39
‘Nou, het lijkt erop dat ik mijn vrouw terug heb,’ zei Donald een paar dagen later, toen hij bij me langskwam in opdracht van Violet, om mij een enorme bos bloemen, een doos chocolade en een fles champagne te brengen. ‘En jij hebt een nieuwe bewonderaar.’ Hij grijnsde. ‘Ik had in mijn wildste dromen nooit kunnen bedenken dat ik jou ooit cadeaus zou komen brengen van mijn vrouw. Het kan raar lopen in het leven.’
‘Ja, dat is zo,’ zei ik terwijl ik probeerde jou bij de chocolade weg te houden.
‘Je bent echt geweldig,’ zei Donald en hij omhelsde mij. ‘Je methoden zijn verre van traditioneel, maar ik hoop dat ze nog lang werken.’
‘Ze zijn wel traditioneel in India, en volledig natuurlijk,’ wierp ik tegen.
‘Hoe dan ook, je bent ongelooflijk slim, al ben ik bang dat er ook een nadeel aan zit,’ merkte Donald op. ‘Violet rent met haar hernieuwde energie weer volop rond en organiseert weer van alles en nodigt god weet wie uit. Ze is duidelijk tijd aan het inhalen. En je weet wat een hekel ik heb aan haar vriendengroep. Maar het goede nieuws is dat ik een reden had om bij je langs te gaan.’ Hij trok me op zijn schoot.
Hij kuste me en ik sloeg mijn armen om zijn hals.
‘Ja, dat is heel fijn. Al vroeg je vrouw me wel of ze mij hier mocht bezoeken en kennismaken met Moh.’
‘Echt?’ Donalds gezicht betrok. ‘Wat heb je gezegd?’
‘Ik zei dat ze eerst moest bellen, omdat ik vaak weg ben, maar ik kan haar moeilijk tegenhouden.’
‘Nee. Hm, dat compliceert de dingen nogal. Ik vind het helemaal geen prettig idee als Violet weet waar je precies woont.’
‘Denk je dat ik daar blij mee ben? Maar wat kan ik eraan doen?’
‘Niets, denk ik. Misschien is het beter om de foto van ons drieën van je nachtkastje af te halen. Ik bedoel, dat vindt ze misschien een beetje raar,’ zei hij in een poging er een grapje van te maken.
‘Alsjeblieft, het is niet grappig. Violet heeft van het begin af aan aan mijn geweten geknaagd, maar nu, als ik moet doen alsof ik haar vriendin ben…’ Ik huiverde. ‘Het voelt echt onprettig. En bovendien, Donald, mag ik haar wel. Ze is zo lief en ondanks al haar geld lijkt ze zo kwetsbaar.’
‘Ik weet het, Anni. Laten we maar hopen dat haar belangstelling voor jou tijdelijk is. Omdat jij de enige was die haar heeft kunnen helpen, hangt ze op dit moment nogal aan jou. Jij bent de bron van alle wijsheid geworden voor alles wat met zwangerschap te maken heeft,’ grinnikte hij. ‘Ik denk dat dr. Trefusis het tegen jou heeft afgelegd.’
‘Hij belde mij zojuist en komt morgen bij me langs,’ vertelde ik hem. ‘Hij zei dat hij mijn kruidentuin wilde zien en meer te weten wil komen over mijn remedies.’
‘Werkelijk? Dat verrast me. Ik heb hem altijd nogal ouderwets en kortzichtig gevonden.’
‘Nou, misschien staat hij meer open voor nieuwe ideeën dan je dacht.’
‘Ik vraag me echt af of je niet iets moet vragen voor de hulp die je de mensen biedt,’ zei Donald. ‘Ik zou niet graag zien dat er misbruik van je wordt gemaakt.’
‘Als Moh ouder is, zal ik misschien serieuzer over de toekomst nadenken en zal ik mij weer echt met de geneeskunde bezighouden. Voor nu ben ik tevreden met hoe het nu gaat.’
‘Maak je niet te moe, lieverd,’ zei hij en hij streelde zachtjes mijn wang. ‘En laat mijn vrouw je niet verleiden iets te doen wat je niet wilt. Ze kan erg volhardend zijn.’
De volgende dag kwam dr. Trefusis in het huisje langs. Ik nam hem mee naar mijn kleine kas en hij liep langs de bakken vol verschillende soorten en stelde mij vragen over alle kruiden.
‘Het gaat niet alleen om de remedies zelf,’ legde ik uit. ‘Je moet vaststellen wie je patiënt is en tot welke dosha hij of zij behoort – of hij of zij een pitta, vata of kapha is. Dit ontdek je door naar de fysieke vorm en kleur van de patiënt te kijken en door eenvoudige vragen te stellen om hun emotionele toestand en persoonlijkheid te testen. Dan kun je precies de juiste remedie voor je patiënt bepalen. De remedies die ik gebruik maken al duizenden jaren deel uit van de Indiase cultuur. Ik gebruik niet alleen de verse planten, maar droog ook de blaadjes en bewaar ze in potten of stamp ze fijn tot een poeder. De wortels leveren de krachtigste remedies.’
‘Fascinerend, absoluut fascinerend,’ mompelde hij. ‘En, wat voor type is Lady Astbury?’
‘Zij is een vata-type, dokter, wat betekent dat ze lichte botten heeft, weinig vet met zich meedraagt en snel last heeft van de kou. Ze heeft ook een temperamentvolle spijsvertering die snel van streek is en waarschijnlijk haar ernstige ochtendmisselijkheid verklaart.’
‘Ik begrijp het. Zou u het erg vinden als ik wat stekjes meeneem en probeer of ze ook bij mij willen groeien? Misschien kunt u mij leren hoe ik een paar van de basisremedies bereid? Iets voor een verkoudheid bijvoorbeeld?’
‘Ja, neem alstublieft wat u wilt. Excuseert u mij, ik moet even naar mijn zoon. Hij zal nu wel wakker zijn uit zijn middagslaap.’
‘Natuurlijk,’ zei dr. Trefusis. ‘Ik blijf hier en neem wat stekjes. Dan kom ik ook naar binnen.’
De dokter vertrok en zei dat hij de volgende week zou terugkomen, zodat ik hem kon laten zien hoe je een kruidendrank bereidt. Hij is nooit meer teruggekomen.
Violet kwam wel opdagen. Ze was lyrisch over hoe gezellig het huisje was en hoe typisch Engels. Toen ze jou voor het eerst zag, hield ik mijn adem in, en wachtte op een opmerking over je blauwe ogen die je afkomst zouden verraden. Gelukkig bleef die uit.
‘O, hij is zo knap! En het evenbeeld van jou, Anni!’
Jij leek Violet onmiddellijk aardig te vinden, al had dat misschien ook iets te maken met het speelgoed en het snoep waarmee ze je overspoelde, elke keer als ze op bezoek kwam.
‘Alsjeblieft,’ zei ik tegen haar op een middag, toen Violets chauffeur een glimmende rode driewieler uit de achterbak van de auto tilde, waarmee jij vervolgens extatisch rondjes reed over het erf, ‘je verwent hem veel te veel.’
‘Nonsens, in mijn wereld kan geen kind genoeg worden verwend,’ zei Violet. ‘Bovendien, Anni, weet ik dat jij je diensten gratis verleent en weinig inkomen hebt, dus dit is wel het minste wat ik kan doen.’
In de weken die volgden zaten Violet en ik vaak op koude februarimiddagen samen bij het vuur en aten de beboterde crumpets die zij had meegebracht.
‘Ik ben nu veel te dik om naar Londen te gaan en het is zo saai om in het huis opgesloten te zitten, met alleen het personeel en Donny als gezelschap,’ zei ze dan. ‘Ik ben zo blij dat ik jou heb om naartoe te gaan en mee te praten.’
Ondanks het feit dat ik altijd gespannen was en wist dat ik op mijn hoede moest zijn, luisterde ik gefascineerd naar Violet als ze vertelde over haar bevoorrechte leven in Amerika. Zij was ook geïnteresseerd in mijn verhalen over mijn jeugd in India. En werkelijk, ik raakte in de ban van haar lieve, gulle karakter en haar naïeve overtuiging dat alles in haar leven uiteindelijk goed zou komen. Ze nam me steeds meer voor haar in. Ik begon uit te zien naar onze gesprekjes, want Violets levendigheid vrolijkte de winterdagen wat op. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om te zeggen dat wij een soort vriendinnen werden.
Ze keek op geen enkele manier op mij neer. Sterker nog, ze zei meer dan eens dat mijn bloedverwantschap met koningen in India haar wel erg gewoontjes maakte.
‘Net als iedereen in Amerika ben ik waar ik ben omdat mijn familie goed geboerd heeft in zaken. In mijn vaderland koop je je aristocratie met geld, en bereik je die niet door je afstamming. Natuurlijk laat Donalds secreet van een moeder mij nooit vergeten waar ik vandaan kom,’ zei ze bitter. ‘Heb jij haar ooit ontmoet?’
‘Ja, zij woonde nog in het huis toen ik er jaren geleden logeerde in mijn schoolvakanties,’ antwoordde ik.
‘Ik weet dat ze altijd met scheve ogen kijkt naar alles wat ik doe.’ Violet nam bedachtzaam een hap van haar crumpet. ‘Niettemin had ze er helemaal geen moeite mee dat ik mijn trustfonds besteedde aan de restauratie van haar familieruïne.’ Ze lachte naar me. ‘Ik ben zo blij dat Donald haar naar het Dower House heeft laten verhuizen toen wij trouwden. Ik denk niet dat ik het had uitgehouden als ik onder één dak had moeten wonen met die vrouw.’
‘Ze is niet gemakkelijk,’ zei ik instemmend, maar ik koos mijn woorden voorzichtig.
‘Ik zou zelfs willen zeggen dat ze een ouwe heks is!’ Violet giechelde om haar eigen brutaliteit.
‘De meeste schoonmoeders zijn dat. Ze komt gewoon uit een andere tijd en vindt het moeilijk om zich aan de onze aan te passen.’
‘O, Anni, jij bent zo’n goed mens. Je bent altijd zo vriendelijk over iedereen, en je hebt zelf zoveel narigheid meegemaakt. Het personeel praat over je alsof je een heilige bent. Ik hoop dat ik van jou kan leren hoe ik een beter mens moet worden.’
Ik keek Violet onderzoekend aan en zag dat ze dat inderdaad oprecht graag wilde. Ik was me opeens scherp bewust van mijn dubbelleven.
Het werd maart. De vorst verdween en gele brem kleurde de heide en spreidde zich als een gouden tapijt voor het huisje uit. Donald kwam af en toe langs met een boodschap van Violet en klaagde, half voor de grap, dat zijn vrouw mij vaker zag dan hij. Ik merkte ook bij mezelf dat als hij negatief over haar praatte, ik haar verdedigde. Toen het april werd, had ik zelfs het idee dat ik zijn vrouw meer mocht dan hij.
Toen ik Violet nog niet kende en ik haar alleen zag door de ogen van Donald, was de situatie gemakkelijker geweest om mee te leven. Toen ik meer waardering voor haar kreeg, begon ik mij af te vragen hoelang wij drieën deze eeuwige en afschuwelijk bedrieglijke driehoeksverhouding nog konden volhouden.
Op een ochtend kreeg ik een brief van Indira, aan mij doorgestuurd uit Londen door Selina.
..
Patna Palace
Patna
India
..
29 maart 1922
..
Anni, mijn liefste en oudste vriendin,
..
Hoe gaat het met je? Waar ben je? Ik ben in ieder geval blij om te horen dat je niet langer onvindbaar bent, zoals Selina dacht toen ik haar in Frankrijk zag. Waarom heb je mij niet geschreven???
Schrijf me alsjeblieft snel en vertel me alles.
Wat mij betreft, Varun is in Europa en ik zit vast in de zenana met de door mij gehate Vrouw Nummer Een. Liefste Anni, ik smeek je om hiernaartoe te komen om mij en mijn prachtige baby te zien. Het is een jongen en we hebben hem Kunwar genoemd. Ik vind dat stiekem heel leuk, want Nummer Een heeft twee dochters gekregen, wat betekent dat onze lieve zoon de kroonprins wordt als Varun maharadja wordt na het overlijden van zijn vader. Varun heeft beloofd om mij in juni te komen halen, als de baby oud genoeg is om te reizen. We huren dan een huis in Zuid-Frankrijk. Misschien kun je ons daar ontmoeten?
..
Ik mis je, lieve Anni. Schrijf alsjeblieft snel.
..
Indy xxx
Eerlijk gezegd had ik haar niet geschreven, omdat ik niet wist wat ik moest zeggen. Indira en haar man bewogen zich in dezelfde kringen als de Astbury’s en discretie kwam gewoon niet in haar woordenboek voor.
Toen ik een nietszeggende brief terugschreef, waarin ik zo weinig mogelijk over mijzelf en mijn omstandigheden vertelde en alleen maar naar haar vroeg, kreeg ik het te kwaad omdat ik zelfs niet eerlijk kon zijn tegen mijn beste vriendin. Mijn hele bestaan was op dit moment een web van bedrog en de fundamentele onjuistheid ervan hing als een donkere wolk om mij heen. Van welke kant ik er ook naar keek, ons bedrog, dat het gevaar in zich droeg iemand diep te kwetsen, haalde elke goedheid uit de liefde waaruit het was ontstaan.
Nu voelde ik, elke keer als iemand mij bedankte voor mijn hulp na een behandeling van henzelf of een familielid en uitweidde over mijn goedheid en ruimhartigheid, de schuld dieper en dieper in mijn ziel snijden. Ik was niet de persoon die zij dachten te zien – niet een arme weduwe die haar tijd en kennis zo gul ter beschikking stelde van de gemeenschap, en die iedereen aardig vond en vertrouwde. Ik was een slechte vrouw, een maîtresse, die een onwettig kind met haar minnaar had en een relatie met hem bleef onderhouden onder de neus van zijn wettige echtgenote. Dezelfde echtgenote die inmiddels dacht dat ik haar vriendin was…
‘Wat is er, Anni?’ vroeg Donald op een heldere lentemiddag. Violet deed een middagslaapje en hij had van de gelegenheid gebruikgemaakt om heimelijk naar ons toe te rijden. ‘Ik weet gewoon dat je iets dwarszit.’
‘Ja, dat is zo. Ik haat mezelf!’ Ik barstte in tranen uit.
Donald nam me onmiddellijk in zijn armen. ‘Anni, echt, ik weet zeker dat als de baby er is, Violet haar vroegere leven weer oppakt en genoeg afleiding heeft. Ze zal vrijwel zeker naar New York willen gaan om met de baby te pronken bij haar familie, en ze is natuurlijk dol op het winterseizoen in Londen. Ik vind het vervelend om te zeggen, maar ze is je waarschijnlijk zo weer vergeten.’
Zijn opmerkingen gleden als druppels van me af en slaagden er niet in tot mijn binnenste door te dringen, waar ik ze het hardst nodig had. Ik zag hoe hij weer vertrok en wist niet hoe ik hem moest uitleggen dat hij het over praktische zaken had, oplossingen om Violet fysiek uit mijn omgeving te verwijderen, maar die niets met de ingewikkelde en pijnlijke emoties in mijn hart te maken hadden.
Die nacht, nadat ik jou naar bed had gebracht, overwoog ik voor het eerst om uit Devon weg te gaan. Misschien zou het voor iedereen het beste zijn als wij vertrokken. Ik zou in alle openheid kunnen leven als de persoon die ik werkelijk was en een schoon geweten hebben. Toen ik die avond de trap op liep om naar bed te gaan, wist ik oprecht niet welk lot erger was, maar ik wist wel dat het bedrog mij van binnenuit opvrat.
Toen ik later in mijn bed lag te woelen, herinnerde ik mij dat Violet mij had gesmeekt om haar bij de geboorte van haar kind bij te staan. ‘Mijn schoonzuster Selina zei dat jij geweldig was bij haar bevalling,’ had ze gezegd. Het minste wat ik haar verschuldigd was, was te doen wat zij mij vroeg. Als het kind geboren was, wist ik dat ik een beslissing zou moeten nemen over onze toekomst.
En om alles nog erger te maken, werd het zingen met de dag luider. Het waarschuwde mij voor gevaar en een naderend sterfgeval. Ik hoopte maar dat het een weerspiegeling was van mijn eigen wanhopige geestestoestand en ik probeerde er niet op te letten.
De laatste weken van Violets zwangerschap vielen samen met een hittegolf in juli en Violet vroeg me vrijwel dagelijks om haar in Astbury Hall te bezoeken. We zaten in de koele oranjerie, waar ze elektrische ventilatoren aan het plafond had laten aanbrengen.
‘Mijn hemel,’ zei ze als ze naar zichzelf keek, ‘ik ben zo groot als een huis. Het is verschrikkelijk moeilijk voor me om te slapen, zeker met deze hitte.’
‘Het duurt nu niet lang meer,’ zei ik in een poging haar gerust te stellen.
‘Denk je? Ik heb het gevoel dat ik voor altijd zwanger zal zijn. Je moet me helpen om na de bevalling weer net zo slank te worden als ik was. Ik denk dat geen enkele jurk mij meer past,’ klaagde ze.
‘Natuurlijk wel. Het beste wat je kunt doen om weer in vorm te komen, en ook het beste voor de baby, is om hem zelf te voeden. Zou je overwegen om dat te doen?’
‘Hemel!’ zei Violet en ze keek me vol afschuw aan. ‘Dat is iets wat de inboorlingen doen in Afrika.’ Ze rilde.
‘Ik heb Moh zelf gevoed,’ zei ik minzaam en ik zag dat ze bloosde.
‘Anni, ik bedoelde daar niets mee. Ik bedoel, jij komt uit een andere cultuur, ik…’
‘Echt, Violet,’ zei ik en ik klopte haar geruststellend op haar knie, ‘ik begrijp het.’
Een paar dagen later zag ik dat Violets enkels dik waren en ze klaagde sinds kort over hoofdpijn. Ik stelde voor dat ze zou rusten met haar benen omhoog om de zwelling tegen te gaan.
‘Het gaat helemaal niet goed met Her Ladyship,’ zei dr. Trefusis nadat hij haar op een ochtend had bezocht. Violet had gevraagd of ik in haar zitkamer wilde wachten. ‘Ik heb augustusbaby’s altijd de ergste gevonden, maar ik veronderstel dat dat waar u vandaan komt het hele jaar zo is.’
Ik negeerde zijn opmerking. ‘Ze klaagt de afgelopen dagen over hoofdpijn. Baart dat u zorgen, dokter?’
‘Niet overmatig,’ zei hij en hij stopte zijn stethoscoop terug in zijn tas. ‘Ik heb de baby gevoeld en naar zijn hartslag geluisterd. Die is krachtig en regelmatig. Her Ladyship heeft nog drie weken te gaan. Laten we hopen dat de baby niet langer op zich laat wachten. Misschien kunt u haar iets geven om het proces te versnellen?’ stelde hij voor.
‘In dit stadium zou ik de loop van de natuur niet willen verstoren. Baby’s komen als ze er klaar voor zijn,’ antwoordde ik vastberaden.
‘Ik dacht dat álles wat u deed natuurlijk was,’ zei dr. Trefusis scherp. ‘Ik kom morgenochtend weer langs om Her Ladyship te controleren.’
‘Natuurlijk.’
Hij glimlachte naar me en verliet de kamer. Ik ging naar Violet toe, die mijn hand vastpakte. ‘Anni, deze hoofdpijn is echt afschuwelijk en ik ben misselijk. Kun je me iets geven?’
Ik keek naar haar en zag hoe bleek ze was. Opeens klonk het zingen luid en krachtig in mijn oren. Ik zette het van me af, wilde er niet naar luisteren.
‘Ik laat je meid koude lappen halen, en misschien is er iets wat ik je tegen de misselijkheid kan geven. Probeer nu te rusten en kijk of het dan zakt.’
‘Blijf je een poosje bij me. Ik voel me echt heel rot, Anni.’
‘Natuurlijk, ik blijf hier zitten tot je slaapt.’
Eindelijk, toen Violet in een onrustige slaap was gevallen, maakte ik mijn hand los uit de hare en ging naar beneden. Donald begroette me onder aan de trap.
‘Hoe gaat het nu?’
‘Ze voelt zich vandaag helemaal niet goed,’ zei ik tegen hem. ‘Ze slaapt nu en ik ga naar huis om te kijken wat ik heb om haar te helpen.’
‘De dokter zegt dat het niet iets is om ons zorgen over te maken. Maak jij je zorgen, Anni?’
Hij hielp me in de ponywagen. Ik vertelde hem niet dat ik eerder vergelijkbare symptomen had gezien en dat ze niet veel goeds voorspelden.
Nadat ik verse muntbladeren had geplukt en een remedie van venkelzaad, komijn en koriander had gemaakt voor Violets dikke enkels, ging ik bij Tilly langs in het dorp om haar te vragen om op jou te passen. Ik had zelfs een verschoning meegebracht, voor het geval het langer zou duren.
‘Is Her Ladyship ziek?’ vroeg Tilly mij.
‘Ze voelt zich vandaag niet goed.’
‘Ze heeft nooit in een goed vel gestoken,’ merkte ze op. ‘Blijf maar zolang als nodig is, Anni. Ik kan Moh hier altijd in het bedje bij Mabel laten slapen.’
‘Dank je wel.’
Violet was er slechter aan toe toen ik terugkwam. Ze zei dat ze de pijn in haar hoofd niet langer kon verdragen en dat ze nog altijd misselijk was.
‘Alsjeblieft, drink dit,’ zei ik en ik dwong haar min of meer de muntthee te drinken. Ik legde een naar lavendel geurend servet op haar voorhoofd, controleerde haar temperatuur, die normaal was, en voelde haar pols, die veel te snel was. Als ze in het komende uur niet rustiger werd, zou ik dr. Trefusis laten komen. Uiteindelijk kalmeerde ze en ik zat twee tot drie uur bij haar bed. Op een gegeven moment werd er op de deur geklopt. Ik zag Donald om de hoek kijken.
‘Hoe is het met haar?’
‘Ze slaapt. We zullen zien hoe het is als ze wakker wordt.’
‘Ja, natuurlijk.’ Hij keek me zo lief en dankbaar aan dat er tranen in mijn ogen sprongen. Ik kon me niet voorstellen hoe het voor hem was om zijn vrouw en zijn geliefde samen te zien.
‘Roep me alsjeblieft als er iets is wat jullie nodig hebben.’
‘Dat zal ik doen, dank je wel.’
Violet werd vlak voor middernacht wakker en ik zag dat haar kleur was veranderd. Ze greep opeens naar haar buik en schreeuwde het uit van de pijn.
Ik sloeg de dekens van haar af en vroeg haar aan te wijzen waar de pijn vandaan kwam.
‘Het voelt… als een strakke band die midden over mijn buik loopt…’ Ze kon niet verder praten, want een volgende pijngolf trok door haar heen.
‘Violet, volgens mij heb je weeën!’
‘Mijn hoofd… mijn hoofd,’ jammerde ze.
‘Doet dat nog steeds pijn?’ vroeg ik. Ik voelde aan haar voorhoofd. Ze was gloeiendheet van de koorts.
‘Verschrikkelijk, het is…’ Door de heftige wee die door haar heen trok kon ze niet verder praten.
‘Je hoeft niet bang te zijn,’ zei ik toen ik de bel bij haar bed luidde om haar meid te waarschuwen. ‘Wat je nu moet doen is je lichaam volgen. Dat weet precies wat er gebeuren moet en je moet ernaar luisteren.’
‘Zo blij… dat je er bent…’
‘Ik laat dr. Trefusis komen. Hij zal willen weten dat de weeën zijn begonnen en hier bij je zijn.’
‘Ga niet weg!’ zei ze. Ze greep mijn hand en hield hem stevig vast.
‘Violet, ik ben zo weer terug, echt!’ zei ik en ik trok mijn hand uit de hare en rende de duistere trap af om iemand te vinden die alarm kon slaan. Het zingen klonk nu onafgebroken in mijn hoofd en ik was niet blij met Violets huidige toestand. Helemaal niet blij.
Beneden kon ik niemand vinden, dus ik vloog door Violets suite en bonkte luid op de deur van Donalds kamer.
‘Anni, wat is er?’ vroeg hij toen hij in zijn pyjama aan de deur verscheen.
‘Violets weeën zijn begonnen en ik wil dat je onmiddellijk dr. Trefusis belt. Ze heeft hoge koorts en zegt dat ze nog steeds die hoofdpijn heeft. Ik denk dat ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis moet. Er is iets niet goed,’ voegde ik eraan toe. ‘Ik heb haar meid gebeld, maar ze komt niet. Kun jij haar wakker maken en zeggen dat ze gekookt water, koude lappen en schone doeken moet brengen terwijl wij wachten op dr. Trefusis?’
‘Natuurlijk, maar de dokter heeft nog steeds geen telefoon, dus ik moet een van de knechten sturen om hem te halen.’
Ik knikte en verdween weer in Violets kamer.
Sinds ik was weggegaan, had ze de lakens onder gespuugd en ze kreunde onnatuurlijk. De baby kwam eraan, snel, veel te snel, en weer klonk het gezang luid in mijn oren.
Ik trok de dekens van haar af en zette haar in een iets comfortabeler houding. Ik fluisterde geruststellende woorden tegen haar en probeerde haar te kalmeren.
‘Ariane, ga His Lordship zoeken en laat hem onmiddellijk hiernaartoe komen,’ zei ik. De angst sloeg om mijn hart om Violets hoge koorts. Alles, zowel instinctief als medisch, zei me dat ze in gevaar verkeerde.
Donald was er vrijwel onmiddellijk. ‘Mijn god!’ riep hij uit, geschokt bij de aanblik van zijn vrouw.
‘Als dr. Trefusis niet binnen een half uur hier is, moet jij haar in je auto naar het ziekenhuis brengen. We kunnen niet langer wachten.’
Twintig minuten later gaf ik Ariane opdracht Mrs. Thomas wakker te maken en haar een drank van suikerwater te laten maken, ook omdat ik niet langer kon verdragen dat het meisje, geschokt, maar ook nieuwsgierig, achter me rondhing.
Opeens werd Violet rustig. Ze opende haar ogen en staarde me aan.
‘Er is iets niet goed, hè?’
‘Nee, alles is in orde, echt waar. De baby wil heel graag geboren worden, sneller dan zou moeten, en jij moet dapper zijn en haar helpen.’
‘Haar?’ Violet glimlachte opeens. ‘Is het een meisje?’
Mijn opmerking was instinctief geweest, maar op dat moment knikte ik volledig overtuigd. En ik wist dat het belangrijk was om het haar te zeggen.
‘Ja, Violet, ik denk het wel.’
Ze sloot haar ogen weer en daarna zweefde ze tussen bewustzijn en bewusteloosheid. Eindelijk arriveerde dr. Trefusis. Nog eens twintig minuten later werd het dochtertje van Violet en Donald Astbury geboren. Toen ik haar zag, wist ik dat ze klein was en hoopte dat ze het zou overleven. Op dit moment was het echter vooral haar moeder die onze aandacht nodig had. Het bloed stroomde uit haar en hoewel dr. Trefusis en ik de twee uur die volgden alles deden wat we konden, wilde het bloeden niet stoppen.
‘Mijn god,’ zei Donald. Hij zat naast een bewegingloze Violet en streelde haar haren. ‘Is er dan niets wat we kunnen doen? We moeten haar naar het ziekenhuis brengen!’
‘Lord Astbury,’ zei dr. Trefusis, ‘uw vrouw is te ziek om te worden vervoerd.’
‘Maar we kunnen toch niet gewoon toekijken hoe ze doodbloedt!’
Dr. Trefusis wierp een wanhopige blik op mij en schudde licht met zijn hoofd.
‘Het spijt me heel erg, Lord Astbury, maar er is niets meer wat we kunnen doen om haar te redden. Ik denk dat u het beste afscheid van haar kunt nemen.’
Ik keek naar Donald. Hij legde zijn hoofd op Violets borst en begon te snikken.
Ik wist dat het niet aan mij was om hem te troosten. Ik pakte de kleine baby, die in een wiegje was gelegd en eigenlijk was vergeten terwijl wij hadden geprobeerd het leven van haar moeder te redden.
‘Ik neem de baby mee en voed en was haar,’ fluisterde ik tegen hem.
Hij knikte vaag en ik verliet de kamer.
Om zes uur in de ochtend werd Lady Violet Astbury doodverklaard door dr. Trefusis. Ze is niet meer bij kennis geweest en heeft haar dochter nooit gezien.