4
Om kwart voor acht die avond klonk er een zacht klopje op Rebecca’s deur.
‘Binnen,’ riep Rebecca. Ze wilde dat ze Anthony’s uitnodiging voor het diner niet had aangenomen. Ze was doodmoe na haar eerste dag filmen.
‘Ben je zover, Rebecca?’ zei Mrs. Trevathan toen ze opgewekt om de hoek van de deur keek.
‘Ik ben over een paar minuten beneden.’
Rebecca deed haar badjas uit, trok een spijkerbroek en een T-shirt aan en droogde haar nieuwe en nog ongewoon aanvoelende korte haar met een handdoek. Voor de spiegel bestudeerde ze haar gezicht. Zonder make-up vond ze dat haar nieuwe haarkleur haar gezicht flets maakte. Ze voelde zich helemaal niet zichzelf.
Toen ze haar kamer verliet en de grote trap afdaalde, dacht ze na over de toewijding van Mrs. Trevathan aan Lord Anthony. Net als alles hier was hun meester-bedienderelatie iets uit een andere tijd. Het was alsof de tijd aan Astbury Hall en zijn bewoners voorbij was gegaan. Ze wachtte buiten de deur van de eetkamer en klopte.
‘Kom binnen.’
Rebecca duwde de deur open en zag dat Anthony al aan het hoofd van een lange, sierlijke mahoniehouten tafel had plaatsgenomen. Het feit dat hij alleen at in de grote, formele eetzaal, aan een tafel die bedoeld was voor velen, benadrukte zijn eenzaamheid alleen nog maar.
‘Hallo.’ Hij glimlachte naar haar en wees naar het couvert dat links naast hem was gedekt. Toen ze naar de stoel liep, stond hij op en trok hem voor haar naar achteren.
‘Dank je,’ zei ze zacht toen hij weer ging zitten.
‘Wijn?’ vroeg hij. Hij pakte een karaf met robijnrood vocht uit een zilveren houder op tafel. ‘We eten rundvlees en deze wijn smaakt er perfect bij.’
‘Een klein glaasje maar,’ zei Rebecca. Ze wilde niet onbeleefd zijn, maar ze dronk nauwelijks. En als ze het al deed, zou ze niet voor rode wijn kiezen. Ze zou ook nooit voor rundvlees hebben gekozen.
‘Mijn lieve moeder had natuurlijk een butler om de wijn te decanteren en in te schenken,’ merkte Anthony op toen hij de wijn in haar glas schonk. ‘Helaas was er geen geld meer om hem te vervangen toen hij met pensioen ging.’
‘Ik kan me gewoon niet voorstellen hoeveel het moet kosten om dit huis te onderhouden,’ zei Rebecca.
‘Nee, en dat zou je ook niet willen,’ verzuchtte Anthony, toen Mrs. Trevathan binnenkwam met een blad en de soep serveerde. ‘Maar we redden ons, hè, Mrs. Trevathan?’ Hij schonk zijn huishoudster een warme glimlach.
‘Zeker, my lord, dat doen we,’ knikte Mrs. Trevathan toen ze de kamer verliet.
‘Mrs. Trevathan houdt het huis vrijwel in haar eentje draaiend. Als zij ooit besluit om te vertrekken, zou ik niet weten wat ik moest beginnen.’ Hij wees naar de soep. ‘Alsjeblieft, laat hem niet koud worden.’
‘Heeft zij haar hele leven hier gewerkt?’
‘Inderdaad. Net als haar voorouders. Mabel, haar moeder, heeft mij verzorgd toen ik een kind was.’
‘Het moet geweldig zijn om zo’n lange familiegeschiedenis te hebben, om te weten waar je vandaan komt,’ zei Rebecca terwijl ze een hapje van haar soep nam.
‘Op een bepaalde manier wel, ja.’ Anthony zuchtte. ‘Maar, zoals ik je al eerder vertelde, er is een sluier over dit huis gekomen toen Violet stierf. Je weet toch wel dat de jurk die je droeg toen ik je op de trap tegenkwam van haar was?’
Rebecca keek naar hem en voelde een rilling over haar rug gaan. ‘Echt?’
‘Ja. Haar dochter Daisy – mijn moeder – heeft haar jurken na haar dood in perfecte conditie bewaard.’
‘Daisy zal haar moeder wel nooit hebben gekend, als Violet stierf tijdens de bevalling van haar?’
‘Nee, maar ze verafgoodde Violet, of in ieder geval het beeld wat ze van haar moeder had. Zoals ik háár weer verafgoodde,’ zei Anthony droevig.
‘Hoelang geleden is je moeder gestorven?’ vroeg Rebecca zacht.
‘Het is nu vijfentwintig jaar geleden. Ik mis haar nog altijd, om je de waarheid te zeggen. We waren erg close.’
‘Ja, een moeder verliezen is het ergste,’ knikte Rebecca.
‘We waren altijd met zijn tweeën, weet je. Ze was alles voor me.’
‘En je vader?’
Anthony’s gezicht betrok. ‘Hij was geen goede man. Mijn arme moeder heeft verschrikkelijk onder hem geleden. Hij had om te beginnen al een hekel aan Astbury en bracht het grootste deel van zijn tijd door in Londen,’ legde hij uit. ‘Mijn moeder was er niet rouwig om toen hij doodging in een groezelig bordeel in East End. Hij was blijkbaar zo dronken dat hij viel en zijn nek brak.’
Rebecca zag een rilling door Anthony heen gaan bij die herinnering. Ze begreep helemaal wat hij voelde. Het kwam in haar op om te vertellen dat zij die pijn ook kende, maar ze was er nog niet aan toe om haar geheim te delen met iemand die eigenlijk nog een vreemde was. ‘Dat spijt me, dat moet heel naar voor je zijn geweest,’ bracht ze uit.
‘Gelukkig was ik op dat moment nog maar net drie jaar oud, dus ik kan me hem nauwelijks herinneren. Ik heb zijn aanwezigheid zeker niet gemist toen ik opgroeide. Nou ja, laten we niet meer over het verleden praten.’ Anthony legde zijn soeplepel naast zijn lege bord. ‘Vertel me eens wat meer over jezelf,’ zei hij, toen Mrs. Trevathan de soepborden afruimde en een flinke plak rundvlees voor elk van hen neerzette.
‘Ach, ik denk dat ik gewoon een doorsnee meisje uit Chicago ben,’ antwoordde ze.
‘Zo doorsnee toch zeker niet,’ merkte Anthony op. ‘Iedereen zegt tegen me dat ik aan tafel zit met een van de bekendste en mooiste vrouwen ter wereld. Net zoals mijn grootmoeder Violet in haar dagen werd beschreven.’
Rebecca bloosde, verlegen onder het compliment over haar uiterlijk. ‘Ik heb erg geboft en heb kansen gekregen. Veel jonge actrices krijgen die niet.’
‘Ik weet zeker dat talent er ook iets mee te maken heeft,’ vervolgde Anthony, ‘hoewel ik, zoals ik al zei, nooit een van je films heb gezien. Niettemin wil ik eraan toevoegen dat veel vrouwen mooi zijn, maar slechts weinigen die persoonlijke aantrekkingskracht bezitten die ze uitzonderlijk maakt. Jij hebt het, en Violet had het, te oordelen naar wat iedereen me heeft verteld. Zij was het middelpunt van Londen en New York en ontving de groten der aarde hier op Astbury Hall. Dat waren nog eens tijden,’ zei hij met spijt in zijn stem. ‘Ik heb soms het gevoel dat ik de pech heb in de verkeerde tijd te zijn geboren. Maar genoeg daarover.’
Er volgde een stilte, waarin Anthony zijn bord leegat en Rebecca alleen maar een beetje in haar rundvlees prikte. Uiteindelijk vroeg Anthony: ‘Heb je genoeg gegeten?’
‘Ja.’ Rebecca keek schuldbewust naar haar nog halfvolle bord. ‘Het spijt me. Ik ben een kleine eter.’
‘Dat zie ik. Ik kan je dus niet verleiden tot een stuk van de appel-en-bosbessenkruimeltaart van Mrs. Trevathan?’
‘Ik ben bang van niet.’ Rebecca onderdrukte een gaap en Anthony legde een verrassend zachte hand op de hare.
‘Je bent moe.’
‘Ja, een beetje. Ik was vanochtend al heel vroeg op om mijn haar en make-up te laten doen.’
‘Natuurlijk. En het laatste waar je nu zin in hebt is je te laten vervelen door een oude kerel als ik. Waarom ga je niet naar boven? Dan vraag ik of Mrs. Trevathan een beker warme melk naar je toe brengt. Het is misschien wat ouderwets, maar ik geloof echt dat je er beter van slaapt.’
‘Als je dat niet erg vindt.’
‘Natuurlijk niet. Ik zal alleen nog weleens vragen om het genoegen van je gezelschap. Ondanks mijn gebruikelijke voorkeur voor eenzaamheid, heb ik deze avond heel plezierig gevonden. Ah, Mrs. Trevathan,’ Anthony keek op. ‘Rebecca gaat naar bed en ik zei dat u haar wel wat warme melk wilt brengen.’
‘Natuurlijk, Your Lordship.’
‘Goed dan, lieve meid.’ Anthony stond tegelijk met Rebecca op, pakte haar hand en kuste hem. ‘Het was me een genoegen. Slaap lekker.’
‘Dat zal wel lukken. En hartelijk dank voor het eten.’
Toen ze eenmaal in bed zat, met een glas warme melk naast zich, terwijl buiten de schemering maar niet van wijken leek te willen weten, dacht Rebecca terug aan haar gesprek met Anthony. Met zijn perfecte manieren en archaïsche manier van spreken was hij net zo met het verleden verbonden als het huis. Als je hier woonde, te midden van de schitterende, maar eenzame natuur, in een huis waar het heden nog niet leek te zijn doorgedrongen, kon je je gemakkelijk voorstellen hoe het leven honderd jaar geleden geweest moest zijn. Nu de cast en de crew vertrokken waren en het huis terugkeerde naar zijn gebruikelijke ritme, voelde zij zelfs hoe de moderne werkelijkheid geleidelijk aan wegsmolt.
Rebecca schudde haar hoofd; morgen moest ze zichzelf weer dwingen in het heden terug te keren, het heden dat buiten de betoverde wereld van Astbury bestond, en een serieuze poging wagen om Jack te pakken te krijgen. Ze deed het licht uit en kroop onder de dekens.
En weer rook Rebecca, ergens in de lange uren voor de dag aanbrak, de krachtige geur van bloemen die haar neusgaten prikkelde en haar van exotische oorden deed dromen die ze altijd had willen bezoeken, maar waar ze nooit was geweest. Toen wist ze zeker dat ze iemand hoorde zingen, een hoog geluid dat haar wekte. Ze stapte uit bed en liep, gedesoriënteerd en met het geluid nog in haar oren, naar de deur en opende die. De gang was in duisternis gehuld en het geluid was ineens verdwenen.
Het was een droom, zei Rebecca tegen zichzelf toen ze terugliep naar haar bed en ging liggen. Het was weer stil, maar het zoete geluid van de hoge stem bleef bij haar en zong haar weer in slaap.