India, 1957
Anahita
Mijn verhaal komt ten einde, mijn kind. Het enige wat ik je nog moet vertellen is wat er gebeurd is sinds mijn terugkeer naar India. De maharani onthaalde mij weer in haar huis alsof ik nooit weg was geweest. De laatste robijn vond ik terug in zijn schuilplaats onder het paviljoen en ik wist dat onder zijn doffe, met modder overdekte buitenkant de sleutel lag verborgen tot mijn toekomstige vrijheid en onafhankelijkheid.
Indira wilde heel graag dat ik met haar mee zou gaan naar haar paleis en mijn oude rol als gezelschapsdame weer op me zou nemen en met haar heen en weer zou reizen naar Europa, maar ik sloeg haar aanbod af.
Want weet je, Moh, ik had nog een laatste geschenk gekregen van je vader voor hij stierf. Alleen de hemelen kunnen verklaren hoe het kleine sprankje van leven dat hij in die laatste nacht in mij plantte de stormen van mijn gevangenneming, mijn rouw en daaropvolgende ziekte overleefde, maar het leefde. Toen ik in Cooch Behar aankwam, werd het bevestigd door mijn oude vriendin Zeena, de wijze vrouw, dat ik vier maanden zwanger was.
Deze keer was er geen schrik, alleen vrede. Ook al was mijn hart gebroken door het verlies van jou, of het nu alleen door fysieke afwezigheid was of door de dood, ik voelde dat er in ieder geval nieuw leven bloeide op de as van deze tragedie.
Indira ging kort na onze aankomst terug naar haar eigen paleis, haar man en haar kind, maar ik bleef in Cooch Behar. Er kwam een vreemde, slaperige rust over mij toen ik dikker werd, als een fokmerrie in een veld vol vers gemaaid hooi.
Je zuster Muna werd geboren op 5 juni 1923. Zeena was erbij. En mijn nieuwe baby bleek net zo ontspannen en vredig als haar komst in de wereld was geweest. Ik vroeg me soms af, als ik haar midden in de nacht in mijn armen hield en voedde en op haar neerkeek, of zij mijn gave had geërfd. Het bleek toen ze groter werd dat dat niet zo was. Ik weet echter dat een van haar kinderen of kleinkinderen hem wel zal erven. En dat ik dat, als het zover is, onmiddellijk zie.
Toen Muna vijf jaar oud was, vond ik dat ik eindelijk eens moest beginnen mijn eigen leven vorm te geven, mijn dromen te volgen en dat ik het beschermende schild van het paleis moest verlaten.
Het was grotendeels te danken aan mijn oude hoofdverpleegster in het Royal Hospital die mijn gegevens doorstuurde vanaf de periode van de Eerste Wereldoorlog en er een daverende referentie bij gaf, dat ik een baan kreeg aangeboden in het plaatselijke ziekenhuis en ik eindelijk aan de officiële opleiding kon beginnen om verpleegster te worden. Natuurlijk was het altijd mijn droom geweest om dokter te worden, maar in 1928 was dit in India zeer ongebruikelijk voor een vrouw.
Ik maakte er het beste van en toen India begon te veranderen, veranderden mijn kansen ook. Ik steunde Gandhi, met name op het gebied van vrouwenrechten. Mijn lieve zoon, het zou weleens kunnen kloppen dat ik een hele reputatie kreeg.
Terwijl ik dit schrijf, zijn we al tien jaar onafhankelijk van de Britten. Het land is nog steeds op zoek naar zijn ware identiteit. Het kan nog niet echt geloven dat het in staat is zijn eigen beslissingen te nemen, nadat die zo lang aan ons zijn opgedrongen. Ik geloof wel dat we er komen. Ik ben op dit moment, met steun van Indira en haar moeder, bezig het eerste vrouwenziekenhuis in India op te richten. Met de hulp van koninklijke connecties raadplegen we enkele goed bekendstaande verloskundigen over de hele wereld.
Een in het bijzonder, een arts uit Engeland, is zeer behulpzaam geweest. Dr. Noah Adams werkt in het St. Thomasziekenhuis op de vrouwenafdeling en heeft daarom veel praktische hulp kunnen bieden in mijn poging de patiëntenzorg goed op poten te zetten. Ik hoop dat hij ooit, als ons ziekenhuis is voltooid, tijd heeft om mij hier te bezoeken.
Mijn liefste Moh, ik ben aan het eind van mijn verhaal. Als je in leven bent, iets waar ik altijd in heb geloofd, dan wens ik je geluk, vrede en voldoening toe. En ik kan alleen maar bidden dat we elkaar, zo niet bij leven, weer ontmoeten na onze dood.
Mijn kind, weet dat er altijd oprecht van je is gehouden.
Je toegewijde moeder,
Anahita x
Dankbetuiging
Ik wil mijn uitgevers over de hele wereld bedanken, met name Peter Borland bij Atria Books, die mij het vertrouwen in mijzelf gaf om zo’n grote uitdaging aan te gaan als De nachtroos. Ik hoop dat het me gelukt is. Een speciaal dankwoord aan Catherine Richards bij Pan MacMillan, die het manuscript zo geduldig doornam, Jeremy Trevathan, Almuth Andreae en Georg Reuchlein, Judith Curr, Jorid Mathiassen en Knut Gorvell, Fernando en Milla Baracchini, Annalisa Lottini en Donatella Minuto. Zonder hun vriendschap, aanmoediging en steun zouden mijn boeken hun lezers nooit bereiken.
Er zijn veel mensen die mij geholpen hebben met mijn research, onder wie Raj Chahal, dr. Preema Vig, Rachel Jaspar in Coram, Line Prasad, Pallavi Narayan, Mark van All Experts, Radhika Artlotto, Greg en zijn team in het Dhara Dhevi Hotel, Chiang Mai, omdat ze mij niet alleen de rust boden die ik nodig had om Anahita’s verhaal te schrijven, maar mij ook een korte cursus ayurvedische geneeskunde gaven.
Mijn geweldige assistente, Olivia Riley (wie zegt dat familie niet kan samenwerken?), mijn fantastische vrienden en trouwe fans: Jacquelyn Heslop, Susan Boyd en Rita Kalagate, mijn moeder Janet en mijn zuster Georgia. En natuurlijk mijn man Stephen en mijn kinderen Harry, Isabella, Leonora en Kit. Zij maken hard werken de moeite waard.
En ten slotte bedank ik alle nieuwe vrienden en lezers die ik ontmoet heb toen ik de wereld rondreisde, wier enthousiasme en steun mij inspireren om door te gaan met schrijven.
Bibliografie
De nachtroos is een fictief verhaal dat tegen een historische achtergrond is geplaatst. De bronnen die ik heb gebruikt om onderzoek te doen naar de periode waarin het boek speelt en de details van mijn personages staan hieronder vermeld:
Lionel D. Barnett, Hindu Gods and Heroes: Studies in de History of the Religion of India (Crest Publishing, 1995).
Deepak Chopra, The Complete Book of Ayurvedic Home Remedies (Piatkus Books, 1999).
Gayatri Devi, A Princess Remembers: The Memoirs of the Maharani of Jaipur (Rupa Publications, 1995).
E.M. Forster, A Passage to India (Penguin Publishing, 1995).
Rudyard Kipling, Rewards and Fairies (Folio Society, 1999).
Lucy Moore, Maharanis: The Lives and Times of Three Generations of Indian Princesses (Penguin, 2004).
Ruth Prawer Jhabvala, Heat and Dust (Abacus, 2011).
Trevor Royle, Last Days of the Raj (Michael Joseph Ltd., 1989).
Paul Scott, The Raj Quartet (Arrow; New Edn., 1996).
Amy Stewart, Wicked Plants (Algonquin Books, 2010).
Lees ook De zeven zussen van Lucinda Riley

Na de plotselinge dood van hun vader komen Maia en haar zussen bij elkaar in hun ouderlijk huis aan het Meer van Genève. De zussen werden als baby door Pa Salt geadopteerd en krijgen na zijn dood allemaal een brief met een mysterieuze verwijzing naar hun afkomst…
De zeven zussen is het eerste deel uit de zevendelige serie over liefde, verlies en de zoektocht naar wie je werkelijk bent.
..
Lees hier alvast het eerste hoofdstuk en maak kennis met Maia