45
Toen Mabel haar verhaal had verteld, waren Ari’s ogen nat van de tranen.
Hij keek naar Mabel die uit het raam staarde, waar de schemering langzaam inviel.
‘Het is een… schokkend verhaal, niet te bevatten,’ zei Ari. Hij schraapte zijn keel. ‘Een moeder die haar zoon voor dood achterlaat op de heide. Onbegrijpelijk.’
‘Inderdaad,’ knikte Mabel. ‘Mijn moeder vertelde me dat toen pap thuiskwam en haar vertelde dat Lord Astbury in zijn armen was gestorven en Moh was meegenomen, ze dacht dat hij te diep in het glaasje had gekeken.’
‘Denkt u dat Maud haar zoon dood wilde?’
‘Mijn pap zei dat het meer dan twee uur duurde voor er hulp kwam. Toen die eindelijk kwam, zorgde hij natuurlijk dat hij verdwenen was. Niemand zou er iets aan hebben als bekend werd dat hij alles had gezien. Lady Maud zou vermoedelijk ook met hem hebben afgerekend. Het is echt een verschrikkelijk verhaal,’ huiverde Mabel. ‘Het heeft mijn ouders de rest van hun leven achtervolgd.’
‘Dat begrijp ik, Mabel. Wat een geheim om met je mee te dragen. Hebt u enig idee waar de dokter Moh naartoe heeft gebracht?’
‘Nee, ik weet alleen dat pap dacht dat Moh naar een weeshuis in Londen is gebracht.’
‘Het verbaast me dat Maud hem niet met eigen handen in de beek heeft verdronken,’ zei Ari.
‘Mijn pap dacht dat ze dat ook wel gedaan zou hebben, als de dokter er niet bij was geweest.’
‘Nou, hij was geen haar beter,’ zei Ari met een zucht.
‘Mr. Malik, u moet begrijpen dat in die dagen de plaatselijke adel de mensen die hen dienden helemaal in hun zak hadden. Niemand durfde tegen hen in te gaan. Dr. Trefusis moest wel doen wat van hem gevraagd werd. Hij wist dat ze hem kapot zou maken als hij weigerde.’
‘Hij heeft de overlijdensakte getekend die Selina Astbury aan Indira gaf om aan Anahita te overhandigen,’ zei Ari. ‘Dat is toch zeker een misdrijf?’
‘Wie wist er dat hij niet de waarheid sprak?’ vroeg Mabel. ‘Alleen mijn arme vader. Na die tijd weigerde mijn moeder op Astbury Hall te werken, ook toen ik al groot was en ik begreep nooit waarom. Ze zouden zijn verhuisd als ze de mogelijkheid hadden gehad, maar in die dagen was dat gemakkelijker gezegd dan gedaan.’
Er werd op de deur geklopt en ze keken allebei op. ‘Neem me niet kwalijk dat ik stoor, maar het wordt al laat en ik wil niet dat u zich te moe maakt, Mabel,’ zei de verpleegster. Ze reed een rolstoel naar binnen. ‘Misschien kunt u morgen terugkomen, Mr. Malik?’
‘Ja,’ zei Mabel, toen de verpleegster haar voorzichtig in de stoel hielp. ‘Ik geloof niet dat er veel meer te vertellen is, behalve dat ik u nog eens herinner aan uw belofte wat ik u verteld heb voor uzelf te houden.’
‘Natuurlijk. Ik kan u niet genoeg bedanken dat u dit met mij hebt gedeeld, Mabel,’ antwoordde Ari.
‘Nou, het was het enige juiste wat ik kon doen. Ik heb het gevoel dat er tenminste één onrecht is rechtgezet. Dag, Mr. Malik, kom nog even gedag zeggen voor u vertrekt. Misschien kunnen we dan over vrolijker tijden praten.’
‘Dat doe ik.’ Ari stond op en liep naar de deur, toen hem iets inviel. ‘Kunt u eigenlijk helemaal niet meer lopen, Mabel?’
‘Nee, niet meer. Mijn artritis heeft mijn benen te veel aangetast. De enige manier waarop ik nog ergens kan komen is in mijn stoel. Soms draagt Lord Astbury mij naar beneden, zodat Vicky mij kan rondrijden in de tuin en ik wat frisse lucht krijg. Hij is zo goed voor mij.’ Ze glimlachte. ‘Maar mijn grijze cellen doen het nog goed, nietwaar, Vicky?’
‘Zeker, Mabel!’ Vicky lachte naar haar. ‘Haar ontgaat niets, hoor.’
‘Dat wil ik graag geloven. Goedenavond,’ zei hij toen hij de deur achter zich dichttrok.
Ari liep naar beneden. Zijn hoofd tolde van de nieuwe informatie die hij had verzameld. Hij was nog vervuld van een gevoel van euforie bij de gedachte dat Anahita al die tijd gelijk had gehad. Alleen… wie wist wat er van Moh was geworden nadat hij uit Devon was vertrokken?
Hij dacht opeens aan iemand die er misschien meer van wist…
De andere gedachte die hij niet kon loslaten was de vastberaden aanname van Mrs. Trevathan dat het Mabel was geweest die Rebecca gisternacht in de slaapkamer had gezien. Mabel zelf had hem zojuist verteld dat ze niet kon lopen, dus hoe kon ze dan in vredesnaam in het holst van de nacht door het huis dwalen? En hoewel ze aan hem was beschreven als half seniel, wist Ari dat hij sinds Anahita nog nooit een bejaarde vrouw had ontmoet die zo goed bij haar verstand was als Mabel. Mrs. Trevathan had gelogen. De vraag was, waarom?
Rebecca droomde. Ze droomde alweer van het zingen, en van de bloemengeur van het parfum, van wegvluchten uit Astbury en alle gevaren die het huis in zich borg…
Met een schok schrok ze wakker, opende haar ogen en merkte dat haar zicht troebel was. Ze wilde in haar ogen wrijven om helder te kunnen zien, maar haar armen leken achter haar rug vast te zitten en ze wilde ze graag losmaken, want ze deden pijn. De geur was sterk, zo sterk was hij nog nooit geweest en in het schemerige licht zag ze de vrouw weer die ze eerder had gezien.
Ik droom, dacht ze. Ik slaap en ik word zo wakker en dan is ze weg.
Enige tijd later vertelden Rebecca’s zintuigen haar dat ze wel degelijk wakker was en ze opende met moeite haar ogen. Gelukkig was haar zicht nu helder en ze zag de rug van de vrouw die ze de vorige nacht had gezien, zittend achter haar kaptafel, terwijl ze haar haren borstelde. Ze keek omlaag en zag haar eigen knieën. Ze zat op een stoel met hoge rugleuning en toen ze delen van haar lichaam probeerde te bewegen, merkte ze dat haar armen achter haar zaten vastgebonden en haar enkels waren samengebonden. Ze was nog steeds wazig en had een hoofdpijn die de hoofdpijn die ze eerder had gehad op een peulenschil deed lijken, maar ze probeerde haar gedachten op een rij te krijgen en erachter te komen waar ze was. Ze tilde haar hoofd langzaam op en zag onmiddellijk dat dit niet haar slaapkamer in Astbury Hall was.
Rebecca sloot haar ogen. Langzaam begon haar gedrogeerde brein informatie af te geven: Anthony’s huwelijksaanzoek, zijn plotselinge agressieve kus, haar vlucht uit Astbury Hall, op zoek naar de filmcrew die bezig was op de heide, de lap over haar gezicht en toen… duisternis.
Ze opende voorzichtig haar ogen weer en keek naar de vrouw. Ze ademde diep in en uit, wetend dat hoe meer zuurstof ze inademde, hoe sneller haar brein het middel wat haar was toegediend zou kwijtraken. Wie er ook aan de kaptafel voor haar zat, het was zeker geen fragiel oud dametje van boven de negentig. Op de rug gezien was ze breed en stevig gebouwd.
Rebecca keek naar haar eigen benen en zag dat die niet meer gehuld waren in een spijkerbroek, maar bedekt met de zachte, zijden stof van een rok die tot op haar enkels viel. Voorzichtig bewoog ze haar blik omhoog naar haar lichaam en zag dat dezelfde stof ook haar bovenlijf bedekte.
Ze droeg een jurk. Wat betekende dat wie deze vrouw ook was, ze haar had uitgekleed.
Er ging een rilling van angst langs Rebecca’s ruggengraat.
Ik ga dood, net als Violet, ik weet het zeker…
Ze sloot haar ogen weer. Haar hoofd en haar hart bonsden. Instinctief ontsnapte haar een diepe zucht, ondanks haar pogingen geen geluid te maken.
‘Ik weet dat je wakker bent. Ik zie je oogleden bewegen.’ Opeens klonk er een tinkelende lach. ‘Doe ze open en laat me zien hoe mooi ze zijn. Er overkomt je niets, echt niet. Mijn naam is trouwens Alice, net als in Alice in Wonderland.’
Rebecca had alle mentale kracht nodig die ze bezat om te doen wat haar werd gevraagd en zag toen dat Alice zich naar haar had omgedraaid. Ze hield vol afgrijzen haar adem in, want dit was geen vrouw, maar een weerzinwekkende parodie van vrouwelijkheid. Het lange, blonde haar viel rond een gezicht dat onder de slecht aangebrachte make-up zat. Blauwe oogleden, valse wimpers, zwaar van de mascara, zwarte randen rond de ogen. De felrode lippenstift vulde de rimpels in de verouderende huid en rondjes van roze rouge kleurden de wangen.
‘Goed zo,’ zei Alice en ze glimlachte naar haar. ‘Zie je wel?’ Ze duwde haar haren omhoog. ‘Zo eng ben ik toch niet?’
Rebecca dwong zichzelf om nee te zeggen.
‘Het spijt me dat ik tot zulke maatregelen moest overgaan om je bij me te houden. Het zou echt niet goed zijn geweest als je was vertrokken. Ik hoop dat je dat begrijpt. Je bent mijn nieuwe vriendin.’
Rebecca begreep dat ze moest instemmen met alles wat Alice zei en ondertussen proberen te snappen wat er gebeurde en waar ze was.
‘Arm ding, je ziet ontzettend bleek. Ik zal beneden een lekker kopje thee voor je gaan maken.’
Rebecca knikte weer.
‘Geef antwoord, lieverd. Mammie zei altijd dat het onbeleefd was om dat niet te doen.’
‘Ja, graag,’ bracht ze uit.
‘Goed zo.’ Alice stond op en Rebecca zag hoe lang ze was. De vrouw torende boven haar uit. Ze volgde Alice met haar ogen toen ze de kamer verliet en zag dat ze een ouderwetse zijden jurk droeg, niet heel anders dan de jurk die Rebecca zelf droeg. Toen ze haar hoofd zo ver als ze kon draaide om haar te zien vertrekken, zag ze enorme voeten die in zijden schoenen zaten geperst.
‘O god, o god…’ verzuchtte ze en ze smeekte haar trage brein om wat ze zojuist had gezien te begrijpen. Nu ze haar hoofd kon draaien, keek ze om zich heen en zag dat ze in een vreemde kamer was. Op het ouderwetse koperen ledikant lag een patchwork quilt en de gesloten gordijnen waren bezaaid met vergeelde bloemen. Het marmeren blad van de kaptafel lag vol met make-upspullen. Er stond ook een flesje met hetzelfde parfum als in Violets kamer, met het dopje eraf.
Denk na, Rebecca, denk na…
Ze snikte even wanhopig. Ze begreep niet wat er van haar werd verlangd.
En wie was Alice?
Ze hoorde zware voetstappen naderen keek weer voor zich.
‘Zo, ik heb een lekker kopje thee voor je gezet. Ik maak je los, dan kun je het zelf drinken,’ zei Alice en ze zette twee kopjes thee op de kaptafel. De inhoud klotste grotendeels over de rand. Ze liep naar Rebecca toe, maakte haar polsen los en boog zich toen om ook haar enkels te bevrijden. ‘Ik hoop dat ik je geen pijn heb gedaan. Het was alleen om te voorkomen dat je van de stoel zou vallen toen je sliep. Ik heb een zijden sjaal gebruikt om je polsen niet te beschadigen. Nou, dat voelt beter, hè?’
Toen Alice haar ogen naar haar oprichtte, in afwachting van een antwoord, wist Rebecca opeens precies wie ze was.
Als je het over de duivel hebt, dacht Ari, toen Mrs. Trevathan in de gang boven opdook en hem ongerust aankeek.
‘Hebt u Rebecca gezien?’ vroeg ze hem.
‘Ik dacht dat ze bij Lord Anthony zou eten.’
‘Dat was ook zo, maar ze is verdwenen. Ik keek in haar kamer en al haar spullen zijn verdwenen, ook haar koffer.’
‘Echt?’ Ari fronste zijn voorhoofd. ‘Misschien heeft ze besloten dat ze toch liever naar een hotel ging. Ik geef haar geen ongelijk, na de schrik die ze vannacht heeft gehad.’
‘Ja, daar heb ik ook aan gedacht,’ zei Mrs. Trevathan, ‘maar ik dacht dat ze u zou vragen om haar weg te brengen.’
‘Het ligt toch meer voor de hand om het aan Lord Anthony te vragen? Hij was tenslotte degene met wie ze zou dineren.’
‘Ja, maar hij gaat altijd naar zijn kamer na het eten en ik wil hem liever niet storen.’
Ari zag dat Mrs. Trevathan nerveus was. ‘Misschien kunt u vandaag een uitzondering maken? Als u mij zijn kamer wijst, ga ik bij hem informeren.’
‘Dat is vast niet nodig,’ antwoordde ze. ‘Misschien kan ik beter eerst Steve bellen, de productiemanager, om te vragen of hij iets van haar heeft gehoord. Hij zou nu terug in het hotel moeten zijn.’
‘Goed idee,’ knikte Ari.
Hij zag hoe ze naar beneden liep, naar de telefoon in Anthony’s studeerkamer. Zelf ging hij naar Rebecca’s kamer en zag dat die inderdaad leeg was; al haar spullen waren weg. Hij verliet de kamer weer en volgde Mrs. Trevathan om te zien of er nieuws was van Steve, maar hij zag onmiddellijk aan haar gezicht dat dat niet zo was.
‘Hij heeft niets van haar gehoord, ben ik bang,’ zei ze.
‘Als u mij een telefoonboek geeft, bel ik alle hotels in de buurt om te zien of ze een kamer heeft geboekt,’ zei Ari.
Een kwartier later had Ari alle hotels in de omgeving gebeld, zonder resultaat. Steve belde en zei dat hij hetzelfde idee had gehad, en evenmin succes had gehad.
Ari ijsbeerde door de kleine studeerkamer. Als Rebecca inderdaad had besloten te vertrekken, dan wist hij zeker dat ze een boodschap in zijn kamer had achtergelaten of het in ieder geval tegen Mrs. Trevathan had gezegd. Ze was gewoon te beleefd om zomaar weg te lopen. En wie had haar weggebracht? Steve had gezegd dat Graham ook niets van haar had gehoord. Tenzij ze zelf een taxi had gebeld.
‘Weet u iets meer?’ vroeg Mrs. Trevathan, toen ze de studeerkamer weer binnenkwam.
‘Nee, het lijkt erop dat Rebecca in het niets is verdwenen. Ik maak me inmiddels ernstige zorgen en ik ben bang dat het tijd wordt om het aan Lord Anthony te vragen. Hij was tenslotte de laatste die haar heeft gezien.’
‘Hij zei me dat hij tijdens het diner niet wilde worden gestoord,’ zei Mrs. Trevathan plotseling, alsof het haar ineens te binnen schoot.
‘Echt? Is dat niet vreemd?’
‘Ik…’ Mrs. Trevathan zuchtte. ‘Je weet nooit wat er in het hoofd van His Lordship omgaat.’
‘Waar is zijn slaapkamer?’ vroeg Ari. Hij beende de studeerkamer uit, in de richting van de trap. ‘Want als u het mij niet zegt, dan beuk ik elke deur in dit godvergeten mausoleum open tot ik hem vind.’
‘Goed, goed,’ zei Mrs. Trevathan, bijna in tranen. ‘Ik breng u ernaartoe.’
Ze liepen door de gang aan de andere kant van de grote trap dan de gang waarin hij en Rebecca waren ondergebracht en Mrs. Trevathan passeerde ettelijke deuren voor ze bijna aan het eind bij een deur stilstond.
‘Dit is zijn suite,’ wees ze. ‘Wacht u alstublieft in de gang als ik aanklop. Ik wil niet dat hij u hier ziet als hij de deur opent. Hij wil ’s nachts echt niet door vreemden worden gestoord, en er is me heel wat aan gelegen dat dat ook niet gebeurt.’
Ari ging een eindje achteruit. Toen hij voldoende afstand had genomen, klopte Mrs. Trevathan op de deur.
‘Your Lordship? Sorry dat ik u stoor, maar ik moet u dringend spreken,’ zei ze luid.
Er kwam geen antwoord.
‘Misschien slaapt hij,’ zei Mrs. Trevathan en ze wierp een angstige blik op Ari. ‘Ik probeer het nog eens.’ Ze deed het, maar er kwam nog steeds geen reactie.
‘U moet naar binnen gaan en hem wekken,’ gebood Ari.
Hij zag de angst op Mrs. Trevathans gezicht toen ze wachtte. ‘Hij wil echt niet dat iemand zonder zijn toestemming zijn kamer binnenkomt.’
‘In hemelsnaam, zeg hem dat het een noodgeval is! Als u het niet doet, doe ik het.’ Ari deed een stap in de richting van de deur en Mrs. Trevathan opende hem onmiddellijk.
‘Wacht hier,’ zei ze toen ze naar binnen ging en de deur achter zich sloot.
Een paar seconden later kwam ze weer tevoorschijn. ‘Hij is niet in zijn kamer.’
Ari staarde naar haar, niet overtuigd.
‘Luister, jongeman, ik ben net zo bezorgd als u over Rebecca’s verdwijning, en ik zeg u dat His Lordship niet in zijn kamer is. Het is echter niet ongebruikelijk dat hij ’s nachts gaat wandelen.’
‘En waar wandelt hij dan naartoe?’
‘O, gewoon het landgoed over.’
‘Mrs. Trevathan!’ Ari verloor zijn geduld. ‘Het is ver na middernacht en Rebecca is nog steeds niet gevonden. Nu is Anthony blijkbaar ook verdwenen. Ik ben nu zo ongerust dat ik de politie ga bellen.’
Mrs. Trevathan keek hem vol afschuw aan. ‘Alstublieft! Doet u dat niet. Ik weet zeker dat ze in orde is. Misschien is ze met His Lordship…’ Haar stem stierf weg.
‘Ik besef dat uw loyaliteit bij hem ligt, maar we weten allebei dat u meer weet dan u loslaat. Ik zag uw moeder zojuist, de vrouw van wie u mij wilde laten geloven dat ze ’s nachts door het huis dwaalt. Ze vertelde me zelf dat ze nergens komt zonder rolstoel. Zij was niet de vrouw die Rebecca gisternacht zag, is het niet? U liegt, Mrs. Trevathan. En dus hebt u dertig seconden om me te vertellen waar ik Lord Anthony kan vinden, of ik bel de politie!’
Ari liep snel over de overloop, de grote trap af, en marcheerde de studeerkamer binnen. Mrs. Trevathan holde achter hem aan en hijgde van inspanning toen ze de kamer binnenkwam. Ze zag Ari de hoorn oppakken, zijn vingers hingen boven de draaischijf. Even was er een impasse, en toen gaf Mrs. Trevathan zich over.
‘Stop, alstublieft…’ Haar stem brak en ze viel huilend in een stoel. ‘Ik wist dat het slecht voor hem was als zijn routine werd doorbroken. Zolang het rustig is om hem heen en hij privacy heeft, redden we het met elkaar. Het komt door al die onrust, ik had het moeten zien aankomen.’
‘Luister, vertel me nu gewoon waar ze zouden kunnen zijn. Dan kunnen we het vast oplossen zonder de politie erbij te betrekken.’
Mrs. Trevathan gaf zich met een diepe zucht gewonnen.
‘We zullen uw auto moeten nemen.’