38
Donald zei me dat dr. Trefusis Violet blijkbaar gezond had verklaard. Hij had haar houtskool gegeven voor haar misselijkheid en haar gezegd te rusten tot het voorbijging. Het nieuws zou pas aan de wereld kenbaar worden gemaakt als de zwangerschap twaalf weken ver was, maar ze hadden het al wel aan hun ouders verteld.
‘Mijn moeder heeft me gevraagd om bij haar langs te komen in het Dower House om wat zij een “netelige kwestie” noemt te bespreken, dus ik moet gaan,’ zei Donald verontschuldigend toen hij ons een paar dagen later kwam opzoeken. ‘God weet wat ze nu weer heeft.’
Toen hij was vertrokken, vroeg ik me hetzelfde af. Ik wist dat Maud Astbury mijn wraakgodin was, de zwarte kraai op mijn schouder, en wachtte op een kans om in te hakken op mijn kleine beetje geluk. Toen Donald de volgende dag binnenkwam, zag ik aan zijn gezicht dat de ‘kwestie’ met mij te maken had. Ik zette thee voor ons en we namen die mee naar de woonkamer om van de warmte van het vuur te profiteren.
‘En? Wat zei ze?’ vroeg ik hem.
‘Ze zei dat er geruchten gingen over waar ik uithing. Blijkbaar word ik regelmatig gezien als ik over de heide rijd.’
‘Nou, dat is toch geen misdaad?’
‘In een bepaalde richting,’ voegde Donald eraan toe.
‘O, ik begrijp het. Door wie?’
‘De herder heeft het blijkbaar aan zijn vrouw in het dorp verteld, die het doorgaf aan haar vriendin, Mrs. Thomas, en zij weer aan Bessie, de meid van mijn moeder. Ze zeggen dat hij mij vaak op mijn paard in de nabijheid van het huisje heeft gezien in de lente- en zomermaanden. Ik heb haar natuurlijk gezegd dat dat op zich geen reden is voor geruchten,’ voegde Donald eraan toe. ‘Ik ben tenslotte altijd die kant uit gereden met mijn paard en ben altijd bij de beek gestopt om Glory te laten drinken.’
Ik zat stil naar hem te luisteren.
‘Moeder maakte er een heel punt van dat ik de heer van het landgoed ben en dat elke stap die ik zet wordt besproken en geanalyseerd door het personeel,’ zei Donald zorgelijk. ‘Ze zei dat de reden waarom ze dit onder mijn aandacht bracht was dat Violet nu zwanger is, en de dokter had gezegd dat ze kwetsbaar is. Ze zei dat ze niet wilde dat een van die geruchten, hoe onbeduidend ook, Violets oren bereikte terwijl ze zwanger is van de erfgenaam van het Astbury Estate. Ze voegde eraan toe dat mijn ritjes over de heide om jou te zien voorlopig moesten stoppen, uit fatsoensoverwegingen.’
‘Oké.’
‘Eerlijk gezegd, Anni, gaf ze mij het gevoel dat ik een echte klootzak was. Ze zei dat het al erg genoeg was dat ik een relatie onderhield onder de neus van mijn vrouw, maar dat ik ermee bleef doorgaan nu ze zwanger is, dat was absoluut walgelijk.’
‘Nou ja, wat dat betreft, hoeveel pijn het mij ook doet, geef ik je moeder gelijk,’ zei ik uiteindelijk. ‘Violet weet hier allemaal niets van. Je zou kunnen zeggen dat dat haar nog meer slachtoffer maakt van de situatie dan wij tweeën.’
‘Ik weet het, Anni.’ Donald boog zijn hoofd beschaamd. ‘Ze verdient dit allemaal niet, zeker niet op dit moment.’
‘Nee, dat is zo. En of je moeder de zwangerschap nu gebruikt als breekijzer om haar doel te bereiken en ons uit elkaar te drijven, we moeten allebei compassie hebben voor Violet. Denk niet dat ik niet ook elke dag gebukt ga onder schuldgevoel omdat ik haar bedrieg,’ voegde ik eraan toe. ‘We moeten ons allebei correct gedragen in deze periode. Je moet daarom niet langer naar me toe komen.’
‘Maar hoe moet het dan met jou, Anni? Hoe red je het dan? En meer nog, hoe moet het met mij?’
‘Misschien kunnen we elkaar weer brieven gaan schrijven.’
‘Heel grappig.’ Donald liet een vreugdeloos lachje horen.
‘Het is echt het beste.’
‘Maar hoe kan ik wegblijven?’
‘Je moet gewoon.’
Hij pakte mijn hand en kuste hem teder. ‘Goed, het lijkt erop dat we nogmaals afscheid moeten nemen. Maar alleen tijdelijk, tot het kind is geboren.’
‘De maanden zullen snel voorbijgaan,’ stelde ik hem gerust.
‘Mijn Moh zal al bijna drie zijn als ik hem weer zie,’ zei Donald weemoedig.
We stonden op en liepen samen naar de keukendeur, waar we elkaar stevig vasthielden.
‘Ik vind een manier om contact met je te houden, lieve Anni, maak je geen zorgen. Ik houd van je.’
‘Vaarwel, Donald,’ fluisterde ik.
Na dat gesprek schikte ik me in het feit dat ik de man van wie ik hield nog minder zou zien. Dat we dit samen hadden besloten en allebei alleen maar het goede wilden doen, maakte het echter iets gemakkelijker te dragen. Ik had het druk met jou en met mijn patiënten en probeerde niet te veel over onze gedwongen scheiding na te denken.
Het werd Kerstmis en ’s ochtends vond ik een mand op mijn stoep met alweer een reusachtige kalkoen, allerlei lekkernijen en een cadeau voor mij en voor jou. ’s Avonds ging ik met de andere dorpelingen in het dorpshuis naar een kerstfeest. Het was fantastisch om jouw gezicht te zien oplichten bij het zien van de kerstversiering die was opgehangen.
Op oudejaarsavond hadden Tilly en haar lieve man Jim ons bij hen uitgenodigd. Ze hadden een dochter, Mabel, die even oud was als jij.
‘Gelukkig nieuwjaar,’ fluisterde ik zachtjes tegen Donald toen de kerkklokken het nieuwe jaar inluidden. Op de een of andere manier was het nog moeilijker omdat hij zo dichtbij was en toch zo ver weg.
‘Gaat het, Anni?’ vroeg Tilly en ze sloeg een arm om me heen. ‘Moet je aan je arme man denken?’
‘Ja,’ antwoordde ik.
‘Ik weet zeker dat er ooit weer iemand voor jou zal komen, Anni. Je bent zo mooi en zo slim, ik denk niet dat je lang alleen zult zijn.’
Op dat moment schreeuwde mijn hart het uit om mijn vriendin te vertellen hoe mijn situatie werkelijk was, om iemand in vertrouwen te nemen, maar ik wist dat het niet kon. Ik had geen keus en moest mijn geheim alleen dragen.
Het lot bepaalde dat ik Donald al veel sneller zou zien dan ik toen dacht.
Op een ijskoude avond in januari deed ik jou in het bad op het aanrecht in de keuken en hoorde ik het geluid van paardenhoeven op het erf. Omdat niemand ooit op bezoek kwam ’s avonds, wist ik dat het alleen Donald kon zijn. Hij klopte beleefd en opende de achterdeur naar de keuken.
‘Wat doe je hier? Ik dacht dat we hadden afgesproken…’
‘Dat is ook zo en ik wil dat je weet dat ik hier ben met medeweten van mijn vrouw,’ zei hij, nog buiten adem van de rit over de heide.
‘Wat bedoel je in hemelsnaam?’
‘Mag ik binnenkomen?’ vroeg hij. ‘Dan leg ik het uit.’
Ik deed een stap opzij en liet hem passeren.
‘Mr. Don!’
Jouw ogen lichtten op toen je je vader zag en je spetterde vrolijk in je badje.
‘Hallo, kleine vent,’ zei hij en hij lachte en kuste je op je ingezeepte hoofd. Toen wendde hij zich tot mij. ‘Het gaat erom dat de zwangerschapsmisselijkheid van mijn vrouw niet minder is geworden. Het lijkt erop dat ze de geur van eten niet kan verdragen, dus ze eet helemaal niets. Dr. Trefusis maakt zich niet al te veel zorgen en zegt dat het uiteindelijk zal weggaan, maar Violet voelt zich ellendig.’
‘Sommige vrouwen zijn heel ziek tijdens hun zwangerschap,’ zei ik voorzichtig. Ik vroeg me af waarom hij mij dit allemaal vertelde.
‘Dat brengt me bij de reden van mijn komst. Het lijkt erop dat Violet van het personeel heeft gehoord over de wonderen die jij verricht met je speciale kruidenremedies. En ze heeft gevraagd of je haar wilt bezoeken om te zien of er iets is wat je haar kunt geven tegen haar misselijkheid.’
Ik staarde hem aan of hij zijn verstand verloren had. ‘Dat kun je niet menen?’
‘Ik meen het wel, Anni. Je naam is rondgegaan en het probleem is nu dat het wel erg vreemd zou lijken als je weigerde om bij Lady Astbury zelf langs te gaan als ze speciaal om jouw hulp heeft gevraagd. Ik weet het.’ Donald schudde zijn hoofd en haalde hulpeloos zijn schouders op. ‘Het laatste wat ik van mezelf had verwacht is dat ik naar je toe zou komen op uitdrukkelijk verzoek van mijn vrouw.’
‘O, Donald, ik…’
Misschien was het de spanning van de weken dat ik hem niet had gezien, of de ironie van de situatie waarin we ons nu bevonden, maar ik begon ineens te giechelen. Uiteindelijk deed Donald hetzelfde en jij, mijn schat, staarde vanuit je badje verbaasd je ouders aan.
‘Het is helemaal niet grappig,’ zei ik uiteindelijk, toen ik de tranen uit mijn ogen veegde met de badhanddoek.
‘Nee,’ zei Donald, ‘helemaal niet. O, Anni, het is zo heerlijk om je te zien,’ zei hij en hij trok me tegen zich aan. ‘Heb je mij net zo gemist als ik jou?’
‘Nog meer,’ zei ik naar waarheid. Ik genoot van het gevoel van zijn armen om me heen. ‘Dus, Her Ladyship heeft mij nodig,’ zei ik toen ik mij van hem losmaakte om jou uit je badje te tillen.
‘Ja. Ik zei dat ik niet zeker wist of je er zou zijn, maar dat ik hiernaartoe zou rijden en een boodschap voor je zou achterlaten. Ze wil dat je komt zodra je tijd hebt. Misschien morgenochtend?’
‘Ik moet wel even in mijn agenda kijken, natuurlijk,’ zei ik. Mijn ogen twinkelden toen ik je op mijn knie droog wreef. ‘Maar ik weet zeker dat ik je vrouw er wel ergens in kan plannen.’
‘Dank je wel, Anni,’ zei hij dankbaar. ‘En echt, alles wat je kunt doen wordt gewaardeerd. Ze heeft het echt te kwaad, het arme ding, en ze laat iedereen meegenieten.’
‘Ik kom morgen met de ponywagen. Zeg haar dat ze mij rond half tien kan verwachten,’ zei ik. Jij gleed van mijn knie en scharrelde naar je vader toe, je armen naar hem opgeheven.
‘Knuffel, Mr. Don?’ vroeg je en hij trok je op zijn knie.
‘Wat is hij gegroeid in die paar weken,’ zei hij en hij streelde je zachte, zwarte haren.
‘Ja, hè? Hij praat inmiddels ook de oren van je hoofd. Ik zal Tilly vragen om op te passen als ik naar je vrouw toe ga. Je weet zeker wel dat zij niet meer in Astbury Hall werkt. Haar man Jim is pasgeleden opgeklommen tot assistent-postmeester.’
‘Perfect, en nu ik hier toch ben…’ Donald haalde wat bankbiljetten uit zijn portefeuille. ‘Alsjeblieft, nu hoef ik tenminste geen gebruik te maken van Tilly’s man om deze bij je te bezorgen in een brief.’ Hij lachte.
‘Dank je wel.’ Het was het moment dat ik vreselijk vond, maar er was niets wat ik kon doen om het te veranderen.
‘Mr. Don, paardjerijden?’ vroeg jij verwachtingsvol.
‘Vandaag niet, kleine man,’ zei Donald tot zijn spijt, ‘maar ik beloof je dat je de volgende keer als ik kom op Sheba mag rijden. Nu moet ik gaan.’
Je gezicht betrok en je liep achter Donald aan naar de deur. Toen ik je optilde om je te troosten, vroeg ik: ‘Ben jij er morgen ook, bij Violet?’
‘Ik denk dat het voor ons allemaal het beste is als ik er niet bij ben.’
‘Ja,’ knikte ik instemmend.
Toen Donald was vertrokken, bracht ik jou naar bed en zat ik bij het vuur na te denken over zijn plotselinge komst en de redenen daarvoor. Hoewel ik eerst gelachen had over de ironie van de situatie en er grappen over had gemaakt met Donald, sloegen mijn zintuigen een heel andere emotie aan.
Die nacht, toen ik probeerde te slapen, hoorde ik het zingen weer. Het was ver weg, maar onmiskenbaar. En het waarschuwde mij dat gevaar niet ver weg was.
De volgende dag, nadat ik jou bij Tilly’s huisje in het dorp had afgeleverd, reed ik met de ponywagen naar Astbury Hall. Ik kwam het huis binnen via de keuken, zoals ik gewoon was, en werd vriendelijk lachend welkom geheten.
‘We zijn heel blij je te zien, Miss Anni,’ zei Mrs. Thomas. ‘Ik zei nog tegen Her Ladyship dat als iemand haar kon helpen, jij het was. Denk je dat je iets kunt doen? Want ik weet echt niet meer hoe ik nog iets bij haar naar binnen kan krijgen.’
‘Ik hoop het, maar ik zal haar eerst moeten zien,’ zei ik, toen Ariane, Violets nieuwe, Franse kamenierster, de keuken binnenkwam om mij mee naar boven te nemen.
‘Nou, we zullen allemaal duimen. We beginnen ons hier echt zorgen te maken om haar,’ zei Mrs. Thomas.
‘Ik beloof dat ik mijn best zal doen,’ verzekerde ik haar toen ik de keuken uit liep en Ariane volgde door het labyrint van gangen die naar de hal van de hoofdingang liepen. Toen ze me mee de trap op nam, stond ik versteld van de veranderingen in het huis en zag dat Violet blijkbaar haar zin had gekregen met de familieportretten die langs de grote trap hadden gehangen. Ze waren vervangen door verbluffende moderne kunstwerken.
‘Wacht hier, s’il vous plaît,’ zei de meid en ze liet me binnen in een weelderig gemeubileerde zitkamer. ‘Ik zal Her Ladyship laten weten dat u er bent.’
Ik merkte dat de temperatuur in de kamer als in een oven was, zo bloedheet dat het me deed denken aan mijn tijd in India.
‘Her Ladyship kan u nu ontvangen,’ zei Ariane, die in de deur naar de slaapkamer verscheen.
Ik volgde haar aarzelend de kamer in, die net zo benauwd was als de zitkamer ernaast. Ik voelde onmiddellijk de aanvechting om de grote ramen open te gooien en frisse lucht binnen te laten.
In het hemelbed, dat aan weerskanten was behangen met rijke brokaten gordijnen, lag een bleek figuurtje dat nog kleiner leek door de afmetingen van het bed.
‘Hallo, Your Ladyship.’ Ik maakte een buiging. ‘Mijn naam is Anahita Prasad. U hebt mij laten komen.’
‘Ja, dat is zo, nadat ik het personeel hoorde praten over uw geweldige remedies,’ zei ze met haar zachte, Amerikaanse stem. ‘Kom alstublieft dichterbij. Ariane, wil je een stoel neerzetten voor Mrs. Prasad, zodat ze naast me kan komen zitten?’
Ariane zette een stoel neer en ik nam plaats. Nu kon ik de vrouw die Donalds echtgenote was eens goed bekijken. Ze leek zo jong – bijna zelf nog een kind. Met haar blonde haren, grote bruine ogen, perfecte gevormde lippen en gave, blanke huid deed ze me denken aan een breekbare, porseleinen pop. Ik zag aan haar gedrag dat ze zwak was, wat vrijwel zeker het gevolg was van een gebrek aan voeding.
‘Ik ben heel blij dat u hier bent, Mrs. Prasad, zelfs dr. Trefusis zei dat het geen kwaad kon u te raadplegen.’
‘Ik doe het graag, Your Ladyship. Dr. Trefusis heeft u vast verteld dat ik als verpleegster ben opgeleid en ayurvedische geneeskunde beoefen.’
‘Het maakt me niets uit, als ik me er maar beter door ga voelen.’ Violet zuchtte. ‘Ik voel me al weken zo ziek als een hond.’
‘Zou ik u mogen onderzoeken?’
‘Ga uw gang. Er is al zoveel in mij geprikt en gepord dat niets mij meer kan schelen.’
Ik nam de tijd om Violets vitale functies te controleren en stelde vast dat haar pols een beetje snel was, iets wat vaak het geval was bij zwangere vrouwen, maar haar temperatuur was normaal en haar hartslag regelmatig. Ik voelde de baby, die klein leek voor het aantal weken zwangerschap, maar heel zeker in leven was. Violets huid voelde klam aan, maar ik schatte dat dat waarschijnlijk meer te maken had met de drukkende warmte in de kamer dan dat het een ziekteverschijnsel was. Toen keek ik onder haar oogleden en zag daar de duidelijke tekenen van bloedarmoede.
Ik was tevreden dat ik een zowel traditioneel als holistisch onderzoek had kunnen uitvoeren, waste mijn handen bij de wastafel, droogde ze en ging weer zitten.
Violet had niets gezegd en had het hele onderzoek meegewerkt, maar nu zag ik dat ze verwachtingsvol naar me keek.
‘Ik denk dat ik u wel kan helpen, Your Ladyship.’
‘Godzijdank! Ik heb al dagen het gevoel dat ik doodga.’
‘U bent helemaal in orde, echt waar. Heeft dr. Trefusis u gezegd dat u bloedarmoede hebt?’
‘Nee.’ Violet schudde haar hoofd. ‘Hij schrijft alleen kippenbouillon voor, iets wat ik verafschuw. Bloedarmoede? Is dat ernstig?’
‘Helemaal niet, als je er op tijd bij bent en het behandelt. Het komt gewoon omdat de baby de ijzervoorraad in uw lichaam aanspreekt,’ legde ik uit. ‘Het maakt dat u zich slaperig en loom voelt, maar daar is heel goed iets aan te doen. Hebt u ooit gehoord van donker bier, stout?’
‘Dat drinken de havenarbeiders toch op de werf?’ Violet trok een vies gezicht.
‘Ja, maar het is ook heel goed voor zwangere vrouwen, omdat het veel ijzer bevat. Het is niet erg lekker, maar het zal echt helpen. Ik vraag Mrs. Thomas om uw eten in een ijzeren pan te koken. Het eten neemt het ijzer op en zo komt het vanzelf in uw lichaam terecht.’
‘Maar dat is nu juist het probleem,’ jammerde Violet. ‘Ik kan gewoon niet eten! Zelfs de geur van eten maakt me misselijk.’
‘Daar kunnen we ook iets aan doen. Ik heb verse gember en dat zal ik u laten brengen, en ik vraag Mrs. Thomas om er thee van te zetten. Dat is een fantastisch middel om de maag tot rust te brengen en zal u veel minder misselijk maken. Om te beginnen moet u dat minstens drie keer per dag drinken.’
‘Gember?’ Violet trok haar mooie neusje op. ‘Nou zeg, de medicijnen die u voorschrijft maken me nog zieker!’
‘Echt niet, ik beloof het. Ik zal ook een kruidendrank samenstellen die niet alleen helpt tegen de misselijkheid, maar u ook meer energie geeft en misschien weer wat kleur op uw wangen brengt. Ik zal de instructies op het etiket schrijven. En nee, die smaakt ook helemaal niet lekker,’ voegde ik eraan toe. ‘En ten slotte, Your Ladyship, het is veel te warm in deze kamer. U moet echt de verwarming lager zetten en wat frisse lucht naar binnen laten. Een dagelijks wandelingetje in de tuin zal u en de baby ook helemaal geen kwaad doen. Hier liggen terwijl u zich ellendig en eenzaam voelt is echt niet goed voor u.’
‘Maar het is zo koud buiten.’ Violet huiverde.
‘Dat weet ik,’ zei ik, ‘maar u kunt zich warm aankleden. Als u alles doet wat ik voorstel, dan rent u binnen de kortste keren als een lammetje in de lente door de tuin.’
‘Echt?’
‘Zeker.’
‘Oké.’ Ze zuchtte mismoedig. ‘Ik denk dat ik niets te verliezen heb als ik het op uw manier probeer. Geen van deze dingen is toch gevaarlijk voor de baby?’
‘Als dat zo was, Your Ladyship, dan zou ik ze niet voorschrijven.’
‘Nee, natuurlijk niet.’ Violet bloosde om haar tactloze opmerking.
‘Goed. Ik ga naar beneden om met Mrs. Thomas te praten. We zullen samen iets bedenken wat smakelijker is, maar net zo voedzaam als kippenbouillon.’
‘Dat zou een hele verbetering zijn.’ Violet wierp mij een samenzweerderige blik toe.
‘Ik kom over een paar dagen terug,’ zei ik toen ik opstond. ‘Maar als u mij eerder nodig hebt, laat het dan weten.’
‘Graag. Maakt u zich niet druk over dat u de medicijnen die u mij wilt laten innemen hiernaartoe moet brengen. Ik ben u al genoeg tot last geweest en ik weet van het personeel dat u zelf een klein kind hebt. Ik stuur vanmiddag iemand langs om ze op te halen.’
‘Dank u. Ik ben alleen maar blij dat ik kan helpen.’
‘Dag, Mrs. Prasad.’ Violet lachte naar me toen ik naar de deur liep. ‘Geef de rekening maar aan de butler.’
‘O nee, ik reken niets. Mijn diensten zijn gratis. Tot ziens, Your Ladyship.’
Beneden, in de keuken, noteerde ik mijn instructies en legde ze uit aan Mrs. Thomas.
‘Nou, als de dingen die jij voorschrijft werken, dan ben ik de koningin van Engeland, maar je hebt al zo velen van ons geholpen, dat ik bereid ben je te geloven.’
‘Dank je wel, Mrs. Thomas. Nu moet ik mijn zoon gaan ophalen bij Tilly. Hij vraagt zich vast af waar ik ben gebleven.’
Donald kwam die middag zelf naar het huisje en ik gaf hem de gember en de kruidendrank die ik voor Violet had gemaakt om haar energieniveau op te voeren.
‘Je zou in de komende dagen al een verbetering moeten zien, als ze hier onmiddellijk mee begint,’ adviseerde ik hem.
‘Dank je wel, Anni,’ zei hij en hij stopte de gember en de drank in zijn jaszak. ‘Ik zal Violet zeggen dat ze moet doen wat je hebt gezegd. Het is zo lief van je dat je haar helpt, onder de gegeven omstandigheden.’
‘Ze is een mens en ze lijdt,’ zei ik toen ik hem weer naar de deur toe werkte. ‘Natuurlijk wil ik doen wat ik kan om haar te helpen.’
Toen ik een week later terugkwam in Astbury Hall, moest ik weer naar boven, maar deze keer begroette een volledig aangeklede Violet mij in haar zitkamer.
‘Mrs. Prasad!’ Ze stond op, liep naar mij toe en sloeg tot mijn schrik haar armen om mij heen. ‘U bent een wonderdokter! Kijk nou eens naar me!’
Ik keek en zag de roze gloed op haar wangen en een nieuwe vitaliteit die uit haar ogen straalde. ‘Het lijkt erop dat u hersteld bent.’ Ik glimlachte.
‘Ja! Ik kan het zelf nog nauwelijks geloven. Eerst dacht ik echt dat ik nog zieker zou worden van al die vieze drankjes die ik moest drinken, maar dat was niet zo! Ik heb braaf gedaan wat u zei, elke dag, en het heeft gewerkt! O, Anni! Mag ik je Anni noemen? Dat schijnt het personeel ook te doen. Hoe kan ik je ooit bedanken?’
‘Echt, dat is nergens voor nodig. Ik ben blij dat het zoveel beter met u gaat.’
Ze gebaarde me te gaan zitten in een stoel tegenover haar. ‘Dr. Trefusis kwam gisteren en hij geloofde gewoon zijn ogen niet. Natuurlijk heb ik hem verteld dat je geweest was en hoe geweldig je was,’ zei Violet, met bewondering en dankbaarheid in haar ogen. ‘Ik heb mijn moeder in New York gisteren een telegram gestuurd – ze was zo ongerust dat ze op het punt stond om op de boot te stappen en mij op te zoeken. Ze is natuurlijk zelf ook niet in orde, dus ik heb gezegd dat dat nu niet nodig is en dat ik me prima voel. Wil je, als ze komt voor de geboorte, misschien zo vriendelijk zijn om ook eens naar haar te kijken, als ze zich dan nog niet beter voelt?’
‘Natuurlijk, als ze dat wil.’
‘Ik heb zelfs weer zin om wat vrienden uit te nodigen. Sinds ik zo ziek was, is het huis leeg geweest.’
Ik was dankbaar voor de verandering in Violet en besefte dat haar enthousiasme vandaag onderdeel was van haar persoonlijkheid. Ik mocht haar.
‘Dan ben ik blij je te kunnen zeggen dat je de gemberthee kunt schrappen. Neem die alleen als je je misselijk voelt. Ik heb Mrs. Thomas wat verse muntblaadjes gegeven, die ook helpen bij misselijkheid. Die vind je misschien lekkerder. Met de stout moet je jammer genoeg doorgaan.’
‘O, maar daar ben ik inmiddels aan gewend. Donny vindt het geweldig grappig als hij mij het ziet drinken,’ giechelde ze. ‘O, Miss Anni, hij is zo lief en zo bezorgd om mij. Ik denk dat hij je ook een knuffel wil geven!’
Ik vertrok geen spier bij deze opmerking en stond op.
‘Ik moet gaan. Een baby in het dorp heeft mijn hulp dringend nodig.’
‘Natuurlijk.’ Violet stond ook op. ‘Ik hoop dat je mij vaak kunt bezoeken. Misschien heb je zelfs weleens tijd om naar een van mijn etentjes te komen.’
‘Nou…’ stamelde ik. ‘… dat zal niet gaan, ben ik bang. Ik heb een klein kind en niemand om het bij achter te laten.’
‘Ja, Donny vertelde me al dat je man is overleden. Dat spijt me heel erg. Als je kleine jongen ook maar een beetje op je lijkt, is het een knap kind. Je ziet er zo exotisch uit dat ik groen zie van jaloezie!’
‘Dank je… heel vriendelijk. Nu moet ik echt gaan.’
‘Misschien kan ik je een keer komen opzoeken in je huisje en je kleine jongen eens ontmoeten?’ zei ze toen ze mij als een enthousiaste jonge hond volgde naar de deur. ‘Ik ken hier zo weinig mensen. Al mijn vrienden wonen in Londen.’
‘Ik ben vaak weg,’ kapte ik haar af. ‘Dus bel me van tevoren even.’
‘Dat doe ik. Dag Anni, en nogmaals heel erg bedankt!’