42
Rebecca legde de stapel papier neer en keek op de klok naast haar bed. Het was al voorbij middernacht. Ze staarde de schaars verlichte kamer in en voelde hoe haar hart nog tekeerging van de adrenaline.
Violet Astbury had een kind gebaard op exact dezelfde plaats waar zij nu lag. Violet was een gezonde vrouw geweest van voor in de twintig, die last had gekregen van hoofdpijn en misselijkheid en vervolgens was overleden.
‘Houd op!’ fluisterde Rebecca tegen zichzelf toen ze paniek voelde opkomen. ‘Violet is in het kraambed gestorven!’ Ze stond op en ijsbeerde door de kamer. Ze praatte tegen zichzelf om rustig te worden. ‘Je bent niet zwanger, in hemelsnaam, Rebecca…’
Toen herinnerde ze zich dat de dokter haar had gevraagd of het mogelijk was, en dat ze nog wachtte op de uitslagen van de onderzoeken. Ze barstte in tranen uit, tranen van angst en frustratie. Zelfs áls haar fantasie met haar op de loop ging, één ding was zeker: ze kon geen minuut langer in deze kamer blijven die zo vol was van Violet en de tragedie die zich er had voltrokken. Trillend van angst besloot Rebecca dat ze op zoek zou gaan naar Ari.
Ze liep op haar tenen de suite uit en door de duistere gangen, en klopte op elk van de deuren, waarna ze ze zo zachtjes mogelijk opende en in het duister erachter staarde. De kamers aan haar gang leken allemaal leeg, en dus liep ze stilletjes over de overloop, langs de grote trap, en begon zachtjes deuren te openen aan de andere kant ervan.
Toen bereikte opeens een bekend geluid haar oren. Het was heel vaag en kwam van een flinke afstand, maar het was hetzelfde hoge gezang dat ze in haar dromen had gehoord. Ze was doodsbang, maar ze wist dat ze degene die het vreemde geluid maakte dat Anahita had beschreven als een aankondiging van de dood onder ogen moest komen. Rebecca begon in de richting van het zingen te lopen.
Ze bleef staan in de donkere gang. Het zingen kwam vanuit de kamer waar ze nu voor stond. Ze schraapte al haar moed bij elkaar, pakte de deurknop en draaide hem voorzichtig naar beneden. Toen duwde ze de deur een paar centimeter open.
Rebecca tuurde door de opening de kamer in. Binnen gloeide een zacht licht en links van haar onderscheidde ze een menselijke figuur die voor een spiegel zat. Toen ze de deur verder openduwde, zag Rebecca dat de figuur voor een kaptafel zat en zachtjes zingend haar lange, blonde haren borstelde. Zelfs op deze afstand rook ze de zomerse geur van het parfum dat ’s nachts in haar slaapkamer had gehangen – Violets parfum. Rebecca duwde de deur nog iets verder open om het gezicht van de vrouw in de spiegel te kunnen zien. Het zingen stopte abrupt. Ze had haar gezien.
Toen ze haar hoofd naar de deur begon te draaien, vluchtte Rebecca weg over de gang. Haar ademhaling ging in korte stoten. Ze was bijna veilig in haar kamer, toen opeens iemand uit de duisternis stapte en haar opving.
Rebecca gaf een luide gil toen ze bij haar armen werd gegrepen en door de deur haar slaapkamer in werd getrokken.
‘Stil! Ik ben het, Ari!’ zei hij toen ze bleef worstelen om los te komen, naar adem happend en jammerend van de schrik. ‘Rebecca, wat is er in vredesnaam gebeurd? Waar ben je zo van geschrokken? Alsjeblieft, probeer rustig te worden,’ zei hij. Zij steunde met haar handen op het bed, voorovergebogen om weer op adem te komen.
‘Ari, alsjeblieft, je moet me hier weghalen… ik denk dat ik word vergiftigd, net als Violet, en ik zag net een rare vrouw in een slaapkamer zitten. Ze borstelde haar haren en ze zong. Ik…’ Rebecca moest naar adem happen, voor ze verder kon. ‘Ik weet niet of ze leeft of dat ze een spook is, maar ik zag haar echt, Ari, ik zweer het. En ik weet dat ze in mijn kamer is geweest toen ik sliep… O god! Violet is hier gestorven!’ Rebecca zakte in elkaar. ‘Ari, je moet me hier weghalen, nu, vannacht nog! Ik ben zo bang, ik ben zo bang,’ jammerde ze.
Ari knielde voorzichtig naast haar neer.
‘Rebecca, ik begrijp dat je erg geschrokken bent, dat je nog steeds niet in orde bent en misschien koorts hebt, waardoor er allerlei hallucinaties kunnen ontstaan en…’
‘Nee! Ik zag haar met mijn eigen ogen en hoorde haar met mijn eigen oren. Alsjeblieft, Ari,’ smeekte ze, ‘je moet me geloven. Ik ben niet gek. Die vrouw was echt!’
‘Oké,’ zei Ari. ‘Ik geloof je. Laten we hier eens rationeel over nadenken. Dit is een enorm huis, met ik weet niet hoeveel slaapkamers, en misschien heeft Anthony een gast die hier logeert. Ik bedoel, dat hoeft hij ons toch niet te vertellen?’
‘Nee, maar ik heb haar eerder gevoeld en gehoord,’ drong Rebecca aan, ‘en soms ruik ik ’s nachts haar parfum. Violets parfum! Als er een andere vrouw in huis is, dan is ze hier al een tijdje. Waarom zouden we haar niet gezien hebben, en waarom komt ze ’s nachts in mijn kamer? Ik weet dat ze er was, Ari. Ik ben de afgelopen week zo ziek geweest, die verschrikkelijke hoofdpijn die ik had, en die misselijkheid, net als Violet. Ik zweer het je, iemand probeert me te vermoorden. Ik wil hier alleen maar weg!’
‘Rebecca…’ Ari zag haar schouders schokken van angst en emotie. ‘Ik begrijp helemaal dat als je vanavond Anahita’s verhaal hebt gelezen, je de overeenkomsten tussen jou en Violet vreemd vindt. Er is alleen absoluut geen logische manier te bedenken waarop jouw aanwezigheid hier door iemand die jou kwaad wil doen zou kunnen zijn gemanipuleerd. Je ziekte helpt niet echt, maar ik denk dat je fantasie met je op de loop gaat. Alsjeblieft, Rebecca, vertrouw me. Het klopt wat ik zeg.’
‘Het kan me niet schelen of het klopt, Ari, ik wil hier weg,’ snikte ze, ‘en wel onmiddellijk.’
‘Ik hoor je, Rebecca, maar je weet dat alle hotels hier voor de nacht gesloten zijn. Het is bijna een uur ’s nachts. Je kunt toch ook morgen vertrekken.’
‘Mijn god,’ kreunde Rebecca, ‘ik heb niet eens een slot op mijn deur, iedereen kan binnenkomen en…’
‘Rebecca,’ zei Ari geduldig. ‘Voel je je veilig bij mij? Ik bedoel, vertrouw je mij?’
Ze overwoog het. ‘Ik geloof dat ik vannacht niet meer weet wie ik kan vertrouwen.’
‘Ik stel voor dat ik de rest van de nacht hiernaast in de zitkamer ga zitten. Wat jij meer dan wat ook nodig hebt is slaap.’
‘Jezus christus, als iemand dat nog eens tegen mij zegt, denk ik dat ik echt gek word,’ verzuchtte Rebecca.
‘Ook als ze gelijk hebben?’ Ari glimlachte naar haar. ‘Zal ik je helpen opstaan?’
‘Nee, dat lukt wel,’ zei ze toen ze zichzelf bibberig overeind hees en naar het bed liep. ‘En ja, het zou fijn zijn als je op de bank hiernaast slaapt.’
‘Dat zal ik doen. Welterusten, Rebecca.’
‘Dank je wel. Sorry als je vindt dat ik me aanstel.’
‘Dat geeft niet. Het is begrijpelijk.’
‘Ari?’
‘Ja?’ Hij bleef bij de deur staan en glimlachte naar haar.
‘Morgen wil ik je een paar dingen vragen over het verhaal van je overgrootmoeder.’
‘Natuurlijk, maar eerst moet je slapen, Rebecca.’
Rebecca schrok de volgende ochtend wakker en voelde zich gedesoriënteerd. Ze herinnerde zich wat er die nacht was voorgevallen, stapte direct uit bed, rende naar de zitkamer en zag dat die leeg was. Ze verliet de slaapkamer en liep de gang op.
Bovenaan de grote trap stonden Mrs. Trevathan en Ari. Ze praatten zachtjes met elkaar en draaiden zich allebei om toen ze haar zagen.
‘Goedemorgen, slaapkop,’ zei Ari. ‘Het is al middag.’
‘O mijn god! Ik heb vanmiddag opnames en ik moet mijn spullen pakken en vertrekken en…’
‘Rebecca, alsjeblieft, rustig aan, lieverd,’ zei Mrs. Trevathan. Ari stond achter haar. ‘Ari heeft me verteld wat er vannacht is gebeurd en ik beloof je dat er een heel eenvoudige verklaring voor is. Kom, laten we teruggaan naar je kamer.’
‘Echt, Rebecca,’ zei Ari troostend. ‘Ze heeft gelijk.’
‘Nou, die wil ik dan weleens horen. Ik weet wat ik gezien heb en ik ben niet gek,’ zei Rebecca defensief toen ze haar kamer weer binnengingen. Ze ging met haar armen over elkaar op de rand van haar bed zitten. ‘Oké, wie was die vrouw? En waarom is ze in mijn kamer geweest toen ik sliep? Want dat is ze, Mrs. Trevathan, ik weet het zeker!’
‘Ja, lieverd, ik geloof je,’ zei Mrs. Trevathan. ‘De vrouw die je vannacht hebt gezien is mijn moeder, Mabel. Ze heeft hier gewerkt als kinderjuffrouw van His Lordship en heeft sinds hij een kleine baby was voor hem gezorgd.’
‘Uw moeder? Waarom is zij hier?’
‘Alsjeblieft, Rebecca, laat mij het uitleggen. Mijn vader is twintig jaar geleden overleden en nadat mijn moeder was gestopt met haar werk hier in het huis, woonde ze heel tevreden in haar eentje in het dorp. Een paar jaar geleden is ze een paar keer gevallen en haar geest ging achteruit. Ze is tenslotte al eenennegentig.’
‘Natuurlijk,’ zei Rebecca.
‘Dus heb ik His Lordship gezegd dat ik mijn baan opzegde en terugging naar het dorp om voor mijn moeder te zorgen. Hij stelde toen voor dat hij twee van de zolderkamers voor haar zou verbouwen tot een comfortabele flat. In het begin ging dat heel goed en ik kon voor haar en voor His Lordship blijven zorgen, maar in het afgelopen jaar is mijn moeders gezondheid achteruitgegaan. His Lordship is zo goed geweest om een inwonende verpleegster voor haar aan te nemen. Volgens mij heb je haar gezien in de keuken op de dag dat je aankwam.’
‘Ja,’ knikte Rebecca. ‘Dat is zo, en ook een keer buiten. Ze duwde een rolstoel met een oude vrouw erin. Ik dacht eerlijk gezegd dat ze figuranten waren in de film.’
‘Dat was mijn moeder. Het probleem is, Rebecca, dat haar geest soms gaat dwalen, en zij ook. Vooral ’s nachts, als de verpleegster slaapt. De kamer waarin je haar gisteren zag, was de kamer waarin zij woonde toen ze kinderjuffrouw van His Lordship was. Het is niet voor het eerst dat ik haar daar heb gevonden. Nou, lieverd, stelt dat je een beetje gerust?’
‘Maar de vrouw die ik vannacht zag was geen oude vrouw.’ Rebecca keek bedenkelijk. ‘Ik heb haar niet van voren gezien, maar ze had lang, blond haar en ze zong terwijl ze het borstelde,’ zei ze.
‘Mijn moeder heeft zeker lang haar,’ zei Mrs. Trevathan, ‘maar ik zou het eerder wit willen noemen dan blond. Het spijt me dat je de afgelopen weken een paar keer bent geschrokken, maar ik zweer je dat er geen spoken in dit huis zijn en dat niemand je kwaad wil doen. Het is alleen een onschuldige oude vrouw die soms de weg kwijt is.’
‘Ik denk dat ik van streek was door het lezen van het verhaal over Violet Astbury dat Ari me gaf,’ gaf Rebecca toe. ‘Ze had erge hoofdpijn, net als ik, en na haar dood dachten ze dat ze vergiftigd was.’
‘Rebecca was vannacht erg overstuur,’ zei Ari. ‘Ze denkt heus niet echt dat iemand haar probeert te vergiftigen, toch, Rebecca?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ze haastig. Ze begreep zijn blik.
‘Ik begrijp het,’ zei Mrs. Trevathan. ‘Nou, waarom houdt u haar niet even gezelschap, dan ga ik een ontbijt voor haar halen. Roereieren op toast lijken me een goed idee. En je kunt vragen of Mr. Malik ze eerst proeft, lieverd, voor het geval je je zorgen maakt.’ Ze verliet de kamer.
‘O jee,’ zei Rebecca. ‘Ik heb haar echt van streek gemaakt.’
‘Ze komt er vast wel overheen,’ zei Ari. Hij kon een grijns niet onderdrukken. ‘Nu is alleen de vraag of je, na de aannemelijke verklaring die Mrs. Trevathan je heeft gegeven, bereid bent om hier te blijven. Of zal ik Steve vragen een hotel voor je te zoeken?’
‘Ik weet het niet. Ik heb vannacht misschien wel een beetje overdreven gereageerd.’
‘Oké, nou, laat het me zo snel mogelijk weten. Als het nodig is, doe ik wat sommigen van mijn voorouders deden in dienst van de Britten en ga ik voor je slaapkamerdeur liggen om je te beschermen.’
‘Ari, plaag me niet zo! Maar mijn god, wat een tragedie was dat waar ik gisteravond over las,’ verzuchtte ze. ‘Wat een vreselijke vrouw was die Maud Astbury. En zij heeft die arme Daisy grootgebracht, de moeder van Anthony. Geen wonder dat Anthony een beetje vreemd is.’
‘Ik denk dat als een familie en een familielandgoed het vierhonderd jaar uithouden, degenen die aan het hoofd ervan staan wel keihard moeten zijn. Maud Astbury zag een eind komen aan de lijn en was bereid om er alles aan te doen om dat te voorkomen.’
‘Dat is haar niet gelukt, toch? Als Anthony geen kinderen krijgt, houdt het met hem op.’
‘Ja, zo is het. Ik heb gisteravond Donalds dagboek gelezen. Daarom was ik zo laat nog wakker en hoorde ik je rondsluipen over de gang. Ik was in de badkamer toen je op mijn slaapkamerdeur klopte,’ verklaarde hij. ‘Het dagboek gaf mij ook wel enkele antwoorden, dus dank je wel.’
‘Vind je dat we het dagboek aan Anthony moeten geven?’
‘Eerlijk gezegd… ik heb gisteravond met hem gedineerd en ik heb het gevoel dat hij zich nog verder afsluit. Ik weet niet wat je ermee wilt bereiken. Het is duidelijk dat hij er niets over wil weten. En dat begrijp ik ook wel.’
‘Ik ook,’ zei ze en ze meende het.
‘Rebecca, mag ik je iets vragen? Wat denk jij, nu je het verhaal hebt gelezen? Is Moh die dag inderdaad in de beek verdronken of niet?’
Rebecca haalde diep adem voor ze antwoordde. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik bedoel, er is geen bewijs dat het zo is en ook niet dat het niet zo is.’
‘Nee, maar na al mijn ongeloof over Anahita’s verhaal, zegt mijn instinct mij nu dat hij niet is overleden,’ zei Ari zacht. ‘Ik wil echt achter de waarheid komen voor ik vertrek.’
‘Je weet toch dat Tilly, Anahita’s vriendin in het dorp, de grootmoeder van Mrs. Trevathan was? Wat betekent dat haar eenennegentigjarige moeder, die mij blijkbaar zo aan het schrikken heeft gemaakt vannacht, met Moh moet hebben gespeeld toen ze klein was.’
‘Je hebt gelijk! Dat is ook zo! Ze was vrijwel zeker te jong om zich iets te kunnen herinneren, maar je weet maar nooit. Misschien ga ik later wel even bij haar langs.’
‘Ik denk dat Mrs. Trevathan ook meer weet dan ze laat blijken,’ zei Rebecca.
‘Misschien, maar ze is veel te loyaal aan Lord Anthony en de andere Astbury’s om ooit iets los te laten. Toch denk ik dat je hier veilig bent, Rebecca. Ik zou het vreselijk vinden als je hier wegging omdat je in spoken gelooft, of omdat je denkt dat je de reïncarnatie van Violet Astbury bent.’
‘Oké, genoeg gepreekt.’ Ze lachte kort naar hem. ‘Het lijkt bij daglicht ook wel een beetje idioot allemaal.’
‘Goed. Nu moet ik ervandoor, want ik heb nog een paar dingen te doen, tenzij jij wilt dat ik blijf en je eten proef.’
‘Ari!’
‘Grapje! Tot later!’
Rebecca at braaf alles op wat Mrs. Trevathan haar bracht, al had ze helemaal geen honger en was ze ook niet dol op roerei. Toen Steve haar na de lunch kwam opzoeken, verklaarde ze zichzelf genoeg hersteld om die middag te filmen, hoewel de hoofdpijn nog altijd niet weg was.
Toen ze op de set verscheen, werd ze door de cast en de crew met knuffels verwelkomd. Ze wist niet of die warme begroeting te maken had met de beëindiging van haar relatie met Jack of omdat ze ziek was geweest.
Robert nam haar even apart voordat de opnames begonnen.
‘Lieverd, je bent een harde, en daar zijn we dankbaar voor. Ik probeer deze scène er zo snel mogelijk op te krijgen en dan wil ik dat je direct weer naar boven gaat om te rusten. Je hebt morgen een druk programma.’
James gaf haar de grootste knuffel van allemaal toen ze stonden te wachten tot de opnames begonnen. ‘Het spijt me van Jack,’ zei hij. ‘Is het echt einde verhaal?’
‘Tenzij hij zijn problemen aanpakt, ja.’
‘Ik voel me nogal schuldig over mijn rol in dit verhaal. Ik was nou niet wat je noemt een argeloze toeschouwer op onze avonden uit in Ashburton.’
‘Hoe was de serveerster?’ vroeg Rebecca scherp.
James bloosde en ze wist dat die vraag in de roos was.
Op dat moment riep Robert: ‘Actie!’
‘Eerlijk gezegd herinner ik me haar niet zo goed,’ antwoordde James nadat Robert had laten weten dat hij tevreden was met de opname. ‘Ik wil de schuld niet bij Jack leggen, want ik deed graag mee, maar die jongen weet hoe je een feestje bouwt.’ Rebecca was blij dat Robert weer ‘Actie!’ riep voor ze antwoord kon geven.
Na een half uur filmen gaf Robert aan dat het erop stond en vluchtte Rebecca naar de kleedruimte. Toen ze daar tien minuten later weer uitkwam, riep Mrs. Trevathan haar.
‘Rebecca, ik ben blij dat ik je tref. His Lordship vroeg zich af of je er vanavond al aan toe bent om samen met hem te dineren. Hij zei dat hij je al dagen niet had gezien.’
‘Ja, natuurlijk,’ zei ze. Ze voelde zich schuldig dat ze haar gastheer zo had verwaarloosd.
‘Goed. Dat zal hem vast wat opvrolijken. Hij is de laatste tijd zichzelf niet.’ Mrs. Trevathan keek bezorgd.
‘Is hij ziek?’
‘Nee, lieverd, niet echt. Maar de filmcrew over de vloer, en al dat praten over zijn grootouders met de komst van Mr. Malik… het is allemaal een beetje veel voor hem. O, en voor ik het vergeet, dr. Trefusis belde om te zeggen dat hij morgen langskomt met de uitslagen van je onderzoeken.’
‘Dank u, Mrs. Trevathan, tot later.’
Toen ze naar boven liep, bleef de naam ‘Trefusis’ in haar hoofd hangen, tot ze de link legde met de dokter in het manuscript van Anahita. Het verleden en het heden leken hier voortdurend in elkaar te grijpen.
Nadat ze een uurtje had gerust, voelde ze zich iets beter en nam ze een bad. Om zeven uur, net toen ze stond te twijfelen over wat ze aan zou trekken voor het diner, werd er op de deur geklopt. Ze deed open en zag dat het Ari was.
‘Hallo, kom binnen.’
‘Hoe voel je je?’ vroeg hij.
‘Wel goed. Ik ga zo met Anthony dineren.’ Rebecca trok een wenkbrauw op. ‘Ik heb er eerlijk gezegd niet veel zin in.’
‘Het goede nieuws is dat hij het nooit later maakt dan half tien, dus een latertje zal het niet worden.’
‘Ik voel me schuldig over dat hele gedoe met Jack, dus het geeft me de kans het uit te leggen en me te verontschuldigen. Eet je met ons mee?’ Rebecca keek hem hoopvol aan.
‘Nee, ik ben niet uitgenodigd,’ zei Ari.
‘O, en trouwens,’ schoot Rebecca te binnen, ‘het drong vandaag tot mij door dat de dokter die laatst bij mij was familie moet zijn van de dokter die onder een hoedje speelde met Maud. Ze hebben in ieder geval dezelfde naam, Trefusis.’
‘Echt?’ vroeg Ari. ‘Dan kan ik daar ook eens gaan informeren. Dank je wel. Nou, ik ga maar weer eens. Ik wens je een plezierige avond met Anthony en als je me nog nodig hebt, mijn kamer is daar, aan de rechterkant.’
‘Het komt wel goed. Steve zei dat de filmcrew in ieder geval tot middernacht bezig is met opnames in de tuin. Ze hebben wat achterstand, door een moeilijk paard dat zijn tekst vergat. Vandaag was ik tenminste niet degene die de problemen veroorzaakte,’ antwoordde Rebecca. Ze glimlachte flauwtjes.
‘Oké, dan zie ik je later.’ Toen Ari de kamer verliet, zag Rebecca dat het tijd was om zich klaar te maken voor het diner met Anthony.
Twintig minuten later betrad ze de eetzaal en zag ze tot haar verbazing dat Anthony een tweedjasje droeg dat er nieuw uitzag. Zijn haar was gewassen en netjes gekamd en hij was pas geschoren.
‘Goedenavond, Rebecca.’ Hij glimlachte naar haar. ‘Ga zitten.’
‘Dank je.’
‘Mrs. Trevathan vertelde me dat je je nog steeds niet helemaal in orde voelt, dus ik heb haar advies gevolgd en we eten vis. Niet iets zwaars voor een kwetsbare maag.’
‘Dat is vriendelijk van je, Anthony,’ zei ze terwijl ze ging zitten.
‘En mag ik zeggen dat je er vanavond heel mooi uitziet.’
‘Dank je,’ zei Rebecca. Ze wist niet goed wat ze aan moest met Anthony’s nogal opvallende pogingen om aardig te zijn.
‘Ben je al helemaal over het drama dat je je vriend naar huis hebt gestuurd heen?’
‘Ik voel me er al wel beter over, ja. Het was niet iets wat ik wilde doen, maar hij liet me helaas geen keus.’
‘Nou, als je niet meer van elkaar houdt, dan moet je een keus maken.’
‘Zo eenvoudig lag het nu ook weer niet, maar ja, het voelt nu wel goed.’
‘Laten we het glas heffen op rustiger tijden en een terugkeer naar het normale leven,’ zei Anthony en hij pakte de wijnfles.
‘Echt, ik houd het vanavond bij water,’ zei Rebecca vastbesloten en ze legde haar hand over haar glas.
Mrs. Trevathan kwam binnen en begon de vis uit te serveren.
‘Dit ziet er heel gezond uit,’ merkte Anthony op. ‘Jullie Amerikanen zijn dol op vis, nietwaar? Ik weet dat Violet verse vis uit Lynmouth liet komen, toen ze hier woonde. Wij Britten zijn meer vleeseters.’
‘De meeste Amerikanen houden ook van een flinke steak,’ antwoordde Rebecca.
‘Zo,’ zei Anthony. Hij pakte zijn mes en vork. ‘Nog maar één week en dan ben je weer op weg naar de Big Apple?’
‘Ongeveer, ja, al zijn er nog wat postproductiedagen ingepland in Londen. Het zal wel vreemd zijn om weer in New York te zijn. Ik ga de rust van Astbury Hall wel missen.’
‘Echt?’
‘Ja, het is hier heerlijk, Anthony. Ik kan je niet genoeg bedanken voor je gastvrijheid en vriendelijkheid.’
‘Geen dank, het was fijn dat je er was.’
Ze aten een tijdje zwijgend.
‘Dat was echt heerlijk,’ zei Anthony toen hij klaar was en hij veegde zijn mond af met zijn servet.
‘Zeker,’ stemde Rebecca in.
‘Lieve Rebecca, weet je honderd procent zeker dat je geen familie bent van mijn grootmoeder Violet?’ vroeg Anthony opeens. ‘Omdat ik echt het gevoel heb dat je niet zomaar naar Astbury bent gestuurd.’
‘Zo zeker als ik kan zijn. Ik denk dat het gewoon toeval is.’ Ze glimlachte naar hem en probeerde de spanning die ze plotseling voelde, toen hij zijn mes en vork neerlegde en haar intens aankeek, van zich af te zetten.
‘Ik geloof dat niet.’
Rebecca keek naar Anthony’s handen; hij wreef ze nerveus over elkaar, zijn vingers verstrengeld. ‘Ik bedoel, Rebecca, ik…’
‘Anthony, wat is er?’ vroeg ze. Ze kon zien dat hij zijn uiterste best deed haar iets te zeggen.
‘Vergeef me als mijn timing niet erg kies is, maar ik dacht dat ik het tegen je moest zeggen voordat je vertrekt. Ik… nou ja, vanaf het eerste moment dat ik je zag, wist ik dat je naar mij toe gestuurd was. Jij het levende, ademende evenbeeld van mijn Amerikaanse grootmoeder Violet. Rebecca, geloof je in reïncarnatie?’
‘Ik heb er eerlijk gezegd nog nooit over nagedacht,’ antwoordde ze nerveus. Ze voelde met angst en beven waar dit gesprek naartoe ging.
‘Nou, ik wel,’ zei Anthony. ‘Mijn moeder zei altijd dat ik zoveel op Violet leek toen ik een klein jongetje was, en inderdaad leek ik veel op haar. En nu ben jij hier, je komt uit Amerika, zo jong en zo mooi, zo precies als zij was.’ Anthony greep opeens Rebecca’s hand en hield hem stevig vast. ‘Zie je dan niet dat het voorbestemd was?’
‘Wat was voorbestemd?’ vroeg Rebecca, in verwarring. Ze voelde zich ongemakkelijk over haar hand in de zijne.
‘Jij en ik, natuurlijk! Donald en Violet, die allebei zo jong zijn overleden en niet in staat waren het Astbury Estate een toekomst te geven. Wij samen, wij kunnen dat wel!’
‘Ik…’
‘Ik weet dat het een schok voor je is,’ vervolgde Anthony haastig, struikelend over zijn woorden, ‘maar ik ben een heer en kon natuurlijk niet, toen je nog met een ander verloofd was, mijn gevoelens voor je uiten. Nu is hij verdwenen en het is alsof het lot het zo heeft gewild. Ons pad ligt voor ons. Zie je dat dan niet, Rebecca?’ drong hij aan.
‘Anthony, ik… ik weet echt niet wat ik moet zeggen.’ Rebecca keek naar de deur in de hoop dat de normaal gesproken overal aanwezige Mrs. Trevathan zou binnenkomen om de tafel af te ruimen en de spanning te breken.
‘Ik heb Mrs. Trevathan gezegd dat ze ons alleen moet laten tot ik haar binnenroep,’ zei Anthony, toen hij zag dat ze naar de deur keek en hij haar gedachten las. ‘Wees dus niet bang dat wij gestoord zullen worden. De reden waarom ik je dit vanavond zeg is omdat ik wist dat je een paar dagen nodig zou hebben om erover na te denken.’ Op dat moment haalde hij een versleten leren doosje uit zijn zak. ‘Rebecca Bradley, ik zou je willen vragen mij het genoegen te doen mijn vrouw te willen worden.’
Rebecca zag hoe hij het doosje opende en er een schitterende verlovingsring met saffier en diamant tevoorschijn kwam.
‘Dit was de ring die Donald aan Violet gaf toen hij haar vroeg. Zij heeft hem vanaf dat moment tot de dag waarop ze stierf gedragen. Hij hoort nu aan jouw vinger. Geef me je hand, Rebecca, en laten we eens kijken of hij past.’
Hij greep haar hand en zij keek vol afgrijzen toe hoe hij de ring aan haar vinger schoof. Hij paste perfect.
‘Zo!’ Anthony glimlachte tevreden. ‘Hij is terug waar hij altijd hoorde te zijn.’
Rebecca staarde naar de ring, die glinsterde in het licht van de kroonluchter boven de tafel.
‘En, wat zeg je, Rebecca?’ vroeg Anthony haar gretig. ‘Ga je erover nadenken?’
Rebecca wist dat ze haar woorden zorgvuldig moest kiezen. ‘Sorry, Anthony. Ik ben erg gevleid door je aanbod, maar zoals je zelf al zei, was ik tot gisteren nog met een ander verloofd. Ik ben niet in staat om zo snel voor een ander te kiezen. En bovendien, ik ken je nauwelijks… en jij mij ook niet.’
‘Ik begrijp dat je tijd nodig hebt om erover na te denken, Rebecca, maar we hebben uren samen doorgebracht sinds je komst, en ik heb je in mijn huis opgenomen toen je een plek nodig had om te schuilen. Ik twijfel er niet aan dat jij de vrouw bent op wie ik mijn hele leven heb gewacht. Bedenk eens hoe wij Astbury samen kunnen herbouwen! Je aanwezigheid hier heeft de sfeer zoveel lichter gemaakt, net als die van Violet in haar tijd. Met jou aan mijn zijde als de nieuwe Lady Astbury zou ik de kracht en het vertrouwen hebben om het huis in zijn vroegere glorie te herstellen voor de toekomstige generatie, die wij samen zullen voortbrengen. Violet, zeg alsjeblieft ja,’ zei hij met nadruk.
‘Anthony, mijn naam is Rebecca,’ antwoordde zij met vaste stem.
‘Het spijt me.’ Hij glimlachte naar haar. ‘Je begrijpt dat het een vergissing is die voor de hand ligt.’
‘Ja, maar…’
‘Kom hier.’ Anthony boog zich over de tafel, greep haar bij haar schouders en trok haar naar zich toe. Voor ze er iets aan kon doen, waren zijn lippen op de hare en drukte hij ze met geweld open om haar te kussen. Ze worstelde om vrij te komen, maar de ijzeren greep om haar schouders was te sterk. Plotseling liet hij haar los. Rebecca sprong overeind en rende naar de deur, maar terwijl ze dat deed, greep hij haar hand en hield haar tegen.
‘Neem me alsjeblieft niet kwalijk, ik weet niet wat er over me kwam. Je bent zo mooi,’ voegde hij er schaapachtig aan toe. ‘Vergeef me dat ik mijn zelfbeheersing verloor.’
Ze draaide zich naar hem en trok haar hand los. Hij liet hem nu zonder tegenstribbelen gaan, zijn ogen stonden vol wanhoop, zijn schouders hingen naar beneden. Ze voelde een mengeling van medelijden en afkeer. Langzaam ging haar rechterhand naar haar linker, haalde ze Violets ring van haar vinger en gaf die aan hem. ‘Het spijt me heel erg, Anthony, maar ik kan niet met je trouwen. Ik denk dat het het beste is als ik zo snel mogelijk vertrek uit dit huis,’ voegde ze eraan toe. ‘Dank je voor je gastvrijheid in de afgelopen weken. Vaarwel.’ Rebecca wendde zich af en liep snel naar de deur.
‘Ga alsjeblieft niet weg, Violet, laat me niet alleen…’
Ze was de eetzaal uit en rende de trap op naar haar slaapkamer. Toen ze daar was, liet ze zich hijgend op een stoel vallen.
Ze wist nu zeker dat ze Astbury onmiddellijk moest verlaten. Anthony, die arme dwaas, dacht werkelijk dat zij Violet was. In een waas gooide ze haar bezittingen in haar koffer en vroeg zich af hoe ze het huis zou kunnen verlaten zonder dat Anthony zou proberen haar tegen te houden. Eerst zou ze kijken of Ari op zijn kamer was en zo niet, dan wist ze dat de filmcrew ergens in de tuin bezig was met avondopnames.
Ze opende voorzichtig de deur en tuurde de gang in. Die leek verlaten, en dus klopte ze op Ari’s slaapkamerdeur en opende die toen er geen reactie kwam. De kamer was leeg. Ze wilde geen seconde langer in het huis blijven en liep haastig terug voorbij de grote trap naar de personeelstrap die naar de keuken beneden liep, waar ze Astbury kon verlaten. Ze struikelde bijna op de smalle trap, met haar koffer achter zich aan, en zwaaide de deur naar de keuken open, die verlaten was. Ze rende door de hal en slaakte een zucht van verlichting toen ze buiten kwam, aan de zijkant van het huis, waar ze zich een weg baande tussen de vrachtwagens waarin de apparatuur was opgeslagen.
De nacht was al gevallen en het was heel donker. Er was geen maan die de hemel verlichtte. Ze schuilde achter de heg die langs een kant van de binnenplaats liep en stopte even om adem te halen en te luisteren of ze iets hoorde wat haar de weg kon wijzen naar waar de filmcrew aan het werk was. Het was doodstil. Ze liet haar hersenen kraken om te bedenken welke scène het ook weer was geweest – hij had iets te maken met een paard – en besloot dat ze ergens bij de oprit moesten zijn. Ze liep zo zachtjes als ze kon over het grind naar de voorkant van het huis, terwijl ze dicht bij het struikgewas bleef om niet gezien te worden. Toen ze de hoek om kwam en naar het park liep dat aan weerszijden van de oprit lag, zag Rebecca dat ze zich vergist had. De felle lampen die bij nachtopnames werden gebruikt waren net zichtbaar vanaf de heide, achter de tuin.
Rebecca zette haar koffer achter een struik – die kon ze later wel ophalen, want nu had ze er alleen maar last van – en begon terug te lopen, weer de hoek om naar de achterkant van het huis en toen langs de duistere rand van de ommuurde tuin. Voorbij de hoge taxushaag die de tuin scheidde van de heide zou ze naar de lichten kunnen lopen, waar de crew was en ze veilig zou zijn. Ze ging sneller lopen. Toen ze bij de heg was, liep ze de opening door en zag de filmset, op nog geen driehonderd meter afstand.
‘Goddank,’ verzuchtte ze en ze stond even stil om op adem te komen en energie te verzamelen om de laatste paar honderd meter over de open heide te overbruggen.
Opeens klonk er geritsel achter haar. Rebecca begon zich om te draaien, maar voor ze kon zien wie het was, werd er een lap op haar mond en neus gedrukt. Toen ze worstelde om adem te krijgen, drong een scherpe geur haar neus binnen en ze voelde zich meteen duizelig worden.
Een paar seconden later verloor Rebecca het bewustzijn.