49

‘Ik zei dat ik er even tussenuit ga, Victor,’ zei Rebecca tegen haar manager. ‘En ik blijf minstens een half jaar weg, misschien zelfs een jaar.’ Of misschien wel altijd, dacht ze.

‘Maar Becks! Je bent nu helemaal in. Ik snap dat je een vakantie nodig hebt, maar waarom kom je nu niet gewoon naar huis en plan je die vakantie over een jaar of zo?’

‘Nee, ik vertrek morgen,’ antwoordde Rebecca vastbesloten.

‘Nou, persoonlijk denk ik dat je gek bent geworden. De media zullen ervan uitgaan dat het is omdat je hart gebroken is vanwege Jack en dat idee ook niet voor zich houden.’

‘Laat ze. Weet je wat, Victor? Het kan me geen donder schelen.’

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ik begrijp het gewoon niet, Becks. Al die jaren waarin we samen jouw carrière op poten hebben gezet en de goede films voor je hebben uitgezocht. We brengen je tot dit punt en dan zeg je toedeloe! Je bent toch niet zwanger?’

‘Nee, Victor, ik ben niet zwanger,’ zei Rebecca. Ze wilde dat het gesprek was afgelopen. ‘Zoals ik al zei, ik moet er gewoon even tussenuit.’

‘Oké, en waar ga je dan naartoe?’

‘Dat ga ik je niet vertellen. Ik snap dat je het niet begrijpt, maar er is niets wat je kunt zeggen om me op andere gedachten te brengen. Dus ik stel voor dat we dit gesprek beëindigen. Als je wat er de komende maanden nog binnenkomt overmaakt op mijn rekening, dan ben ik heel dankbaar.’

‘Ja, en dat is misschien wel het laatste wat je verdient als actrice als je zo doorgaat. Je weet net zo goed als ik dat het zo voorbij kan zijn, dat je niet meer gebeld wordt en oud nieuws bent.’

‘Dag Victor, en echt, bedankt voor alles.’

Rebecca legde de telefoon neer en liet zich opgelucht op het bed vallen. Misschien wás ze wel gek, maar voor het eerst in haar leven ging het haar er niet meer om om anderen een plezier te doen. Ze moest haar tijd gebruiken om meer te leren over de wereld en wat haar plaats daarin was. Ze was geen artikel dat je kon verhandelen, maar een mens. En als haar carrière in de tijd waarin ze weg was ten einde kwam, dan was dat maar zo.

Zoals Marion Devereaux die dag tegen haar had gezegd, ging het erom dat je jezelf kende en levenservaring opdeed. Dat zou haar vaardigheden als actrice alleen maar ten goede komen. Dat zou moeilijk gaan in haar geprivilegieerde wereldje, als ze alleen maar fictieve vrouwen speelde voor wie het altijd goed afliep, en als ze alleen maar als prinses werd behandeld. Ze keek rond in haar hotelsuite in het Claridge’s en lachte mistroostig. Ze wist dat ze waar ze morgen naartoe ging niets van deze luxe zou terugvinden.

Ze had al eerder een paar boodschappen voor Ari achtergelaten en hem gevraagd haar te bellen, maar tot dusver had hij dat niet gedaan. Dat deed haar meer pijn dan ze wilde toegeven, maar of hij nu wel of niet onderdeel van het plan was, ze ging ermee door. Ze wist dat mannen en hun behoeften tot nu toe een veel te grote rol in haar leven hadden gespeeld. Het werd tijd dat ze eens wat respect kreeg voor haar eigen mening en haar eigen intelligentie, in plaats van alleen haar schoonheid. Misschien kon ze dan eindelijk eens tot een eerlijke en gezonde relatie komen met iemand anders.

En dus, of Ari Malik nu wel of niet reageerde, morgenochtend zou ze in een vliegtuig naar India zitten.

Ari kwam terug in zijn hotel, at snel even iets in het restaurant en ging toen naar zijn kamer. Hij liet zich volledig aangekleed op het bed vallen, uitgeput van de spanning en de emotie van de afgelopen dagen. Hij werd de volgende ochtend om zes uur wakker en besefte dat hij onmiddellijk moest vertrekken als hij zijn vlucht nog wilde halen. Hij gooide alles in zijn tas en hield een taxi aan om hem naar het vliegveld te brengen. Hij keek naar zijn mobiel, zag dat die moest worden opgeladen en vervloekte zichzelf dat hij gisteravond in slaap was gevallen voor hij dat had kunnen doen. Hij had nog graag even met Rebecca gepraat en haar eraan herinnerd hoe graag hij haar zou willen terugzien, maar dat moest nu wachten tot hij thuis was.

Toen hij in de rij stond voor de businessclass, dacht Ari na over waar hij naar terugkeerde. Het zag er niet aantrekkelijk uit. Zijn grote, maar zielloze flat, gevolgd door een dag op kantoor om te worden bijgepraat, trokken hem allerminst aan. De afgelopen vierentwintig uur was hij er zelfs over gaan nadenken om zijn bedrijf te verkopen. Hij wilde iets doen wat zinvol was, zoals Anahita en dr. Adams hadden gedaan, en niet alleen werken om zichzelf financiële zekerheid te geven.

Misschien zou hij direct doorreizen naar zijn moeder, haar vertellen wat hij in Engeland had ontdekt en haar om advies vragen. En natuurlijk zou hij Donalds dagboek aan Muna, zijn grootmoeder, geven. Hij had Mrs. Trevathan gevraagd of hij het een tijdje mocht lenen en zij had het goed gevonden.

‘His Lordship zal het de komende weken toch niet missen,’ had ze bedroefd geantwoord.

Toen hij zijn instapkaart had gekregen, keek hij naar de rij bij de economyclass, en bedacht dat zijn harde werken hem tenminste wat luxe had opgeleverd. Hij zag een meisje in de rij staan met een rugzak. Ze droeg een T-shirt, een afgeknipte spijkerbroek en slippers. Haar donkere haar droeg ze in een korte paardenstaart onder een baseballpet en ze droeg geen make-up. Ze zag er vaag bekend uit, maar hij kon haar niet plaatsen.

Hij wilde net doorlopen, toen het vage zingen dat hij voor het laatst in Astbury had gehoord in zijn oren klonk. Hij keek nog eens beter en nam het meisje dat langzaam opschoof in de rij voor de incheckbalie eens goed in zich op.

Hij liep naar haar toe en er verscheen een brede lach op zijn gezicht. Nu zag hij het. Hij reikte over de afscheiding die de business- van de economyclass scheidde en tikte haar op haar schouder.

Ze draaide zich verrast om.

‘Hallo, wat doe jij hier nou?’ vroeg hij. ‘Ik herkende je bijna niet met je donkere haar en je pet.’ Hij lachte. ‘Zo lijk je helemaal niet op Violet.’

‘Nee.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Ik heb ingezien dat het allemaal maar schijn was.’ Ze keek hem ernstig aan. ‘Heb je mijn berichten niet gehad?’

‘Nee, de batterij van mijn telefoon was leeg. Maar… wat doe je hier?’ vroeg hij haar.

‘Zoals je kunt zien, ga ik naar India.’ Ze grijnsde naar hem en ze giechelden allebei.

‘Economyclass?’

‘Ja,’ zei ze ferm. ‘Ik wil het goed doen.’

‘Ik snap het,’ zei hij en hij knikte. ‘Maar denk je dat ik je, voor deze ene keer, kan overhalen om mij gezelschap te houden in de businessclass? Weet je nog, ik ben een native, en het zou jammer zijn als ik je de komende negen uur niet zou kunnen helpen om erachter te komen waar je naartoe moet gaan om jezelf te ontdekken, vind je niet?’

Ze dacht even na en zei toen: ‘Je hebt gelijk.’

‘En misschien mag ik je af en toe op je zoektocht begeleiden? Mijn rol als spirituele gids en beschermer verder spelen? India kan best gevaarlijk zijn voor een alleenstaande jonge vrouw, weet je.’

‘Echt? Net zo gevaarlijk als Astbury?’ Ze lachte naar hem.

‘Dat betwijfel ik. Nou, Rebecca, kom je?’ Hij stak zijn hand uit over de afscheiding en zij pakte hem. Zo stonden ze even, lachend naar elkaar.

‘Ja,’ zei ze toen.

‘Kom, geef die aan mij,’ zei Ari toen hij haar hand losliet. Hij haalde de rugzak voorzichtig van haar schouders en tilde hem over de afscheiding. ‘En nu jij,’ zei hij.

Hij wachtte tot ze onder de afscheiding die tussen hen in stond door dook.

‘Hallo.’

‘Hallo.’

En toen nam hij haar in zijn armen.

Epiloog