40

Het dorp Astbury was in rouw gedompeld. De tragische dood van Lady Violet wierp een sluier over het dorp die als een zware mist over het hele landgoed hing. Ik hield me gedeisd in het huisje en kwelde mezelf met mijn gedachten over wat er die dag was gebeurd. Ik had in de laatste uren van haar leven geweten dat er iets heel erg mis was. Ik probeerde mezelf gerust te stellen door te bedenken dat de dokter had verklaard dat ze niet in gevaar was, maar toch kon ik Violets ogen niet uit mijn hoofd zetten. Ze hadden zoveel vertrouwen uitgestraald, zoveel geloof dat ik haar kon helpen. En op het eind had ik haar, omdat ik niet naar mijn instincten had geluisterd, op de ergst mogelijke manier tekortgedaan.

Ik had Donald sinds de dag van haar dood niet meer gezien. Ook hij had op mij vertrouwd, net als het hele dorp. Ze hadden zo volledig in mij geloofd. Het feit dat mijn telefoon niet overging, zoals hij altijd deed, en er geen mensen belden die wilden dat ik de zieken kwam bezoeken, vertelde me alles wat ik moest weten. Het bleef onuitgesproken, maar ik kreeg de schuld. Ja, ik kon spit genezen, jicht, een verkoudheid… maar als het erop aankwam, kon ik niets uitrichten.

Ook al wist ik, diep in mijn hart, dat Violets ziekte niet te genezen was geweest – de eminente dr. Trefusis was erbij geweest toen we hadden geprobeerd haar leven te redden – kon ik niet anders dan mijzelf kwellen met haar dood.

En Donald was nu natuurlijk weduwnaar.

Deze gedachte aan hem als vrij man, waar ik onder andere omstandigheden blij om zou zijn geweest, maakte alles eigenlijk nog onverdraaglijker.

Gaf Donald mij de schuld?

Als dat niet zo was, waarom had hij dan in vredesnaam niet gebeld, of was hij niet over de heide gereden om mij te zien? Mijn affectie voor Violet was openlijk en oprecht geweest en ik had hem die meermalen laten blijken. Hij dacht toch zeker niet…

Een paar dagen na Violets dood kreeg ik bezoek. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik Maud Astbury uit de auto stappen en voorzichtig het smalle pad op lopen naar mijn voordeur. Ik zette jou in je bedje met speelgoed om je bezig te houden, haalde diep adem en ging naar beneden om de deur open te doen.

‘Hallo, Lady Astbury,’ zei ik.

‘Mag ik binnenkomen?’

‘Ja.’ Ze volgde me door de gang de woonkamer in. ‘Wilt u niet gaan zitten? Zal ik thee voor u zetten?’ vroeg ik haar toen ze ongemakkelijk midden in de kamer bleef staan.

‘Nee, dank u, dit is geen bezoekje voor de gezelligheid, zoals u wel kunt begrijpen.’

‘Nee,’ zei ik met een verdrietige zucht. ‘Wat kan ik voor u doen?’

‘Ik kom u vragen niet naar de begrafenis van Lady Violet te komen, volgende week. Onder de omstandigheden zou het zeer ongepast zijn als u dat wel deed.’

‘Ik begrijp het.’

‘U ziet dat toch zeker ook zo?’

‘Als u doelt op mijn relatie met uw zoon, dan ja, dan begrijp ik dat het verkeerd zou zijn als ik naar de begrafenis van zijn vrouw zou gaan. Echter, wat Lady Violet zelf betreft, zij was mijn vriendin en ik heb alles gedaan om haar te helpen, de nacht dat ze stierf,’ antwoordde ik zo rustig als ik kon.

‘Haar hélpen? Noemt u dat zó?’

‘Ja, Lady Violet leed aan pre-eclampsie, een levensbedreigende aandoening. Zelfs als ze naar het ziekenhuis was gebracht, is het nog maar de vraag of ze geholpen had kunnen worden. Naar mijn mening, in ieder geval.’

‘Ik denk niet dat uw beperkte medische ervaring en de dood van een van uw zogenaamde patiënten u het recht geeft op een mening,’ zei Maud hooghartig. ‘Maar hoe dat ook zij, Miss Chavan, het is niet aan mij om over u te oordelen. Dat laat ik aan anderen. Wat gaat u nu doen?’ vroeg ze daarop.

‘Daar heb ik nog geen moment over nagedacht,’ loog ik. ‘Ik rouw nog om Lady Violet. Mag ik vragen wat er van de baby zal worden, nu haar moeder niet meer leeft?’

‘Ik zal natuurlijk het grote huis weer betrekken en Donald helpen met haar verzorging en opvoeding. Dat is niet meer dan mijn plicht. Donald stond erop dat het kind Daisy werd genoemd, wat blijkbaar Violets keus was.’

Ik zag aan Mauds gezicht dat ze het er niet mee eens was. Ik wist ook dat ze niet was gekomen voor een vriendelijk babbeltje.

‘Your Ladyship, mag ik u vragen wat de echte reden is van uw komst?’

‘Dat mag u. Ik wil dat u onmiddellijk uit Astbury vertrekt. U hebt al genoeg schade aangericht en omwille van mijn zoon en zijn pasgeboren kind, moet u inzien dat u geen keuze hebt.’

‘Net als u, toen u mijn brieven aan Donald onderschepte?’ reageerde ik scherp.

‘Ik deed wat nodig was om mijn familie te beschermen. Anderen vallen misschien voor uw lieve en zorgzame buitenkant, maar, Miss Chavan, toen ik u voor het eerst zag, wist ik onmiddellijk wat voor vlees ik in de kuip had.’

‘En wat voor vlees was dat dan?’ fluisterde ik. Mijn hele lichaam trilde van woede en spanning.

‘U bent niets meer dan een lage Indiase hoer. Denk maar niet dat ik uw soort niet eerder heb gezien, want dat heb ik, o ja.’ Maud schudde agressief met haar vinger naar me. ‘Toen ik in India woonde, zag ik de duivel in die vrouw die mijn man voor mij verborgen hield. Hij sloop weg voor zijn smerige afspraakjes naar het krot waar zij woonde, nadat zij als meid bij ons ontslagen was. En hij dacht dat ik het niet wist! Ik zag de tranen in zijn ogen toen we uit India vertrokken. Ze waren allemaal voor haar.’

Ik zag de walging en de woede in haar ogen branden. En ik begon meer te begrijpen van haar haat voor mij.

‘Zo vader, zo zoon, hè?’ Maud gaf een vreugdeloos lachje. ‘Je lijkt zelfs een beetje op haar. Ik zag het op de eerste dag dat je bij ons binnenkwam, al die jaren geleden. Maar ja, alle Indiase boeren lijken op elkaar, nietwaar? Blijkbaar heeft jouw soort een onmiskenbare voorkeur voor de Astbury-mannen. Miss Chavan, u en ik zijn allebei vrouwen en we begrijpen hoe snel een man door de knieën gaat voor de vleselijke zonden. Wij moeten hun beslissingen voor ze nemen. Als u van Donald houdt, zoals u beweert te doen, dan zult u begrijpen dat uw betrokkenheid bij de dood van Lady Violet uw verdere aanwezigheid op Astbury ondraaglijk voor hem maakt.’

‘Your Ladyship, ik was niet verantwoordelijk voor het overlijden van Lady Violet. Ik heb alles gedaan wat ik kon om haar te redden.’

‘Dat mag u denken, mijn beste, maar het is algemeen bekend dat u de hele tijd bij haar was. Er wordt gepraat. Denkt u nu echt dat er een toekomst is voor u en Donald na wat er is gebeurd? U moet toch inzien dat een verdere relatie met hem niet alleen vruchteloos is, maar ook zijn reputatie in de society zal ondermijnen?’

‘Ik zal aan Donald moeten vragen wat hij denkt. Er is nog geen geschikt moment geweest om de toekomst te bespreken.’

‘Omdat er geen toekomst is.’

Uiteindelijk moest ik wel mijn grootste troef spelen. ‘En onze zoon dan, Moh? Bestaat hij ook niet? Vergeef me als ik het verkeerd heb, maar ik zou hem erfgenaam van het Astbury Estate kunnen maken.’

Toen ik dat zei, gooide Maud haar hoofd in haar nek en begon hard te lachen. ‘Miss Chavan, weet u hoeveel onwettige kinderen er buitenechtelijk zijn verwekt door mannen als Donald? Lieve schat, uw zoon zal nooit aanspraak kunnen maken op Astbury.’

Ik keek naar haar en besefte opeens waar zij precies zo bang voor was.

‘U hebt gelijk, natuurlijk, tenzij we in de toekomst trouwen, zoals we drie jaar geleden al van plan waren.’

Ik keek naar de ontzette uitdrukking op haar gezicht en wist dat mijn instinct klopte.

‘Mijn zoon zal nooit met u trouwen,’ zei ze. Ze keek me niet aan.

‘Nou, Donald heeft mij al eens eerder een aanzoek gedaan. Dus misschien doet hij dat nog een keer,’ voegde ik eraan toe en ik zag haar ineenkrimpen. Nu was ik degene die wreed was, maar ik had zo geleden door toedoen van deze vrouw, alleen omdat ik in haar ogen de verkeerde kleur en de verkeerde nationaliteit had. ‘Ik laat het u zeker weten als we onze toekomstplannen hebben besproken, Your Ladyship. Nu hoor ik mijn zoon boven huilen en wil ik naar hem toe gaan. Is dat alles wat u mij wilde zeggen?’

‘Wilt u geld? Ik kan wel wat voor u vrijmaken, als u onmiddellijk vertrekt.’

‘Donald heeft altijd heel goed voor mij gezorgd, en ik ben ervan overtuigd dat hij dat zal blijven doen. Lady Astbury, ik moet u vragen te vertrekken.’

Ik liep naar de deur en hield hem voor haar open.

‘Wat wilt u dan?’ Ze staarde me aan.

‘Niets, alleen dat uw zoon gelukkig is,’ antwoordde ik.

Ze vatte dit verkeerd op en ik zag de wanhoop in haar ogen. ‘U verwoest hem als u blijft. Dat weet u toch?’

Ik gaf geen antwoord toen zij mijn huisje verliet en terugliep naar haar auto en de chauffeur die op haar wachtte. Ik sloot de deur en was opeens buiten adem. Ik rende naar boven om jou uit je bedje te tillen en je stevig vast te houden. Ik wist dat Maud gelijk had, maar ik gunde haar het plezier niet dat ik haar zou geven als ik haar zou inlichten over mijn plannen.

Ik had mijn besluit al genomen in de lange, eenzame uren sinds Violets dood. Ik wist dat er geen hoop meer was voor Donald en mij. Toen Violet haar laatste adem uitblies, was dat meteen het einde van ons tweeën. Hoe sterk onze liefde ook was, en uit welke hoek ik het ook bekeek, niets kon de schuld overstijgen die wij allebei de rest van ons leven met ons mee zouden dragen.

Maud had gelijk over de afschuwelijke toespelingen die er zouden worden gemaakt over mijn rol in de laatste uren van Violet. Zelfs mijn vrienden op Astbury, die mij kenden en van mij hielden, zouden een toekomstige relatie met Donald niet kunnen goedkeuren. Sommigen zouden zelfs denken dat ik een of ander duivels plan had uitgedacht.

‘Moh,’ verzuchtte ik in je haren op die verschrikkelijke middag, ‘ik geloof echt dat er geen hoop meer is.’

In de dagen die volgden begon ik plannen te maken. Ik had wat geld gespaard van het geld dat Donald mij voor het huishouden had gegeven het afgelopen jaar. Als ik de parels zou verkopen die hij mij met Kerstmis had gegeven, dan zou ik met dat bedrag een derdeklaskaartje op de boot naar India kunnen kopen voor ons tweeën. Ik had nog altijd die ene grote robijn begraven liggen onder het paviljoen bij het paleis in Cooch Behar. Als wij tweeën die konden bereiken, dan zou die ons een dak boven ons hoofd kunnen geven tot ik een manier had bedacht om in mijn onderhoud te voorzien.

In die lange, stille nachten schreef ik Donald steeds opnieuw en probeerde ik hem uit te leggen waarom wij weggingen. Ik verscheurde elke poging weer, omdat hij zo tekortschoot. En misschien, dacht ik bij mezelf, was het het beste om niets te zeggen. Als hij van me hield en me kende, en dat deed hij, dan zou hij alles begrijpen.

Violets begrafenis werd drie oneindig lange weken na haar dood gehouden om haar ouders in staat te stellen over te komen en de nodige voorbereidingen te treffen. Mijn hart ging naar ze uit – ze zouden uit New York komen varen om er te zijn, vlak na de geboorte van hun kleinkind, en hoorden halverwege de reis over de Grote Oceaan dat hun geliefde dochter was overleden. Tilly vertelde het mij toen ik haar de dag na de begrafenis in de dorpswinkel tegenkwam. Ze nodigde ons uit voor een kop thee.

‘O, Miss Anni,’ zei ze, toen ik in tranen uitbarstte. De eenzaamheid in de tijd die ik alleen met mijn gedachten had doorgebracht was te veel voor mij geweest. ‘Huil niet, alsjeblieft. Ik weet dat je je best hebt gedaan.’

‘Ik weet dat jij dat weet en daar ben ik je dankbaar voor, maar de dorpelingen en het personeel geven mij de schuld.’

‘O, je moet niet op hen letten. Ze vinden niets heerlijker dan roddelen. Het waait allemaal wel weer over en dan komen ze weer bij jou als hun kleintje verkouden is of hoest en ze je nodig hebben. Maak je geen zorgen.’

‘Is er echt over mij gepraat?’

‘Nou, iedereen weet dat je erbij was en de dokter moet natuurlijk iemand de schuld geven, hè?’

‘Wat bedoel je?’

‘De mensen die gezien hebben hoe jij die nacht voor Her Ladyship hebt gezorgd, weten hoe je haar hebt geholpen. De dokter zou echter niet graag toegeven dat het zijn schuld was dat hij niet eerder heeft gezien dat er iets mis was.’

Ik voelde mijn hart in lood veranderen toen ze die woorden uitsprak. Moest ik nu de zondebok van de dokter zijn?

‘Hoe dan ook, het waait allemaal wel weer over, nu de begrafenis achter de rug is. Het leven gaat door en dan zijn er weer andere dingen om over te roddelen.’ Tilly klopte troostend op mijn hand. ‘Trek het je niet aan, Miss Anni. Wij kennen je en weten dat je niets had kunnen doen om haar te redden.’

Ik keek naar haar op, de eerlijkheid straalde uit mijn ogen. ‘Nee, echt niets.’

Mijn lieve kind, ik moet je nu gaan vertellen over de laatste keer dat ik Donald zag, je vader, en wat er daarna met mij is gebeurd. Ik zal mijn uiterste best doen je een feitelijk relaas te geven van wat er is voorgevallen, maar vergeef me als het verhaal over deze vreselijke tijd je van streek maakt.

Een week na de begrafenis van Violet, stond Donald ineens voor mijn deur. Hij zag er afschuwelijk uit. We wisten allebei niet wat we moesten zeggen, maar jij, Moh, die niets afwist van de gebeurtenissen, vroeg om je gebruikelijke knuffel en klom op zijn knie. Ik maakte thee en we zaten samen zwijgend in de keuken.

Ik weet nog dat ik hem vroeg of hij mij de schuld gaf.

‘Je zei dat het zou goed komen, die dag…’

‘Ik zei dat als haar hoofdpijn niet zou zakken, we de dokter erbij moesten halen. En dat leek ook te gebeuren, in ieder geval een tijdje. Weet je nog, Donald, dat jij binnenkwam en zij sliep?’ vroeg ik hem.

‘Ja, ja,’ antwoordde hij, maar ik kon zien dat hij overmand was door verdriet – of schuldgevoel. Ik wist niet wat precies. ‘Het spijt me dat ik niet eerder naar je toe ben gekomen.’

‘Ik begrijp het.’

‘O, Anni, wat hebben we gedaan? Ik…’

Ik nam hem in mijn armen en hij huilde als een kind. Ik begreep elke nuance van wat hij voelde, want ik voelde hetzelfde. We hadden geen van beiden schuld aan Violets dood, maar de feiten telden niet. We vóélden ons schuldig en daar ging het om.

Ik bracht je daarna snel naar bed, want ik wilde niet dat je jouw geliefde Mr. Don zo verdrietig zag. Toen ging ik naar beneden en zei dat hij de soep moest eten, die ik eerder had gemaakt.

‘Je ziet eruit alsof je weken niets gegeten hebt,’ zei ik toen ik erin roerde.

‘Dat is waarschijnlijk ook zo.’ Hij keek op met zijn lepel halverwege tussen zijn bord en zijn mond. ‘Er zitten toch geen rare kruiden in?’

‘Donald, je moet me geloven! Alles wat ik Violet heb gegeven, was onschuldig. Niets wat ik niet aan mijn eigen zoon zou geven, of aan jou…’

‘Nee, sorry, dat was een slechte grap,’ zei hij. ‘Vergeef me.’

Toen hij de soep op had, leek hij iets te zijn bijgekomen.

‘Heb je misschien cognac in huis?’

‘Dat moet ik wel ergens hebben.’ Hij volgde me naar de woonkamer en ik ging naar de kast en pakte de fles die in een van mijn kerstmanden had gezeten. Ik opende hem en schonk wat voor hem in. Ik keek toe hoe hij het in één beweging achteroversloeg.

‘Nu voel ik me beter.’ Hij keek voor het eerst goed naar me en stak zijn handen naar me uit. ‘Vergeef me, Anni. Je verdient dit niet van mij en ik voel me er ellendig onder. De roddels, weet je, die hebben ook mij beïnvloed.’

‘Ja, ik zie het,’ antwoordde ik bedroefd.

‘Natuurlijk heb je alles gedaan wat je kon doen om haar te helpen, ik zag het. Kom hier.’ Hij stak zijn armen naar mij uit en ik liet me door hem omhelzen. Ik verlangde zo erg naar zijn aanraking en warmte en wilde zo graag dat hij mij geloofde. ‘Vergeef me,’ zei hij nog eens en hij begon me te kussen. ‘Ik houd van je en mijn schuld daarover heeft mijn rationele geest aangevreten.’ Zijn handen waren nu overal. ‘Ik houd van je, Anni, ik houd van je, ik houd van je.’

Voor die avond had ik Donald alleen gekend als een lieve minnaar die rekening met me hield, maar toen nam hij me op de vloer van de woonkamer, en toen hij mijn naam uitschreeuwde, voelde ik zijn frustratie, schuld en pijn in mij stromen.

Na afloop lagen we samen op de grond.

‘Het spijt me zo,’ fluisterde hij. ‘Ik ben mezelf niet meer.’

‘Geen van ons is dat nog,’ troostte ik hem.

‘Mag ik hier vannacht blijven, Anni?’

‘Natuurlijk,’ zei ik zacht.

Ik lag die nacht in zijn armen en wilde hem vertellen dat jij en ik Astbury in de komende dagen zouden verlaten. Ik wist echter dat als ik dat deed, hij zou proberen mij tegen te houden en mijn beslissing zou niet sterk genoeg zijn om de kracht van mijn liefde voor hem te weerstaan. Ik keek naar hem, hoe hij lag te slapen, en terwijl ik dat deed hoorde ik het zingen weer, dat mij waarschuwde voor een sterfgeval. Het was luid, wat betekende dat het heel dichtbij was. Verward concludeerde ik dat het vast kwam doordat Donald in de komende dagen ver weg van mij zou zijn, voor altijd verloren. Aan onze liefde zou een einde komen.

Bij zonsopgang stond hij op, kleedde zichzelf aan en zei dat hij terug moest voor het personeel zijn afwezigheid zou opmerken. Ik volgde hem naar beneden om hem uit te laten. Hij omhelsde mij toen met zoveel tederheid en drukte me dicht tegen zijn borst. Ik voelde voor de laatste keer zijn hart tegen het mijne kloppen.

‘Vaarwel, Donald,’ zei ik. Ik gleed met mijn vingertoppen over zijn gezicht, vastbesloten om elk detail in mijn herinnering op te slaan.

‘Ik houd van je, Anni, dat mag je nooit vergeten.’ Hij tilde mijn gezicht op naar het zijne. ‘Dat mag je nooit vergeten.’

Ik zag hem vertrekken en onderdrukte mijn aanvechting om achter hem aan te rennen. Mijn hart brak toen hij wegreed over de heide, maar ik moest de kracht vinden om genoeg van hem te houden om hem los te laten.

De volgende dag bracht ik door met het verdoofd inpakken van onze kleren en een paar dierbare voorwerpen. Ik had besloten dat we naar Londen zouden reizen, waar ik een kamer in een pension zou nemen en mijn parels naar Hatton Garden zou brengen, waarna ik onze passage naar India vanuit Southampton zou regelen.

De volgende ochtend klonk er een harde bonk op mijn voordeur. Ik deed open en zag twee politieagenten staan.

‘Bent u Mrs. Anahita Prasad?’

‘Dat ben ik,’ zei ik vriendelijk. ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘U wordt gearresteerd voor betrokkenheid bij de dood van Lady Violet Astbury. U hebt het recht om te zwijgen. Indien u geen gebruikmaakt van dit recht, kan alles wat u zegt tegen u worden gebruikt in een rechtszaak, begrijpt u dat? We verzoeken u met ons mee te gaan naar het politiebureau.’