5
Mumbai, India
Ari was blij dat hij thuis was. Het was een lange dag geweest op kantoor, aan het eind van een moeilijke week. Hij opende de deur van zijn flat en liep rechtstreeks naar de keuken om zichzelf een stevige gin-tonic in te schenken die hopelijk zijn geteisterde zenuwen wat zou kalmeren. Hij hoopte ook dat Lali niet weer zou beginnen te klagen dat hij te veel dronk. Vergeleken met sommige van zijn westerse zakenpartners was het te verwaarlozen wat hij innam. Hij liep door naar de woonkamer en toen hij die leeg aantrof, veronderstelde hij dat Lali beneden een douche nam. Hij gooide zichzelf gestrekt op de bank en nam een flinke slok van zijn drankje.
Hij vroeg zich af waarom hij zich de laatste tijd zo gestrest voelde, terwijl zijn bedrijf zo in de lift zat. Zeker nu de wereldwijde financiële crisis Amerika en de Europese landen dwong naar India uit te wijken, met zijn minder kostbare mogelijkheden, hadden ze meer werk dan ze aankonden. Dat was een deel van het probleem. Het zoeken naar betrouwbare en goed opgeleide managers om hem te helpen de stroom aan werk de baas te worden, bleek een nachtmerrie. Met het gevolg dat hij in zijn eentje werk verzette voor tien.
Lali zat hem altijd maar op zijn huid, dat hij eens vakantie moest nemen. Ze zwaaide dan met brochures van rustige badplaatsen. Ze leek maar niet te begrijpen dat het op dat moment gewoon onmogelijk was om zoiets ook maar te overwegen.
‘Als ik mensen vind die ik kan vertrouwen, dan gaan we, dat beloof ik je.’
‘Ari, lieverd, dat zeg je al drie jaar,’ verzuchtte ze dan bedroefd, terwijl ze de brochures weer van hem aanpakte en ze in de vuilnisbak gooide.
Ari voelde zich schuldig na zo’n uitbarsting en kwam dan thuis met een sieraad dat zijn secretaresse had uitgezocht, of misschien een jurk van een van haar favoriete designers. Hij verontschuldigde zich dan uitgebreid voor het feit dat hij haar verwaarloosde en deed zijn best om op tijd thuis te zijn en haar mee uit eten te nemen. De dagen die volgden bespraken ze voor de vorm hoe ze meer tijd samen konden doorbrengen, maar de week erop zou Ari alweer achttien uur per dag aan het werk zijn.
Toen Ari zijn gin-tonic achteroversloeg en opstond om zichzelf een tweede in te schenken, gaf hij toe dat hij soms, uit frustratie, tegen haar had geschreeuwd.
‘Hoe moeten we anders de hypotheek betalen van de flat? Of al die mooie dingen in je kledingkast?’
Haar antwoord was altijd hetzelfde. ‘Het maakt me niet uit waar ik woon of wat ik aan heb. Jij vindt die dingen belangrijk, Ari, ik niet.’ Dat was natuurlijk niet waar, zei hij tegen zichzelf toen hij op het terras van hun flat van twee verdiepingen stapte en uitkeek over het strand van de Arabische Zee. Ze dacht misschien dat ze dat allemaal niet zou missen, maar dat was natuurlijk wel zo.
Afgezien van zijn werktijden was er nog een veel groter probleem dat tussen hen in stond, wist Ari. Lali was nu bijna dertig en ze wilde graag trouwen. Dat begreep hij maar al te goed. Ze was zelf, tegen de wil van haar familie, vier jaar geleden bij hem ingetrokken, en had erop vertrouwd dat hij haar wel zou vragen. En toch had Ari zichzelf er nooit toe kunnen zetten om de woorden uit te spreken waar zij zo naar verlangde. Hij wist niet waarom, omdat er geen twijfel over bestond dat hij van Lali hield. Ze was erg mooi en haar zachte, lieve karakter en kalme temperament pasten precies bij zijn meer wispelturige persoonlijkheid. Zijn vrienden hadden het hem maar al te vaak gezegd: ze was perfect voor hem.
Waar wachtte hij dan op? Hij was nu zesendertig en had het veld verkend met een hele reeks prachtige vrouwen voor hij Lali had ontmoet. Ergens vanbinnen vertelde een instinct hem dat hij die laatste stap nog niet moest zetten.
Hij had de afgelopen weken gemerkt dat zij zich van hem terugtrok. Ze was vaak niet thuis om hem na zijn lange dag werken te eten te geven en te verwennen. Ze zei dat ze vaker in de sportschool was of met haar vriendinnen uitging. En wie kon haar dat kwalijk nemen? Als hij thuis werkte, merkte hij vaak niet eens of ze er was of niet.
Ari liep weer naar binnen en zocht naar haar in de enorme flat. Vanavond miste hij haar en het leek erop dat ze niet eens een briefje had achtergelaten of hem een berichtje had gestuurd om hem te zeggen waar ze was. Hij nam een douche en zocht toen in de koelkast naar iets om te eten. Hij warmde een kliekje van gisteravond op in de magnetron, schonk zichzelf een glas wijn in en liep naar de woonkamer. Hij zette de reusachtige tv aan en zapte tot hij een zender met Engels voetbal vond. Natuurlijk moest hij nog werken, maar vanavond was hij te moe om daaraan te denken.
Het enige goede nieuws was dat hij een jonge verkoper had opgemerkt, die hij twee jaar geleden had aangenomen en die beter presteerde dan zijn collega’s. Ari had een paar weken geleden een gesprek met hem gehad en hem een promotie aangeboden naar een positie waarin hij de Indiase kant van het bedrijf op zich zou nemen, die ook groeide naarmate de nationale economie bleef aantrekken. Als Dhiren zichzelf de komende zes maanden zou bewijzen, dacht Ari dat hij het in zich had om directeur te worden.
Over drie weken zou Ari naar Londen gaan om kennis te maken met mogelijke nieuwe klanten. Hij had iemand nodig om het schip te besturen als hij op reis was en dit zou een mooie test zijn.
Misschien, overwoog hij, zou hij Lali moeten vragen om met hem mee te gaan. Hij zou niet veel tijd hebben om dingen samen met haar te doen, maar misschien zou ze het leuk vinden om wat rond te kijken. Ja, dacht hij, dat zou hij voorstellen als ze thuiskwam.
Om half twaalf deed Ari het licht uit in de woonkamer en liep naar beneden, naar de slaapkamer. Het was uiterst ongebruikelijk voor Lali om tot zo laat uit te zijn, en zeker zonder hem te vertellen waar ze was. Er begon een zenuw te trekken op Ari’s slaap. Hij probeerde haar mobiele telefoon, maar die ging direct over op voicemail. Ze zat waarschijnlijk ergens te mokken, dacht hij en hij dacht terug aan alle keren waarbij ze had gedreigd bij hem weg te gaan. Het was hem met zijn aanzienlijke overredingskracht altijd gelukt om haar dat idee uit haar hoofd te praten. En dat zou hij deze keer weer doen.
Om acht uur de volgende ochtend, toen hij nog even een kop koffie dronk voor hij naar kantoor zou vertrekken, hoorde Ari de sleutel in het slot. Lali kwam de keuken binnen. Ze zag er bleek en getekend uit. Zonder haar gebruikelijke perfecte make-up leek ze op een klein, moe meisje. Ze stond in de deuropening van de keuken en Ari zag dat ze nerveus was.
‘En waar ben jij geweest, als ik vragen mag?’ vroeg hij.
‘Ik heb vannacht bij mijn ouders geslapen.’
‘Echt? Ik dacht dat je geen contact meer met hen had,’ zei hij verbaasd.
‘Dat was ook zo. Ik wist dat jij ze niet mocht.’
‘Neem me niet kwalijk,’ wierp Ari tegen, ‘als ik het me goed herinner, hebben ze jou, toen je zei dat je bij mij introk, gezegd dat je niet meer welkom was. Ik dacht dat jij ook niet zo dol op ze was.’
Ze staarde naar hem en haar grote donkere ogen vulden zich met tranen. ‘Het zijn mijn ouders, Ari. Ik heb ze gemist en me elke dag schuldig gevoeld dat ik ze teleurgesteld had.’
‘Ze teleurgesteld?’ Ari keek haar ontsteld aan. ‘Wat bedoel je? Je nam een besluit dat hen niet beviel, dat is alles.’
‘Ik…’ Ze zuchtte en schudde haar hoofd. ‘Ari, ik denk dat jij heel anders bent dan ik.’
‘Wat bedoel je?’
‘Het maakt nu niet uit.’ Ze haalde droevig haar schouders op. ‘Ik wil geen ruzie maken.’
‘Lali, waar gaat dit allemaal over? Kom, gooi het eruit.’
Ze zweeg even en ademde toen diep in, ter voorbereiding op wat ze ging zeggen. ‘Ik ga terug naar mijn ouders, Ari. Ik ben alleen hier om mijn spullen op te halen.’
‘Oké. Is dit voor een nacht? Een maand? Voor altijd?’
‘Voor altijd. Het spijt me.’
‘Dus… wat je me eigenlijk probeert te vertellen is dat je bij me weggaat?’ concludeerde Ari, toen het eindelijk tot hem doordrong.
‘Ja, ik wil geen ruzie en geen gesprek. Ik wil alleen mijn spullen ophalen en vertrekken.’
Ari zag dat ze stond te trillen van emotie. Hij knikte langzaam. ‘Oké. Weet je zeker dat je er niet over wilt praten?’
‘Ja. Er valt niets meer te zeggen. Ik ga pakken.’
Hij keek toe hoe ze zich omdraaide en de kamer uit liep. Hij maakte zich geen al te grote zorgen; ze hadden dit al eerder meegemaakt. Het idee dat ze weer bij haar ouders – die hem nooit hadden gemogen – ging wonen stemde hem echter niet erg gerust. Hij stond op van de tafel en volgde haar naar beneden, naar de slaapkamer.
‘Lali, pyari, ik zie dat je van streek bent, maar ik vind echt dat we moeten praten. Ik wilde je net vragen of je met me meeging naar Europa. Je hebt gelijk, we moeten ertussenuit, we hebben meer tijd samen nodig.’
‘Er is geen tijd, Ari, die is er nooit geweest. Jij rent van vergadering naar vergadering en ik zit op je te wachten in het hotel. En als je er dan eindelijk bent, ben je te moe en wil je alleen maar slapen.’ Lali trok een koffer onder uit haar kledingkast, tilde hem op het bed en liep naar de ladekast. Ze begon de inhoud ervan in de koffer te gooien.
‘Lali.’ Ari liep naar haar toe om haar te omhelzen. ‘Ik…’
‘Raak me niet aan!’ riep ze. Ze ontweek zijn armen en liep terug naar de kledingkast om haar kleren van de hangers te halen.
‘Lali, waar ben je zo boos over? Vertel het me alsjeblieft. Ik houd van je, dat weet je toch, pyari, ik wil je niet laten gaan.’
‘Nee.’ Ze keek hem aan, met een droevige uitdrukking op haar gezicht. ‘Ik geloof je. Maar ik moet. Voor mezelf.’ Lali boog haar hoofd en haar ogen vulden zich met tranen.
‘Maar waarom? Ik dacht dat het goed met ons ging. De laatste tijd ging het prima. Ik…’
‘Ik weet dat jij denkt dat alles in orde is,’ zei ze toen ze de koffer dichtritste en een tas pakte waarin ze al haar spullen van de toilettafel pakte. ‘Ari, dit is niet jouw fout. Het is gewoon zo.’
‘Je spreekt in raadselen, lieverd, en ik begrijp niet wat je probeert te zeggen. Als het mijn fout niet is, wiens fout is het dan wel?’
Lali zweeg even en zuchtte diep. Ze staarde in de verte. ‘We willen verschillende dingen van ons leven, dat is alles. Ik verlang naar een huwelijk, kinderen, en een man die wat tijd vrij kan maken op een dag om bij mij te zijn.’ Ze keek naar hem en glimlachte flauwtjes. ‘Het enige wat jij wilt is succes en geld. Ik hoop dat het je gelukkig maakt,’ zei Lali terwijl ze de tas sloot en de koffer van het bed sleepte. ‘Goed, mijn vader wacht beneden op me. Ik moet gaan.’ Uit de zak van haar jeans haalde ze een sleutelbos. ‘Hier zijn de sleutels van de flat en van de auto.’ Ze legde ze op de toilettafel en keek naar hem. ‘Dag Ari. Ik zal altijd van je houden en hopen dat je gelukkig bent.’
Ari bleef als betoverd staan toen Lali haar tassen de kamer uit rolde en ze de trap op sleepte. Hij hoorde hoe de voordeur achter haar dichtviel en kwam toen pas in beweging. Hij rende de flat uit en zag nog net hoe de deuren van de lift zich achter haar sloten.
‘Lali!’ Hij sloeg met zijn vuist op de knop om de deuren weer te openen, maar de lift was al onderweg naar beneden. Ari liep langzaam terug de flat in, sloot de deur achter zich en leunde ertegenaan. Dat kon ze toch niet menen? Misschien was het gewoon een truc om hem zover te krijgen dat hij haar eindelijk zou vragen met hem te trouwen. Nou, als dat het was, dacht hij vastberaden, dan zou het niet werken. Hij liet zich niet onder druk zetten.
Bovendien, dacht hij, was het onwaarschijnlijk dat ze het twee minuten zou uithouden in het hutje van haar ouders. Ze hadden niet eens stromend water en ze zou een kamer moeten delen met haar vier jongere zussen. Na het leven wat ze met hem had geleid, zou haar dat helemaal niet bevallen.
Woede begon de schrik nu weg te dringen, toen hij eraan dacht wat hij allemaal voor haar had gedaan. Ze had altijd gezegd dat materiële bezittingen haar niet interesseerden. Dat als hij in een illegaal hutje op het strand had gebivakkeerd en fenegriek had verkocht voor een paar roepies per dag, dat niets had uitgemaakt, omdat ze van hém hield.
‘Nou,’ zei hij hardop tegen het stille appartement, ‘als ze een tijdje bij haar ouders heeft gewoond, zullen we nog weleens zien wat daarvan waar is.’
Met hernieuwde veerkracht en in het besef dat hij laat was, pakte Ari zijn autosleutels en vertrok naar kantoor.
Een week later voelde Ari zich niet meer zo zeker van zijn zaak. Lali had geen contact meer gezocht sinds ze was weggegaan en hij had, ondanks dat hij ernaar uit had gekeken om ongestoord achter zijn computer te kunnen zitten en achterstallig werk te kunnen afmaken, eigenlijk alleen maar uit het enorme raam gestaard. Daar maakten gezinnen op het drukke strand beneden hem plezier en schreeuwden van opwinding als ze de zee in gingen.
De waarheid was dat hij haar miste. Hij miste haar veel meer dan hij zich had kunnen voorstellen. Talloze malen had hij zijn telefoon gepakt en haar nummer ingetoetst, maar zijn trots verbood hem om de verbinding tot stand te brengen. Zij had hem verlaten, Lali moest als eerste contact zoeken. Hij zou het haar niet moeilijk maken, bedacht hij. Hij zou luisteren naar haar verontschuldiging, haar zonder een woord terugnemen en haar dan, op zijn eigen moment, vragen of ze met hem wilde trouwen. Ze zou haar zin krijgen…
Naarmate de dagen verstreken, werd hij steeds minder zeker van zijn zaak. Hij verlangde die nacht, toen hij in zijn eentje in zijn enorme, verlaten flat zat, dat hij met iemand kon praten over zijn dilemma, iemand die hij om advies kon vragen. Hoe hard hij er ook over nadacht, hij kon niemand bedenken die zo dicht bij hem stond dat hij naar hem zou willen luisteren. Hij was de afgelopen jaren te druk geweest om het contact met zijn jeugdvrienden te onderhouden en sinds hij tien jaar geleden had geweigerd om naar Anahita’s uitvaartdienst te gaan, was de relatie met zijn familie verslechterd. Hij belde tegenwoordig hoogstens eenmaal per maand naar huis en praatte dan met wie de telefoon opnam, vroeg naar hun gezondheid en of er nog iets nieuws was te vertellen. Zelfs zijn moeder klonk, als zij opnam, koel en afstandelijk. En geen van zijn familieleden belde hem nog ooit spontaan.
Ze hebben me laten vallen, dacht hij met een zucht toen hij de trap afdaalde naar zijn grote, eenzame bed. Hij kroop tussen de lakens en lag daar met zijn handen onder zijn hoofd. Hij vroeg zich af hoe het kwam dat voordat Lali was weggegaan er nooit genoeg tijd leek te zijn geweest voor iets en dat nu, nu ze er niet meer was, de uren zich ’s avonds voortsleepten als langzaam voorbijtrekkende avondmist.
De volgende ochtend keek hij aan tegen een lang, leeg weekend en probeerde zijn gedachten te ordenen. Hij zou zijn trots moeten laten varen en achter haar aan moeten gaan. Hij verzamelde moed, toetste haar nummer in en wachtte op de verbinding. In plaats van dat hij Lali’s opgewekte stem hoorde die de beller vroeg een boodschap achter te laten, klonk er een monotone piep, die aangaf dat het nummer niet langer in gebruik was.
Voor het eerst sinds ze was vertrokken, voelde Ari een vaag steekje van angst rond zijn hart. Tot dat moment was hij ervan overtuigd geweest dat hij alleen maar verwikkeld was in een machtsstrijd, die hij maar al te graag wilde verliezen. Het was geen moment bij hem opgekomen dat Lali het meende en een eind wilde maken aan hun relatie.
Ari probeerde haar nummer nog eens, maar hoorde hetzelfde geluid. Hij voelde paniek opkomen en dacht aan hoe hij haar zou moeten terugvinden. Hij wist alleen dat haar ouders ergens in de doolhofachtige straatjes van Dharavi woonden – hij was er een keer geweest, maar had geen idee hoe hij bij hun huis moest komen. Ari pijnigde zijn hersenen, op zoek naar vriendinnen van haar die hij zou kennen. Lali had haar sociale leven met haar vriendinnen voor zichzelf gehouden, omdat veel meisjes met wie ze was opgegroeid uit arme families kwamen, net als zijzelf. Ze had begrepen dat ze niet het soort ontwikkelde vrouwen waren met wie je als viertal uit eten kon gaan in het Indigo Café. Ari had geen flauw idee waar hij ze zou moeten vinden.
Hoe was het mogelijk dat hij vier jaar lang met Lali had samengewoond en vrijwel niets over haar leven buiten hun huis had geweten? Is dat mijn schuld, vroeg hij zich af terwijl hij heen en weer liep op het zonovergoten terras.
Natuurlijk was het dat, gaf hij uiteindelijk toe. Zeker, wat haar ouders betreft, had hij duidelijk gemaakt dat hij geen zin had om een relatie met hen op te bouwen. En hij had ook geen enkele poging daartoe gedaan, zelfs niet voor haar. Het waren geen slechte mensen… arm, dat wel, maar hardwerkende en vrome hindoes die hun kinderen hadden opgevoed met krachtige morele waarden en hun best hadden gedaan ze een opleiding te laten volgen van hun magere inkomsten.
Ari liet zich uitgeput in een stoel vallen en leunde voorover, zijn hoofd in zijn handen. Hij besefte dat hij zich te goed had gevoeld, niet alleen voor hen, maar ook waarvoor ze stonden – hij had het blinde vertrouwen in hun goden, de nederigheid en acceptatie van hun lot veracht. Zij waren het ‘oude India’ – net als zijn ouders – wier serviliteit een gevolg was van meer dan honderd jaar Britse overheersing.
De oudere generatie leek niet te begrijpen dat de macht was overgedragen, dat er niet langer behoefte was aan onderdanigheid. Het ras waarin hij was geboren had eigenwaarde gekregen, niets hield ze nog tegen en de mogelijkheden waren eindeloos.
Hij had van de oude waarden willen wegrennen. Hij vond dat die degenen die in ze geloofden beperkingen oplegden. Ari voelde dat hij boos was. Maar waarom?
Opeens deed hij iets wat hij zichzelf jarenlang had verboden. Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen en huilde.
Ari wist dat hij de lange, duistere uren van dat weekend niet snel zou vergeten. Hij zag onder ogen wat hij was geworden en waarom. Of hij nu rouwde om het verlies van Lali of om zichzelf en de eenzame, door zichzelf geobsedeerde, boze persoon die hij geworden was, hij wist het niet. Zijn pijn stroomde naar buiten en hij vroeg zich af of hij een soort zenuwinzinking had, het resultaat van vijftien jaar te hard werken, dag in dag uit, zonder een moment rust.
Ja, besefte hij, hij had een succesvol bedrijf opgebouwd en daarmee veel geld verdiend. Al doende was hij zichzelf echter kwijtgeraakt.
Hij probeerde de redenen van zijn woede op een rijtje te zetten en erachter te komen waarom hij elke emotie en compassie die hij ooit had gevoeld opzij had geschoven. Hij dacht terug aan zijn tijd op kostschool in Engeland en hoe de jongens daar op hem hadden neergekeken, omdat hij Indiër was. India mocht dan misschien al meer dan zestig jaar geleden onafhankelijk zijn geworden, de hogere klassen in Engeland hadden nog geen afstand gedaan van hun aanspraak op superioriteit.
Het feit dat zijn ouders zo trots op hem waren geweest had het nog erger gemaakt. Ondanks wat hij zag als de vele verschrikkelijke gevolgen van Britse overheersing voor het Indiase ras, waren de cultuur en de tradities van hun meesters onuitwisbaar op hen overgegaan. Voor hen was het nog altijd de hoogst haalbare eer voor een Indiase jongen om een Engelse publieke school te bezoeken.
Ari besefte echter dat, zelfs als zijn vijf jaar in Engeland hadden bijgedragen aan zijn behoefte te bewijzen dat hij net zoveel waard was en net zo intelligent was als al die Engelse jongens, zijn uiteindelijke zucht naar succes uit hemzelf kwam. En hij besefte ook dat hij, door de kwaliteiten die zijn ras zo uniek maakten uit de weg te gaan, net zo’n grote imperialist was geworden als de toenmalige overheersers van zijn land. Hij was zijn Indiase ziel verloren.
Op zondagavond liep Ari naar buiten, de straat op en vroeg de eerste de beste die hij tegenkwam op Juhu Tara Road waar hij de dichtstbijzijnde tempel kon vinden. Hij schaamde zich zo dat hij erbij vertelde dat hij niet bekend was in Mumbai.
Eenmaal binnen in de tempel trok hij zijn schoenen uit en voerde de rituelen uit die bij het eren en bidden hoorden en die jaren geleden zo vanzelfsprekend voor hem waren geweest als ademhalen, maar nu vreemd en onwennig aanvoelden. Ari bracht puja-offers, niet aan Lakshmi, de godin van de welvaart, zoals hij in de afgelopen jaren had gedaan bij zijn zeldzame bezoeken aan een tempel, maar aan Parvati, de godin van de liefde, en Vishnu, de almachtige beschermer. Hij vroeg ze om vergeving, met name voor de manier waarop hij zichzelf van zijn ouders had vervreemd. En hij smeekte dat Lali naar hem zou terugkomen.
Toen hij weer thuiskwam, voelde hij zich rustiger en belde hij onmiddellijk zijn ouders. Het was zijn moeder die de telefoon opnam.
‘Hallo, Ma. Ik…’
‘Wat is er, beta?’
Het feit dat zij onmiddellijk had gehoord dat er iets aan de hand was deed de tranen in zijn ogen springen en hij brak. Hij vroeg haar, zijn vader, zijn broers en zusters om vergeving. ‘Het spijt me zo, Ma, echt,’ huilde hij.
‘Mijn zoon, mijn hart breekt als ik je zo hoor. Heeft Lali het jouwe gebroken?’
Ari zweeg even. ‘Hoe wist je dat, Ma?’
‘Heeft ze je niet verteld dat ze twee weken geleden bij ons is geweest?’
‘Nee.’
‘Ik begrijp het.’
‘Wat heeft ze gezegd, Ma?’ vroeg hij.
‘Ze zei…’ Ari hoorde Samina zuchten. ‘… dat ze niet langer kon wachten tot jij voor haar zou kiezen. Dat ze nu zeker wist dat het kwam doordat je niet genoeg van haar hield en dat het het beste was om jou je vrijheid te geven. Je weet hoe zij naar een gezin verlangde, pyara.’
‘Ja. Ja, natuurlijk weet ik dat. Geloof me, Ma, ik houd van haar. Ik mis haar… ik wil dat ze thuiskomt. Als je weet waar ze is, zeg haar dat dan van mij. Ik…’ Ari kon niet verder.
‘O, mijn zoon, het spijt me zo, maar ze komt niet meer bij je terug.’
‘Waarom niet?’ Ari hoorde dat hij klonk als een verwende kleuter die vroeg waarom hij zijn favoriete speelgoed niet terugkreeg.
‘Het spijt me dat je het van mij moet horen, maar misschien is het beter als je het weet. Je weet vast nog wel dat haar ouders een huwelijk voor haar hadden gearrangeerd, wat ze weigerde te accepteren toen ze jou tegenkwam.’
‘Ja.’ Ari herinnerde het zich vaag. ‘Een neef uit de buurt van Calcutta, meen ik me te herinneren. Hij was een boer en veel ouder dan zij. Lali zei dat ze op het eerste gezicht al een hekel aan hem had.’
‘Misschien is dat zo, misschien ook niet,’ zei Samina, ‘maar ze is gisteren met hem getrouwd.’
Ari zweeg geschokt.
‘Ari, ben je daar nog?’
‘Ja.’ Hij slaagde erin zijn stem te hervinden. ‘Waarom? Ik begrijp niet…’
‘Ik wel,’ antwoordde zijn moeder rustig. ‘Lali is bijna dertig jaar oud, Ari. Ze heeft geen beroep of opleiding waarmee ze zelf de kost kan verdienen en haar ouders zijn te arm om haar een bruidsschat mee te geven. Ze zei dat ze tenminste veilig zou zijn, en voor de rest van haar leven financieel onder de pannen bij deze oudere man.’
‘Wat?!’ Ari kon nauwelijks geloven wat zijn moeder zei. ‘Maar, Ma, ze was veilig en financieel onder de pannen bij mij! Ik heb misschien niet genoeg tijd aan haar besteed, maar financieel heb ik haar alles gegeven!’
‘Ja, maar je verzuimde haar te geven wat ze het meest nodig had. Iets waar elke vrouw naar verlangt, zeker in India.’
‘Je bedoelt een huwelijk?’ kreunde Ari.
‘Natuurlijk. Zoals Lali zelf zei, had je haar, als je genoeg van haar had gekregen, met niets op straat kunnen zetten. Ze had geen enkel recht als je maîtresse, geen status, geen eigendom… dat zijn allemaal dingen die van groot belang zijn, dat moet je toch begrijpen.’
‘Had ze daar maar iets over gezegd.’ Ari beet op zijn lip.
‘Dat heeft ze gedaan, vele malen, tot ze het opgaf.’ Samina zuchtte. ‘Ze zei dat je haar niet hoorde. Het enige wat ze in haar voordeel had waren haar jeugd en haar schoonheid. En haar tijd raakte op.’
‘Ik… ik heb het niet begrepen. Echt, Ma, geloof me.’
‘En natuurlijk was ze te trots om bij je te smeken.’
‘Ma, wat moet ik doen?’ vroeg hij wanhopig.
‘Opnieuw beginnen?’ stelde Samina voor. ‘En er lering uit trekken. Maar Lali is voorgoed weg.’
‘Ik… ik moet ophangen. Ik moet aan het werk.’
‘Houd contact…’ hoorde hij zijn moeder zeggen toen hij, niet in staat om nog iets te zeggen, de verbinding verbrak.
Voor het eerst in zijn leven ging Ari de volgende dag niet naar kantoor. Hij belde Dhiren, de nieuwe salesmanager, en zei dat hij ziek was en koorts had. De dagen erop sliep hij alsof hij een winterslaap hield. Hij kwam alleen zijn bed uit om te eten, te drinken en naar de wc te gaan. Zijn legendarische energie leek hem te hebben verlaten en toen hij zichzelf in de spiegel zag, leek hij kleiner, en bleek – alsof een deel van hem was weggerukt. En dat was natuurlijk ook zo, op een bepaalde manier, dacht hij.
In de zeldzame momenten dat hij wakker was, lag hij op zijn rug naar het plafond te staren en vroeg hij zich af hoe de energie die hem de afgelopen vijftien jaar elke dag had voortgedreven, zo ineens kon zijn verdwenen. Als ze belden van zijn werk, nam hij niet op. Hij kon het gewoon niet aan.
Op dinsdagavond, toen hij het terras op strompelde, het licht in, en over de reling hing en de wereld onder hem zag doorgaan, dacht hij na over zijn toekomst. En toen zag hij die voor zich, gapend als een leeg, duister gat. Hij legde zijn hoofd op zijn handen. ‘Lali, het spijt me zo vreselijk erg,’ verzuchtte hij.
Binnen hoorde hij het zoemen van de intercom. Hij rende ernaartoe, vurig biddend dat zij het was, en greep de hoorn van de haak.’
‘Hallo?’
‘Beta, ik ben het, je moeder.’
‘Kom maar naar boven,’ zei hij. De teleurstelling dat het Lali niet was voelde hij door zijn lichaam stromen. Hij was ook verbaasd; zijn ouders woonden op vijf uur rijden van Mumbai.
‘Mijn zoon.’ Samina spreidde haar liefhebbende armen uit naar haar jongen toen Ari de deur opende om haar binnen te laten.
Op dat moment vloeide alle spanning en bitterheid van de afgelopen tien jaar uit hem en Ari stond als een klein kind in de armen van zijn moeder te snikken.
‘Het spijt me zo, Ma, het spijt me zo.’
‘Ari…’ Samina veegde het haar uit zijn ogen en glimlachte naar hem. ‘Je bent terug in de familie en dat is het enige wat telt. Misschien kun je wat thee zetten voor je oude moeder? Ze heeft een lange autorit achter de rug.’
Die avond praatte Ari met zijn moeder en sprak hij alle gedachten uit die hem de afgelopen paar dagen hadden omringd en de somberheid die hij voelde ten aanzien van zijn toekomst.
‘Nu spreek je tenminste vanuit je hart tegen mij en niet vanuit die harde kop van je,’ zei Samina. Ze probeerde hem te troosten. ‘Ik heb me al die tijd afgevraagd waar mijn zoon was gebleven en of hij ooit bij mij zou terugkeren. Dit is dus een goed begin. Je hebt een zeer belangrijke les geleerd, Ari, dat tevredenheid van veel verschillende dingen komt en niet van slechts één ding. Geld en succes kunnen je nooit gelukkig maken als je hart gesloten blijft.’
‘Anahita zei ongeveer hetzelfde tegen me toen ik haar de laatste keer zag,’ zei Ari nadenkend. ‘En ze zei dat ik dat op een dag zou beseffen.’
‘Je overgrootmoeder was een heel wijze vrouw.’
‘Ja, en ik schaam me ervoor dat ik er niet bij was om afscheid van haar te nemen.’
‘Nou, als je net als zij in de geesten gelooft, dan weet ik zeker dat ze hier nu bij ons is en jouw verontschuldiging accepteert.’ Ze geeuwde. ‘En nu ben ik moe na mijn reis en heb ik slaap nodig.’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Ari en hij ging haar voor naar beneden, naar een van de fraai ingerichte slaapkamers.
‘Zoveel ruimte, voor mij alleen,’ zei Samina toen Ari haar reistas neerzette. ‘En een hele nacht zonder je vader die in mijn oor snurkt. Misschien wil ik wel nooit meer weg!’
‘Blijf zo lang als je wilt, Ma,’ zei Ari. Hij was verbaasd dat hij het werkelijk meende en beschaamd dat hij haar nog nooit eerder in zijn huis had uitgenodigd. ‘En dank je wel dat je gekomen bent,’ voegde hij eraan toe toen hij haar een nachtkus gaf.
‘Je bent mijn zoon, ik maakte me zorgen over je. Hoe groot je flat ook is en hoe rijk je ook bent, je bent nog altijd mijn eerstgeborene.’ Samina streelde haar zoon liefdevol over zijn wang.
Toen Ari een half uur later in bed stapte, voelde hij zich vreemd getroost dat zijn moeder op enkele meters van hem vandaan lag te slapen. Hij voelde zich nederig doordat ze hem geen enkel verwijt had gemaakt over zijn gedrag in het verleden en door het feit dat ze onmiddellijk naar hem toe was gekomen zodra ze hoorde dat hij problemen had. Toen dacht hij aan Anahita en hoe zij al die jaren had geweigerd te geloven dat haar eigen eerstgeborene dood was.
Was er echt een aangeboren zesde zintuig voor een moeder als het om haar kind ging?
Ari’s ogen gingen als vanzelf naar de ladekast. In de onderste la lag het verhaal van zijn overgrootmoeder, al elf jaar lang onaangeraakt. Hoewel hij alleen was, voelde Ari een blos op zijn wangen verschijnen, net als toen hij voor het laatst bij zijn overgrootmoeder was geweest.
Als ze nu echt bij hem was, hoopte hij dat ze kon horen hoe hij zich verontschuldigde voor het feit dat hij had genegeerd wat zij aan hem had toevertrouwd. Hij stapte uit bed, opende de la en pakte de vergeelde papieren eruit. Hij keek naar het onberispelijke handschrift en zag dat het in het Engels was geschreven in kleine, keurige letters.
Ari voelde zijn oogleden zwaar worden. Dit was niet het moment om de woorden te ontcijferen, maar hij beloofde zichzelf dat hij er morgen aan zou beginnen.
De volgende dag nam Ari zijn moeder mee om buiten de deur te ontbijten voor ze aan haar lange reis naar huis zou beginnen.
‘Ga je morgen weer aan het werk?’ vroeg Samina. ‘Ik zou het maar doen. Het geeft je afleiding. Beter dan de hele dag alleen in dat zielloze appartement van je rond te hangen.’
‘Het moet niet gekker worden, Ma,’ zei Ari en hij grinnikte. ‘Het ene moment zit je me op mijn huid omdat ik te hard werk en het volgende zeg je dat ik weer naar kantoor moet gaan!’
‘Er moet altijd een balans zijn in je leven en je moet die ook in jouw leven zoeken. Dan vind je misschien het geluk dat je zoekt. O, voor ik het vergeet,’ Samina haalde uit haar handtas een beduimeld exemplaar van Rudyard Kiplings dichtbundel Rewards and Fairies tevoorschijn en gaf het aan Ari. ‘Je vader heeft dit voor je meegegeven. Hij zei dat je het gedicht ‘If’ moest lezen en dat ik je moest zeggen dat dat een van zijn favorieten is.’
‘Ja.’ Ari glimlachte. ‘Ik ken het, maar ik heb het sinds school niet meer gelezen.’
Toen zijn moeder weg was, nadat hij haar had verzekerd dat hij de familie zou opzoeken zodra hij terug was van zijn reizen, reed hij naar kantoor.
Ari riep Dhiren bij zich en zei hem dat hij de zaken aan hem toevertrouwde terwijl hij in Londen was en dat hij misschien langer zou wegblijven dan hij eerder had gedacht.
Vierentwintig uur later stapte hij op de nachtvlucht naar Heathrow. Hij keek niet naar de films, maar herlas het gedicht van Rudyard Kipling dat zijn vader voor hem aan zijn moeder had meegegeven en grijnsde. Hij begreep de boodschap. Vervolgens bestelde hij een glas wijn en haalde de stapel vergeelde bladzijden van zijn overgrootmoeder uit zijn handbagage.
Jaipur, India
1911