘Ja.’ Hij keek me schuldig en begripvol aan. ‘Vergeef me, schat. Vandaag zou ik jou juist moeten geruststellen. Helaas moet ik gaan. Dr. Trefusis komt zo bij Violet kijken.’ Donald stond op en kuste me boven op mijn hoofd. ‘Ik kom zo gauw mogelijk terug.’