44

Jim Fenton fietste over de moors en genoot van de warmte van de middagzon op zijn rug. Op dagen als deze vond hij zijn baan als postbezorger de beste van de wereld, maar in de winter, als het sneeuwde, dacht hij daar anders over. Hij genoot met name van zijn werk als hij bij Miss Anni moest zijn. Zij kwam soms naar de voordeur als hij aan kwam fietsen en dan maakte ze een praatje met hem. Hij bleef doorgaans niet bij mensen hangen, maar haar huisje lag zo geïsoleerd dat niemand het merkte als hij een kwartiertje langer onderweg was.

En bovendien had Jim met haar te doen, zoals ze daar woonde met alleen haar kleine jongen als gezelschap. Tilly zei vaak dat ze vond dat Anni naar het dorp moest verhuizen om wat meer mensen om zich heen te hebben, maar Anni leek het prima te vinden en wilde nergens anders wonen.

Hij hoorde het ongewone geluid van een auto achter zich en keek achterom. Auto’s zag je haast nooit op de heide. Toen de auto hem passeerde, zag hij dat het een politieauto was. Hij vroeg zich af waar hij naartoe ging. Er was hier maar één huis in de buurt en dat was van Miss Anni. En inderdaad, toen hij er een paar minuten later aankwam, zag hij de auto voor het huisje staan.

Toen hoorde hij binnen luide stemmen. Net op het moment waarop hij zijn fiets tegen het hek zette, ging de voordeur open en zag hij tot zijn schrik dat twee mannen een schreeuwende Miss Anni naar buiten trokken.

‘Ik kan mijn jongen niet achterlaten! Alstublieft! Laat me hem meenemen! Hij zal zo bang zijn! Ik kan hem niet alleen laten, alstublieft!’

Jim dook weg achter het hoge hek toen Anni achter in de auto werd geduwd. Ze schreeuwde hysterisch. Hij hoorde hoe de motor startte, de auto draaide en toen met hoge snelheid terugreed naar het dorp. Hij begreep niet echt wat hij zojuist gezien en gehoord had, maar hij wist wel dat kleine Moh blijkbaar alleen in het huisje was.

Jim tuurde over het hek en zag de auto in een stofwolk aan de horizon verdwijnen. Hij rende naar de achterdeur van het huisje en duwde hem open. Hij zag dat er een pan op het vuur stond en een mand met natte was op de keukentafel. Wat er net ook was voorgevallen, Miss Anni was er niet op voorbereid geweest dat ze zo overhaast zou vertrekken. Hij haalde de pan van het vuur en zette het fornuis uit, waarna hij de smalle gang in liep om in de woonkamer naar Moh te zoeken. De kamer was leeg, dus hij klom de trap op en keek in het kleine kamertje. Daar lag Moh in zijn bedje vredig te slapen, ongestoord door het kabaal dat zojuist beneden had geklonken.

Jim besloot dat het het beste was om Miss Anni’s telefoon te gebruiken en Doreen bij de centrale in het dorpspostkantoor te vragen om even naar Tilly te lopen en haar te zeggen dat zij hem hier moest bellen. Zij zou wel weten wat hij moest doen. Hij voelde zich er niet prettig bij het arme kind hier alleen te laten. Jim liep naar beneden, naar de tafel in de hal waar de telefoon stond. Hij was nog maar halverwege de trap toen hij alweer een auto voor het huisje hoorde stoppen. Hij kon niet zien wie het was en besefte dat hij niets in het huis te zoeken had, nu Miss Anni er niet was, dus draaide Jim zich om en rende de trap weer op. Hij ging de slaapkamer aan de voorkant in om te zien wie het deze keer was.

Zijn hart sloeg een slag over toen hij Lady Maud Astbury zelf uit de auto zag stappen, in het gezelschap van dr. Trefusis. Lady Maud marcheerde over het tuinpad naar de voordeur en Jim, doodsbang dat hij ontdekt zou worden, kroop razendsnel onder het grote koperen ledikant. Hij hoorde de voordeur open- en dichtgaan en stemmen beneden zachtjes praten.

‘Het kind ligt vast boven te slapen. Wilt u hem gaan halen?’

Jim hoorde de zware passen van de dokter die de trap op kwam en hield zijn adem in toen de deur van de kamer waarin hij zich verborgen hield openging. Hij zag twee glimmende zwarte schoenen, die een paar seconden vlak bij hem stilstonden, waarna ze weer de gang op verdwenen.

‘Hij is hier, Lady Astbury! Zal ik een paar van zijn spullen meenemen? Hij heeft wat schone kleren en luiers nodig voor de reis,’ hoorde Jim de dokter vanuit de andere slaapkamer roepen.

‘Pak wat je nodig hebt, maar doe het snel,’ hoorde hij Lady Maud geïrriteerd antwoorden van beneden aan de trap.

Jim hoorde de dokter in de kamer ernaast rondlopen en toen klonk een luide kreet van Moh, waarna de voetstappen de trap weer afdaalden.

‘Stil maar, kind,’ hoorde hij de dokter zeggen, in een poging Moh stil te krijgen die er met recht over klaagde dat hij zo abrupt door een vreemde wakker was gemaakt. ‘Ik moet wat flessen voor hem meenemen, Your Ladyship. Zijn moeder heeft er vast een paar in de keuken.’

‘Als het moet, maar ik denk toch niet dat het kind onderweg naar Londen zal verhongeren,’ antwoordde Lady Maud. ‘Schiet op!’

Jims hart bonsde in zijn keel. Zouden ze het kind naar Londen brengen, naar Miss Anni? Jim had van jongs af aan geleerd nooit vragen te stellen over wat de hoge heren deden, dus hield hij zich verborgen en luisterde.

‘Zijn we eindelijk klaar?’ vroeg Maud een paar minuten later.

‘Ja, Lady Astbury.’

‘Goed. Zet mij af bij het Dower House en rijd dan met het kind naar Londen.’

‘Ja, Your Ladyship. Het is een instelling die goed bekendstaat en ze zorgen er uitstekend voor de kinderen.’

‘En u vertelt ze, zoals afgesproken, dat het kind is achtergelaten en dat u geen idee hebt waar hij vandaan komt of wat zijn afstamming is.’

‘Natuurlijk, Your Ladyship,’ antwoordde de dokter.

Jim hoorde hen de voordeur openen en weer achter zich sluiten.

Jim liet zijn ademhaling, die hij onbewust al die tijd had ingehouden, terwijl hij zijn uiterste best deed om elk woord dat ze zeiden op te vangen, weer los.

Hij hoorde de motor starten, gevolgd door het geluid van de auto die moeite had om om te keren op het ruige gras van het pad.

Nadat hij onder het bed vandaan was gekropen, wierp hij voorzichtig een blik uit het raam en zag toen een figuur te paard op hoge snelheid naar het huisje komen rijden.

Hij hurkte neer, zijn gezicht half verborgen achter de gordijnen, en keek zo van boven neer op het tafereel. Hij kon elk woord wat werd gezegd horen, omdat het raam halfopen stond om frisse lucht binnen te laten.

De figuur die van het paard sprong was Lord Donald Astbury. Toen de auto wilde optrekken, ging hij ervoor staan om hem tegen te houden.

‘Waar is Anni, moeder?’ vroeg hij toen hij het portier aan de passagierskant openrukte. ‘En waar gaan jullie met Moh naartoe? Wat gebeurt hier in vredesnaam allemaal?’

Donald pakte Moh van de schoot van zijn moeder en nam hem in zijn armen. Op dat moment was de jongen hysterisch, maar toen hij zag wie hem nu vasthield, brak er een lach door op zijn gezicht. ‘Mr. Don!’ kraaide hij blij.

‘Ja, ja, het is Mr. Don, Moh. Ik ben er en ik zal voor je zorgen, zodra we weten wat er aan de hand is.’

Lady Maud was nu uit de auto gestapt en Donald draaide zich naar haar toe. ‘Ik zag net hoe Anni achter in een politiewagen door het dorp werd gereden. Ze huilde hysterisch en ze schreeuwde Mohs naam naar mij. Waar ga je naartoe met mijn zoon?’

‘Donald, ik hoorde wat er met Miss Chavan was gebeurd, dus ik ben onmiddellijk met dr. Trefusis hiernaartoe gegaan om het kind te halen en voor hem te zorgen tot we weten wat de uitslag is.’

‘Echt, moeder? Nou, dan kan Moh ook met zijn vader op het paard terugrijden naar het huis, nietwaar?’ Donald stapte weer op zijn paard en zette Moh voor zich.

‘Ben je helemaal gek geworden?’ schreeuwde Maud opeens. ‘Je kunt die… bastaard niet meenemen naar Astbury Hall! In hemelsnaam, Donald, waar is je verstand? Je vrouw is net overleden en je minnares is een uur geleden gearresteerd vanwege moord en weggevoerd door de politie! Je begrijpt toch wel wat dat betekent? Alle sporen van jouw betrekkingen met die Indiase vrouw en… dát,’ ze wees naar haar kleinzoon, ‘moeten worden uitgewist. Als er ook maar iets van bekend wordt, dan word jij te schande gemaakt! En dan zal de naam Astbury door het slijk worden gehaald!’

Donald staarde haar vol ongeloof aan. ‘Is Anni gearresteerd voor de moord op Violet? Hoe? Het is volstrekt belachelijk! Het is obsceen!’

‘Donald, laat je toch voor één keer eens niet verblinden door lust! Dr. Trefusis heeft gevaarlijke kruiden gevonden in haar kas. Hij had al zijn twijfels, en dus heeft hij ze aan de politie overhandigd en is zij vervolgens in staat van beschuldiging gesteld. Helaas, Donald, is de zaak nu volledig uit mijn handen.’

‘Dat is niet waar, en ik weet zeker dat hij daar bij jou is begonnen, moeder,’ zei hij. Zijn stem was koud van haat. ‘Dus zeg me, voor ik de moeder van mijn kind uit de gevangenis ga proberen te bevrijden, waar je mijn zoon naartoe wilde brengen? Misschien was je van plan je voorgoed van hem te ontdoen? Het zou me niet verbazen, moeder.’

‘Doe niet zo belachelijk! Dr. Trefusis kent een heel goed weeshuis in Londen waar ze gevallen als dit opnemen.’

‘Gevallen als dit? Grote god, moeder!’ Donald explodeerde toen hij op haar neerkeek. ‘Ik denk echt dat je krankzinnig bent geworden. Het lijkt erop dat ik net op tijd ben gekomen. Excuseer me, maar ik neem mijn jongen nu mee naar Astbury Hall.’

‘Nee!’ schreeuwde Maud, toen Donald Glory aandreef. ‘Ik kan het niet toestaan!’ Ze sprong voor het paard. ‘Geef dat kind aan mij!’

‘Moeder, ga opzij, want anders rijd ik je gewoon omver en dat is ook precies wat je verdient!’

Jim, nog altijd gehurkt bij het raam, zag met toenemend afgrijzen hoe de confrontatie tussen moeder en zoon escaleerde.

‘Dokter, verplaats uw auto en houd hem tegen,’ gebood Maud.

‘Voor de laatste keer, ga opzij!’

Glory trappelde nerveus met haar hoeven toen de vrouw voor haar weigerde opzij te gaan. Donald probeerde om het paard naar rechts te sturen, maar dr. Trefusis blokkeerde met de auto hun pad. Glory gaf een angstige hinnik en steigerde zo hoog als ze kon, waardoor haar baas met Moh nog in zijn armen van haar rug viel.

Er klonk een akelige klap toen Donald, die zijn handen niet kon uitsteken om zijn val te breken, neerkwam op een stuk rots dat uit de grond omhoogstak. Vader en zoon lagen bewegingloos, Moh met zijn hoofd op de arm van zijn vader.

Dr. Trefusis sprong uit de auto en boog zich onmiddellijk over hen heen, terwijl Maud als bevroren toekeek.

‘Your Ladyship, ik voel nauwelijks een pols. Lord Astbury moet met zijn hoofd die rots hebben geraakt toen hij viel. Er loopt bloed uit zijn oor. We moeten hem in de auto zien te krijgen en zo snel mogelijk naar het ziekenhuis brengen.’

‘En het kind?’ vroeg Maud. ‘Leeft het nog?’

Alsof Moh het wilde bewijzen, bewoog hij opeens en gaf een kreet van pijn.

‘Hij moet ook naar het ziekenhuis. Ik heb geen idee of hij inwendige verwondingen heeft opgelopen.’

‘Doe niet zo gek, man! Dat kind had nooit geboren mogen worden. U brengt hem nu volgens plan naar Londen.’

‘Your Ladyship, ik smeek u, er is geen tijd te verliezen. We moeten Lord Astbury onmiddellijk naar het ziekenhuis brengen!’ herhaalde dr. Trefusis.

‘U doet wat ik zeg. Til het kind op en we gaan.’

‘Ik begrijp het niet…’ Jim zag de verwarring op het gezicht van de dokter. ‘U wilt uw zoon hier achterlaten? Lady Astbury, hij sterft als hij niet onmiddellijk verzorging krijgt.’

‘Kom op, man! Pak dat kind op!’

Met tegenzin pakte dr. Trefusis een huilende, geschrokken Moh op en legde hem op de achterbank van de auto. Lady Maud ging voorin zitten. Ze reden zo hard ze konden weg van het huis.

Jim, te geschokt om bij het raam weg te gaan, staarde omlaag naar Donalds lichaam en zijn paard, dat een paar meter verderop stond en niet van zijn zijde week.

‘Mijn god,’ bracht Jim uit. Hij draaide zich langzaam om, zijn ledematen voelden zwaar van de schrik. Toen zag hij de foto van Moh, Anni en Donald bij het bed. Als hij nog nader bewijs nodig had van wat hij net gehoord had, dan was dit het. Hij pakte de foto op van het nachtkastje en rende naar beneden en naar buiten om te zien of hij Donald kon helpen.

‘Your Lordship! Your Lordship! Kunt u mij horen?’ zei Jim dringend toen hij naast hem neerhurkte. Hij wilde dat hij iets afwist van eerste hulp. Plotseling bewoog Donald en opende zijn ogen. ‘Goed zo, Your Lordship, blijf wakker tot er hulp komt. In godsnaam, sir, blijf wakker!’ smeekte Jim.

Donald staarde omhoog naar Jim. Plotseling verscheen er een glimlach om zijn lippen.

‘Anni,’ fluisterde hij. Toen sloot hij zijn ogen voor de laatste maal.

Astbury Hall

Juli 2011